zaterdag 7 december 2013

Kruisweg




Onlangs noemde ik Kruisweg van Hilde Bosma  een van de beste bundels die ik afgelopen jaar heb gelezen. In de bundel beschrijft ze de veertien kruisstaties van Jezus in veertien gedichten van veertien regels, sonnetten dus. Eerlijk gezegd is niet elk gedicht even goed. Sommige hadden puntiger gekund en dus gemoeten.

Maar een dichter mag beoordeeld worden op het beste van zijn werk en het openingsgedicht van de bundel vond ik erg goed.

I - Jezus wordt door Pilatus ter dood veroordeeld
Het spijt mij zeer, meneer: ik ben het zat.
Ik ga op mijn bureau staan en ik trek
het plaatje met uw uitgestreken smoelwerk
van het behang. U heeft de tijd gehad.
Ik zal voorzichtig met u zijn, omdat
ik vijftien harde euro's neer moest leggen
toen ik u bij de kringloop kocht. U merkt
zeker weer niets, of wel? Zeg dan eens wat:
wie ben ik? Heeft u nu geen praatjes meer
of een verhaaltje voor het slapen gaan,
u met dat zachte huidje en die ogen
die ik alsnog versnipper. Zeg meneer,
heeft iemand u ooit eerder pijn gedaan?
Mij wel: ik lig aan alle kanten open.

Vooral de slotregel hakt erin, tenminste bij mij. De verwijtende toon, het verscheuren en daartegenover 'dat zachte huidje en die ogen', dat op die manier ook bijna een verwijt wordt - dat is fraai gedaan.

De bundel is verspreid door het tijdschrift Liter. Een mooi initiatief, nu uitgevers zich steeds minder wagen aan dichtbundels en als ze die wel uitbrengen is dat in vrij kleine oplagen.

De gedichten zijn geïllustreerd met prachtige kindertekeningen van Isa den Toom. Hieronder de illustratie bij VII - Jezus valt voor de tweede maal onder het kruis.


Ook in boeken waarop de redacteur goed zijn best heeft gedaan, sluipen soms foutjes. In gedichten vallen die extra op. Daarom is het jammer dat er in het vijfde gedicht een woord weggevallen is. Nou ja, dat soort dingen gebeurt, maar zonde blijft het. 

Laten we besluiten met het laatste gedicht. Ook dat kan ik zonder voorbehoud 'goed' noemen.

XIV - Het lichaam van Jezus wordt in een nieuw stenen graf gelegd
Mijn vader nam de afgekoelde schenkel
en schraapte daar de witte randen vet
en stukken vlees vanaf: ze spetterden
in de tomatensoep. Daar denk ik aan
nu ik mijn vingers om jouw enkels leg
en praat over het bot en de poulet
die elke zondag weer werd opgeschept.
Mijn vader was mijn God. En ik ben gek.
Heb ik jouw grote glimlach weggemaakt?
Ik buig me diep en krijg een heel warm hoofd:
een dode Jezus is ontzettend zwaar.
Het spijt me, dat ik je heb aangeraakt
en dat ik zo veel, zo vaak heb geloofd.
Ik kus je op de lippen. Even maar.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen