vrijdag 30 december 2011

Greatest Hits



Met lezen ben ik altijd achter. Er is immers altijd meer te lezen dan waar ik tijd voor heb. Daarom ligt er altijd een stapel ‘nog te lezen’ klaar en op die stapel liggen sommige boeken al jaren. Kamertjeszonde van Herman Heijermans bijvoorbeeld, Tegels lichten van Henk Hofland en ook Vladiwostok! van P.F. Thomése.

Om eerlijk te zijn: dat laatste boek heb ik nog niet in huis. Maar ik wil het wel graag lezen. Thomése is een van de betere schrijvers, vind ik. Van bijvoorbeeld J. Kessels: The Novel heb ik heel erg genoten. Het is een van de grappigste boeken die ik de laatste jaren gelezen heb, bezit een enorme vaart en speelt een leuk spel met verbeelding en werkelijkheid.

In de herfstvakantie vond ik in een bak met afgeprijsde boeken van dezelfde Thomése de verhalenbundel Greatest Hits. Verhalenbundels hebben weinig status in Nederland en dat is jammer, want het is een interessant genre. F.B. Hotz was bijvoorbeeld een meester op de korte baan en gelukkig staat zijn werk weer een beetje in de belangstelling. Maar Bernlef kan het ook, evenals bijvoorbeeld Manon Uphoff, Cees Nooteboom, Sanneke van Hassel, Elke Geurts en, ach, er zijn natuurlijk veel meer auteurs die goede korte verhalen kunnen of konden schrijven.

Thomése kan het ook. Hij moet het in zijn verhalen meestal niet hebben van een plot, maar die heeft hij ook niet nodig. In sommige van zijn verhalen lijkt weinig te gebeuren. De personages lopen erin rond alsof ze er ook maar toevallig in zijn verzeild en niet weten wat ze er moeten. En toch heb ik ook zulke verhalen met alle aandacht gelezen, wat natuurlijk komt door de stijl van Thomése.

In veel verhalen speelt muziek een rol en soms is dat een belangrijke rol. In ‘Blue Moon Express’ bijvoorbeeld , uit de afdeling ‘Deep South & Far West’. In deze afdeling is J. Kessels de vaste reisgenoot van de ik-figuur en Kessels wil naar het graf van Hank Williams, de peetvader van de country en western, de ‘Hillbilly Shakespeare’. Hoewel bij Thomése al gauw de ironie met glimmende ogen tussen de regels doorkijkt en alles wat gezegd wordt ook wel weer gerelativeerd wordt, merk je toch de betrokkenheid bij Hank Williams. En als lezer laat je je daar graag in meegaan.

 Bij Thomése is er altijd wel wat te lachen en dat heb ik ook bij deze verhalenbundel graag en veel gedaan. Onder de grappen kabbelt wel altijd de weemoed, de deernis soms, het leed een enkele keer.

Een paar voorbeelden: ‘[…] zeker wanneer je er een nachtgelegenheid bezoekt, waar voor een publiek van lege stoelen de striptueuse zo ver gat dat ze zelfs haar kunstgebit uitdoet.’
‘En uit volle borst zongen we mee met de Gevoeligste Zanger Ter Wereld. Hoewel we geen van beiden kunnen zingen, zongen we. Omdat we de woorden kenden.’
‘Terug naar Austin dus. Waar we, in de Texaanse zon, alles mooi vonden waarover we eerder zo teleurgesteld waren.’

Toegegeven, om dat laatste citaat moet je niet uitbundig lachen. Maar een glimlach is ook een lach.

Laat ik mezelf maar weer eens een leesopdracht geven: meer Thomése lezen. Vladiwostok! bijvoorbeeld. En De weldoener. En alles wat ik nog meer niet van hem gelezen heb. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen