![]() |
| De fietsenmaker waar ik vroeger graag kwam |
Op de middelbare school kwam ik van tijd tot tijd bij de fietsenmaker. Bij Bart Gerritsen, zeiden mijn ouders en af en toe zag ik de oude baas daar nog wel rondscharrelen, maar meestal was Piet er, Piet Latta. Blauwe overall met zwarte vegen, alpinopetje op, ogen een beetje samengeknepen achter zijn bril, haar dat uit zijn neus groeide.
Bij Piet in de werkplaats was het altijd gezellig. In de winter brandde het vuur in de kachel en de radio was altijd aan. Vaak was er ook wel een jongen aan zijn eigen bromfiets of zijn eigen fiets aan het sleutelen. Piet vond het allemaal best. Hoe hij zijn prijzen berekende, was nooit zo duidelijk, maar je had altijd het idee dat het een koopje was.
Vaak moest ik een kleinigheid hebben: een tubetje solutie, voor tien cent ventielslang, en soms moest ik mijn fiets ophalen omdat Piet die gerepareerd had. Gemaakt had. Hij was immers fietsenmaker, fietsenreparateur.
'Maken' kan 'repareren' betekenen. Zoals Jean Pierre Rawie in een gedicht zou schrijven: 'Wij zijn kapot en kunnen niet gemaakt.' Maar 'maken' kon ook 'produceren' betekenen: een mandenmaker bijvoorbeeld, een kaartenmaker of een klompenmaker . Die laatste repareert geen klompen, maar produceert ze, uit een blok hout.
Je hebt ook nog een ander maken: Hoe maak je het? Mijn tante Gijb zei dan wel eens: Dat zeg ik niet, want dan ga jij het ook maken. Dat vond ik heel grappig. En je kunt ook zeggen: Wat maak je me nou! Maar op die vormen van maken ga ik verder niet in.
De laatste tijd lees ik geregeld over 'makers' of ik hoor erover in podcasts. Dat iemand filmmaker of stripmaker is, kan ik nog wel volgen. Zo iemand maakt een film of een strip, zoals een ander vroeger klompen of manden maakte.
Maar wat is bijvoorbeeld een opiniemaker? Een opinie is een mening en je kunt over verschillende zaken meningen hebben. Zo'n mening vorm je op basis van wat je weet, wat je gelezen, gehoord en gezien hebt. Volgens mij gaat het bij de opiniemakers er niet alleen om dat ze zelf een opinie vormen, maar dat ze die opinie overbrengen, dat ze anderen zover krijgen dat ze na gaan denken over die opinie en die misschien wel overnemen.
Opiniemaker is blijkbaar een beroep. Het lukt me maar niet om me daar echt iets bij voor te stellen. Hoe verloopt een gesprek als iemand op een feestje vraagt: Wat doe jij voor de kost? (Dat zal wel een ouderwets geformuleerde vraag zijn, maar dat hoort bij mijn leeftijd). Geef je dan als antwoord: ik ben opiniemaker? En moet je daarna iets uitleggen?
Programmamaker vind ik een duidelijke benaming, net als podcastmaker. Maar ik luister ook een podcast waarin iemand zich in het begin voorstelt als mediamaker. Vroeger hadden we het over een massamedium, een manier om een groot publiek te bereiken: de krant, de radio, de tv. Maar tegenwoordig zijn er veel meer media, bijvoorbeeld de sociale media. Maar wat bedoelt iemand als hij of zij zegt: Ik maak media? Als iemand voor een krant werkt, is hij dan een mediamaker? Geen idee. Wat voor media maakt een mediamaker? Of draagt hij of zij alleen maar bij aan een medium?
Ook zijn er mensen die zich 'content creator' noemen. Mijn Engels is niet zo best, maar volgens mij is 'content' hetzelfde als 'inhoud'. Dus een content creator is iemand die inhoud maakt. Meestal gaat het niet om tastbare zaken, vermoed ik. Het is niet iemand die de vulling voor loempia's maakt, maar het gaat om tekst, filmpjes, audio. Wellicht ben ik zelf een content creator als ik voor mijn weblog schrijf, maar ik wil niet zo genoemd worden.
Toch is 'inhoudmaker' wel een heel vage term en het zit me ook niet helemaal lekker dat de term gereserveerd is voor een bepaald soort inhoud. Er zijn veel mensen bezig met inhoudelijk belangrijke zaken, maar die mogen zich niet een 'content creator' noemen. Denk ik.
Verder hoor ik de laatste tijd ook wel zeggen dat iemand een 'maker' is. Of dat hij met 'andere makers' samenwerkt. Het gaat dan niet om reparateurs (klokkenmakers, glazenmakers, schoenmakers) en het gaat ook niet om mensen die concrete voorwerpen voortbrengen (klompenmakers, tassenmakers, hoedenmakers, pruikenmakers, kaarsenmakers) maar het zit voor mijn gevoel altijd in de creatieve hoek.
Willen deze makers zich niet vastleggen op de dingen die ze voortbrengen? Zijn het mensen die niet alleen films maken maar ook schilderijen of hoorspelen? Of hebben ze een andere reden om niet helder te zeggen wat ze maken? Waarom houden ze het zo vaag, zo algemeen? En waarom komt het woord maker vooral voor in die creatieve hoek? Ik hoor een metselaar, een stratenmaker of een banketbakker nooit zichzelf een maker noemen.
Misschien ben ik gewoon oud en is het de weemoed die me bevangt als ik terugdenk aan de makers uit mijn jeugd, zoals aan Piet Latta. Je fiets kon er nog zo beroerd aan toe zijn, Piet maakte er een goed lopend karretje van. Of aan Van Schaik, de klompenmaker. En natuurlijk aan de stratenmaker op zee!

Dus zeg ik het niet, want dan doe jij het ook!
BeantwoordenVerwijderen