dinsdag 10 december 2013

Schoon vlees


Al eerder beloofde ik iets te citeren uit Schoon vlees, de mooie bundel van Henk Knol. In veel gedichten blijft Knol dicht bij huis en zelfs in huis: zijn dierbaren (kinderen, kleinkind), zijn jeugd. De gedichten ogen beheerst, maar onder de formuleringen woelt de emotie, die het gedicht laadt en, voor mij tenminste, onontkoombaar maakt.

De titel is ontleend aan het eerste gedicht, dat ook de opening is van de reeks 'Schoon vlees':
Bij de pasfoto van Isa
Ooit had ik dochters van hetzelfde blond
als jij, maar eerst met haartjes van zwart garen toen
ze eenmaal bij mij kwamen. Daar zaten witte vlokjes in
die geurden naar schoon vlees; ik zakte door mijn knieën
om hun paard te zijn. Tot ik ze bloemen gaf
omdat ze zomaar op een dag heilig in maagd veranderd waren:
met potloodogen en oranje haren deden ze scherpe hakjes
aan en werden later opgehaald door stijfselkoppen
die al met twee kauwgomwoorden konden praten.
Ik zei niet veel meer, dus bleef het achterwege:
het slakkenspoor van stickerresten op hun kamerdeur
en putjes in de houten vloer alsof het overal in huis
toen zachtjes maar aanhoudend is gaan regenen.
Vooral dat slot vind ik prachtig. Misschien doordat ik mij dezelfde putjes in het zeil herinner, nadat tante Cor op bezoek geweest was. Volgens mij kun je de slotstrofen niet lezen zonder dat het in je hoofd inderdaad begint te regenen.

Verder hoeft er niets gezegd: je ziet de vader, die weet dat de dingen gaan, zoals ze gaan. Dat dochters het huis verhalen en dat ze alleen maar putjes achterlaten, maar dat ze daarin aanhoudend aanwezig zijn.

Een ander gedicht waar ik steeds weer naar terugblader is het volgende:
Frambozen
Vader, alles staat weer in bloei vandaag en de krant geeft
het recept voor een frambozentaart. Weet je nog dat je ons
vroeger naar de kleine winkel bij de Wijmers bracht? Waar
de manke tante woonde die in lijfgoed en verstelwerk deed
en ooit jou liet onderduiken in de regenbak wanneer de mof
je zocht? Wat deden wij ons daar tegoed aan wat er groeide
in haar zomertuin: aardbeien, kruisbessen en frambozen
met hun donzen meisjeshuid die smaakten als de plaatjes
kanten ondermode die verholen op haar toonbank stonden. En
weet jij ook nog dat we later beurtelings bij haar waakten aan het
hoge bed met aan de muur bij het voeteneinde dat borduursel
met 't hijgend hert en hoe zij - moede hinde, oud kind met vlechtjes
in nachthemd - snikte, voordat haar ziel naar boven ging. Heb jij
gemerkt hoe nog diezelfde nacht de vruchten in haar tuin afvroren?
Ik val al voor het woord 'lijfgoed' dat ik de laatste jaren nooit gehoord en bijna nooit gelezen heb. En dan natuurlijk die 'frambozen met hun donzen meisjeshuid'. Aan die huid zal ik voortaan moeten denken als ik een doosje frambozen zie.

Natuurlijk staan er nog veel meer mooie gedichten in Schoon vlees. Koop de bundel en ervaar het. Ik hoop dat de recensenten de bundel opmerken en dat iedereen die de gedichten leest, erover vertelt aan anderen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen