maandag 23 april 2012

Petje (1) - Oproep


Jacoba. Petje af.

Jacoba. Petje op.

Vorige week woensdag werd de stadsdichter van Ede gekozen. Iedereen in het publiek had een petje gekregen en wie wilde stemmen, zette het petje op en ging staan. Intussen is die avond voorbij, maar waar zijn de petjes gebleven? De dichter Henk Knol meldde me dat hij het petje moedwillig achtergelaten had in het Atrium, maar veel petjes zullen meegegaan zijn naar huis.

Daarom mijn oproep: zet het petje op en fotografeer jezelf. Of zet het petje bij een ander op en fotografeer die. Of ga lekker fotoshoppen en zet Sarkozy, Napoleon, Tessa de Loo, Hitler, Mick Jagger, Johan Cruijff, koningin Beatrix, Geert Wilders of Linda de Mol een petje op. Mail de foto en de naam van de gefotografeerde naar mij (mailadres is in het profiel te vinden).

In het bericht hieronder zag je de stadsdichter van Ede, Arjan Keene al met een petje op. Hier nog een keer. Dezelfde pet, andere foto.

Doe mee! Stuur op die foto!

Arjan Keene, Stadsdichter van Ede


Wilma

Teunis




Stadsdichter (17) - Gedicht Arjan Keene

Je hebt al kunnen lezen met welke gedichten Peter Vermaat en Kila & Babsie meedongen naar de functie van stadsdichter. Maar de winnaar, Arjan Keene, had natuurlijk ook gedichten bij zich. Een ervan was het onderstaande.


De heideweek


De heide bloeit. De bronzen heide gonst en gloeit.
Een violette zee beweegt alsof het roeit.
Calluna, erica. Het ruist en wuift en groeit.
Een tweede lente. Beestjes zoemen, liefde broeit.
           
De herten springen bronstig loeiend in het rond,
een damhert schaakt een reetje met een mooie kont.
Een groepje zwijnen snuffelt truffels uit de grond,
een haas kust vrolijk een konijntje op de mond.

Ik kijk bedroefd naar deze vrije vleierij.
In 't dorp is men aan 't hossen, uitgedost en blij.
Waarom zij wel, en treur ik eenzaam op de hei?
Prinses en koningin, ze kijken niet naar mij.

Ik kauw op heideplantjes, als anti-depressiva.
Calluna brak mijn hart. Of was het Erica?

Arjan Keene

Arjan Keene met verkiezingspet



zondag 22 april 2012

De Marokkaansche reis (Zwart en wit 10)


Eigenlijk wist ik niet goed wat ik moest verwachten van De Marokkaansche reis van C.F.  van Dam: de schrijver kende ik niet, het boek ook niet. Van de uitgever had ik wel gehoord, maar ik zou geen drie boeken kunnen noemen die erdoor uitgegeven zijn.

Al kwoekelend op het net kwam ik weing verder. DBNL kon mij over de auteur alleen vertellen dat hij in negentiende eeuw geboren was en in de twintigste gestorven. Naast het boek dat ik gelezen heb wordt alleen Fred Donders onder de Arabieren genoemd.

Bij De Marokkaansche reis vond ik verschillende jaartallen, waaronder 1933, dat ik ook op andere sites terugvond. Maar uitgeverij Gottmer werd pas in 1938 opgericht, voor zover ik weet. Het boek zou eerder uitgegeven kunnen zijn en later als herdruk door Gottmer op de markt gebracht.

Het verhaal vond ik niet zo heel boeiend. Het gaat over twee vriendjes, Peer en Fred. Die Fred is Fred Donders, die blijkbaar ook al naar de Arabieren is geweest. Nu mag hij met Peer en zijn vader naar Marokko. Veel wordt er verteld over de voorbereidingen en over de reis naar Marokko.

Illustratie van Is. van Mens
Als de jongens daar eenmaal zijn, maken ze verschillende uitstapjes. Dat is als verhaal niet zo boeiend, maar als je iets over Marokko wilt weten, krijg je nog aardig wat informatie. Aan het eind is het nog even spannend: een 'ontvoering', maar door ingrijpen van het Vreemdelingenlegioen wordt voorkomen dat die ernstige gevolgen heeft.

Ik ben het boek gaan lezen, omdat ik wel eens wilde weten hoe voor de Tweede Wereldoorlog Marokkanen beschreven werden in een Nederlands jeugdboek. Tegen racisme wordt al snel stelling genomen:
'Zoo'n autobus neemt wel veertig passagiers op... En dan moet je daaar eens goed op letten: naast den chauffeur zijn nog drie plaatsen, daar zitten Europeanen, evenals op de tweede bank; op de volgende banken de Arabieren... En op de achterste banken de Marokkaansche joden. Een echt schandelijke toestand om verschil te maken tusschen blank en bruin. Het is een verdwaasde wereld. Alsof die andere geen menschen zijn. De Europeanen, in dit geval de Franschen, maar de Amerikanen en Engelschen zijn nog erger, drukken de Arabieren achteruit. Het is kleinzielig en belachelijk, van die intelligente, zich zelf zoo superieur vindende Europeanen: die mochten toch eindelijk wel eens wijzer worden.
Fred was al in Tunis geweest, maar Marokko is heel anders, krijgt hij te horen:
De Arabieren in Tunis zijn veel vredelievender en, ik zou haast zeggen, schooner dan in in Marokko. Marokko is in het geheel een beetje viezer, het landschap woester en in Zuid-Marokko geven de opstandige Arabieren den Franschen zelfs handen vol werk.
De beschrijving van de mensen die Fred en Peer zien, zouden we tegenwoordig op zijn minst dubieus noemen Eerst ontmoeten ze 'Een neger, geheel opgebouwd van chocoladeflikken' en even verder wordt hij beschreven als 'de chocolade-reclame'.

De stoker van een stoomschip blijkt zwart te zijn. Voor het zware werk worden vaak 'negerkrachten' gebruikt legt de vader van Peer uit. Daarna volgt dit gesprek:
'Waarom negers... Zijn die dan te stom om andere vakken te leeren?'
'Neen, stom zijn ze zeker niet. Dat bewijzen de [woord weggevallen? T.B.] tegenwoordig wel. Er zijn heel wat gestudeerde negers, maar je moet niet vergeten dat de slavernij, toen de negers geen schijntje van een kans kregen om te leeren om of iets anders te doen dan de meester beval, nog niet zo heel lang geleden is afgeschaft.'
'Ik heb toch wel eens gelezen,'zei Fred, 'dat negers niet heel erg goochem zijn.'
'Sommigen zeker niet... Maar in elk geval zijn zij heel sterk... Trouwens, er zijn wel stomme blanken...
Prompt daaarna wordt er een verhaal verteld over 'negeronnoozelheid, - stomheid mag je het eigenlijk niet noemen'. Peers vader weet nog meer verhalen, maar die zal hij later vertellen. Dat doet hij dan ook, bijvoorbeeld over Sebastiaan, 'een neger als een knotwilg. Niettegenstaande zijn belangrijke functie kon hij nog maar geen wol en leer aan zijn voeten velen, en liep als alle negers in de plaats op bloote onderdanen.' Later wordt hij aangesproken door 'een even erdal-achtige broeder'. Voor de jonge lezertjes: Erdal is een schoensmeermerk.

Dat zwarte mensen sterker zijn dan witte, komt ook nog een keer terug in het boek: 'Zijn patient was in een rustigen slaap geraakt: zoo'n sterk negerlijf kon wel tegen een beetje bloedverlies.'

Over het algemeen komen de Arabieren er wel wat beter van af. Als er een Arabier beschuldigd wordt, keurt de vader van Peer dat af: 'Maar er zal wel weer iets niet geheel in orde zijn, en dan krijgt maar direct een Arabier de schuld'. Fred zegt daarop: 'Het is een schande'. Wel wordt een Arabische gids een 'bruine boon' genoemd.

En hoe gaan Arabieren met vrouwen om?
Maar achter het paard liep, zich vasthouden[d] aan den staart, een Arabische vrouw te sjokken door het zand. Haar gezicht was met een sluier bedekt.
'Ja, mijn jongen, aan zulke dingen moet je je niet ergeren. Dit is bij sommige Arabieren de gewoonte, de vrouw is niet in tel... Dan zal je nog wel erger dingen zien...'
Let op de nuance: sommige Arabieren.

De Marokkaansche reis zal wel bedoeld zijn om de jonge lezers te informeren over een land en een cultuur die zij niet kennen. Het zou me niet verbazen als C.F. van Dam zelf in Marokko is geweest. Hij vertelt erover met enige humor, van tijd tot tijd en hij zal ook niet de bedoeling hebben gehad om Marokkanen negatief te schetsen.

Op verschillende plaatsen in het boek worden Arabieren nadrukkelijk verdedigd. Zwarte mensen zijn bijvoorbaat sterk en hun uiterlijk wordt weinig vleiend beschrevend. Ongetwijfeld is dat humoristisch bedoeld.

De Marokkaansche reis zal niet meer herdrukt boeken. Niet alleen is het verhaal domweg niet goed genoeg, maar de manier waarop de niet-Europeanen van tijd tot tijd beschreven worden, lijkt me dubieus.

Illustratie Is. van Mens







Gerard Reve: De blijde boodschap (Knipoog 7)



Vanochtend tijdens het onbijtlezen kwam ik een krantenkop tegen (NRC Handelsblad 21 april) die mijn hart meteen een sprongetje deed maken: 'Multi phyl ti corti rocci'. Het is potjeslatijn, ooit gebezigd door Gerard Reve in een gedicht:
De blijde boodschap
Ik zat met kloppend hart voor de kleurentelevisie,
en dacht: 'Zijne Heiligheid zal toch wel gewag maken
van het toenemend verval der zeden?'
En ja hoor, nauwelijks was hij begonnen, of ik hoorde al:
decadentia, immorale, multi phyl ti corti rocci;
influenza filmi i cinema bestiale
contra sacrissima matrimoniacale
criminale atheistarum rerum novarum,
(et com spiritu tuo), cortomo:
nix aan de handa.
Het was jammer, dat het zo kort duurde.
Maar toen het uit was, was er fijne muziek van het leger.
Ik vind dit leven al geweldig. En straks nog
het eeuwige leven in de Hemel. Je vraagt je wel eens af:
'Waar hebben wij het aan verdiend?'
Het artikel waarin geknipoogd wordt naar Reve is er eentje in de serie 'Made in Europe' waarin een soort canon van de Europese cultuur wordt doorlopen, van de Sixtijnse kapel tot Abba en van Kuifje tot Monty Python. Deze keer was de minirok aan de beurt.

Pieter Steintz vertelt in het artikel dat het Vaticaan in 1969 de minirok in de ban heeft gedaan en dat was mij niet bekend. Dat zou ook de aanleiding zijn geweest dat Reve het gedicht hierboven schreef. Weer wat geleerd.

Het gedicht van Gerard Reve wordt door Steintz 'legendarisch' genoemd en ik ga ervan uit dat veel lezers meteen aan Reve moesten denken bij 'multi phyl ti corti rocci'. Maar ook wie de knipoog niet opmerkt, zal waarschijnlijk toch wel willen weten waar de vreemd aandoende en toch begrijpelijke zinsnede vandaan komt.

