dinsdag 26 maart 2013

Een dagje naar huis


Op de boekenmarkt bestaan de zuilen nog steeds. Bij christelijke boekhandelaren kreeg de boekenkoper afgelopen actieweek dan ook een christelijk boekenweekgeschenk, dat natuurlijk geen boekenweekgeschenk mag heten. Het is daarom een 'actieboek'. Het heet Een dagje naar huis en het is geschreven door Hans Werkman.

Vorige week wist iemand mij te vertellen dat het boekje van Werkman niet zo goed was en dat de positieve bespreking in het Nederlands Dagblad een vriendendienst zou zijn. De bron leek mij betrouwbaar, al was het wel iemand die Werkmans boekje niet gelezen had. Mijn verwachtingen waren dus niet al te hoog. Werkman is gewoonlijk niet de beste stilist en in zijn boeken hangt altijd iets vreemd broeierigs als er vrouwen ter sprake komen. Ik was benieuwd wat zijn nieuwe boekje te bieden had.

Laat ik het maar meteen zeggen: Een dagje naar huis heeft mij aangenaam verrast. Het is geen topliteratuur, maar die pretentie lijkt het ook niet te hebben. Het is aardig geschreven, met slechts hier en daar een vreemde zin ('mijn stompe nagels kwamen uit de eicel van mijn moeder') en er is maar één passage waarin een vrouw zo beschreven wordt dat je vermoedt dat er van alles woelt in de verteller wanneer hij haar ziet. 'Haar blauwsuède rok en jak zagen er spannend genoeg uit om de bonenstokken te vergeten.' Ook daar trouwens een rare zin. De vrouw draagt een paardenstaart. 'Als dat [haar] lossprong, zou ze vast gaan galopperen'.

Een dagje naar huis vertelt over Joop van der Molen, die wel heel erg op Hans Werkman lijkt. Ergens in de jaren tachtig van de vorige eeuw gaat die Joop naar zijn bejaarde ouders: zijn vader, die schoenmaker geweest is, en zijn moeder, die dementeert en incontinent is. Werkman beschrijft hoe de ouders leven en hoe de wereld door elkaar geraakt is voor zijn moeder: 'Ik weet het niet, ik weet het niet meer, ik weet niet waar ik mezelf moet laten.'

Het is een liefdevol portret geworden. Werkman zet niets extra dik aan en dat hoeft ook niet. Hij beschrijft de situatie en dat is pijnlijk genoeg.

Joop maakt nog een uitstapje naar het pand waarin hij opgegroeid is en vindt (om met Werkman te spreken: 'warempel') nog wat papieren op zolder. Het spreekt vanzelf dat zo'n gang door een leeg huis herinneringen oproept.

Met die herinneringen is iets vreemds aan de hand. Wanneer ze starten in het heden, zijn ze verteld in de ik-vorm, zoals de rest van het boek. Maar enkele hoofdstukken die gevuld zijn met één herinnering, zijn in de hij-vorm verteld en dan wordt de hoofdpersoon aangeduid met 'het jongetje'. Ik kan niet zien dat dat iets aan het boek toevoegt.

In een recensie las ik dat er niet zoveel gebeurt in Een dagje naar huis. Dat is zo, maar ik heb dat eigenlijk niet als een bezwaar ervaren. Een zoon bezoekt zijn ouders, met wie hij niet alleen een heden, maar ook een verleden deelt. Beide worden verkend en dat doet Werkman eigenlijk heel aardig.

Opmerkelijk is dat de ik-figuur niet meer het orthodoxe geloof van de ouders heeft. Dat kwam ik nog niet eerder in een boek van Werkman tegen. Een voorbeeld:
Scherp herinnerde ik mij [...] dat ik die hemelhoge woorden geloofde zoals de twaalfjarige die ik was nu eenmaal geloofde, overzichtelijk, eenvoudig en wel. Maar later was ik twee- en driemaal zo oud geworden, bijna viermaal al.
Ergens anders wordt er gesproken over 'de plaats waar ik probleemloos in God had geloofd'. En de ik-figuur vraagt zich af:
Geloofde ik niet alleen de hersenschimmen van mijn moeder en het neerstortende dakbeschot van dit huis, maar ook de geschiedenis over het leven van de Heer na de dood van de Heer dat mijn vader had voorgelezen uit het beduimelde boek?
Dat is niet bepaald een vlot lopende zin. Gelukkig staan er niet zoveel van dit soort stroeve zinnen in Een dagje naar huis. Het boekje leest gewoon prettig. Het christelijke actieboek is een bescheiden en charmant boekje, dat ook nog geschikt is voor een groot publiek. Veel boekenkopers zullen er blij mee geweest zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen