donderdag 3 april 2025

Dag mijn zoet krekeltje (Guus Luijters)

Hij was een goed mens, maar een onbruikbaar maatschappij-lid. Als zonderling werd hij door engdenkenden gehaat of bespot als een goedaardige krankzinnige. Die hem kenden hadden hem lief.

Dat schreef Auguste Charles Hugo Boissevain aan Frederik van Eeden op 20 juli 1919, kort na het overlijden van Johan Andreas dèr Mouw (1863 - 1919). Hij schreef gedichten onder de naam Adwaita. Zijn beroemdste gedicht begint met de regel ''K ben Brahman. Maar we zitten zonder meid.'

Dèr Mouw trouwde met Hendrika (Nans) van Enst, een huwelijk dat niet geconsummeerd werd. Dèr Mouw viel (ook) op mannen/jongens. In 1902 adopteerde het echtpaar een meisje, Teuntje (ook wel Toosje) Vink, wier moeder overleden was. Ze kreeg de naam Hetty. 

Over de brieven die hij aan deze dochter schreef is een mooi boekje verschenen: Dag mijn zoet krekeltje, van Guus Luijters (1943 - 2025). Van hem besprak ik het boek met zijn herinneringen, Laatste brood. Luijters geeft een schets van het leven van Dèr Mouw en daarna alle brieven aan Hetty, met aantekeningen. 

Het schandaal van Doetinchem

In 1888 was Dèr Mouw leraar geworden op een gymnasium in Doetinchem. In 1904 raakte hij in een arbeidsconflict. Het gymnasium had onder meer leerlingen die het op een andere school niet gered hadden. Die konden hier alsnog slagen. De leerlingen kregen namelijk vooraf inzage in de examenopgaven. Met medeweten van de docenten werden de examens gestolen (dat werd 'moeren' genoemd). Maar er moest wel voor betaald worden. 

Kinderen van minder gegoede ouders konden zich dat natuurlijk niet permitteren. Hiertegen kwam Dèr Mouw in opstand. Dus niet tegen de fraude op zich, maar tegen het feit dat niet iedereen daarvan kon profiteren. Het botste flink tussen de rector, Schwartz, en Dèr Mouw. Daar kwam nog bij dat Max, de zoon van de rector Dèr Mouw als docent had en dat de docent verliefd geworden was op zijn leerling. 

De ruzie blijft niet binnen de schoolmuren, maar groeit uit tot een heuse rel: stukken in de kranten, vragen in de Tweede Kamer. Rector Schwartz publiceerde de brochure De gebeurtenissen in verband met het laatst gehouden eindexamen aan het Gymnasium te Doetinchem. Daarin nam hij ook het afscheidsbriefje op dat Dèr Mouw aan Max Schwartz schreef:

Dag Maxje - vergeef me et verdriet, dat ik je heb aangedaan - Ik heb bij je geïnsinueerd tegen je vader. Dat was ploerterig. Ik weet niet hoe et kwam. Et was 'n langzaam sterker wordende obsessie. Ik heb je vader vaak verdacht - Maar ik ben geen fielt. - O Maxje, ik had vanmorgen zoo'n medelijden met je, toen je daar stondt met je bleeke gezicht. - [...] Maxje, je vergeeft me wel. Je moet voelen dat ik niet slecht ben. J.

De rector spande een zaak aan wegens smaad en Dèr Mouw werd schuldig bevonden. Hij werd veroordeeld tot een boete van vijfentwintig gulden of acht dagen hechtenis. 

Voor Krekeltje van Aatje

De brieven die Dèr Mouw aan zijn geadopteerde dochter schreef, zijn zonder uitzondering lief en bevatten veel koosnaampjes (krekeltje, spreeuwtje, wurmpje) en ook voor zichzelf gebruikt hij andere namen: Vaap, Atikijn, Aatje. In veel brieven komt terug dat het dochtertje lief moet zijn voor haar moeder. 

Luijters heeft alle brieven ontcijferd en overgetikt en hij geeft zoveel mogelijk context. Als Hetty op een ander adres is of als Dèr Mouw op vakantie is, is dat een aanleiding om te schrijven. Victor van Vriesland was een leerling van Dèr Mouw. Ze zijn altijd bevriend gebleven. Deze Van Vriesland vertelt hoe Dèr Mouw in Zwitserland de strijd met zijn hoogtevrees aanging:

Hij was er met leerlingen of misschien met vriendjes, ging schrijlings op een overhangend boompje zitten boven een steile helling, vroeg de jongens om hem vast te binden en na een paar uur terug te komen. Ze deden wat hij vroeg en zo staarde hij in de eindeloze diepte. De jongens kwamen terug en vonden hem bewusteloos. Maar zijn hoogtevrees was hij kwijt.

Gedichten

De gedichten van Dèr Mouw zijn geschreven in de laatste zeven jaren van zijn leven. Ze werden gepubliceerd in tijdschriften, maar de uitgave in een bundel heeft hij niet meer meegemaakt. Brahman I verscheen in hetzelfde jaar van zijn dood. 

Dag mijn zoet krekeltje bevat alle brieven aan Hetty en die zijn lief, maar inhoudelijk nu ook weer niet zo bijzonder. Ze laten wel duidelijk de affectie zien van Dèr Mouw voor zijn aangenomen dochter. Door de aantekeningen van Luijters krijgen we een goed beeld van de context en we volgen niet alleen Dèr Mouw, maar ook zijn dochter door de jaren heen. Ze houdt contact met Van Vriesland, ook na de dood van Dèr Mouw. 

Wie geïnteresseerd is in het leven Dèr Mouw kan zijn biografie lezen, geschreven door Lucien Custers, Alleen in wervelende wereld. Het elegante boekje van Guus Luijters geeft een mooie samenvatting van dat leven. En natuurlijk de brieven. 

Guus Luijters, Dag mijn zoet krekeltje. Brieven van J.A. dèr Mouw aan zijn pleegdochter Hetty. Uitg. Flanor, 2025. 92 blz. € 19,50

Foto van Dèr Mouw, collectie Literatuurmuseum

woensdag 2 april 2025

Schaak (Victor L. Pinel)

Vroeger zou ik het een bejaardenhuis genoemd heb, maar ik weet dat dat niet meer de juiste benaming is. Een seniorencentrum misschien? Daar huist in ieder geval de tegendraadse mevrouw Dubois. Ze bemoeit zich niet met andere bewoners, slaat een geïrriteerde toon aan, klaagt erover dat ze niet mag roken en en geen alcohol mag drinken. Ze is weinig toegankelijk. 

Ze krijgt bezoek van een vrijwilliger, Samir, die zich niet door haar laat afschrikken. Mevrouw Dubois laat hem toe, als hij aangeeft dat hij wel wil leren schaken. Dat schaken is belangrijk, want Victor L. Pinel noemde zijn graphic novel Schaak.

Naast mevrouw Dubois en Samir zijn er veel andere personages, die allemaal hun eigen verhaal hebben. Vaak raken hun levens elkaar ergens. Marion heeft een directiefunctie in het bejaardenhuis (dat ik toch maar voor het gemak zo noem). Ze is altijd met haar werk bezig en is erg op zichzelf aangewezen. Renaud loopt als verzorger of verpleger rond in het huis. Hij is zijn eigen huis aan het opknappen, zodat zijn vriend in een mooi huis terecht zal komen. Die vriend verblijft echter in het buitenland en heeft het druk. De acteur Mathieu is bekend onder de naam King. Hij speelt de rol van professor Leroy en geniet bekendheid, maar hij wil eigenlijk gewoon Mathieu zijn.

Alle verhaallijnen in Schaak hebben gemeen dat ze draaien om relaties: relaties met anderen, die ook te maken hebben met hoe je met je eigen leven omgaat en met de keuzes die je daarin maakt. Je zou kunnen zeggen dat alle personen schaakstukken zijn op het schaakbord van het leven. Elk schaakstuk heeft zijn eigen mogelijkheden en moet zijn eigen weg zoeken. In het schaakspel moeten de stukken samenwerken om een doel te bereiken, in Schaak heeft elk stuk zijn eigen doel. 

Nadrukkelijke symboliek

De nadrukkelijke symboliek in Schaak irriteerde mij wel wat. Zinnen als 'Het leven is als een schaakspel. Makkelijk te leren, leuk om te spelen, moeilijk om te winnen... onmogelijk om te controleren!' klinken diepzinnig, maar je kunt je afvragen in hoeverre ze ook echt iets betekenen. Is het leven makkelijk te leren? Gaat het in het leven om het winnen? Dat is maar de vraag. Al die met enig aplomb gebrachte levenswijsheden gingen me op den duur wel tegenstaan.

Het ergerde me nog meer dat op alle tekeningen waar er geschaakt wordt (op de laatste na) het bord verkeerd ligt: het is een kwartslag gedraaid. Er hoort altijd een zwart veld aan je linkerhand te liggen en bij Pinel is dat een wit veld. Als je het schaakspel zo belangrijk vindt voor je album, had je je er ook wel een beetje in mogen verdiepen. 

Verder zijn de verschillende verhaallijnen wel aardig trouwens. Niet altijd zijn ze even verrassend: je voorvoelt soms al hoe ze zich gaan ontwikkelen, maar dan wil je toch wel weten hoe de personages zullen reageren op de teleurstelling of op het uitkomen van hun verlangen. De afwisseling van de verhalen is prettig en ze 'mengen' goed. Het is Pinel wel gelukt om er een geheel van te maken, maar het is me net te braaf, net te gladjes. 

Zoetsappig

Mevrouw Dubois was afwerend tegenover haar medemensen, maar Samir krijgt haar mee naar buiten en ze gaat ook het contact met andere mensen aan. Dat voelde je op je klompen aankomen. Daardoor is deze verhaallijn ook een beetje zoetsappig, zoals ook sommige andere verhaallijnen dat zijn. Maar als geheel leest de strip aardig. 

Eerder besprak ik de strip Kopje onder (link: onderaan), waarvoor Pinel alleen de tekeningen maakte en niet het scenario schreef. Maar die strip lijdt een beetje aan hetzelfde euvel: nergens worden de zaken echt op scherp gesteld, nergens wordt het verhaal echt wrang of gevaarlijk, nergens hoef je als lezer rechtop te gaan zitten. Je hebt dan nog steeds een aardige strip in handen, waarmee je je best kunt vermaken, maar dat is het dan ook wel. 

Titel: Schaak
Tekst en tekeningen: Victor L. Pinel
Vertaling: Mariella Manré
Uitgever: Silvester
2025, 176 bladzijden, € 39,95 (hardcover, stofomslag)

Eerder schreef ik over:

dinsdag 1 april 2025

Afgestoft: Een nacht om te vliegeren (Renate Dorrestein)

Van het werk van Renate Dorrestein heb ik aardig wat gelezen (als ik goed geteld heb, achttien boeken), maar van wat ze na 2000 schreef las ik wat minder. Ik heb nog verschillende van haar boeken op een stapel liggen. Het laatste wat ik van haar besprak, was Reddende engel. Toen ze in 2018 overleed, blikte ik hier terug op haar leven. 

In 1987 verscheen Dorresteins vierde roman, Een nacht om te vliegeren. Ik besprak het voor 't Kofschip. Mijn bespreking werd gepubliceerd in de zestiende jaargang, nummer 2 (maart/april) van 1988. Eronder stond mijn voornaam weer eens verkeerd gespeld: Theunis. In hetzelfde nummer schreef ik ook over Het dolhuis van Boudewijn Büch. Daar had mijn naam wel de correcte spelling. 

Met potlood schreef ik bij de Recensie van het boek van Dorrestein '4-12-87', waarschijnlijk de datum dat ik de recensie heb opgestuurd. Per post natuurlijk. 

Ik heb het bewuste nummer van 't Kofschip goed gelezen, te oordelen naar de aantekeningen die ik er met potlood in maakte. En blijkbaar vond ik het belangrijk om over verschillende bijdragen mijn mening te geven. In de afdeling 'Hoofdredactioneel' schrijft Laurine Vandepitte anderhalve bladzijde vol onder de titel 'Recenseren, een kunst op zich.' Ik heb het stukje nu niet nagelezen, maar toen vond ik het niks: 'Geklets, Vandepitte'. 

Bij een gedicht van Ubbo-Derk Hakholt schreef ik: 'Brandhout', bij een gedichten Edith Oeyen: 'flut', bij gedichten van Betty Janssen: 'clichés' en: 'burps'.

Johan van Delden besprak Het ogenblik: terwijl van Gerrit Kouwenaar. Daarbij schreef ik: 'heeft bundel nauwelijks begrepen'. E.O. (Edith Oeyen) besprak de dichtbundel Vastgenageld aan de eeuwigheid van Ina Stabergh. Daar zette ik onder: 'bööh'. Bij een opmerking in de recensie plaatste ik ook nog opmerking. Oeyen schreef dat een gedicht haar aansprak, omdat het opgedragen was aan Milan Kundera. Ik noteerde: 'ach ach'.

In de afdeling 'Essay' plaatste ik twee vraagtekens achter dat woord. Ellen de Jong-de Wilde schrijft vlak daaronder ook eigenlijk geen essay. Het is meer een heel kort interview met Tom Pauka. Ik schreef erbij: 'Bööööh!' Dat woord gebruikte ik blijkbaar nogal eens in die tijd. Leest iemand nog wel eens wat van Tom Pauka? Dat oeuvre is onterecht vergeten, lijkt me. 

Ik vond ook wel eens iets goed. Bijvoorbeeld een stuk van G.H.O. Reitsma met een heel lange titel: 'Invloed van Vestdijk op Stenen voor een ransuil van Maarten 't Hart. Plagiaat of eerbetoon? De bruine vriend aan het water'. En ook de recensie van Frank Herzen van Kimberley van Hellema vond ik goed. Een recensie van Dany de Wispelaere: 'aardig'. 

En wat vind ik na zoveel jaar van mijn eigen recensie? Ik geef van het boek van Dorrestein wel een heel erg uitgebreide samenvatting. Ik noem verwijzingen naar de Griekse mythologie en naar het sprookje De sneeuwkoningin maar dat leg ik verder niet uit. Daar was nog wel wat aan te verbeteren geweest. 

Verder beweer ik dat Renate Dorrestein niet snel tot de grote literatuur gerekend zal worden, omdat ze tot de vertellers behoort. Dat vind ik nu een rare zin. Maar misschien zegt die ook iets over het literaire klimaat van toen. 

Het herlezen van de recensie bracht me wel Een nacht om te vliegeren dichterbij. De roman was een beetje weggezakt in het drijfzand van mijn geheugen, maar ik weet nu weer wat voor boek het was. 

Een midzomernachtsfeest

Renate Dorrestein brengt in haar boeken de personages vaak op moeilijk te bereiken plaatsen. Meestal zijn dat aparte wereldjes, die hun eigen regels en afspraken hebben. In Buitenstanders was zo'n wereldje een afdeling van een krankzinnigeninrichting, in Vreemde streken was het een plaatsje ergens in Afrika en in Noorderzon was het een eiland. 

In Dorresteins nieuwste boek, Een nacht om te vliegeren, trekt het meisje Linde naar het afgelegen landhuis van haar oom om daar wat bij te komen na een abortus. Ze arriveert er vlak voor de aanvang van het midzomernachtsfeest. Dat feest zal, zoals elk jaar, een dol feest worden, met veel eten en drinken en met een groot gemaskerd bal. 

Het gezin van Lindes oom bestaat, naast hemzelf, uit zijn vrouw en zijn vijftienjarige dochter Asa. Zoon Alex is verdwenen. 

Asa vertelt aan Linde hoe die verdwijning in zijn werk gegaan is: Alex, door zijn vader gedoodverfd als diens opvolger, heeft er genoeg van zo te zijn als zijn vader wil. Hij gaat naar het vliegerbalkon van het huis en verdwijnt aan een reuzenvlieger de lucht in. Asa, die een klap van het vliegertouw krijgt, verliest daarbij een van haar ogen. Moeder weigert na Alex' verdwijning verder nog te spreken. 

Dit is echter niet de werkelijkheid, maar Asa's werkelijkheid. Voor de lezer is het echter niet altijd even gemakkelijk die twee werkelijkheden gescheiden te houden, doordat het perspectief grotendeels bij Ada gesitueerd is. Wel weten we dat de waarnemingen van Asa niet altijd kloppen. Zo ziet ze geregeld iemand (de jongen met de gong) die er helemaal niet is. 

Asa heeft wel meer eigenaardigheden. Ze hangt de leer van Swami Rama aan, waardoor ze alle wellust verafschuwt en altijd kleding draagt die zoveel mogelijk van het lichaam bedekt laat. 

Met de komst van Linde is Asa niet zo blij. Vooral niet als ze merkt dat haar vader tijdens het feest 'naar Linde staart alsof ze met z'n tweeën alleen zijn'. Als ze Linde ook ziet als een mogelijke partner voor haar broer (van wie ze zich inbeeldt dat hij deze nacht terug zal komen), besluit ze Linde uit de weg te ruimen. 

Linde vindt uiteindelijk ook de dood, maar alles gaat heel anders dan Asa zich voorgesteld heeft. Ook blijkt dat ze heel iemand anders voor haar broer aangezien heeft. 

Intussen weet de lezer al zo veel, dat hij een andere lezing kan geven van wat er in het verleden gebeurd is. Asa is door haar moeder mishandeld, omdat die niet kon verdragen dat haar dochter nog leefde, terwijl haar zoon (met wie zij een incestueuze verhouding had) er niet meer was. Bij die mishandeling is Asa haar oog kwijtgeraakt. Ook op haar lichaam bevinden zich littekens en dat is de reden van de kleding die ze draagt. Asa's moeder wordt naar een inrichting gebracht, terwijl Asa in het ziekenhuis van haar verwondingen  moet herstellen. Als moeder weer thuiskomt, praat ze niet meer. Ze sluit zich op in zichzelf, heeft geen contact meer met de buitenwereld. Asa wil dat moeder opnieuw aandacht voor haar krijgt. Ze denkt dit te kunnen bereiken als ze Alex terugbezorgt aan haar moeder. Dat mislukt, zoals we al weten, maar aan het einde van het boek praat moeder weer. Ze roept Asa, maar voor die is het dan al te laat. Zij is al op weg naar het vliegerbalkon. 

In mijn samenvatting komt het niet zo duidelijk naar voren, maar in het boek gebeurt ontzettend veel. Uit al haar boeken blijkt dat Renate Dorrestein over een rijke fantasie beschikt en die komen we ook weer tegen in In een nacht om te vliegeren: ontsnappende reptielen, een opstand van het keukenpersoneel, een kokkin die een kind baart na een dracht van twaalf maanden en nog veel meer, dat ik onmogelijk hier allemaal kan vertellen. En dat is maar goed ook, want ik wil dat u het boek zelf gaat lezen. 

Fraai vind ik de manier waarop Dorrestein in dit boek alludeert op de Griekse mythologie en op het sprookje De sneeuwkoningin

In Nederland zal Renate Dorrestein wel niet snel tot de grote literatuur gerekend worden; men heeft het daar nu eenmaal niet zo begrepen op vertellers. Maar dat ze met haar fantasievolle boeken onderhand en eigen plaats in de literatuur inneemt, zal wel niemand meer ontkennen. 

maandag 31 maart 2025

Congo, Een geschiedenis (David van Reybrouck)

Voor ik tot bespreking overga van Congo, Een geschiedenis, even iets anders. Ik had hier zo'n beetje de gewoonte opgebouwd om drie keer per week een nieuwe recensie te plaatsen en twee keer per week een oude af te stoffen, maar de laatste drie weken bespreek ik vier keer in de week een recent gelezen boek. Mijn schrijven houdt mijn lezen anders namelijk niet bij. 

Aan de ene kant heeft dat te maken met een paar wat dunnere boeken: de Boekenweekgeschenken, maar ook enkele non-fictiewerken. Vaak lees ik non-fictie naast de fictie en soms verschillende van die boeken tegelijk, zodat ik er soms een paar ongeveer tegelijkertijd uit heb. Op dit moment lees ik bijvoorbeeld de briefwisseling van Jeroen Brouwers met Geert van Oorschot, een boek van Jaap Goedegebuure over het kwaad in de literatuur en een boek over een architect die in Zuid-Afrika terechtkomt. 

Bij de pas gelezen fictie wissel ik boeken van mannen en vrouwen af. Bij de afgestofte recensies lukt dat niet: ik heb meer recensies van boeken van mannen geschreven dan van die van vrouwen. Maar ook de non-fictie is voor een groot deel door mannen geschreven. Ook daardoor raakt de balans zoek. Het zal wel tijdelijk zijn en er liggen nog boeken van vrouwen op stapel. Foon van Marente de Moor heb ik net gelezen en ik heb boeken van Christien Brinkgreve, Annet Schaap en Marita Mathijssen al klaarliggen. Het heeft mijn aandacht. Maar het leek mij goed om even uit te leggen waarom Bunt Blogt zoveel aandacht besteedt aan door mannen geschreven boeken. 

Of ik de regelmaat van vier keer per week een nieuwe recensie kan volhouden, moet ik nog maar zien, want er gaat wel veel tijd in zitten. Dan moet ik maar meer dikke boeken gaan lezen, zodat mijn schrijven mijn lezen kan inhalen. Naar David van Reybrouck nu. 


Congo, Een geschiedenis verscheen in mei 2010 en het werd een geweldig succes. Alleen al in dat jaar verschenen er zesentwintig drukken. Toen ik op afbeeldingen ging zoeken, zag ik dat het boek niet alleen met de hierboven afgebeelde man op de voorkant is verschenen. Verder zijn er ook uitgaven waarin de titel geschreven is als Kongo

Ik las de negenendertigste druk, uit augustus 2018. Daarbij staat de titel bovenaan op de cover en de naam van de schrijver onderaan. Ik kocht het boek bij een trieste gelegenheid, de opheffing van de boekhandel Het paard van Troje in Ede. Boeken gingen er met grote korting uit en toen nam ik ondermeer Congo mee. 

Al bij verschijnen had ik zin in het boek, maar het kwam er niet van. In 2020 kocht ik het boek alsnog, maar ik las het niet. Zag ik op tegen een zo dik boek met vrij kleine lettertjes? Misschien. En waarom greep ik er onlangs dan wel naar? 

Huidige toestand

Helemaal zeker weet ik het niet, maar het zal ook te maken hebben met de toestand van Congo nu: er is oorlog in het oosten van Congo, waar de rebellen van M23 nogal huishouden. Ze worden overduidelijk gesteund door Rwanda en dat land profiteert van de grondstoffen die Congo bezit. Het komt maar mondjesmaat in het nieuws. 

De Europese Unie heeft nu toch sancties opgelegd aan Rwanda omdat het land de territoriale onschendbaarheid schendt en het gewapende conflict, de instabiliteit in de regio en de onveiligheid in stand houdt. Vooral België heeft zich sterk gemaakt voor de maatregelen, wat tot gevolg had dat Rwanda alle banden met België verbroken heeft. Deze zomer wordt overigens wel het WK wielrennen in Rwanda gehouden. 

Ook in Congo, Een geschiedenis komt Rwanda voor. Aan het eind van het boek is er een voortreffelijk register, waarbij niet alleen alle namen en alle onderwerpen genoemd zijn, maar ook de deelonderwerpen. Onder Rwanda treffen we aan: Duitse kolonie, Belgisch mandaatgebied, onafhankelijkheid, genocide (zie daar), rol in de Eerste Congo-oorlog, rol in de Tweede Congo-oorlog, aanwezigheid in Congo onder L.D. Kabila, aanwezigheid in Congo, historisch, anti-Rwandese gevoelens in Congo. Alles wat je over de verhouding tussen Rwanda en Congo wilt weten, vind je dus in dit boek. 

Maar ik kocht het boek omdat ik meer over Congo wilde weten. Voor de literatuur uit Vlaanderen is dat zeker van belang. Ik had al wel over Congo gelezen, bijvoorbeeld in boeken van Lieve Joris en Leo Pleysier. Jef Geeraerdts heb ik altijd links laten liggen, maar misschien had ik ook werk van hem moeten lezen. Van Reybrouck heb ik vaak gehoord, in podcasts, ook over heel andere onderwerpen, zoals de inrichting van de democratie, maar ik las nooit eerder iets van hem. Ook niet De plaag (2001) of Slagschaduw (2007). 

Reportages

Congo leest heel prettig. Van Reybrouck vertelt helder. Niet alleen geeft hij de geschiedenis weer van het land en van de bemoeienis van België ermee, maar voor een deel is het boek ook reportageachtig. Het is de auteur gelukt om veel getuigen op te sporen, ook heel erg oude, die de geschiedenis aan den lijve hebben meegemaakt. Dat is een manier om de geschiedenis dichtbij te brengen en ook om achter de feiten steeds de mensen te zien. 

Hoe representatief de verhalen van de verschillende mensen zijn, is niet zo makkelijk te beoordelen, maar Van Reybrouck heeft ook heel wat literatuur verstouwd, dus ik heb toch maar op de verhalen vertrouwd. 

Onafhankelijkheid

Na lezing moet ik concluderen dat mijn kennis over Congo wel heel erg oppervlakkig was en dat die nu door een enkel boek te lezen aardig bijgespijkerd is. Alle hoofdstukken zijn interessant, maar het hoofdstuk over de onafhankelijkheid staat me nog heel erg bij. Die is nogal overhaast gegaan, ook al was het al 1960. Het land moest het wel heel erg snel alleen opknappen en de Verenigde Staten en Rusland zaten op het vinkentouw. Ik heb ergens gelezen (maar ik weet niet of dat in dit boek was) dat Congo op het moment van onafhankelijkheid maar zestien universitair geschoolde mensen had. 

Eigenlijk is het altijd moeizaam gebleven en is er vooral veel geweld geweest. Congo is een gigantisch land. Het blijft moeilijk om je te realiseren hoe groot het werkelijk is. Het is lastig centraal te besturen. Daar komt bij dat het veel grondstoffen bezit, die niet altijd zeldzaam zijn, maar wel lastig te exploiteren. Dat maakt het aantrekkelijk voor groepen, vanwege het geldelijk voordeel. Intussen ligt het moment van onafhankelijkheid al 65 jaar achter ons en er is nog steeds geen rust. In de geschiedenis is er een spoor van geweld getrokken. Dat geweld was er overigens ook al voor de onafhankelijkheid. Maar ik kan me voorstellen dat dat idee tot moedeloosheid kan leiden. 

Betrokkenheid

Van Reybrouck toont met dit boek zijn betrokkenheid en misschien moet ik die wel liefde noemen. En natuurlijk zijn nieuwsgierigheid. Hij wil weten hoe het zit en hij trekt bijvoorbeeld ook naar een gebied waar op dat moment de rebellen het voor het zeggen hebben. 

Congo, Een geschiedenis is veel verkocht en het is ook in het buitenland geprezen. Voor op mijn exemplaar staat een citaat uit The New York Times: 'Grandioos'. Natuurlijk omdat het zo'n levendig beeld geeft van Congo en een grondige uitdieping is van de geschiedenis, maar ook om te laten zien hoe kolonialisme nog heel lang doorwerkt. 

Niet voor niets heeft Van Reybrouck zich daarna gericht op Indonesië, in het boek Revolusi. Dat boek heb ik niet gelezen en, gezien mijn geschiedenis met Congo, duurt dat misschien ook nog even, maar ik heb wel de bijbehorende podcast beluisterd. Intussen is Van Reybrouck benoemd tot Denker der Nederlanden, zoals de Denker des Vaderlands tegenwoordig heet. Ik moet nog erg wennen aan de nieuwe benaming. Mooi kan ik die nog niet vinden. 

In ieder geval is Congo, Een geschiedenis een indrukwekkend boek, een mengeling van wetenschap en journalistiek, maar vooral een toegankelijk boek over een complex land.  

vrijdag 28 maart 2025

De avonturen van Urbain Pujol 1: Rumoer bij Taxi Paname (Jean-Paul Tibérie / Alain Julié)

Je kunt allerlei hooggestemde verhalen houden over de stripkunst, maar soms is het genoeg dat een album een goed verhaal bevat, dat lekker wegleest en ook nog leuk getekend is. Degelijk amusement, zeg maar. Ik denk dat het eerste deel van De avonturen van Urbain Pujol wel in die categorie valt. 

Dat eerste deel heeft de titel Rumoer bij Taxi Paname. Urbain Pujol is namelijk taxichauffeur. Het is 10 juli 1961 en het lijkt een doorsneedag voor hem. Hij heeft wel een bijzondere klant: een blonde dame met een Slavisch accent. Achteraf merkt Pujol dat ze haar vulpen in de taxi achtergelaten heeft. Hij probeert die terug te bezorgen, maar hij vindt haar niet. 

En dan begint het gedoe: Pujols huis wordt overhoop gehaald. Zijn er mensen die de vulpen zoeken? Pujol vertelt zijn verhaal aan Emilio en die schakelt al zijn collega's in om de opmerkelijke vrouw op te sporen. Ze wordt gezien als ze de ambassade van Batanga binnengaat. Wat is dat eigenlijk voor een land? En wat is daar aan de hand? En wat heeft de vulpen hiermee te maken?

Breed publiek

Het wordt een klus om uit te zoeken hoe het allemaal zit en het is allemaal niet zonder gevaar. Pujols vriendin Suzy wordt er ook bij betrokken en ze waagt zich in het hol van de leeuw. Loopt dit goed af? Scenarist Jean-Paul Tibérie heeft er een spannend verhaal van gemaakt. De personen met wie je je identificeert, verkeren in gevaar, maar je hebt altijd het vertrouwen dat het goed zal aflopen. Er wordt geschoten, maar er vallen geen doden. Dat creëert een soort veilige leesomgeving, waardoor Rumoer bij Taxi Paname geschikt is voor een breed publiek: je kunt het ook aan je kinderen laten lezen. 

Dat heeft ook te maken met de 'vriendelijke' manier van tekenen door Alain Julié. Zijn tekeningen hebben iets goedmoedigs. Ik heb al ergens de vergelijking met Guus Slim gelezen en dat is niet zo gek. Speelt zich af in dezelfde tijd en in dezelfde sfeer, ook speuravonturen. En -hee!- zie ik daar inspecteur Spek niet rondlopen in het verhaal van Pujol? De verhalen moeten wel tot dezelfde familie behoren. 

Tussendoor moet ik wel bekennen dat ik weinig van Guus Slim gelezen heb. Dat is een gebrek, ik weet het, en ik wil mijn lacunes wel een keer opvullen, maar het is er tot nu toe niet van gekomen. 

Grafisch dossier

Achter in het album is een fraai 'Grafisch dossier' toegevoegd, met schetsen en enkele geïnkte tekeningen. Dat is een mooi extraatje, vooral ook omdat er opmerkingen aan toegevoegd zijn, waarin uitgelegd wordt welke keuzes de tekenaar gemaakt heeft en waarom. Je krijgt zo een leuk kijkje achter de schermen. 

De avonturen van Urban Pujol heeft het in zich om uit te groeien tot een leuke reeks met onderhoudende verhalen. Het feit dat hij taxichauffeur is wordt maximaal uitgebuit: het avontuur start met een pen die in de taxi achtergelaten is, het netwerk van taxichauffeurs wordt ingezet en de chauffeurskunsten van Pujol worden op de proef gesteld. Zoiets eigens is belangrijk voor een serie, denk ik. Je moet enkele vaste punten hebben die steeds terugkomen en daaromheen moeten nieuwe verhalen geweven worden. 

Wie houdt van een goed verhaal, onderhoudend verteld, zal zich zeker amuseren met Rumoer bij Taxi Paname. En als je deel 1 gelezen hebt, wil je de volgende delen ook wel hebben. 

Reeks: De avonturen van Pujol
Deel 1: Rumoer bij Taxi Paname
Tekst: Jean-Paul Tibérie
Tekeningen: Alain Julié
Inkleuring: Claire Duma
Vertaling: Hans van den Boom
Uitgever: Arboris
2024, 64 blz. € 11,95 (softcover) € 21,95 (hardcover)

donderdag 27 maart 2025

De vrouw in de kelder (Emy Koopman)

Een vrouw, Ronnie (Veronika), gaat wonen in een kelder, ergens in Amersfoort. Misschien zou je het ook een souterrain kunnen noemen, maar dan had het zich voor minder dan de helft ondergronds moeten bevinden. Dit is een kelder. Een zijvertrek noemt ze 'de bunker'. Soms lijkt het daar niet helemaal pluis te zijn: er komen geluiden vandaan en als ze het licht aandoet, lijkt er een schaduw weg te schieten.  

Het gaat niet goed met Ronnie. Haar geheugen staat haar niet toe om meer dan drie namen te onthouden en haar rechterarm geeft haar problemen, zodat ze niet kan tekenen, wat nogal lastig is, want ze is docent beeldende vorming. En niet schrijven. Wat ze opgeschreven zou willen hebben, spreekt ze daarom in. 

Teruggetrokken uit de wereld

Dat is de situatie van de hoofdpersoon in de nieuwe roman van Emy Koopman, De vrouw in de kelder. Ze heeft zich min of teruggetrokken uit de wereld. Haar omgeving denkt dat ze op reis is en ze heeft al aangegeven dat ze geen contact met ze zal opnemen. Overdag mijdt ze alle mensen. In de nacht gaat ze wel eens naar buiten, naar de tuin. Maar het grootste deel van haar leven speelt zich af in de kelder, letterlijk, maar ook figuurlijk. 

Ronnie is zich aan het bezinnen:

Ik wil gewoon wat helderheid. Of wat speling om het niet helder te hebben, ruimte voor troebelheid. Laat me braak liggen, als het stukje woeste onbenutte grond aan het einde van de straat waar ik woonde als kind. 

Het is 2022. Er is de afgelopen jaren veel met en om haar heen gebeurd. In 2015 werd duidelijk dat HPV bij haar baarmoederhalskanker had veroorzaakt, haar vader, Otto, overleed in 2018, Nederland en de rest van de wereld kregen een paar jaar later te maken met een pandemie, er waren problemen op haar werk en haar relatie met Andreas is intussen afgelopen. Ronnie heeft tijd nodig om de zaken op een rijtje te zetten. 

Als je de gebeurtenissen niet stil kunt zetten, moet je zelf maar stilstaan, ophouden nieuwe gebeurtenissen te maken, zodat de dingen weer op een rijtje passen, oorzaak en gevolg in de juiste volgorde. 

Herinneringen

Intussen spreekt ze haar herinneringen in. Herinneringen bijvoorbeeld aan de bij tijden problematische relatie met haar vader Otto en aan haar moeder Elsbeth. Ze heeft een ei, van versteend hout, dat ze van Andreas heeft gekregen. Een ei bergt nieuw leven, een nieuw begin, maar het zal wel niet voor niets een stenen ei zijn. 

Haar ziekte heeft haar ook doen bezinnen op het moederschap, waarbij ze herinneringen ophaalt aan de moeders uit haar jeugd en bedenkt hoe vrouwen in het algemeen bezien worden en wat dat voor haar betekent. 

Het is wel een knoopsel van aandachtsgebieden en dat maakt het lastig om De vrouw in de kelder als een evenwichtig, helder geheel te zien. Aan de andere kant past dat misschien wel juist bij de toestand van Ronnie, die haar evenwicht nog terug moet krijgen, die haar middel tot verbeelding is kwijtgeraakt en teruggeworpen wordt op haar verwarrende bestaan. 

Geloofwaardigheid

Voor mijn gevoel werd er veel overhoop gehaald, waardoor er wel een boeiend boek is ontstaan (je blijft zeker doorlezen), maar niet een 'gaaf' boek. Ook had ik wat vragen bij de geloofwaardigheid. Zolang Ronnie vertelt over het heden, bijvoorbeeld over de geluiden uit de bunker, ga ik helemaal mee met het verhaal. Maar als Ronnie vertelt hoe dingen in het verleden zijn gegaan, kan ik mij bijna niet voorstellen dat het ingesproken teksten zijn. Ik lees ze toch als geschreven teksten. Meestal hinderde het me niet, omdat wat er verteld wordt boeiend is. Maar ik vraag me af of ik niet meer in het verhaal gezeten zou hebben als Ronnie wel 'gewoon' geschreven had. 

's Nachts in de tuin, ontmoet Ronnie soms Renée, die 'boven' woont. Langzaam nadert Ronnie weer tot andere mensen, landt ze weer in het leven. Ze is zich steeds bewust van de tijd wanneer iets zich afspeelt of afgespeeld heeft en van de seizoenen. Ronnie komt in een ander seizoen, waarbij ze nog tijd nodig heeft. Zo wil ze haar anonimiteit nog niet opgeven, ook als ze weer opnieuw de wereld in gaat. Maar aan het eind borrelt en bruist er weer wat in haar en De vrouw in de kelder eindigt met een schaterlach. 

De vrouw in de kelder is een boeiend boek. Je merkt dat er onder sommige onderwerpen die Ronnie overdenkt ook een soort noodzaak schuilt. Voor Ronnie is het inspreken een soort uitzoeken van wat er aan de hand is, ze moet er meer helderheid over krijgen voordat ze verder kan. De relatie met haar vader, haar vriend, het moederschap, haar werk, de maatschappij - het moet allemaal doordacht worden. Ze moet helder krijgen wat er gebeurd is, wat er aan het gebeuren is. Ze is (ook min of meer letterlijk) lamgeslagen door de ingewikkeldheid van het leven en ze krijgt dringende signalen (ook uit de bunker) dat ze daar wat mee moet. 

Helemaal gelukt vind ik De vrouw in de kelder misschien niet, maar ook dat zou passend kunnen zijn. Het heeft mijn leesplezier eigenlijk niet in de weg gestaan. 

Aan het eind van het boek (maar ook aan het begin van elk hoofdstuk) zijn er tekeningen van Moniek van de Pas opgenomen. De beelden krijgen het laatste woord. Ze zitten vol leven, vol groei en bloei. Dat is passend bij het verhaal van een tekenlerares. Misschien is het ei alleen maar letterlijk versteend en schuilt er nog behoorlijk wat leven in haar. 


Emy Koopman, De vrouw in de kelder. Uitg. De Arbeiderspers, 2025; 272 blz. € 23,99

Over andere boeken van Emy Koopman:
Tekenen van het universum
Orewoet

woensdag 26 maart 2025

Freddy Lombard 2 (Y. Chaland & Yann)

Uitgeverij Sherpa is het werk van Yves Chaland aan het uitgeven in een reeks prachtboeken. Gebonden, in groot formaat met papier waarop de tekeningen van Chaland geweldig uitkomen. Over het eerste deel heb ik al geschreven (zie de link onderaan). Deel 2 is er nu ook. Het bevat de verhalen De komeet van Carthago en Vakantie in Boedapest. Aan het eind is een dossier opgenomen. 

Het dossier is qua tekst beperkt: voornamelijk wat citaten. Maar er is weer heel veel te bekijken: een eerdere versie van De komeet van Carthago en ook nog enkele pagina's van een eerdere versie van Vakantie in Boedapest, onvolledig, grotendeels wel geïnkt, maar op sommige afbeeldingen zie je de potloodlijnen nog duidelijk. Verder: mooie afbeeldingen. 

In beide verhalen zijn de tekeningen van de hand van Yves Chaland en die zijn een lust voor het oog. Ze zijn neergezet in een stevige, heldere lijn, waardoor ze altijd overtuigen. De liefde van Chaland voor de jaren vijftig zie je in bijvoorbeeld kleding en auto's. Dat zou nostalgisch kunnen werken, maar eigenlijk is dat niet het geval. Je hoeft niet terug te denken aan de jaren vijftig, maar tijdens het lezen ben je in die tijd en de hele aankleding heeft dan een soort vanzelfsprekendheid. 

De tekst niet alleen van Chaland, maar ook van Yann (Lepennetier). Links naar besprekingen van ander werk van hem: weer onderaan. De verhalen boeien, net als in het eerste deel van de integrale heruitgave, maar toen was ik net iets meer overtuigd. Misschien wordt dat mede veroorzaakt door de verrassing: ik had lang niets van Freddy Lombard gelezen en dan is de gretigheid waarmee je aan het lezen slaat misschien net wat groter. 

De komeet van Carthago

Het drietal Freddy Lombard, Sweep en Dina staat weer centraal. In De komeet van Carthago is de eerste pagina al meteen prachtig. We krijgen op de eerste tekening, die een hele strook beslaat, zicht op een kuststreek, vanaf een woelige zee. In de volgende strook wordt er langzaam ingezoomd en op de onderste strook zijn ook de mensen op het strand zichtbaar: 'Kijk eens, daar!' zegt iemand. En dan zitten we meteen in het verhaal. Op de volgende pagina wordt het lichaam van vrouw in het water gevonden. Het drietal is present en van een afstandje kijkt een geheimzinnige vrouw toe. Ze draagt een hoofddoek en een
zonnebril. Dat laatste is opmerkelijk: het regent namelijk. Ze zal in het verhaal nog een rol gaan spelen. 

De vrouw probeert weg te komen uit het kustdorpje, maar dat lukt niet, doordat een deel van de weg is weggeslagen. Even later blijkt ze ook nog een pistool in haar tasje te hebben. Ze komt in contact met ons drietal, dat bivakkeert in een grot, zoals altijd in behoeftige omstandigheden. De decors staan, het spel kan beginnen. Er spelen nog een kunstenaar en een wonderlijke professor een rol, van wie de lezer nog uit moet zoeken aan welke kant ze uiteindelijk staan. 

Vakantie in Boedapest

In Vakantie in Boedapest heeft Dina in Italië een baantje als privé-lerares van het jongetje Laszlo. Maar Laszlo wil terug naar Hongarije, waar het op dat moment onrustig is. Het is 1956, het jaar van de Hongaarse opstand, die aanvankelijk lijkt te lukken, totdat de Sovjets ingrijpen. 

Het interessante van Vakantie in Boedapest is dat het zo dicht op de geschiedenis zit: Freddy, Dina en Sweep zijn ineens onderdeel van de gebeurtenissen die in geschiedenisboeken terecht zullen komen. Voor Sweep is het helemaal verwarrend: hij is nogal gecharmeerd van de Russische Svetlana. 

Een vakantie, zoals de titel aangeeft, wordt het dus allerminst. Maar het verhaal zit wel vol spanning. Er is tragiek, maar er is ook een zekere lichtheid. De verhalen worden altijd met ironie verteld, wat de verteltoon aangenaam maakt. 

Door dit tweede deel van Freddy Lombard was ik net wat minder verrast dan door het eerste, maar het blijft een prachtige uitgave, met geweldige tekeningen. Als je de verhalen uit hebt, ben je nog niet klaar, want de tekeningen nodigen uit tot terugbladeren en nauwkeurig bekijken. 

Titel: Ferry Lombard 2
Tekst: Yann Lepennetier & Yves Chaland
Tekeningen: Yves Chaland
Vertaling: Hans van den Boom
Uitgever: Sherpa
2025, 112 blz. € 49,95 (hardcover), € 99,00 (luxe-editie, linnen rug, losse prent, gesigneerde hommage), € 150,- (Ultra limited Collectorseditie, linnen rug en folie-opdruk, losse prent, dubbelprent, oplage 50 exemplaren)

Eerder schreef ik over: