donderdag 8 januari 2026

De prullenmand heeft veel plezier van mij (Thomas Heerma van Voss)

Van sommige boeken weet ik al op voorhand dat ik ze mooi zal vinden en dan komt die verwachting natuurlijk uit. Dat was bijvoorbeeld het geval bij De prullenmand heeft veel plezier van mij van Thomas Heerma van Voss. 

In 1977 vroeg het tijdschrift De Revisor aan een heel stel schrijvers om een zelfportret te tekenen. Die portretten zijn ooit verzameld in een boekje en dat boekje had ik indertijd. Misschien heb ik het nog, maar ik denk dat ik het al aan iemand cadeau heb gedaan. Veel van die schrijvers zijn intussen overleden, maar achttien van die schrijvers leefden nog toen Heerma van Voss begon aan wat dit boek zou worden. Hij ging in gesprek met de schrijvers, van wie sommigen succesvol zijn geworden, maar anderen zijn intussen vergeten geraakt. Dat heeft voor een deel te maken met hun leeftijd. Sommigen schrijven intussen niet meer, anderen schrijven door, maar er is geen uitgever meer die belangstelling heeft voor hun werk.

Bastiaanse

Dat ik dat boekje ooit bezat, voedde wel mijn belangstelling, maar dat kan niet het enige zijn dat mij bij voorbaat innam voor het boek. Ik heb altijd graag gelezen over schrijvers die intussen wat in de vergetelheid geraakt zijn. Misschien begon dat wel toen ik een jaar of twintig was en van mijn docent, mr. L.J.M. Hage, het vierde deel kocht van de literatuurgeschiedenis van Frans Bastiaanse. Hage struinde antiquariaten af en wat hij daar vond, verkocht hij voor een prikje aan zijn studenten. Ik kocht bijvoorbeeld ook Daniël Sils van J.J. Cremer, Dichterlijke nalatenschap van E.A. Borger en jaargangen van de tijdschriften Opwaartsche wegen,  De Beweging, Raam en Roeping. Wie leest het nog?

In de literatuurgeschiedenis van Bastiaanse (voor een deel ook een bloemlezing) kwam ik werk tegen van mensen als Lodewijk Mulder, Willem Hofdijk, Justus van Maurik, Melati van Java, Herman Robbers en van nog veel meer schrijvers van wie de namen toen al bij weinig mensen nog bekend waren. Van tijd tot tijd lees ik boeken van deze schrijvers en dan schrijf ik er hier ook over. Vaak betreft het boeken die nog best even mee gekund hadden, maar goed, dat is niet gebeurd. 

In het blad Liter heb ik een korte serie artikelen geschreven ('Onder het stof') over vergeten dichters als H.W.J.M. Keuls, Joannes Reddingius, Willem Brandt en Niek Verhaagen. Van enkelen snapte ik ook wel dat ze vergeten waren, maar werk van anderen bleek nog steeds goed leesbaar.

Aandacht voor de vergetenen

Gelukkig is er voor de geheel of half vergetenen wel af en toe aandacht. Jeroen Brouwers schreef over hen in De laatste deur en in andere artikelen, Stefan Brijs in De standaard (en die stukken werden gebundeld in De vergeethoek ) en Joris van Casterens stukken werden het boek Zeg mijn lezers dat ik doorschrijf. Over enkele van die schrijvers (Aleida Leeuwenberg, Peter Andriesse) heb ik hier wel geschreven en van Judicus Verstegen ben ik vast van plan nog wat te lezen. Ik heb de boeken in huis. 

Intussen ben ik op een leeftijd dat ik een deel van de literatuurgeschiedenis heb meegemaakt, de tijd dat je blij kon zijn met de nieuwe Hermans of de nieuwe Mulisch. Van bijna alle schrijvers die Heerma van Voss ontmoet heb ik werk gelezen. Volgens mij alleen niet van Hilbert Kuik en niet van Lidy van Marissing. 

Maar van Rudolf Geel, waarmee het boek van Heerma van Voss opent, kocht en las ik Ongenaakbaar (1981), al kon het me indertijd niet zo bekoren. En in de decennia erna vergat ik de schrijver. Bij veel auteurs in deze bundel dacht ik 'och gut, ja'. Waarom heb ik bijvoorbeeld al zo lang niet meer gedacht aan het werk van Nicolaas Matsier? Na Gesloten huis (1994), een goede roman overigens, las ik niets meer van hem, terwijl ik toch ook met plezier De eeuwige stad (1982), Onbepaald vertraagd (1979) en Oud-Zuid (1976) heb gelezen. En van H.C. ten Berge herinner ik me Het geheim van een opgewekt humeur (1986) als een goed boek. 

Verschillende van de geportretteerde schrijvers genieten nog steeds een zeker aanzien, als ik dat tenminste goed inschat: Judith Herzberg, Willem Jan Otten, Cees Nooteboom, Anton Korteweg, Jan Siebelink en Mensje van Keulen. Ik hoop tenminste dat die namen nog steeds wat betekenen, ook voor lezers die veel jonger zijn. 

Schets van een tijdperk

Heerma van Voss ging op bezoek bij de schrijvers, als ze dat wilden, sprak met hen over het zelfportret en liet hen met de ogen van nu kijken naar de tijd van toen. Zo krijg je een schets van een tijdperk en ik vind dat heel aangenaam. Ook door de andere namen die genoemd worden. Een van de titels die voorbijkomen is Stampende mussen (1980) van Henk Romijn Meijer, die ik me toch vooral herinner als de schrijver van Mijn naam is Garrigue (1983). Ik zag van Stampende mussen wel meteen de omslag voor me (getekend door Peter Vos), maar de inhoud ben ik kwijt.

Veel schrijvers hebben twijfels gekend. Nooteboom, die voor mijn gevoel toch altijd bij de top van de schrijvers heeft behoord, had het gevoel dat hij er niet helemaal bij hoorde, omdat hij in Avenue schreef en omdat hij reisverhalen schreef. Dat was een verrassing voor mij. Mijn oom en tante, oma Ab en tante Rhea lazen de Avenue en ik vond juist dat het blad er zo prachtig uitzag en dat het zo bijzonder was dat er achterin altijd literatuur te vinden was. En Nootebooms bundels, zoals Een avond in Isfahan (1978) en Een ochtend in Bahia werden indertijd grif verkocht, dacht ik. 

Nooteboom zegt dat hij geminacht werd en dat de eerste recensie van Rituelen (1980) in NRC echt een persoonlijke aanval was. Maar Rituelen kreeg juist heel veel positieve recensies, als mijn geheugen me niet bedriegt. Opmerkelijk dat een negatieve bespreking dan juist blijft hangen. En van de boeken die daar vlak na verschenen, Een lied van schijn en wezen (1981) en Mokusei! (1982) herinner ik mij vooral dat ze geprezen werden. 

Ook Matsier kent de twijfel:

Ook al lukten er best wat dingen in die tijd, ik blaakte nooit van zelfvertrouwen. Soms ben ik even overtuigd van wat ik schrijf. Maar ik vind het moeilijk om te denken dat het écht iets voorstelt.

Aandacht voor de persoon

Veel van de schrijvers vinden het trouwens prettig dat ze terug mogen denken aan de tijd van het zelfportret en ook dat er een jonge schrijver is die aandacht voor hen heeft. In alle stukken krijg je een indruk van de persoon van de schrijver, de mens achter het portret en achter het werk. Heerma van Voss beschrijft in welk huis hij ontvangen wordt en ook steeds wat hij te drinken krijgt en wat erbij geserveerd wordt. En natuurlijk met wat voor persoon hij te maken heeft. 

Ik was ontroerd door het portret van de oude Nooteboom, geamuseerd door de speelse geest van Judith Herzberg en het boeide me hoe al die anderen zich staande houden, doorgaan soms met schrijven en welke verhouding ze nu hebben met hun verleden. 

Meestal is Heerma van Voss degene die registreert en meestal houdt hij zichzelf buiten de aandacht, maar hij is, net als de geïnterviewden een schrijver en hij ontkomt er soms niet aan zichzelf te vergelijken met zijn gesprekspartner. 

Geel was 36 toen hij deze tekening maakte - iets ouder dan ik nu. Net als Geel debuteerde ik op jonge leeftijd. En net als Geel is mijn werk uitsluitend geredigeerd en uitgegeven door mensen die ouder zijn dan ik. (...) Zal ik ooit aan vroegere auteursfoto's denken zoals Geel nu aan zijn zelfportret denkt, met eenzelfde afstand en genegen vervreemding?

De prullenmand heeft veel plezier van mij (het is een uitspraak van Judith Herzberg) is een prettig boek. Omdat het herinneringen naar boven haalt, een tijd doet herleven waarvan ik nog steeds levendige beelden heb. Ook een tijd waarvan veel representanten al overleden zijn trouwens. Maar afgezien van de persoonlijke herinneringen die opgepord worden, heeft dit boek ook belang omdat het een periode in onze literatuur laat herleven. Het geeft natuurlijk geen compleet beeld, maar wel achttien keer een kijk op een periode in onze literatuur. 

Menselijk

Het is een heel menselijk boek. De schrijvers zijn met mededogen geportretteerd, zonder de lastige kanten van sommigen te verdoezelen. Maar het boek blijft iets vriendelijks houden en dat vond ik aangenaam tijdens het lezen. Voor sommigen lijkt het opgenomen worden in zo'n bundeling een vorm van late erkenning en eigenlijk gun je ze dat ook wel.  

Achterin zijn wat 'biografieën' opgenomen, maar die voegen niet zo heel veel toe. Elke schrijver mag zijn belangrijkste of meest dierbare boek kiezen en soms is er een korte reflectie van Heerma van Voss op het bezoek. Voor mijn gevoel had hij die ook wel in de stukken zelf kwijt gekund. 

Het boek is mooi uitgegeven: gebonden, stofomslag, leeslint. De cover is een collage van enkele van de zelfportretten, maar het geheel is een beetje een rommeltje geworden. Dat had beter gekund, lijkt me. 

Hopelijk gaat Heerma van Voss op zoek naar meer schrijvers die in de loop der jaren in de marge zijn beland. Daar zijn er nog genoeg van. Ik kan hem zo een lijstje leveren. 

En er zijn ook heel wat overleden schrijvers die wel weer eens wat aandacht verdienen. Gelukkig hebben we Fixdit, die aandacht vraagt voor vrouwelijke auteurs zoals Hermine de Graaf, Loekie Zvonik, Ida Simons en Mary Dorna en sinds kort ook voor vrouwen uit een verder verleden. Maar het zou mooi zijn als we weer eens wat lazen over Hellema, Alfred Kossmann, Nelly Heykamp of Geert van Beek. En misschien duikt iemand het werk op van auteurs die nog verder onder het stof verdwenen zijn, zoals Jos Kroeze, Arnold Clerx of Noto Soeroto. Zo gauw zo'n boek er is, zal ik naar de boekhandel rennen. 

dinsdag 6 januari 2026

De wereld volgens Hein de kort, deel 7

Intussen zal het geen verrassing meer zijn: ik hou van het werk van Hein de Kort. Hij laat vaak zien hoe de gewone mens reageert op de huidige tijd. Die gewone mens is (meestal) niet de succesvolle zakenman of -vrouw, maar iemand die zijn bestaan bij elkaar krabbelt, een leven leidt dat niet ideaal is, maar waarmee hij het nu eenmaal moet doen. Een loser die zich net redt, misschien zoals de meesten van ons zich door het leven struikelen.

Het knappe daarbij is dat De Kort laat zien hoe belachelijk die kleine mens soms is, maar dat hij hem toch met mededogen beziet. Je hebt altijd ook een beetje te doen met de personages van De Kort. Uit zijn tekeningen spreekt een grimmig soort empathie.

Trump

Daarnaast reageert De Kort in zijn cartoons op de actualiteit. In het korte voorwoord van De wereld volgens Hein de Kort, deel 7, schrijft De Kort dat er veel Trump zit in deze bundel, maar dat hij Trump niet voor op het boek wilde. 

De bundel opent er wel meteen mee: een blije cartoontekenaar, die opgelucht is dat hij Trump mag tekenen in plaats van Biden. En Kamala Harris was ook al niet te doen. 

Landelijke politiek

Ook de landelijke politiek komt van tijd tot tijd terug: Dick Schoof, die nog nooit premier geweest is, maar die denkt dat hij het wel kan, Schoof die tegen Wilders zegt dat we nog eindigen in een dictatuur als we zo doorgaan (Wilders: Dick... Wat is er mis met een dictatuur?), de val van het kabinet ('Hadden we een kabinet dan?' Maar Trump leende zich veel vaker voor een cartoon. 

Verder af en toe een spoorgrap en veel klein leed, wat zorgt voor groot plezier. 

Je kunt zeggen dat dit zevende deel met cartoons meer van hetzelfde is en dat is ook wel zo, maar daar is wat mij betreft niet zoveel mis mee. De Kort blijft trouw aan zichzelf en zit met zijn cartoons, getekend in zijn kenmerkende stijl, dicht op het leven, zonder terughoudendheid, met een open blik en even scherp (of bot) als altijd. 

Titel: De wereld volgens Hein de Kort, deel 7
Tekst en tekeningen: Hein de Kort
Uitgever: Sherpa
2025, 160 blz. € 24,95

Eerder schreef ik over:





maandag 5 januari 2026

Moederheil (Els Florijn)


Er is een nieuwe roman van Els Florijn, Moederheil, en de eerste berichten zijn dat het boek het goed doet: al een week nadat de roman gepresenteerd was, werd de tweede druk aangekondigd. 

De titel verwijst naar een gelijknamige instelling in Ginneken/Breda, waarin jarenlang ongehuwde moeders werden opgevangen. Ze konden daar hun kind baren, maar moesten er tot die tijd ook werken en na de geboorte moest het kind vaak afgestaan worden. In het archief zijn verklaringen aangetroffen waarin moeders ondertekend hebben dat ze uit de ouderlijke macht ontzet willen worden. Dit soort verklaringen is tot nu toe nergens anders aangetroffen, blijkt uit een 'working paper' uit 2022 waarin verslag wordt gedaan van het archiefonderzoek van Moederheil. 

De verklaringen waren niet rechtsgeldig, maar kwamen wel officieel over, zoals blijkt uit een brief van een maatschappelijk werkster aan de Raad voor de Kinderbescherming Den Bosch:

De afstandsverklaringen vindt u hierbij, maar ik ben nog steeds van mening, dat dit niet de taak van ons huis is. De meisjes voelen zich hierdoor toch bedreigd, enigszins, ook al zeggen we erbij dat het niet officieel is. Zouden we nog eens met u van gedachten mogen wisselen hierover?

Sofia en Maria

Florijn vertelt het verhaal aan de hand van de levens van twee jonge vrouwen, Sofia, die verkracht is door een jongen van goede komaf en Maria, zelf uit de betere stand, die zwanger wordt van Samuel, die bij haar ouders in dienst is. Ze weet dan nog niet dat hij weliswaar geen relatie meer heeft, maar nog steeds getrouwd is. 

We krijgen eerst het verhaal van Sofia te lezen, dan dat van Maria en dan dat van beiden, als ze opgenomen zijn in Moederheil. Daarna lezen we hoe het Maria vergaat na het baren van haar kind, hoe het met Sofia in die tijd gaat en dan nog een afsluitend hoofdstuk. Sofia had ervoor gezorgd dat ze een opvangadres had: een vriendin van haar moeder runde een hotel in Breda. Vandaaruit bezinnen de vrouwen zich op verdere actie. 

Boeken vergelijken heeft altijd iets hachelijks, maar naar mijn gevoel is Moederheil het beste boek dat Els Florijn geschreven heeft. Het heeft bijna de hele tijd veel vaart, zit vol levendige en rake beschrijvingen en de karakters van de personages zijn geloofwaardig. 

Net als in de vorige boeken heeft ze vrouwen geportretteerd die eigenzinnig zijn, die hun eigen weg zoeken en die zich niet zomaar neerleggen bij hoe de zaken nu eenmaal gaan. 

Sofia is eigenwijs, gevat, zelfbewust, wat niet alleen blijkt uit wat ze doet, maar vooral ook uit hoe ze praat. Alleen als ze haar verhaal vertelt aan Maria, valt ze ineens terug in een ander register en is ze minder herkenbaar. 

Maria is verliefd op Samuel en Florijn laat goed zien wat die verliefdheid met haar doet en waarom Maria ver met hem durft te gaan. 

Maatschappelijk gezien hebben de getekende vrouwen weinig rechten en als ze in Moederheil terechtkomen doen veel vrouwen afstand van de weinige rechten die ze hebben. Het is min of meer vanzelfsprekend dat ze hun kind afstaan en ze mogen geen contact met elkaar onderhouden nadat ze weg zijn uit de instelling. 

Vroege jaren zeventig

Wanneer het verhaal zich afspeelt, is niet zo duidelijk. De moeder van Maria was zwanger van haar in het laatste oorlogsjaar en Maria vertelt ergens dat ze negentien jaar oud is. Als Maria nog in 1945 geboren is, zou het dus 1974 moeten zijn. Maar er wordt ook gesproken over een zomer waarin een dienstplichtig militair veroordeeld wordt tot achttien maanden cel omdat hij weigerde zijn haren te laten knippen en dat is in 1971 gebeurd. Laten we het dus maar houden op de vroege jaren zeventig. 

Het is verbazend dat zelfs in die tijd nog een instelling als Moederheil bestond en hoe weinig de vrouwen zelf in te brengen hadden. De vrouwen in de roman Moederheil leggen zich niet bij hun situatie neer. Vooral Sofia is hierin de drijvende kracht. Haar moeder, die in de gevangenis zit heeft haar voorgehouden dat ze net zo veel waard is als ieder ander en dat ze nooit naar beneden moet kijken. Dat doet ze ook zeker niet. Ze vecht voor het behoud van haar kind en neemt ook wraak. 

Dat doet ze voor een ander meisje in Moederheil en ze haalt ook haar eigen recht bij de verwekker van haar kind. Dat is niet het sterkste deel van het boek: het is wel erg toevallig dat ze weet wanneer die zich gaat verloven, maar over het algemeen kun je Sofia goed volgen in wat ze doet. 

Wilde schrijfster

Bij de bespreking van De engelen van Elisabeth schreef ik:

Stiekem denk ik dat Els Florijn een veel wildere schrijfster is dan ze nu laat merken en dat ze in elk boek aan het verkennen is wat ze durft. Ik ben benieuwd wat dat nog gaat opleveren.

Eigenlijk is die gedachte in Moederheil alleen maar bevestigd. De vrijmoedige Sofia, die voor de duvel niet bang is, Maria die zich helemaal mee laat voeren door haar verliefdheid, de vaart waarmee het grootste deel van het boek verteld wordt - op al die punten gaat Florijn verder dan in haar vorige romans en elke keer worden haar romans iets beter. 

Weer heeft ze een maatschappelijk onderwerp bij de kop genomen en weer neemt ze het op voor vrouwen die zelf hun boontjes moeten doppen. Het is een belangrijk onderwerp, waarbij ik ook moest denken aan de roman Schemerleven van Jaap Robben, waarin ook verteld wordt hoe weinig rechten een ongehuwde, zwangere vrouw heeft in de jaren zestig. 

Waartoe Florijn allemaal in staat is, zullen we moeten afwachten. In elke roman schudt ze meer van zich af en ik ben benieuwd waar dat uiteindelijk toe leidt. 


vrijdag 2 januari 2026

Afgestoft: Verdwenen tijd (Thomas Verbogt)

Bij het werk van Thomas Verbogt heb ik een dubbel gevoel. Aan de ene kant lees ik het graag en ik heb er ook heel wat van gelezen. Het is altijd prettig geschreven in een soepele stijl, het leest eigenlijk altijd wel goed. En aan de andere kant blijft er weinig van hangen, zijn er maar weinig boeken bij die ik echt goed vind. Zijn titels vergeet ik ook altijd. En als ik ze mij herinner, weet ik niet meer bij welk verhaal ze horen. 

Het zijn sympathieke boeken, helemaal niet slecht, maar dat is het dan ook wel. En eigenlijk vind ik dat net te weinig. 

Van Verdwenen tijd herinner ik me niet zo veel meer. 'Niet zo goed', kwam bij me boven. In ieder geval minder goed dan bijvoorbeeld Perfecte stilte. In 2009 besprak ik Verdwenen tijd. De recensie stond op 4 september 2009 in het Nederlands Dagblad. Ik vond het boek inderdaad niet zo goed. Maar ook na het lezen van de recensie komen de herinneringen aan het verhaal nauwelijks boven. Dat zal niet alleen aan het boek, maar ook aan de recensie liggen. 

De anekdote over het voorlezen van het verhaal van het jongetje in de drumband staat me nog wel helder voor ogen. Ik weet niet meer waar Verbogt het voorlas, maar wel dat ik er erg om moest lachen. En verder zag ik Verbogt vroeger wel eens bij een theatervoorstelling in de kleine zaal van de schouwburg in Arnhem. Hij zal dan wel een recensie over de voorstelling hebben moeten schrijven. In mijn herinnering had hij altijd een flaphoed op, die hij de hele tijd ophield. Misschien klopt dat helemaal niet, maar zo heb ik het onthouden. 

Verbogt zal best boeken geschreven hebben waarvoor iemand zijn hoed kan afnemen, maar ik vermoed dat Verdwenen tijd er niet eentje van is. Ik krijg in ieder geval niet de neiging om het te gaan herlezen. Maar als je nooit iets van Verbogt las, zou je dat toch moeten doen. Zoals ik al schreef: sympathieke boeken, soepel geschreven. Ze zijn aangenaam in de omgang. Probeer maar eens. 

Verbogt wil alles verklaren


Ooit hoorde ik Thomas Verbogt een verhaal voorlezen waarin de ik-figuur als klein jongetje moest meelopen met een drumband. Het ging helemaal mis, doordat de pet of de kolbak of welk hoofddeksel het ook was, over zijn ogen zakte. Nooit heb ik het verhaal ergens gelezen, maar het is een literatuurervaring waar ik nog altijd met veel plezier aan terugdenk.

Stiekem had ik dan ook gehoopt dat ook Verbogts nieuwe roman, Verdwenen tijd, zo'n soort boek zou zijn. Een beetje weemoed, wat ironie, een vleug absurdisme en dat alles in een soepele stijl die het lezen aangenaam maakt.

Voor een deel is Verdwenen tijd ook zo'n boek. De hoofdpersoon, Robert van Noorden, een graag geziene gast in tv-programma's, haalt herinneringen op aan bijvoorbeeld de palingen die zijn vader kocht op de kermis. Hoe hij de krant openvouwde en hoe ze zich dan glimmend van het vet toonden. Of hij herinnert zich de sunlightzeep waar vroeger iedereen naar rook. Of hoe zijn vader met een boek van Graham Greene thuiskwam en dat ging zitten lezen.

Het zijn kleine gebeurtenissen, met veel liefde beschreven. Ingehouden, licht weemoedig. Op die momenten krijgt Verbogt het voor elkaar een gevoel op te roepen dat verwant is aan dat wat hij bij de hoofdpersoon suggereert.

Schuldgevoel

Maar er zijn ook andere momenten.

Van Noorden heeft een extreem groot schuldgevoel. Het is zo groot dat hij zich over zo'n beetje alles schuldig voelt. Wanneer dat met ironie wordt verteld, kun je erom glimlachen. Remco Campert zou een dergelijke personage zo kunnen neerzetten. Maar bij Verbogt krijg je toch al snel het idee dat het allemaal wel heel erg gemeend is.

Goed, hij houdt wel een lichte toon, maar eigenlijk relativeert dat het schuldgevoel nauwelijks en dat is ook niet zo vreemd, want Verbogt heeft dat nodig voor de plot.

Zo'n plot had van mij niet gehoefd. Ik had wel een beetje willen meeleven met Van Noorden, me betrokken willen voelen bij zijn doen en laten, willen genieten van de toon waarop Verbogt vertelt, maar nee, Verbogt wil meer. Er is een plot. Er blijkt een gebeurtenis uit het verleden te zijn die heel veel verklaart.

Van Noorden heeft die gebeurtenis verdrongen, maar uiteindelijk realiseert hij zich toch wat er gebeurd is. Dat verklaart van alles, maar dat is tegelijkertijd het probleem. Door de plot zo zwaar aan te zetten, bereikt Verbogt dat je het idee krijgt dat het daar alleen maar om gaat. Het ophelderen van het verleden overschaduwt zo'n beetje alle andere zaken in het boek en bovendien wekt het de suggestie dat het raadsel Robert van Noorden daarmee opgelost is. Eigenlijk voelde ik me een beetje bekocht, toen bleek dat veel te verklaren was door één gebeurtenis in het verleden.

Ook verloor het boek er veel van zijn geheimzinnigheid door.

Ernst

Het is trouwens geen kattenpis, wat er in het verleden gebeurd is. Vandaar ook de ernst in het boek, die Verbogt met een lichte stijl niet weggewerkt krijgt.

Soms kan lichtheid het erge en het ernstige alleen maar benauwender maken, maar ook dat gebeurt niet. Het relativerende, dat ik zo waardeerde in het drumbandverhaal, ontbreekt voor mijn gevoel.
Misschien heeft Verbogt geprobeerd een echt degelijke roman te schrijven, zo eentje die hem een plaats geeft in de serieuze literatuur. Op een van de flappen van Verdwenen tijd staan blurbteksten van Thomas Rosenboom en Arnon Grunberg. Nadat je dit boek gelezen hebt, kun je ze eigenlijk alleen nog maar ironisch opvatten.

In bijvoorbeeld zijn stukjes in De Gelderlander valt juist de pretentieloosheid op. Verbogt schrijft daarin vaak over kleine gebeurtenissen, op een bescheiden toon. Maar in veel geval zijn die stukjes gewoon goed. Het lijkt erop alsof Verbogt nu eens meer wilde, grotere sprongen wilde maken. Misschien is daarvoor zijn polsstok niet lang genoeg.


Eerder schreef ik over andere boeken van Thomas Verbogt:

woensdag 31 december 2025

Mantel der liefde (Michiel van de Pol)

In 2022 overleed de moeder van Michiel van de Pol. En nu heeft hij over haar een graphic novel gemaakt, Mantel der liefde. Dat was misschien ook wel te verwachten. Van de Pol blijft, ook in de korte stripjes die hij op de social media plaatst, het liefst dicht bij zijn eigen leven. Bovendien heeft hij ook een strip gemaakt over de relatie met zijn vader, Scherpschutters.

Er zijn meer striptekenaars die een boek over hun moeder hebben gemaakt. Ik moest meteen denken aan Wat wij moeten weten van Willy Linthout. Ook Linthout is stripmaker die in dit soort boeken dicht bij huis blijft en die de dagelijksheden en de ongemakken niet schuwt en daarbij toch een lichte toon weet te bewaren. 

Belofte

De moeder van Michiel, Riet, had ook haar eigen leven beschreven. Dat mocht haar zoon wel lezen, maar hij mocht er nooit een strip over maken, wat hij beloofde, maar waarvan hij waarschijnlijk toen al wist dat hij zoiets niet werkelijk kon beloven. Dat maakt de drempel voor het maken van een boek als Mantel der liefde wel hoog. Want hoewel het een daad van liefde is, lijkt het ook een daad van verraad. Van de Pol omzeilde die laatste gedachte door er heel erg zijn eigen boek, zijn verhaal van te maken. Pas in de epiloog komt hij terug op wat zijn moeder schreef. 

Met een mantel der liefde bedek je over het algemeen de wat minder aardige kanten van iemand. De vraag is of dat in dit boek wel gebeurt. Je zou kunnen zeggen dat de liefde van de moeder als een warme deken aanvoelt en aan de andere kant schrijft/tekent Van de Pol ook heel liefdevol over zijn moeder. Daarbij worden de lastige kanten juist niet vermeden, maar misschien is ook dat een uiting van liefde: laten zien dat ondanks de lastigheden de verbinding blijft. 

Van geboorte tot dood

Van de Pol beschrijft zijn leven, waar zijn moeder altijd deel van uitgemaakt heeft, van zijn geboorte tot na de dood van de moeder. Dat leven kende aangename momenten (bijvoorbeeld de uitziekdagen, waarop je al bijna beter bent, maar nog niet naar school hoeft), maar ook de ongemakkelijke momenten, van de docent die jou als leerling eruit pikt tot de momenten dat het jongetje graag bij de anderen wilde horen, maar toch afstand tot hen bleef houden. Zijn moeder gaf hem goed bedoeld advies, waar hij niet zoveel aan had: 'Gewoon gezellig meedoen.' Zijn moeder was er, al dan niet op de achtergrond, bij. 

In het leven van moeder en zoon zijn er belangrijke markeringspunten, zoals de dood van de vader en de komst van Lisette, met wie Michiel zijn leven zou gaan delen en die een heel andere persoonlijkheid is dan hijzelf. En natuurlijk zijn ontwikkeling als kunstenaar. Hij begint met conceptuele kunst, dat eigenlijk niet bij hem past en vindt uiteindelijk een vorm waarin hij zich wel thuisvoelt en die hem ook nog een broodwinning oplevert. 

Behoefte aan zorg

Moeder wordt ouder en krijgt meer behoefte aan zorg. Je ziet hoe Michiel heel erg zijn best doet, oplossingen bedenkt die niet moeders oplossingen zijn. De sta-op-stoel gebruikt ze wel, maar de mobiele telefoon en de scootmobiel worden niet gebruikt. 

Heel erg je best doen en toch het gevoel hebben tekort te schieten, dat is een pijnlijke situatie. Riet geeft soms signalen dat ze eenzaam is en legt ook een behoorlijk grote claim op haar zoon, al zegt ze juist dat ze dat niet wil. Ook verandert ze. Ze komt soms met ongezouten meningen in situaties waarin ze vroeger terughoudender geweest zou zijn. 

Naast een beeld van de moeder en van de relatie tussen moeder en zoon, geeft Mantel der liefde ook een beeld van de tijd en de maatschappij. Bijvoorbeeld van de tijd dat corona rondwaarde of van hoe lastig het is om een indicatie te krijgen voor een bepaalde vorm van verzorging. 

Niet comfortabel

Maar bovenal is Mantel der liefde een beeld van moeder en van de relatie tussen moeder en zoon, waarbij er veel aandacht is voor de laatste jaren waarin moeder steeds meer behoefte heeft aan zorg. De titel van dit boek zal ook wel naar 'mantelzorg' verwijzen. Je zou ook kunnen zeggen dat de zoon de mantel der liefde is, die om moeder heen geslagen wordt en dat beide partijen zich daar toch niet altijd comfortabel bij voelen. Hierbij schoot mij het lied 'Je laat ze echt niet in de steek' te binnen (geschreven door Guus Vleugel, gezongen door Jasperina de Jong). Als geen ander kan Van de Pol die dubbelheid (liefde en ongemak) vangen in zijn strips. 

In Mantel der liefde wordt beschreven hoe moeder na de dood van vader aan de ene kant veel spullen van hem wegdoet en aan de andere kant hem op een voetstuk plaatst, zodat hij eigenlijk niet meer bereikbaar is. Van de Pol doet met zijn moeder het omgekeerde: hij haalt haar postuum naar zich toe, laat het ongemak bestaan, maar tekent vooral hoeveel hij van haar gehouden heeft en nog van haar houdt. Misschien niet alleen maar ondanks haar moeilijke kanten, maar mede dankzij haar moeilijke kanten, omdat ook die bepaalden wie ze geweest was. 

Stijl van tekenen en vertellen

Wie het werk van Van de Pol een beetje kent, herkent het ook meteen in dit boek. Hij heeft een losse stijl van tekenen. Als hij kaders gebruikt, tekent hij die zonder liniaal. En hij buit de mogelijkheden van het medium uit niet braaf te tekenen wat er gebeurt, maar ook wat er gedacht wordt. In de klas waarin de kleine Michiel zich bevindt, is niet alleen de docent een roofvogel, maar zijn ook de klasgenoten dat. En als hij wil laten zien dat moeder de basis is van zijn leven, laat hij moeder Michiel in veel houdingen dragen. Het lijkt haar geen moeite te kosten, maar het is ook een vorm van balanceren. 

Verder houdt hij altijd zijn lichte, relativerende toon van vertellen. Juist daardoor zijn de zwaardere gedeelten voor de lezer goed te verteren. Juist door de grapjes, ervaar je de ernst van de situatie. 

Dit boek van Van de Pol had met gemak in mijn eindejaarslijst met beste strips van 2025 gekund, maar ik had er nog niet over geschreven en vaak wordt mij pas duidelijk wat ik van een boek vind op het moment dat ik erover schrijf en mijn gedachten onder woorden moet brengen. In ieder geval maakt Mantel der liefde een grote kans om volgend jaar in de lijst opgenomen te worden. 

Eerder schreef ik over andere boeken van Michiel van de Pol:






dinsdag 30 december 2025

Ossenkop (Manik Sarkar)

Gelukkig ontgaat me van tijd tot tijd wat. Dat heeft tot gevolg dat ik verrast kan worden. Zo was me ontgaan dat de korte roman Ossenkop (2024) van Manik Sarkar geprezen werd. Het haalde de shortlist van de Bronzen Uil 2024, de longlist van de Boon 2025 en de longlist van de Libris Literatuurprijs 2025. Het boek won de Hebban Debuutprijs 2025 en de Hans Vervoortprijs 2025. Niets van gemerkt, niet gezien.

Maar deze zomer maakte een collega bij de Staatsexamens, in wier neus voor goede boeken ik vertrouwen heb, me erop attent. Er ging geen enkel belletje bij me rinkelen toen ze de titel noemde. Nou ja, heel in de verte de titel van de film Rundskop (2011) die ik indertijd gezien heb, maar die heeft er niets mee te maken. 

Tot het uiterste

Ossenkop is, ik zeg het maar meteen, een prachtig boekje, over een uitzonderlijke slager. Als slagerszoon groeit hij op met het vak, maar hij blijkt meer dan anderen kijk te hebben op wat voor vlees hij in de kuip heeft en hoe hij het het beste kan bereiden. Hierbij moest ik denken aan een documentaire over worstmakers. Ik dacht dat die gemaakt was door Michiel van Erp, maar nu ik op zoek ga, kan ik hem niet terugvinden. Het gaat over slagers die meedoen met een wedstrijd en die met heel veel liefde en zelfs enige ontroering over hun worst spreken. Ze zijn tot de grens gegaan, ze hebben werkelijk alles gedaan wat ze kunnen om een worst te maken die de allerbeste is. 

Die compromisloosheid, dat gaan tot het uiterste, vinden we ook terug bij Rensing, die de zaak van zijn vader zal overnemen.

Rensing senior wist dat zijn zoon bepaalde kwaliteiten had die de zijne ver overtroffen, maar terwijl hij de tong uit het strottenhoofd sneed voelde hij onrust opwellen over de talenten waar het zijn zoon aan ontbrak en daarmee, eerlijk is eerlijk, ook de angst dat zijn winkel na zijn dood te gronde zou gaan. Rensing senior had niet alleen een zoon maar ook een dochter -de winkel- en hij moest een manier vinden om de ongemakkelijke verhouding tussen zijn nageslacht te beslechten. 

Jacomine

Er komt een meisje in de winkel, een slagersdochter, Jacomine, die het verstaat om met klanten om te gaan. Ze zullen met elkaar trouwen. 

Van verliefdheid zou nooit sprake zijn. Wat wel zou groeien was een gevoel van verbondenheid, een saamhorigheid die weliswaar op een aantal misverstanden berustte, maar toch lange tijd bestendig zou blijken. 

Rensing wil alleen het beste vlees en hij koopt het vee zelf op de markt, waar hij de hoofdprijs betaalt. Ook heeft hij grote plannen voor het concept van de winkel, maar hij heeft geen gevoel voor de klanten en hij weet niet of hij ze mee kan krijgen. De zaak komt financieel in zwaar weer terecht, zeker als er een supermarkt in het dorp komt, met goedkoop vlees. Jacomine doet wat ze kan om Rensing bij te sturen, maar ze weet niet of ze echt invloed op hem heeft. 

Ze confronteert hem met de situatie, maar Rensing kan zijn ideaal niet opgeven. 

En net toen hij iets wilde zeggen, al wist hij nog niet wat, eigenlijk wist hij het wel maar hij wist niet welke woorden hij ervoor kon gebruiken, hoe hij duidelijk kon maken dat sommige dingen belangrijker zijn dan overleven, dat het ging om de zoektocht, het streven, en dat alles voor niets was als je dat opgaf, dat alles dan maar beter helemaal niet kon bestaan, hij niet en de winkel niet, maar vind maar eens woorden om dat duidelijk te maken aan een ander wier leven je daarmee ook de grond in boort, vind maar eens een manier om duidelijk te maken dat je bereid bent om niet alleen je eigen bestaan maar ook dat van een ander op te offeren voor wat abstracties, wat idealen, waarbij het nog maar de vraag is of je daartoe werkelijk bereid bent, tot in het diepst van je beenderen, of dat het een droom is die je zo nodig kunt wegsnijden - net op dat moment schalde de winkelbel en kneep Jacomine met een zucht haar ogen dicht, veegde toen wat denkbeeldige haren uit haar gezicht en liep de klapdeur door. 

Jans

Af en toe komt Jans Boerema, een oud-klasgenoot van Rensing, in de winkel, met bijvoorbeeld een aangereden haas. Ze is wat zonderling en in het dorp willen weinig mensen met haar te maken hebben, maar Rensing helpt haar als hij kan. Ook zij gaat haar eigen weg, maar eigenlijk is ze al de hele tijd aan het verliezen en redt ze het niet. Mogelijk is ze een spiegel voor Rensing: er hoeft maar weinig te gebeuren om aan de verkeerde kant van de streep terecht te komen.  

Hoe het afloopt met Rensing en Jacomine en met de zaak laat ik in het midden, want ik wil niet alles verklappen. Uiteindelijk moet Rensing zijn leven onder ogen zien. Om met de dichter Jean-Pierre Rawie te spreken: 'Het hoge doel waarop je had gemikt, / het lager doel waartoe je mocht geraken'. Hij heeft het doel in het oog gehouden, hij is zoveel mogelijk zichzelf trouw gebleven. 'Het was mijn vlees' is zo'n beetje de laatste uitspraak die hij doet. 

Slot

Het slot van de roman is misschien wat over de top, maar ik vond het ook wel weer passend bij de weigering van Rensing om welk compromis dan ook te sluiten en bij zijn bereidheid om tot het uiterste te gaan. 

Ossenkop is een prachtige, korte roman. Het onderwerp is onalledaags en Sarkar heeft zich goed in de stof verdiept. Het motto is ontleend aan Het handboek voor de slager uit 1955. Mogelijk heeft Sarkar ook dat geraadpleegd. Af en toe verschuift het perspectief naar het dier dat geslacht gaat worden. Dat was voor mij niet nodig geweest, maar het laat wel zien met hoeveel betrokkenheid Rensing naar het dier kijkt. 

Uiteindelijk gaat het boek over het najagen van idealen, hoe ver je daarvoor wilt gaan en of dat ten koste van jezelf en van de mensen in je omgeving mag gaan. Moet je realistisch zijn of moet je doorbeuken met je ossenkop? Misschien moeten niet alleen anderen zich realiseren dat het wel je vlees is, maar ook jijzelf. 

maandag 29 december 2025

Jules Verne. Het astrolabium van Uranië, tweede deel (Gil/Puerta)

Afgelopen zomer besprak ik het eerste deel van het tweeluik Het astrolabium van Uranië, waarin Jules Verne en zijn broer naar Amerika reizen. Onderweg meent Jules een oude liefde te zien, Estelle, van wie hij dacht dat ze overleden. De broers achtervolgen een geheimzinnige man met een koffer, tot bij de Niagarawatervallen. 

Verhaallijnen

Deel twee begint waar deel 1 geëindigd is. De broers zijn uit elkaar geraakt: Jules volgt een trap naast de waterval en komt terecht in een ondergrondse gang, waar hij ontdekt dat hij niet Estelle gezien heeft, maar een filmprojectie. Hij maakt kennis met de man die het astrolabium bezit, die verhalen heeft over Atlantis en die een enorme kanonnengieterij heeft. 

Jules' broer gaat intussen op zoek naar zijn broer. Van de politie krijgt hij geen medewerking, maar hij wordt opgepikt door een van de oorspronkelijke bewoners van Amerika, die hem meeneemt naar een groep indianen (zoals ik ze voor het gemak toch maar zal noemen). Die zijn boos omdat Amerika onafhankelijk dreigt te worden en er dus beslist zal worden over hun grond, waar volgens hen de onderhandelende staten niets over te zeggen hebben. Ze gaan met een groepje naar de mijn waar niet alleen Jules is, maar waar ook indianen gevangen gehouden worden. 

Dan is er nog een derde verhaallijn, die zich afspeelt in Europa. De illustrator en de uitgever van de verhalen van Jules Verne hebben een gesprek. De kinderen van kapitein Grant zal binnenkort uitkomen en de illustrator wil alvast weten waarover het volgende boek gaat, zodat hij zich kan documenteren. In die tijd, we schrijven 1867, is er ook nog een Wereldtentoonstelling in Parijs. 

James Bond

Dit verhaal van Jules Verne heeft wel wat weg van een James-Bondfilm die zich in een ver verleden afspeelt: iemand met ideeën over een soort wereldheerschappij, Verne die dat probeert te voorkomen en in de problemen raakt en dan ook nog een andere groep mensen die gered moet worden. Het loopt allemaal vreselijk uit de hand, waardoor alles instort, maar gelukkig kunnen er ook mensen gered worden. De verhaallijn in Europa wordt mooi afgerond met de aanwezigheid van indianen op de Wereldtentoonstelling. Op de slotpagina zien we een schrijvende Jules Verne, die alles voor ons boekstaaft. 

Zoals bij elke strip, helpt het als je een beetje van het genre houdt. Dit zou je een historische avonturenstrip kunnen noemen, met daarbij een vleug science-fiction. Bij zo'n verhaal moeten de personages het moeilijk krijgen, zodat de situatie uitzichtloos lijkt, maar natuurlijk loopt het het toch net goed af. 

Scenario en tekeningen

Dat is hier ook het geval. Verne is aanvankelijk te gast in de ondergrondse wereld, maar hij wordt al gauw een gevangene. Dan is er ook nog de ellende van de indianen en tot overmaat van ramp is er ook nog een aardbeving. Dat kan voor de kritische lezer net te toevallig zijn, maar voor de leeservaring is het handigst als je je gewoon mee laat voeren met het verhaal Esther Gil, dat geschreven is door  en dan blijkt het stevig in elkaar te zitten. In de proloog van het eerste deel was de kleine Jules getuige van de overhandiging van astrolabium en zoveel jaar laten komt hij erachter wat het is en wat je er allemaal mee kunt. 

Je identificeert je als lezer gemakkelijk met de hoofdpersonen, omdat je het idee hebt dat ze in principe strijden voor een goede zaak. En de tekeningen van Carlos Puerta helpen natuurlijk ook. Ze zijn bijzonder realistisch, in een schilderachtige stijl. Er zijn veel bruinen en groenen gebruikt, die passen bij de omgeving (veel speelt zich ondergronds af, maar die ook goed dat verleden oproepen. Misschien heeft dat te maken met de kleuren van oude foto's. Verder is het mooi meegenomen dat deze kleuren goed contrasteren met het geel en oranje van het vuur.  

Van de losse delen van deze strip heb ik zeker genoten, maar het verhaal komt het best tot zijn recht als je beide albums leest. 

Titel: Jules Verne. Het astrolabium van Uranië, deel 2
Scenario: Esther Gil
Tekeningen: Carlos Puerta
Vertaling: Kees-Willem Bruggeman
Uitgever: Arboris
2025, 48 blz. € 11,95 (softcover), € 21,95 (hardcover)

Het astrolabium van Uranië, deel 1