maandag 5 december 2011

Geloven in Sinterklaas


Er zijn mensen die alleen met Kerstmis naar de kerk gaan. Misschien gaan ze de rest van het jaar als ongelovigen of als nauwelijks-gelovigen door het leven, maar op zo’n  moment willen ze bij de gemeenschap der gelovigen horen.

Of zou het alleen jeugdsentiment zijn? Veel mensen hebben herinneringen aan de kerstdagen uit hun jeugd: de boom, de lichtjes, de gezelligheid en ook de kerkdienst. Door nu met Kerst weer naar de kerk te gaan, proberen ze iets van dat gevoel naar zich toe te halen. Wellicht ook is het een manier om loyaal te blijven aan hun eigen verleden.

Met Sinterklaas is er iets soortgelijks aan de hand. Zo’n beetje alle mensen van boven de zes zijn ongelovig, maar rond deze tijd doet iedereen weer braaf mee aan de liturgie die bij de sinterklaasviering hoort. Voor even horen we allemaal weer bij de parochie van de heilige Nicolaas.

Er zijn mensen die beweren dat ze het geloof in God verloren toen bleek dat Sinterklaas niet bestond. Toen duidelijk werd dat de ouders over Sinterklaas gelogen hadden, konden de kinderen er ook niet meer van op aan dat over God wel de waarheid gesproken zou zijn. Die zou dus ook wel een verzinsel zijn.

Die redenering heb ik eigenlijk nooit zo serieus genomen, maar misschien zit er toch wat in. Er zijn namelijk nogal wat overeenkomsten tussen Sinterklaas en God. Als ik dat zeg, ga ik in gedachten terug naar de tijd dat ik nog onverkort in de goedheiligman geloofde.

Net als God, was Sinterklaas alwetend. Wat je ook gedaan had, het bleek allemaal in het Grote Boek van Sinterklaas te staan. Zelfs de dingen waarvan je dacht dat niemand ze kon weten, waren bekend bij de Sint. In een jaarlijks oordeel moest je daar rekenschap van afleggen.  Ik rekende elk jaar wel weer op een beloning, maar ik wist dat je ook de roe kon krijgen en in het ergste geval moest je zelfs mee in de zak, naar Spanje. Wat je daar dan moest doen, was mij niet helemaal duidelijk. Pepernoten poetsen, dacht ik.

Met dat oordeel werd bij ons thuis ook wel gedreigd. Soms met een twinkeling in het oog, maar niet altijd. Als wij iets deden wat niet door de beugel kon (een brutaal antwoord geven, bijvoorbeeld) hief mijn moeder haar vinger en zei: ‘Ik zeg het tegen Sinterkloas, jungske.’

Het is niet zo moeilijk om in dit onderdeel van de Sintverering een variant van het laatste oordeel en van de hemel en de hel te ontdekken. Een milde variant natuurlijk. Pepernoten poetsen is heel wat minder afschrikwekkend dan branden in onuitblusbaar vuur.

Bij ons thuis werd veel gezongen. Mijn moeder zong tijdens het dweilen over Rocking Billy en ik zong op de fiets of tijdens het koeien melken. Maar samen zingen, dat deden we alleen in de kerk en bij het zetten van de schoen.

Misschien hoort samen zingen wel juist bij religieuze bijeenkomsten. Men hoort der vromen tent weergalmen en dat kunnen christelijke liederen zijn, maar ook ‘Zie de maan schijnt door de bomen’. En in stadions, bij voetbalwedstrijden of popconcerten, is er natuurlijk ook samenzang. Dat bewijst volgens mij dat er ook aan voetbal en popmuziek religieuze kanten zitten.

Iemand zal mogelijk tegenwerpen dat het Sinterklaasfeest niet te maken heeft met geloof, maar met traditie. Zoals we bij geboorten traditioneel beschuit met muisjes eten. In mijn jeugd waren dat, voor zover ik mij kan herinneren, altijd roze muisjes. Maar tegenwoordig eten we ook wel blauwe muisjes, bij de geboorte van een jongetje. Ik herinner mij niet dat daarover gediscussieerd is.

Maar over aanpassingen van het Sinterklaasfeest, zijn er zelfs debatprogramma’s op tv. Zaterdagavond nog zag ik mensen zeer verhit raken toen het ging over de mogelijke afschaffing van Zwarte Piet, of liever gezegd de vervanging van deze Piet door een blauwe, een groene of een paarse. De emoties liepen zo hoog op als in een kerkenraadsvergadering van een orthodoxe kerk waarin iemand voorstelt om opwekkingsliederen te gaan zingen.

Kijk, daar hebben we de werkelijk gelovige die zijn geloof, met al zijn onbegrijpelijkheden en misschien wel aberraties, wil verdedigen. Te vuur en te zwaard en niet eens altijd bij wijze van spreken.  

En al die ex-gelovigen, halfgelovigen en gelovigen komen rond deze tijd samen voor de vieringen omtrent Sinterklaas. Niet een onbekende god, zoals Paulus predikte, maar een bekende god, die ons vertrouwd is. Een god die voor ons bereikbaar is. Weliswaar is hij alwetend, maar hij kan ook verstrooid zijn, hij kan struikelen als zijn voet in de zoom van de tabberd blijft hangen en als het later op de avond is, wordt hij soms net te vrolijk van de niet afgeslagen borreltjes.

Ook velen die niet of niet meer in de Sint geloven, zullen daarom toch met een zekere weemoed en vertedering aan hem denken. Mocht de Sint niet het eeuwige leven hebben, dan zal hij ongetwijfeld toch nog een hele tijd bestaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen