dinsdag 6 november 2018

Kinderland (Mawil)


Opgroeien in de DDR, hoe was dat eigenlijk? Er zijn, voor zover ik weet, geen stapels met boeken in het Nederlands die ons dat uitgebreid vertellen. We kennen natuurlijk de film Good Bye Lenin (2003, dus ook alweer vijftien jaar oud), waarin we nostalgie vinden naar de tijd van voor de val van de Muur. Maar verder?

De graphic novel Kinderland, van Mawil, geeft ons een inkijkje in wat ooit het andere Duitsland was. Plaats: Oost-Berlijn, tijd: vlak voor de val van Muur (1989), maar omdat niemand in de toekomst kan kijken, weten de personages nog niet dat de Muur snel zal vallen.

Mirco

Hoofdpersoon is het jongetje Mirco Watzke, die ook wel 'Huilebalk' wordt genoemd. Een jongetje met een brilletje en het haar in een matje. Gezien de foto achter op het boek, zou het Mawil zelf als kind geweest kunnen zijn. Er komt een nieuwe jongen op school, Torsten Maslowski, die veel stoerder is. Mirco en Torsten zullen een duo gaan vormen.

Op school is tafeltennis een belangrijke bezigheid en gelukkig kan Mirco dat goed. Sommige kinderen gebruiken een boek als batje en als een echt batje kapotgaat, is er niet zomaar een nieuwe. Sommige spullen zijn schaars en een goed cassettebandje, waarop je westerse muziek kunt opnemen is bijvoorbeeld al een heel bezit.

De kinderen zijn verenigd in jeugdverenigingen: de Jungpioniere (van zes tot tien jaar) en de Thälmann-Pioniere (van tien tot veertien), afdelingen van de Freie Deutsche Jugend (FDJ). De leden dragen uniformen en er zijn parades, compleet met vlaggen.

Angela Werkel

Sommige kinderen dragen ook op school het uniform, zoals het meisje dat wij waarschijnlijk een klassenvertegenwoordiger zouden noemen. Bij het begin van de les meldt ze zich bij de leraar: 'Klas 7a meldt zich en is klaar voor de les! Peggy Kachelsky ontbreekt.' Het voorbeeldige meisje heet Angela Werkel, en die naam zal niet voor niets erg veel lijken op die van de Bondskanselier. Bij haar geboorte droeg die overigens de naam Kasner. Angela is, net als de bekende Angela, een geboren leidster. Als er vergaderd moet worden door de leerlingen is zij voorzitter.

'Peggy Kachelsky ontbreekt,' meldde Angela. Later krijgen we te horen dat het gezin Kachelsky naar het westen is gevlucht. De lerares Russisch, een hardliner, reageert als Lydia, een vriendinnetje van Peggy, moet huilen: 'Jaaa... dat is een bittere pil, als je door je beste vriendin in de steek wordt gelaten. (...) Peggy en haar ouders ontbrak het in ons land aan niets... Als ze dan toch zo makkelijk bezwijken voor de goedkope verlokkingen van het Westen, dan hoef je ook geen traan om ze te laten.'

Dat klinkt nogal hard, maar subtiel laat Mawil zien, dat de lerares ook gevangen zit in een systeem waarin ze niet anders kan zeggen, al heeft ze er wel andere gevoelens bij. Als Mirco en Torsten onverwacht bij mevrouw Kranz langskomen, ziet die nog net kans om Der Spiegel onder een krant te schuiven.

Het missen van mensen die naar het Westen gaan, komt verschillende keren in Kinderland terug. Ook de vader van Torsten is bijvoorbeeld weg. Mirco betrapt zijn ouders als ze aan het praten zijn over naar het Westen gaan. Voor hem is dat (ook) een bedreiging van het leventje dat hij kent.

Verhaallijn

In Kinderland werkt Mawil met een lange verhaallijn: het leven van de kinderen op een school in Oost-Berlijn, maar het verhaal is opgebouwd uit korte stukjes, scènes, die soms onafgerond zijn: het zijn uitsneden uit het leven en samen geven ze een goed beeld van dat leven.

Het verhaal bereikt zijn hoogtepunt op de dag dat er een tafeltennistoernooi zal zijn. Mirco heeft zich er erg voor ingezet, maar hij mag niet meedoen. Juist dat is de dag waarop de Muur valt. Voor het eerst komen Mirco en zijn ouders in West-Berlijn. Maar dat zet wel zijn vriendschap met Torsten onder druk.

Die vriendschap is warm thema in het boek. Veel dingen zijn niet wat ze moeten of kunnen zijn in het leven van Mirco en Torsten, maar ze hebben elkaar. Ze verschillen onderling behoorlijk, maar op een of andere manier is dat geen beletsel. Ze willen zelfs bloedbroeders zijn, zoals ze gezien hebben in een western.

Kinderen zijn kinderen

Kinderland is een prachtige beeldroman. Het verhaal laat ons zien dat kinderen altijd hetzelfde zijn: de ruzies, de vriendschappen, de verlangens, de ouders, de school, de pesterijen, de avonturen. De omstandigheden zijn anders dan die wij kennen, maar iedereen probeert er in het leven gewoon het beste van te maken, net als overal, net als altijd.

Tegelijkertijd geeft Kinderland een beeld van een land in een bepaalde tijd. De schaarste aan spullen, de ideologie, de verhalen over het Westen, de Frei Körper Kultur. In deze omgeving worden kinderen groot. In het laatste plaatje, als Mirco in een auto zit, wordt tegen hem gezegd: 'Jullie zijn toch geen kinderen meer!'

Er komt ooit een eind aan het Kinderland en met alles wat je meegemaakt hebt als bagage, rijd je het land van de volwassenheid in. Mirco zal nog zwaardere strijd moeten leveren dan het winnen van een tafeltenniswedstrijd, maar hij heeft ook veel positiefs waarop hij altijd kan steunen, zoals een vriendschap. Je weet dat er altijd mensen zullen zijn op wie je kunt steunen.

Schattig

Mawil heeft gekozen voor tekeningen die passen bij de leeftijd van de hoofdpersonen. Dat geeft de personages iets aandoenlijks en misschien zelfs iets schattigs. Dat draagt bij aan de positieve sfeer die in het verhaal hangt. Maar het is ook bedrieglijke. Achter al die 'schattigheid' gaat een wereld schuil waarin mensen geliefden kwijtraken. Dat had natuurlijk zwaar aangezet kunnen worden met dramatische tekeningen, maar misschien werkt het juist beter en komt het juist harder aan door de manier waarop Mawil het aangepakt heeft.

Tijdens het lezen kreeg ik ook een associatie met De dagelijkse worsteling (zie hier) van Manu Larcenet, waarbij de tekeningen luchtiger zijn dan het onderwerp.

Af en toe praten personages, net als in het echte leven, door elkaar. Mawil laat dat goed zien door tekstballonnen gedeeltelijk over elkaar te plaatsen. Bij een verhaal als Kinderland heb je de neiging om maar door te lezen en meer de tekst te lezen dan de plaatjes. Juist zo'n ingreep als met de tekstballonnen bepaalt je weer bij het medium en je ziet hoe goed Mawil dat beheerst.

Je zou kunnen zeggen dat Kinderland een bescheiden boek is: het tekent het leven van zomaar een jongetje. Maar in die kleine geschiedenis lezen we de grote geschiedenis, waardoor het leventje van Mirco een tijdsbeeld wordt van een beslissend moment in de geschiedenis. Dat is bijzonder goed gelukt. Kinderland heeft het in zich om een klassieker te worden.

Kinderland werd in 2014 bekroond met de Max und Moritz-prijs voor Beste Duitstalige Strip tijdens de internationale Comic-Salon Erlangen.

Titel: Kinderland. Een jeugd in de schaduw van de muur.
Tekst en tekeningen: Mawil
Uitgever: Soul Food Comics
Arnhem 2018, 296 blz. gebonden, € 27,50




vrijdag 2 november 2018

Aeropostale -Legendarische piloten, deel 2: Mermoz (Bec / Dumas / Saïto)


Bij uitgeverij Silvester verschijnt een albumreeks over legendarische piloten. In deel 2 staat luchtvaartpionier Jean Mermoz centraal. In dit album krijgen we het verslag twee vluchten: die in het 'heden' vindt plaats op 12 mei 1930: het vliegtuig 'Comte la Valaux' steekt de Zuid-Atlantische Oceaan over, op weg naar Brazilië. Onderweg moeten ze 'de doldrum' passeren.

Eigenlijk dacht ik dat we alleen van 'de doldrums' spraken, die ook wel de Inter-Tropische Convergentie Zone wordt genoemd, de gordel waar de luchtstromen van beide halfronden samenkomen. Het weer kan daar sterk variëren: perioden van windstilte, maar ook zware buien, stormen en onweer.

Het vliegtuig, waar Jean Mermoz aan de stuurknuppel zit, moet door een stapeling van wolken en dus door zware buien gaan en er mag niet te veel brandstof verspild worden. Bovendien blijkt in de hoosbuien dat het vliegtuig niet helemaal waterdicht is. De toestand is dus precair.

Twee verhalen

Door dit verhaal is een ander verhaal 'gesneden': een herinnering van Mermoz. Midden in de woestijn heeft hij zijn vliegtuig aan de grond moeten zetten. Hij is alleen met een tolk, die geen Frans verstaat. Het is de vraag of ze gevonden zullen worden en als dat gebeurt door de vijandige Moren, zijn ze misschien niet eens beter af.

Terwijl het vliegtuig de strijd aangaat met het noodweer, krijgen we stukje bij beetje het verhaal te lezen over de woestijntocht. We weten dan al dat die goed afloopt: anders had Mermoz nu immers niet achter de stuurknuppel kunnen zitten. Maar of de tocht door de doldrums zal lukken, is nog maar de vraag.

Die afwisseling van de verhalen werkt goed, vooral ook omdat de omstandigheden in de twee geschiedenissen totaal verschillen: water tegenover droogte. Warm is het overigens in beide gevallen. Midden in de buien is het in het vliegtuig zelfs zo warm dat de mannen kleding moeten uittrekken.

Goed scenario

De scenarist, Christophe Bec, heeft goed werk geleverd: het verhaal blijft tot het einde spannend. De tekeningen, van Patrick A. Dumas, zijn wel in orde maar het computerachtige is op sommige momenten voor mij wel storend. Dat zal ook met de inkleuring te maken hebben (door Diogo Saïto). De dreiging en het noodweer (met de oplichtende bliksem) zijn bijvoorbeeld goed getroffen, maar het geheel doet me net iets te gladjes, te gelikt aan.

Als Mermoz gevangengenomen is bijvoorbeeld, wordt hij niet zachtzinnig behandeld. Maar zijn verwondingen zijn allerminst afschrikwekkend. Ze lijken eerder esthetisch verantwoord, waarbij de wonden alleen maar een soort patroontje op de huid lijken. Mermoz is verder getekend als een bodybuilder. Ik vraag me af in hoeverre dat overeenkomt met de werkelijkheid. Het is me net te mooiig, te esthetisch, te plastic.

Verder vliegt het vliegtuig op de tekeningen steeds te dicht boven de golven. Er wordt in de tekst vermeld dat de hoogte vijftig meter is en ik snap wel dat dat niet lekker tekent: als je dat in een plaatje wilt vangen, moet je het vliegtuig vrij klein weergeven. De manier waarop de situatie nu weergegeven is, is spectaculairder. Maar dan had misschien die vijftig meter niet in de tekst genoemd moeten worden.

Zoals gezegd: de tekeningen ogen te gladjes, maar het verhaal zit goed in elkaar en neemt je werkelijk mee, zodat je je (bijna) nergens meer aan stoort.



Aeropostale - Legendarische Piloten deel 2: Mermoz
Scenario: Christophe Bec
Tekeningen: Patrick A. Dumas
Inkleuring: Diogo Saïto
Uitgever: Silvester, 's-Hertogenbosch 2018
48 blz., hardcover, € 16,95

donderdag 1 november 2018

Podcast: De Grote Harry Bannink Podcast


Op 1 juni 2017 startte De Grote Harry Bannink Podcast. Indertijd was ik er snel bij: DGHBP was pas een paar afleveringen ver, zodat ik weinig hoefde in te halen. Daarna heb ik alle (ja, alle) afleveringen beluisterd.

De naam zegt het al: de podcast gaat over het werk van de componist Harry Bannink. Iedereen kent hem of kent in ieder geval zijn liedjes: die op tekst van Annie M.G. Schmidt, die van Sesamstraat, die van Klokhuis, die van De film van Ome Willem. Het moeten er enkele duizenden zijn.

Tientallen interviews

Gijs Groenteman bewondert het werk van Harry Bannink en bewondering is altijd een mooi uitgangspunt voor een podcast. Groenteman verzamelde zoveel mogelijk liedjes en ging daarna op bezoek bij mensen die met Bannink gewerkt hebben. Een greep: Loes Luca, Hans Dorrestijn, Edwin Rutten, Henny Vrienten, Aart Staartjes, Frank Groothof, Joost Prinsen, Jan Boerstoel, Fetze Pijlman, Rob Chrispijn, Eli Asser, Jenny Arean en meer, veel meer: tot nu toe 37 stuks. Je vindt ze bijvoorbeeld hier.

Luisteren naar de podcast is heerlijk. Natuurlijk vanwege al de liedjes die voorbijkomen, waarvan sommige heerlijk herkenbaar zijn en andere verrassend omdat je ze niet kent. Ik heb dagenlang het lied gezongen over Johnny Afdruiprekje en het lied Pas geteerd blijkt een van de beste die ik van Dorrestijn ken. En de gesprekken zijn ook een feest, omdat daaruit een mooi beeld oprijst van Harry Bannink: een meneer met een tas, vriendelijk, schuchter en tegelijkertijd een geweldig componist die werkte in een razend tempo.

De liedjes die Groenteman laat horen, brengen de gesprekken goed op gang: de geïnterviewden raken ontroerd, verrast, verbaasd. Ze gaan in gedachten terug naar de tijd toen ze dicht bij Bannink waren en diepen anekdotes op uit hun geheugen.

Goed interviewer

En Groenteman is een goed interviewer. Hij heeft een wat lijzige stem, die hem iets slooms geeft, maar hij is een scherp luisteraar. Verschillende keren vat hij wat de geïnterviewde gezegd heeft in eigen woorden samen. Hij voegt daar dan een beetje interpretatie aan toe, wat weer als een vraag werkt en de geïnterviewde aan het praten brengt.

Bovenal zit hij ons niet in de weg. Hij is volkomen dienstbaar aan zijn project en juist daarom doet hij het zo goed. Groenteman wil het uiterste uit het gesprek halen en doet dat door zijn gesprekspartners veel ruimte te geven, maar ook door ze af en toe tegengas te geven. Nergens zullen ze hem als een tegenstander ervaren. Ook als hij een beetje duwt, doet hij dat om de geïnterviewde te dwingen nog nauwkeuriger te zijn, nog beter na te denken, nog gedetailleerder herinneringen boven te halen.

Soms heeft hij iets weeks ('Dus Harry was gewoon een lieverd?'), maar meestal stoort mij dat niet.

In ieder geval heeft Gijs Groenteman met zijn serie gesprekken, waaraan nog heel af en toe een gesprek wordt toegevoegd, niet alleen een prachtig monument voor Harry Bannink opgericht, maar ook een uitstekend stuk geschiedenis van de kleinkunst gemaakt.

Theater

Intussen breidt het project zich uit. Groenteman is het theater in gegaan, samen met Frank Groothof. Die laatste zingt de liedjes, Groenteman vertelt, Dick van der Stoep speelt piano. Het zal prachtig zijn.

Gijs Groenteman maakt ook de podcast Met Groenteman in de kast, die vroeger Het Volkskrantgeluid Cultuur heette. Die podcast is veel wisselender van kwaliteit, maar daarover een andere keer.

woensdag 31 oktober 2018

Blueberry, Gebroken Neus (Giraud/Charlier) / De wereld van Gir


Ach, ons veilige leventje, met de warme maaltijd en de koffie precies op tijd, met de stoep voor het huis waar geen tegel scheef ligt, met de gewiede tuintjes in de buurt en de hondenpoep die keurig in een plastic zakje verdwijnt. Dat is heel comfortabel.

Maar blijkbaar leeft er ook iets in ons dat gevaar wil, onvoorspelbaarheid, ruigheid, geweld. We kunnen dat op verschillende manieren opzoeken, maar we hoeven er niet het huis voor uit. We vinden het in het boek op onze schoot, knus op de bank. 

Zouden we van westerns houden, juist omdat ons leven zo geregeld verloopt? Wie weet. Jean Giraud levert ons met zijn tekeningen genoeg ongeregeldheid. Blueberry is een soldaat die zich niet aan de regels houdt, iemand die eigenzinnig is en het gevaar niet uit de weg gaat. Bepaald geen cowboy met gepoetste laarzen.

Gebroken Neus

In Gebroken Neus, weer naar een scenario van Jean-Michel Charlier, treffen we Blueberry aan bij de Navajo's (of Apachen, de namen worden hier door elkaar gebruikt) onder de naam Tsi-Na-Pa, Gebroken Neus. De stam is zo'n beetje de enige plaats waar hij zich kan vertonen. Daarbuiten wordt er op hem gejaagd.

Ook in dit deel van Blueberry is het weer spannend: het is een verhaal waarin je als lezer kunt verdwijnen. Rivaliteit binnen de stam, een kwetsbaar fort, de poging een bloedbad te voorkomen en dan is er ook nog een vrouw in het spel - er zijn genoeg elementen aanwezig om de spanning op te voeren. Charlier heeft het verhaal weer goed in elkaar gezet en Giraud heeft er prachtige tekeningen van gemaakt. 

Net als bij de vorige albums in deze serie, waarover ik hier al schreef, is de uitvoering van uitgeverij Sherpa in groot formaat en in zwartwit, waardoor je nog meer aandacht hebt voor lijnvoering en voor de tekentechniek. Die is bij Giraud altijd dik in orde. Hij kan uitstekend karakterkoppen tekenen en bewegingen van het lichaam zijn bij hem altijd natuurlijk. 

In het album zijn veel hoogtepunten aan te wijzen. De bladzijden waarop Blueberry met blote handen een arendsveer (of beter: een hele arend) te pakken probeert te krijgen, zijn bijvoorbeeld fascinerend. 

Aan het eind van het verhaal is er nog een fraaie covergalerij en we krijgen verder een illustratie van de  opmerkelijke verschillen van inkleuring bij de voorpublicatie en het uiteindelijke album. 

De wereld van Gir

Wie het mooie, grote boek omdraait en van de achterkant begint te bladeren, komt in een ander deel terecht: De wereld van Gir. In dit deel is van alles bij elkaar geveegd: een biografisch gedeelte, een interview in twee delen, hommages, een portfolio, een afdeling over Giraud en de film. Zeer behartigenswaardig allemaal en met mooie grote illustraties bij de artikelen.

Het is een beetje een ratjetoe, maar dat betekent ook dat iedereen wel iets van zijn gading in vindt. In ieder geval passen de artikelen in deze reeks waarin een zo volledig mogelijk beeld gegeven wordt van alles wat met Blueberry te maken heeft.

De uitgaven van Sherpa zien er altijd goed uit: mooie gebonden boeken, het goede papier, veel aandacht voor vormgeving. De liefhebbers zullen de delen met plezier naast elkaar in de boekenkast zetten. En die van tijd tot tijd er weer uit halen om te lezen en te kijken natuurlijk. 


Blueberry: Gebroken Neus (Jean Michel Charlier / Jean Giraud) en De wereld van Gir (Giraud en anderen).
Uitg. Sherpa, Haarlem 2018, groot formaat, hardcover, 128 pagina's €49,95.
Luxe editie € 75,00

dinsdag 30 oktober 2018

Afgestoft: Perfecte stilte (Thomas Verbogt)

Soms kom ik een oudere tekst tegen die ik wel gepubliceerd heb, maar niet hier. Deze keer is dat de recensie van de roman Perfecte stilte van Thomas Verbogt. Het artikel stond op 26 augustus 2011 in Nederlands Dagblad. 

Dat ik het nu heb afgestoft, zal ook wel te maken hebben met het feit dat ik de laatste roman van Verbogt, Hoe alles moest beginnen nog steeds niet gelezen heb, hoewel ik dat wel van plan was. Ik nam het boek zelfs op in het lijstje met de beste boeken van 2017 die ik niet gelezen heb. Wie weet, komt het er ooit van. In ieder geval las ik Perfecte stilte wel. Ik herinner het me als een mooi boek.


De moed je leven onder ogen te zien

Al voordat je Perfecte stilte van Thomas Verbogt begint te lezen, weet je dat je een mooi boek in de hand hebt: flappen aan voor- en achterkaft en een mooie, rustige bladspiegel. Dat leest al lekker. Niet alleen het boek is in orde, ook de roman deugt.

Het lijkt documentairemaker David Kromweg aardig goed te gaan, maar al in het eerste hoofdstuk is er een lichte dreiging. Hij hoort zijn partner Emma aan de telefoon 'leuk' zeggen.

Mensen moeten daar zuinig mee zijn, iets 'een leuk idee' noemen. Emma zegt het om haar moeder een plezier te doen, maar dan nog. In zijn columns in De Gelderlander heeft Verbogt zich vaker uitgelaten over de devaluatie van woorden als 'leuk' en 'grappig'. Nu David zo'n woord uit Emma's mond hoort, merk je eigenlijk meteen al de afstand tussen hen.

David en Emma gaan dan ook uit elkaar. Het gesprek dat ze daarover hebben, is een van de hoogtepunten van Perfecte stilte. Twee mensen die zichzelf en elkaar onderzoeken, die zoeken naar wat er nog over is en hoe het verder moet en waarom het niet verder kan. Het is een intiem gesprek en daarom is het des te schrijnender dat het waarschijnlijk hun laatste echte gesprek is.

Dat David en Emma zo'n gesprek hebben, heeft een bijzondere aanleiding. David besloot in te grijpen toen hij zag hoe een vrouw werd afgetuigd en werd daardoor zelf in elkaar geslagen. Misschien was hij onbezonnen of overmoedig, maar in ieder geval was hij niet laf. En juist met zijn lafheid was David op dat moment aan het worstelen.

Door zijn betrokkenheid bij dit geval van zinloos geweld gaat er van alles verschuiven in Davids leven. Hij moet zijn leven onder ogen zien, inclusief alles wat er in het verleden is gebeurd en hij moet keuzes maken.

Consequenties

In dat verleden is er nogal wat gebeurd. David, zijn vriend Simon en zijn vriendin Valerie vormen als middelbare scholieren een driemanschap. Tussen hun huizen is maar een smal steegje en vaak springen ze van het ene dak naar het andere. Totdat Valerie niet over de smalle kloof springt, maar naar beneden. En David weet waarom ze dat doet, maar hij zal het niet zeggen als haar moeder er jaren later nog eens naar vraagt.

Als documentairemaker vraagt David wel eens aan een geïnterviewde hoe moedig die is. Maar hij moet de vraag ook aan zichzelf stellen. Het verleden onder ogen zien en daar consequenties aan verbinden vraagt meer moed van hem dan opkomen voor een vrouw die slachtoffer is van zinloos geweld. Uiteindelijk blijkt hij die moed wel op te kunnen brengen.

Het boek eindigt met een gesprek tussen David en de vrouw die in elkaar geslagen is. Ze weten van elkaar of ze passanten zijn in elkaars leven of niet. Juist de voorbijgangers maken je kwetsbaar, hebben ze gemerkt.

Kleinigheden

Perfecte stilte is geen perfecte roman. Zo blijft het maar vaag wat nu de lichamelijke gevolgen zijn van de mishandeling van de hoofdpersoon; het lijkt of zijn lijf er niets aan overhoudt. Ook zakt een enkele keer het verhaal een beetje in. Maar uiteindelijk zijn dat kleinigheden.

Verbogt heeft een roman geschreven die leest als een trein, waarin prachtige passages staan en die ook nog eens ergens over gaat. Ook nadat je Perfecte stilte hebt gelezen kun je niet anders dan denken: mooi boek.

Perfecte stilte (roman)
Thomas Verbogt. Uitg. Nieuw Amsterdam, Amsterdam 2011. 208 blz. 18,50

maandag 29 oktober 2018

Het eigenwijze potlood (Carel Peeters)


Op de site van Literair Nederland werd onlangs mijn recensie van een boek van Carel Peeters geplaatst. Hij behandelt daarin twintig tekenaars die hij 'literair' acht.

Carel Peeters 'leest' twintig literaire tekenaars


In de ‘Coda’, het nawoord van Het eigenwijze potlood, legt Carel Peeters uit wat hij bedoelt met de ondertitel van zijn nieuwe boek, ‘20 literaire tekenaars’. Het gaat om tekenaars die ‘verder willen kijken’: ‘Ze tekenen met resonantie. Er klinkt humoristisch, filosofisch, psychologisch of literair iets mee dat niet vervliegt bij de eerste blik, zoals vaak met cartoons.’ En verder hebben deze tekenaars ‘ook allemaal iets met literatuur en boeken.’
Peeters heeft ervaring met tekenaars die ‘iets’ hebben met literatuur. Hij zwaaide indertijd de scepter over de boekenbijlage van Vrij Nederland, waar ook werk van sommige van deze tekenaars werd geplaatst. Verder zijn het allemaal erkende grootheden, van wie de namen bij menigeen bekend zullen klinken: Peter Vos, Joost Swarte, Peter van Straaten, Jeroen Henneman, Siegfried Woldhek en Dick Bruna bijvoorbeeld, of van over de landsgrenzen: Glen Baxter, David Levine, Wilhelm Busch, Walter Trier en Saul Steinberg.
Biografische elementen blijven veelal ongenoemd in de portretten die Peeters van deze tekenaars schetst: geen geboorte- en sterfdata, geen opsomming van boeken of exposities. Peeters probeert de kern van de tekenaar te raken en zegt daarbij ook wel iets over de techniek, al blijft dat meestal beperkt. De thematiek van het werk krijgt vaak meer aandacht.
Peeters probeert dat werk te vangen in een omschrijving: ‘Bij Jeroen Henneman komt alles samen in de begrippen afstand en vernuft.’ Of: ‘ze [de tekeningen van Glen Baxter] zijn ironisch-nostalgisch-surrealistisch-anarchistisch en dadaïstisch’. Bij zo’n laatste omschrijving kun je je ook afvragen of er nog iets is wat die tekeningen niet zijn.
Bij wat Peeters beweert, noemt hij vaak tekeningen die wat hij zegt illustreren. Maar het navertellen van tekeningen is eigenlijk nooit een goed idee en zeker niet als het gebeurt in een lange opsomming. Misschien was het dan beter geweest om meer tekeningen op te nemen. Bij Peter van Straaten, volstaat Peeters zelfs met opnoemen van de onderschriften, alsof de tekeningen er minder toe doen. Daarbij geeft hij bovendien de onderschriften niet altijd correct weer.
Bij het beschrijven van tekeningen ontkom je niet altijd aan interpretatie. Maar als het beeld ontbreekt, kan de lezer niet controleren of de beschrijving wel klopt. Over een portret van de zangeres/actrice Björk, gemaakt door Philippe Petit-Roulet schrijft Peeters: ‘En Petit-Roulet heeft vlug door dat Björk een originele verkleedpop is en een verwende prinses. Dat laat hij in alle eenvoud zien door haar een rood jurkje aan te geven, arrogant uit twee spleetoogjes te laten kijken en een kroontje op te zetten.’
Dat portret staat toevallig wel afgedrukt en, zonder verdere context, kan een kijker ook tot een volstrekt andere interpretatie komen: dat kroontje kan erop duiden dat Björk een vorstin is, vergeleken met anderen. De wezens om haar heen zijn dan ook stuk voor stuk veel kleiner getekend. De tekening zou daarom ook bewonderend kunnen zijn. Wellicht heeft Peeters andere informatie van buiten de tekening, maar die deelt hij dan weer niet met de lezer.
Lees de rest van de recensie hier.
Björk, door Philippe Petit-Rolet

zondag 28 oktober 2018

Pegasus & Kamp Mooi-Land (Nico Schuurman)



Nico Schuurman werkt al jaren aan een project: de oorlog in Ede en omgeving verstrippen. Dat leverde tot nu toe de volgende albums op: Grebbeline 1940. Bloedspoor (2012) en Ede 1944 & Market Garden (2014). Nu is er weer een deel verschenen: Pegasus & Kamp Mooi-Land.

Net als in de vorige delen kijken we mee door de ogen van het jongetje Adriaan. Zijn vader wordt aan het werk gezet in kamp Mooi-Land, een voormalig doopsgezind bejaardenhuis in Doorwerth. Adriaan bezoekt hem daar een keer.

Werkkamp

Het is mooi dat Schuurman schrijft over een werkkamp. Voor die kampen is lange tijd weinig aandacht geweest. In 2015 verscheen de roman Wij hadden het leven lief van Janne IJmker, waarin hetzelfde onderwerp centraal staat, maar het is een onderbelicht hoofdstuk in de oorlogsgeschiedenis.

De gebeurtenissen in de tweede helft van het album, Operatie Pegasus, zijn bekender: in 1944 zijn er twee operaties geweest waarbij geallieerde militairen geëvacueerd werden naar bevrijd gebied. De eerste operatie was een succes, de tweede niet.

Schuurman heeft zich voor het hele album, zoals bij hem gebruikelijk is, goed gedocumenteerd: de gebeurtenissen en de omstandigheden moeten kloppen. Daarmee levert hij een mooie bijdrage aan de plaatselijke geschiedschrijving. Ook aan de manier waarop hij bijvoorbeeld een V2 tekent, zie je dat hij zich nauwkeurig ingelezen heeft.

Tijdens het lezen kom je allerlei aardige feitjes aan de weet. Duitsers hadden geen jeeps, maar ze maakten die wel eens buit en op de Veluwe waren ook marine-officieren actief. Dat was mij allemaal niet bekend. Ook wist ik niet dat een van de kazernes in brand is gestoken. Schuurman heeft zich voor de research voor dit album laten bijstaan door het Platform Militaire Historie Ede.

Betrokkenheid

De kracht van de albums van Schuurman is zijn betrokkenheid bij het onderwerp en zijn drang om de geschiedenis zo goed mogelijk mogelijk te schetsen. Die gedrevenheid merk je door het hele album. De verhaallijnen met Adriaan werken goed, maar soms moet hij die laten liggen, omdat hij informatie kwijt wil die buiten Adriaan om gaat.

Soms is de verhaallijn niet zo geloofwaardig. Adriaan vraagt zich bijvoorbeeld af waarom hij de Duitsers zo haat. Maar daarna bedenkt hij zoveel voorbeelden van wandaden in zijn omgeving, dat het onwaarschijnlijk is dat die vraag bij hem op dat moment opgekomen is.

Tekeningen

De tekeningen zijn duidelijk, maar je ziet wel de moeilijkheden waarmee Schuurman geworsteld heeft: het perspectief is in sommige afbeeldingen gebrekkig en de personen hebben vaak een zekere houterigheid. Vooral handen blijken lastig: meestal zijn ze te groot en de manier waarop iets vastgehouden wordt is soms onnatuurlijk.

Dat is jammer, maar in een educatieve strip als deze is de inhoud wellicht belangrijker. Ik vermoed dat de lezers er wel doorheen lezen.



Titel: Pegasus & Kamp Mooi-Land
Tekst en tekeningen: Nico Schuurman
Uitgever: Nico Schuurman Comics
hardcover, 60 blz.