Hieronder een filmpje dat ik op YouTube vond. Alles is goed te verstaan, maar het beeld is niet best. Ik denk dat de filmer zijn camera op een televisiescherm heeft gericht. Dat heeft wel iets aandoenlijks. Je bent fan van Reve, merkt dat hij op tv is, maar hebt zo gauw geen videorecorder of dvd-recorder bij de hand en wilt toch dat de stem en het gezicht van Reve langer bij je zijn dan alleen die paar minuten van de uitzending. Je neemt dus je camera of je mobieltje en filmt en daarna ben je zo opgetogen dat je het ook met anderen wilt delen.

En nu staat het filmpje hier. Voor even zijn we in een huiskamer in Voorst, Dalfsen, Leiden, Vlissingen of Venlo. Ook wij zitten met kloppend hart voor de kleurentelevisie en zien Reve spreken, alsof hij nog leeft. We vragen ons af: 'Waar hebben wij het aan verdiend?'






vrijdag 20 april 2012

Stadsdichter (16) - Gedichten van ex-kandidaten

Arjan Keene is stadsdichter. We weten het, maar het is goed om het te herhalen. Felicitaties, bloemen, pet af! En wie liet hij niet achter zich! Kila & Babsie bijvoorbeeld en Peter J.R. Vermaat en dat zijn niet de eersten de besten. Kijk maar.


Zomerheide

Een nieuwe zomer en een nieuw geluid,
Calluna opent haar ogen.
Haar naamgenoten omringen haar, dragen haar
voor aan de zon. Dit is de nieuwe vorst,
zegt de wind, streelt haar wakker.

De struikhei heeft symmetrische bloemen met twee schutblaadjes. De bloeiwijze is trosvormig,
de blaadjes zijn ongesteeld en lancetvormig, met aan de voet twee priemvormige oortjes.

Calluna is onrustig, voelt opeens
de lancetten op haar huid.
De zon die haar altijd vriendelijk toelacht
is feller geworden. Haal je zusje,
de zomer begint, het is tijd.

Een hand op de arm van Erica,
loom uit haar slaap, paarse bloemen
in het haar, lichte ogen, lichte jurk.

Dophei heeft kleine altijdgroene, naaldachtige bladeren in kransen van drie of vier. De viertandige bloemkroon met vrije meeldraden is omgeven door een groene kelk. De vruchten lijken op notendoppen. Soms zijn de meeldraden met de bloemkroon vergroeid.

De zomer begint, zegt haar zus,
het is tijd om ons te bevrijden
uit het vergroeide paars.
De wind voert ons naar de randen
van onze wereld.

De Heideweek wordt jaarlijks gehouden in de laatste volledige week van augustus.
De heidehoogheden ontvangen aan het begin van deze week van de burgemeester de sleutel van Ede.

De herder met zijn witgewolde kudde
overziet zijn paarse zee,
sluit zijn ogen in de zon
en ziet twee zussen hand in hand
zijn golven oversteken
en lacht. De zomer begint.

Kila & Babsie



De verwijzing naar Mei van Gorter stond mij aan. Ik werd als achttienjarige helemaal omver geblazen toen ik  het las. Ook het afwisselen van informatieve gedeelten met wat gebruikelijk is in een gedicht stond mij aan. Jammer van die 'witgewolde kudde'. 

En Peter J.R. Vermaat! De eerste opdracht was: schrijf een gedicht over Ede in 2025. Dat deed Peter als volgt:

Smakelijk Ede
lente 2025

Wisten wij veel? De Kernhempromenade,
het zesbaans wandelpad naar Bennekom,
ligt er verlaten bij. Het hooggeëerd publiek
raakt aangewezen op de satellieten.

Vanaf het Jac. P. Thijsse-ecoduct
neemt ook de kuddenradar elke twijfel weg:
de grote wolventrek doet dit jaar Ede aan,
de hongertocht bereikt haar jongste dag.

Het grauwe pak legt vraatzucht aan
de dag waar niemand vlees vermoedt,
op Planken Wambuis blijft het janken,
bij Ginkel houdt een kinkel zijn skelet.

Een grijze wolf loopt in de schemering
over het marktplein, slechts de deur
van Geert, de slager van halal
staat op een kier.


Peter J.R. Vermaat



Mooi gedaan, humoristisch slot. Maar Peter kwam met dit gedicht alleen in de halve finale omdat de jury het wilde. Het publiek zette er niet genoeg petten voor op. Hakken over de sloot en een ronde later een nat pak. 

Slachtofferhulp heeft aangeboden de afgewezen kandidaten te begeleiden. Voor zover ik weet, hebben ze dat van de hand gewezen. Ze hebben de poëzie immers! En over drie jaar zijn ze vast weer kandidaat.

Ehm... zullen we dan de verkiezing op de Nationale Gedichtendag doen?

Stadsdichter (15) - Verslagen verkiezingsavond

De Edese Post publiceerde een verslag van de verkiezingsavond. Wie er niet bij geweest is, weet nu toch hoe het geweest is. Lees maar:


De Edese Post
  • 19 apr 2012
EDE - Ede heeft een stadsdichter. Arjan Keene (48) zal de komende drie jaar bij bijzondere gebeurtenissen in de gemeente Ede een speciaal geschreven gedicht voordragen. Keene groeide gedurende de avond en versloeg zo zeven andere kandidaten in de strijd om het stadsdichterschap.
Arjan Keene is door de jury unaniem benoemd tot stadsdichter.
Arjan Keene is door de jury unaniem
benoemd tot stadsdichter.
Foto: Albert Willemsen
De theaterzaal van Cultura is goed gevuld. Op de eerste rij de zenuwachtige dichters. Er staat nogal wat op het spel benadrukt presentatrice Jolinda van Alfen. De eer om jezelf stadsdichter van Ede te mogen noemen, daar lonken alle acht kandidaten naar. Of eigenlijk zijn het er negen, er doet ook een dichtersduo mee.
Het publiek heeft er zin in, de blauwe petjes waarmee gestemd mag worden zwaaien hier en daar vrolijk door de lucht. Na een korte uitleg over het stemmen, is het podium voor de eerste kandidaten en de speciaal geschreven gedichten met het thema ‘Ede in 2025’.
Larissa Verhoeff komt stralend op en bijt het spits af. Jan Durk Tuinier neemt het tegen haar op. Het publiek kiest overtuigend voor Verhoeff. Zij wordt verlegen bij het zien van alle blauwe petjes die opgaan. Door naar de volgende twee kandidaten. Peter Vermaat tegen Arjan Keene. De zaal kleurt blauw, dit keer voor Arjan Keene. Hij is aangenaam verrast. Dan is het de beurt aan het duo, Kila & Babsie. Die bindt de dichtersstrijd aan met Harry Oonk. Laatstgenoemde krijgt één stem meer van het publiek. Een lichte teleurstelling is op de jonge gezichten van Kila&Babsie te bespeuren. Tenslotte mag de oudste deelnemer Dirk Blokland (80) zijn dichterskunsten laten zien naast Pineaux Franke. Pineaux eindigt zijn gedicht met een mooie buiging richting publiek. Blokland heeft de lachers op zijn hand en wint toch overtuigend. Aan de jury de lastige taak om uit de vier afvallers nog twee halve finalisten te kiezen, zodat de halve finale met zes dichters van start kan gaan. De jury, bestaande uit Julia Hofstede van boekhandel het Paard van Troje, Jan van Es namens Wegener, wethouder Evert van Milligen en de voorzitter Gerry Poelert, directeur van Cultura, trekt zich even terug. Het publiek kan ondertussen genieten van de intieme muziek van Laurens Collee. De jury kiest uiteindelijk voor Peter Vermaat en Kila & Babsie. In de halve finale mogen de dichters met het thema ‘Heideweek’ aan de gang. Larissa Verhoeff staat tegenover Peter Vermaat en Arjan Keene. Het publiek heeft een overduidelijke voorkeur voor Arjan Keene. Kila & Babsie strijden tegen Harry Oonk en Dirk Blokland. Hoewel Blokland wederom de lachers op zijn had heeft met zijn ‘Kukeleku’ lied, kiest het publiek Harry Oonk. Zijn vlotte optreden maakt veel indruk. Na elke voordracht, maakt hij van het gedicht een propje en gooit dat in het publiek. Aan de jury weer de zware taak om uit de afvallers een laatste finalist te kiezen. De jury kan de vermanende toon van Peter ‘Vermaant’ waarderen, maar geeft als tip om wat meer aan de presentatie te werken. Dirk Blokland kreeg het dringende advies om zangles te nemen. Kila en Babsie imponeerden door originaliteit en de mooie vorm van de gedichten, maar de jury vindt dit duo als stadsdichter minder geschikt. De jury kiest voor Larissa Verhoef. Zij staat in de finale naast Arjan Keene en Harry Oonk. Het gedicht met als thema ‘Stadsdichter van Ede’ van Arjan Keene spreekt de jury het meeste aan. Vooral de balans tussen maatschappelijke en een persoonlijke, toch kritische noot overtuigt de jury. Hij heeft het stadsdichterschap volgens Gerry Poelert echt verdiend.

Volgende week donderdag treedt Arjan Keene op in cultureel café Dante.

Op zijn weblog doet Peter J.R. Vermaat verslag.Kijkend naar de finale concludeerde hij dat de twee afvallers hun werk wel goed voordroegen, maar dat het hun aan 'taalkracht' ontbrak, 'zodat Arjan Keene terecht is gekozen tot stadsdichter'. 

donderdag 19 april 2012

Stadsdichter (14) - Arjan Keene stadsdichter van Ede

Ede heeft een stadsdichter en zijn naam is Arjan Keene. In de voorronde versloeg hij Peter J.R.Vermaat, in de halve finale nogmaals Peter J.R. Vermaat en Larissa Verhoeff en in de finale Larissa Verhoeff en Harry Oonk.

Gerry Poelert (voorzitter van de jury)
Jolinda van Alfen (presentatrice)
Arjan Keene (stadsdichter)

Een paar dingen vielen mij op. Ten eerste dat Harry Oonk een prima performer is en dat zijn teksten beter zijn dan wat ik eerder op zijn website had gelezen. Dat hij tot de finale door zou dringen, had ik niet voorzien.

Kila & Babsie had ik in de finale verwacht. In de voorronde legden ze het af tegen Harry Oonk en toen ze als lucky losers in de halve finale weer tegenover hem kwamen te staan verloren ze nog een keer.

Peter J.R. Vermaat had de pech dat hij twee keer tegenover Arjan Keene kwam te staan. Zijn teksten waren goed, maar performance telt ook. Daar was niet zoveel mis mee, maar de jury meende toch er een opmerking over te moeten maken.

Het was jammer dat tussendoor steeds de jury aan het woord werd gelaten. Na een enkel gedicht mochten vier juryleden een reactie geven. Dat haalde de vaart uit de avond en leidde af van de gedichten, waarvoor het publiek gekomen was, neem ik aan.

Bij de indeling in de halve finales troffen de tegenstanders uit de voorronde elkaar weer. Dat had beter gekund.

Maar goed, het was een leuke avond en Arjan Keene zal ongetwijfeld een goede stadsdichter zijn. Wacht maar af!

Jan Durk Tuinier, Arjan Keene, Harry Oonk,
Kila van der Starre, Julia Hofstede (jurylid)

De muziek werd verzorgd door Lauren Collee, die meer moest spelen dan voorzien, omdat de jury soms wat langer tijd nodig had dan verwacht.


Kila en Babsie 

Dirk Blokland, Ollekebollekedichter


Larisssa Verhoeff



Jolinda met de jury


Peter Vermaat, Jolinda van Alfen, Arjan Keene

Kila, Babsie, Jolinda, Harry Oonk


Pineaux Franke