Sommige titels uit de Middelnederlandse literatuur kent bijna iedereen: Karel ende Elegast, Van den vos Reynaerde en Beatrijs bijvoorbeeld. Tijdens mijn studie vond ik het heerlijk om teksten te leren kennen waar ik daarvoor nog nooit gehoord had, zoals twee van de Bliscappen van Maria en Die wrake van Ragisel. De literatuur uit de Middeleeuwen is nooit mijn specialiteit geweest, maar ik heb er altijd graag over gelezen en graag over verteld. In de loop van de jaren heb ik er aardig wat van gelezen en van wat ik niet gelezen heb, ken ik meestal wel de titels en de strekking.
Weet- en leeslustige taalminnaars
En dan ineens verschijnt er een hertaling van een tekst waarvan ik nog nooit gehoord had: Van den VII vroeden binnen Rome. In 1889 is die tekst toegankelijk gemaakt door K. Stallaert, een uitgave die terug te vinden is in DBNL. Die was mij ontgaan. Er was indertijd wel kritiek op, bijvoorbeeld door F.A. Stoett. Stallaert schreef dat de tekst nu verstaanbaar was gemaakt voor de 'weet- en leeslustige taalminnaars'. Stoett had een andere mening:
Ik voor mij geloof daarentegen, dat de gedenkstukken onzer voorvaderen geen lectuur zijn voor weet- en leeslustige taalminnaars, doch alleen voor hen zijn bestemd, die de oude letterkunde als wetenschap beoefenen en de taal der middeleeuwen verstaan. Wil men de middeleeuwsche werken voor Jan en alleman verstaanbaar maken, laat men het dan doen zooals het door J.A. Alberdingk-Thijm zoo voortreffelijk is gedaan in zijne uitgave der Karolingsche Verhalen.
Zoals gezegd: ik kende Van den VII vroeden binnen Rome niet, maar nu is er een schitterende hertaling door Ingrid Biesheuvel, die eerder Der naturen bloeme van Jacob van Maerlant hertaalde. Het boek over de zeven vroeden verscheen onder de intrigerende titel Van minzieke vrouwen en ontroostbare weduwen. Je kunt aan het 'Van' in de titel al zien dat het om een oudere tekst gaat. Dat doet namelijk denken aan bijvoorbeeld Van den vos Reynaerde. Tegenwoordig zouden we dat woord vervangen door 'over'.
Ik vermoed dat Stoett enthousiast geweest zou zijn over deze uitgave. Net als Alberdingk Thijm koos Biesheuvel voor een prozatekst, die dicht bij het origineel blijft. In een verantwoording legt ze overtuigend uit waarom ze voor deze vorm heeft gekozen en waarom ze de Middelnederlandse tekst niet heeft opgenomen in haar uitgave.
Van den VII vroeden binnen Rome blijkt niet alleen een prachtig verhaal te zijn, het is ook beroemd. Een deel ervan is afkomstig uit het oosten en indertijd is het verspreid over een groot deel van Europa in allerlei talen, waarbij de Middelnederlandse tekst de vroegste is. Ook op andere plekken op het continent is er nog steeds belangstelling voor het werk. Zo verscheen er vorig jaar een uitgave in het Duits, door Rita Schlusemann, met wie Biesheuvel nauw heeft overlegd. Deze uitgave vind je hier.
Soepel Nederlands
De hertaling van Biesheuvel is geschreven in soepel Nederlands, dat heel lekker leest, zodat het boek voor een breed publiek geschikt is. Je hoeft er niet eens een weet- of leeslustige taalminnaar voor te zijn. Als je houdt van een goed verhaal is Van minzieke vrouwen al geschikt voor je.
Wat is het verhaal? In Rome woont een keizer, die getrouwd is met een lieve en alom beminde vrouw, maar zij overlijdt. Ze laat een kind na, dat de keizer buiten Rome laat opvoeden door zeven wijzen (vroeden). De keizer hertrouwt en zijn nieuwe vrouw beseft dat de zoon van de keizer een bedreiging is voor haar positie.
Die zoon groeit op en rondt zijn opleiding af. Als hij terug zal keren naar het paleis wordt er uit de sterren duidelijk dat zijn leven op het spel staat, maar de jongeman kan ook uit die sterren aflezen dat hij zijn leven kan redden als hij na de ontmoeting met zijn vader zeven dagen niet zal spreken.
De keizerin tracht de jongen, net teruggekeerd in het paleis, te verleiden, een passage die doet denken het Bijbelverhaal over Jozef en de vrouw van Potifar. De prins gaat er niet op in, waarna ze hem ervan beschuldigt haar te hebben willen verkrachten en vermoorden. Zoiets moet natuurlijk bestraft worden. De keizer beveelt om de jongen buiten de stadsmuur te brengen en hem te doden.
De keizerin zet haar verhaal kracht bij door het vertellen van het verhaal over de pijnboom en de uitloper. Die uitloper werd zo krachtig, dat hij de oorspronkelijke boom verdrong. De keizer is overtuigd; de volgende dag zou de prins gedood worden.
Maar dan komt de eerste wijze op de proppen en die zegt tegen de keizer dat door het doden van zijn zoon het de keizer mogelijk net zo zal vergaan als de ridder die zijn woede koelde door zijn hazewindhond te doden en daarmee een groot onrecht beging.
Dat verhaal wil de keizer wel horen, maar dan moet de terechtstelling van de zoon opgeschort worden en dat gebeurt. De keizerin is teleurgesteld en ook zij vertelt een verhaal, waarna de keizer besluit het vonnis toch de volgende dag uit te laten voeren.
Zo gaat het steeds: de keizerin vertelt een verhaal dat de keizer overtuigt, maar voor de terechtstelling is er een wijze die parabel vertelt, waarna de keizer het vonnis terugdraait, waarna de keizerin weer een verhaal vertelt. Nadat ze zeven verhalen heeft verteld en de zeven wijzen ook elk hun eigen verhaal hebben verteld neemt de zoon van de keizer het woord en uiteindelijk loopt het natuurlijk allemaal goed af.
Raamvertelling
Van den VII vroeden binnen Rome is een raamvertelling. Binnen het raam van de dreigende terechtstelling worden er verhalen verteld. Zo'n constructie kennen we ook uit Duizend-en-één nacht en The Canterbury Tales. Dat is het mooie van dit verhaal. Aan de ene kant bevat het elementen die bekend zijn. Zo wordt de jongen opgevoed in een huis dat staat in een tuin die aan alle kanten omheind is, de hortus conclusus. Aan de andere kant is het een heel eigen verhaal.
Behalve dat de tekst voorbeeldig toegankelijk is gemaakt door Ingrid Biesheuvel, heeft Walburgpers het ook nog eens uitgegeven als een mooie hardcover, rijk geïllustreerd door Fred Marschall. Elk hoofdstuk begint met een klein portret van de verteller/vertelster in dat hoofdstuk. Heel gepast, omdat dat doet denken aan een miniatuur, een versierde hoofdletter waarin in oude teksten een hoofdstuk begint. Verder zijn er paginagrote illustraties en kleinere illustraties tussen de tekst door. Het zijn prachtige, realistische tekeningen. Hij zou een uitstekende striptekenaar zijn, dacht ik en dat blijkt hij ook te zijn. Hij komt in ieder geval voor in de Comiclopedia.
Alles bij elkaar (de mooie hertaling, de heldere inleiding en verantwoording, de fraaie tekeningen, de aantrekkelijke manier van uitgeven) maakt Van minzieke vrouwen en ontroostbare weduwen tot een schitterend boek dat een groot publiek verdient. Koop het, lees het, vertel erover.
Ingrid Biesheuvel, Van minzieke vrouwen en ontroostbare weduwen. Middeleeuwse verhalen van de zeven wijzen van Rome. Met illustraties van Fred Marschall. Uitg. Walburgpers, 2026; 152 blz. € 20,00 (hardcover)
Illustratiemateriaal is aangevraagd bij de uitgever. Zo gauw dat binnen is, voeg ik het toe.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten