Hij was een goed mens, maar een onbruikbaar maatschappij-lid. Als zonderling werd hij door engdenkenden gehaat of bespot als een goedaardige krankzinnige. Die hem kenden hadden hem lief.
Dat schreef Auguste Charles Hugo Boissevain aan Frederik van Eeden op 20 juli 1919, kort na het overlijden van Johan Andreas dèr Mouw (1863 - 1919). Hij schreef gedichten onder de naam Adwaita. Zijn beroemdste gedicht begint met de regel ''K ben Brahman. Maar we zitten zonder meid.'
Dèr Mouw trouwde met Hendrika (Nans) van Enst, een huwelijk dat niet geconsummeerd werd. Dèr Mouw viel (ook) op mannen/jongens. In 1902 adopteerde het echtpaar een meisje, Teuntje (ook wel Toosje) Vink, wier moeder overleden was. Ze kreeg de naam Hetty.
Over de brieven die hij aan deze dochter schreef is een mooi boekje verschenen: Dag mijn zoet krekeltje, van Guus Luijters (1943 - 2025). Van hem besprak ik het boek met zijn herinneringen, Laatste brood. Luijters geeft een schets van het leven van Dèr Mouw en daarna alle brieven aan Hetty, met aantekeningen.
Het schandaal van Doetinchem
In 1888 was Dèr Mouw leraar geworden op een gymnasium in Doetinchem. In 1904 raakte hij in een arbeidsconflict. Het gymnasium had onder meer leerlingen die het op een andere school niet gered hadden. Die konden hier alsnog slagen. De leerlingen kregen namelijk vooraf inzage in de examenopgaven. Met medeweten van de docenten werden de examens gestolen (dat werd 'moeren' genoemd). Maar er moest wel voor betaald worden.
Kinderen van minder gegoede ouders konden zich dat natuurlijk niet permitteren. Hiertegen kwam Dèr Mouw in opstand. Dus niet tegen de fraude op zich, maar tegen het feit dat niet iedereen daarvan kon profiteren. Het botste flink tussen de rector, Schwartz, en Dèr Mouw. Daar kwam nog bij dat Max, de zoon van de rector Dèr Mouw als docent had en dat de docent verliefd geworden was op zijn leerling.
De ruzie blijft niet binnen de schoolmuren, maar groeit uit tot een heuse rel: stukken in de kranten, vragen in de Tweede Kamer. Rector Schwartz publiceerde de brochure De gebeurtenissen in verband met het laatst gehouden eindexamen aan het Gymnasium te Doetinchem. Daarin nam hij ook het afscheidsbriefje op dat Dèr Mouw aan Max Schwartz schreef:
Dag Maxje - vergeef me et verdriet, dat ik je heb aangedaan - Ik heb bij je geïnsinueerd tegen je vader. Dat was ploerterig. Ik weet niet hoe et kwam. Et was 'n langzaam sterker wordende obsessie. Ik heb je vader vaak verdacht - Maar ik ben geen fielt. - O Maxje, ik had vanmorgen zoo'n medelijden met je, toen je daar stondt met je bleeke gezicht. - [...] Maxje, je vergeeft me wel. Je moet voelen dat ik niet slecht ben. J.
De rector spande een zaak aan wegens smaad en Dèr Mouw werd schuldig bevonden. Hij werd veroordeeld tot een boete van vijfentwintig gulden of acht dagen hechtenis.
Voor Krekeltje van Aatje
De brieven die Dèr Mouw aan zijn geadopteerde dochter schreef, zijn zonder uitzondering lief en bevatten veel koosnaampjes (krekeltje, spreeuwtje, wurmpje) en ook voor zichzelf gebruikt hij andere namen: Vaap, Atikijn, Aatje. In veel brieven komt terug dat het dochtertje lief moet zijn voor haar moeder.
Luijters heeft alle brieven ontcijferd en overgetikt en hij geeft zoveel mogelijk context. Als Hetty op een ander adres is of als Dèr Mouw op vakantie is, is dat een aanleiding om te schrijven. Victor van Vriesland was een leerling van Dèr Mouw. Ze zijn altijd bevriend gebleven. Deze Van Vriesland vertelt hoe Dèr Mouw in Zwitserland de strijd met zijn hoogtevrees aanging:
Hij was er met leerlingen of misschien met vriendjes, ging schrijlings op een overhangend boompje zitten boven een steile helling, vroeg de jongens om hem vast te binden en na een paar uur terug te komen. Ze deden wat hij vroeg en zo staarde hij in de eindeloze diepte. De jongens kwamen terug en vonden hem bewusteloos. Maar zijn hoogtevrees was hij kwijt.
Gedichten
De gedichten van Dèr Mouw zijn geschreven in de laatste zeven jaren van zijn leven. Ze werden gepubliceerd in tijdschriften, maar de uitgave in een bundel heeft hij niet meer meegemaakt. Brahman I verscheen in hetzelfde jaar van zijn dood.
Dag mijn zoet krekeltje bevat alle brieven aan Hetty en die zijn lief, maar inhoudelijk nu ook weer niet zo bijzonder. Ze laten wel duidelijk de affectie zien van Dèr Mouw voor zijn aangenomen dochter. Door de aantekeningen van Luijters krijgen we een goed beeld van de context en we volgen niet alleen Dèr Mouw, maar ook zijn dochter door de jaren heen. Ze houdt contact met Van Vriesland, ook na de dood van Dèr Mouw.
Wie geïnteresseerd is in het leven Dèr Mouw kan zijn biografie lezen, geschreven door Lucien Custers, Alleen in wervelende wereld. Het elegante boekje van Guus Luijters geeft een mooie samenvatting van dat leven. En natuurlijk de brieven.
Guus Luijters, Dag mijn zoet krekeltje. Brieven van J.A. dèr Mouw aan zijn pleegdochter Hetty. Uitg. Flanor, 2025. 92 blz. € 19,50
![]() |
Foto van Dèr Mouw, collectie Literatuurmuseum |