woensdag 15 april 2026

De storm (Ibrahim R. Ineke)


Voor in de beeldroman De storm, van Ibrahim R. Ineke, staat in kleine letters: 'ogni pensiero vola', elke gedachte vervliegt. Dat blijkt ook een nummer te zijn van het duo MACE en Venerus. In de tekst (die ik heb laten vertalen) komt de volgende passage voor:

Misschien ken jij me wel, 
want dan duurt het maar een moment voordat alles wegglipt. 
Een andere wereld wacht ons iets verderop. 

Ik zoek naar nieuwe manieren om uit mezelf te ontsnappen,
om al mijn grenzen te overwinnen,
om een beetje van de buitenwereld te ontdekken.

Misschien komt het doordat ik in een soort magische wereld thuishoor. 
Ik zou hier graag wegvliegen.
En soms voelt alles om me heen een beetje vreemd aan. 
Ik vraag me af of er nog meer mensen zo in elkaar zitten. 
Daarmee wil ik niet zeggen dat de beeldroman van Ineke ook daadwerkelijk iets met het lied te maken heeft, maar er staan wel wat zinnen in die van toepassing zijn op meer werk van deze stripmaker. Zo is er vaak sprake van een andere werkelijkheid, een werkelijkheid die moeilijk grijpbaar is en die vaak duister is. Ook in de liedtekst gaat het over 'een andere wereld', 'een soort magische wereld' en over het niet thuis zijn in de wereld. 

Jaromir

In De storm gaat het om iemand die toekijkt, een beschouwer, een getuige wellicht. De figuur die hij bekijkt, is Jaromir. Dat is een naam die niet veel voorkomt. Ik moest meteen denken aan de Jaromir-cyclus van A.C.W. Staring. De tekst daarvan vind je hier. Het is een serie van vier verhalende gedichten. In elk ervan heeft Jaromir te strijden met de duivel. Ook hierbij zeg ik niet dat De storm rechtstreeks te maken heeft met de gedichten van Staring, maar het duistere (of het duivelse) is wel een terugkerend element in het werk van Ineke. 

Aan het begin van het boek zit de verteller achter een kopje koffie. Hij haalt herinneringen op aan zijn studententijd. En aan Jaromir, van wie hij niet zeker weet of hij hem wel gekend heeft. De studenten hechtten indertijd minder belang aan kennis dan aan het debiteren van meningen. Maar Jaromir was anders dan de gemiddelde student 

Zo kwam hij niet uit de stad, maar was hij opgegroeid op een landgoed. Het zal mijn verliteratuurde hoofd wel zijn, maar ik moet dan denken aan Staring, die woonde in de Wildenborch, tussen Lochem en Vorden. Van Jaromir wordt verteld dat hij zich op het verwerven van kennis stortte 'met de wellustige verbetenheid van een monnik'. Ook de Jaromir van Staring was een monnik. 

Alchemie

De Jaromir uit De Storm verdiept zich in gnosis, alchemie, het occulte, en er wordt gefluisterd dat hij abonnee is van het tijdschrift van het genootschap Aphinar. In het blad wordt geschreven over een magische spiegel. Jaromir vermoedt dat dat meer waarheid dan literatuur is. Dat vertelt hij aan de verteller, die hem jaren na de studententijd weer eens ziet. De auteur, tevens hoofdredacteur van het blad, is zijn oud-docent, met wie Jaromir een ontmoeting heeft. 

Intussen is de wereld chaotischer geworden. Er zijn bijvoorbeeld knokploegen actief. De verteller heeft het gevoel achtervolgd te worden. 'Het bleek de storm te zijn'. De storm zit misschien ook wel in hoofd van de verteller. Hij droomt dat de stad al jaren gebombardeerd is. Hij ziet twee roodharige kinderen wegrennen en iemand vertelt hem dat een warenhuis vroeger aan het station grensde. De verteller gaat de onderaardse gangen in, maar hij vindt geen rails. Wel ziet hij uit de verte een figuur die doet denken aan een soort minotaurus. 

De gehoornde figuur staat ook op de omslag van De storm. Ook de duivel wordt vaak afgebeeld met hoorntjes en het haar van Jaromir is ook gekapt in een soort hoorntjes. 

Een van de roodharige kinderen zou Jaromir kunnen zijn, maar zeker is dat allerminst. In oudere literatuur komen wel roodharigen voor, soms in verband met de duivel, maar de bronnen die ik vind, lijken me dubieus. Wel is er in de alchemie een recept voor het maken van goud waarvoor je het bloed van een roodharige man nodig hebt. De tekst daarover wordt geciteerd in het blad Literatuur (jrg. 9, 1992). Het citaat komt een vroeg vijftiende-eeuws handschrift dat zich bevindt in de collectie van de Leidse Universiteitsbibliotheek. Jaromir had in ieder geval belangstelling voor alchemie. 

Het zijn geen verbanden die De storm legt, maar wel associaties die het boek veroorzaakt. Het verhaal suggereert, raakt aan en de rest gebeurt in het hoofd van de lezer. 

Naar de Oost

De verteller ziet Jaromir nog een enkele keer, bij een seance, een verwijzing naar een andere werkelijkheid, waarbij wel aangetekend wordt dat het medium niet haar beste avond had.  en daarna vertrekt Jaromir naar de Oost. Hij wordt getekend met een klewang in zijn hand. De oost wordt afgebeeld als een wereld waarin de natuur onherbergzaam is en vol van gevaren. 

De verteller is maar een getuige, een toeschouwer, maar de onrust is ook in hem gevaren. Hij voelt zich nauwelijks meer thuis in zijn vertrekken. 'Het is of er een ander woont'. De storm heeft de kieren van zijn bestaan gevonden en het is niet duidelijk hoe het met hem verder zal gaan. 

Net als het andere werk van Ibrahim R. Ineke is De storm intrigerend. Juist doordat het niet helemaal grijpbaar is, wat heel goed past bij het onderwerp van deze beeldroman. Alles is weer getekend met de kenmerkende lijn van Ineke, die me altijd zeer aanstaat. In zijn vorige twee beeldromans werd er voor het eerst gebruik gemaakt van kleur. De storm is weer vertrouwd in zwart-wit. 

De uitvoering is in klein formaat, 88 bladzijden dik, een pocket, die je in je binnenzak kunt steken. Je bent er dan ook zo doorheen, maar het verhaal blijft nog lang in je hoofd woelen. 



Titel: De Storm
Tekst en tekeningen: Ibrahim R. Ineke
Uitgever: Sherpa
2026, 88 blz. 12,50 euro (softcover)

Eerder schreef ik over ander werk van Ibrahim R. Ineke:


Geen opmerkingen:

Een reactie posten