donderdag 11 juni 2026

De weg weten in een huis dat er niet meer is


Vorige week plaatste ik weer jeugdherinneringen, zoals ik die ooit had opgetekend in een dagboek. De bijdrage ging over de dingen die we in onze jeugd verzamelden: speldjes, sleutelhangers en stickers, maar ook nam ik je mee door het huis van mijn vriendje Gerard. 

Het blijft vreemd dat je nog steeds feilloos de weg kunt weten door een huis dat er niet meer is. In een ander dagboek loop ik in gedachten door het huis waar ik geboren ben. Foto's van dat huis vind je bijvoorbeeld hier. Dat is best een lange tocht en die heb ik hier verder niet gedeeld. 

'Gelukkig hebben we de foto's nog', zouden ze zeggen bij Dit was het nieuws. Ik wist dat er een foto was van het huis van mijn vriendje en ik vond die, na een tijdje zoeken, bij de Facebookgroep Midden Betuwe. Ik plakte hem bij mijn blogpost. 

Goede herinneringen

De dagen erna betrapte ik mezelf erop dat ik verschillende keren de foto bekeek en dat mij dat een goed gevoel had. Blijkbaar heb ik goede herinneringen aan die plek en dat is ook niet zo gek. Spelen met Gerard was immers altijd fijn. Op die plek heb ik dus alleen maar leuke dingen gedaan. 

Zoals je ziet, staat het huis met de zijkant naar de weg. De twee ramen aan de zijkant, naast de voordeur, zijn van de slaapkamer van Gerards ouders, net als het eerste raam, net om de hoek, aan de voorkant. Het andere raam aan de voorkant is iets lager; het is het raam van de kamer. Blijkbaar moest je vanuit de gang een paar treden naar beneden om in de kamer te komen. Dat was ik kwijt. Vrouw Zwijnen zat vaak achter dat raam. Ervoor was een tuintje: een paar oude fruitbomen, een grasperkje en een border met bloemen. Het was een knusse tuin. 

Vrouw Zwijnen keek erop uit en zag de seizoenen voorbijgaan. Aan de andere zijkant was een breed raam dat uitkeek op de uiterwaarden. Het moet een prachtig uitzicht geweest zijn, al herinner ik me niet dat ik mij dat toen realiseerde. Ook het raam van de keuken keek uit op de uiterwaarden. 

Hofstede Koeweide
Gerard leeft helaas niet meer. Na de lagere school ging hij naar de LTS en ik ging naar de mavo. Mogelijk kwam hij bij ons nog wel een tijdje over de vloer en hielp hij bij ons mee op de boerderij. In 1975 vertrok ik naar een internaat in Gouda, waar ik de hoogste klassen van de havo zou doorlopen en de PA (Pedagogische Academie, voorloper van de PABO, opvolger van de kweekschool). Gerard ging werken als monteur bij Vogelenzang. 

Koeweide

Het huis van Gerard en zijn ouders moest verdwijnen en het gezin verhuisde naar het huis van een oom van Gerard, broer van zijn moeder: Wimke Gerritsen, die zichzelf wel Wim Gerritsen genoemd zal hebben. Ook daar ben ik nog verschillende keren geweest. Ik herinner me de vorige bewoner nog: een aardige man met een snor als een borstel. De laatste keer dat ik in het huis was, had Gerard al twee kinderen, die in de box in de kamer stonden. 

Ook dat huis stond aan de dijk, maar niet boven aan de dijk, maar aan de voet ervan. Op het huis stond de naam Koeweide. Een van de weilanden (wij zeiden de polders) draagt de naam Koeweide. Die was bij ons bekend. Heeft het huis later de naam van het buitendijkse weiland gekregen of had het die altijd al maar stond die niet op de gevel? Ik weet het niet. 

Gerard was al op vrij jonge leeftijd getrouwd. 'Gerrie is de naam van de merrie', zei hij. Het huwelijk hield uiteindelijk geen stand en voor zover ik weet heeft Gerard veel gedaan aan de opvoeding van de kinderen. Nog weer later werd hij ziek en overleed hij. In die tijd zagen we elkaar al niet meer. 

Maar nu ik de foto van het huis boven aan de dijk zie, moet ik vaak aan hem denken. Ik vermoed dat ik nog wat herinneringen aan hem in mijn dagboeken heb. Die zal ik eens opzoeken. Ook hoe ik op een verjaardag een geintje met hem dacht uit te halen en hem toen behoorlijk pijn deed. 

Gerard

12,5 jaar getrouwd

Ik herinner me ook nog dat mijn ouders 12,5 jaar getrouwd waren. Het werd gewoon bij ons thuis gehouden. Er stonden wel extra tafels in de kamer, waarrond de rest van de familie zat, er was wit papier over de tafels gelegd en er waren klapstoelen gehaald. 

Het moet maart 1970 geweest zijn. Ik zou in juni 11 jaar oud worden. Vrouw Zwijnen vond dat er wel iets leuks gedaan moest gedaan Ze schreef een paar gedichtjes die mijn zus Lientje, Gerard en ik moesten voorlezen en voor zichzelf had ze ook een gedicht. We kregen allemaal een raar hoofddeksel op en brachten onze tekst. Ik had die uit mijn hoofd geleerd en was er trots op dat ik die zonder haperen kon opzeggen. Vooral Alie, vrouw Zwijnen, oogstte veel hilariteit met haar uitdossing en haar tekst. 

Zus Lientje (Carolien)

Verder was het gezin Zwijnen waarschijnlijk de start van mijn liefde voor strips. Het gezin las de Sjors en de Tina. Al die Sjorsen kreeg ik mee als het gezin ze uit had en soms gingen er ook wat Tina's mee. Ook hadden ze dikke stripboeken van Sjors en Sjimmie getekend door Frans Piët. Over Sjors en Sjimmie bij de Baanbrekers schreef ik al een keer. De andere ingang tot de strips kreeg ik bij mijn neefje Gertje (later Gerrit) van tante Gerrie, die geabonneerd was op de Donald Duck. 

Als ik op een rommelmarkt oude exemplaren van Sjors of Donald Duck zie, koop ik ze. Ik moet onderhand eens gaan inventariseren wat ik heb. Compleet zullen de jaargangen niet zijn en ik zal ook exemplaren dubbel hebben. Afgelopen zondag kocht ik nog anderhalve jaargang van Tina op een markt in Arnhem (1973, 1974). Hopelijk kom ik ooit aan het herlezen toe. Gewoonlijk plaats ik alleen maar jeugdherinneringen die ik al eerder heb opgeschreven, maar omdat de foto van het huis van het gezin van Gerard mij bleef trekken, ben ik daar voor deze keer maar van afgeweken. Dat gaat misschien vaker gebeuren. 

Vrouw Zwijnen

Geen opmerkingen:

Een reactie posten