zaterdag 24 maart 2012

Stadsdichter (8) - Dorpsdichter

In Edese Post van gisteren wordt wethouder Evert van Milligen geïnterviewd door Jolinda van Alfen. Ik meen uit dat interview te mogen opmaken dat hij liever boeken als Gomorra en werk van Saskia Noort leest dan literatuur, al noemt hij nog wel Joost Zwagerman.

Opmerkelijk is dat hij ervan uitgaat dat ik meeding naar het stadsdichterschap. In een ver verleden wel eens een gedicht of een liedtekst gewrocht, maar toen was ik nog niet half zo oud als nu. Ik acht mij geen dichter. Maar mocht er ooit een stadscolumnist aangesteld worden, dan zal ik meteen mijn ellebogen in de flanken van mijn concurrerenten plaatsen en proberen op de voorste rij te komen.

Jolinda van Alfen stelt in het interview nog een opmerkelijke vraag: of Ede een stadsdichter of een dorpsdichter zou moeten hebben. Als je Ede binnenrijdt, rijd je onder een Stadspoort door en al meer dan vijfendertig jaar bestaat er een krant die zich Ede Stad noemt, maar blijkbaar is nog steeds niet duidelijk of Ede een stad is.

De gemiddelde inwoner van Haarlem of Hilversum zal Ede als een dorp beschouwen, wat te maken heeft met het imago van boerengat, dat misschien wel per definitie kleeft aan een plaats op de Veluwe. Diezelfde imaginaire inwoner van H. of H. heeft er waarschijnlijk ook geen flauw benul van hoeveel inwoners Ede heeft en wat er zoal te doen is.

Qua omvang moeten we Ede natuurlijk een stad noemen en ik vind ook dat de dichter die Ede vertegenwoordigt een stadsdichter moet zijn. Toch zeg ik nog steeds: 'Even naar het dorp' als ik een rondje over de markt ga maken. Dat zal niet alleen met Ede, maar ook met mij te maken hebben. Ik ben opgegroeid in een dorp dat indertijd zo'n drieduizend zielen telde. 'Dorp' staat voor mij voor iets wat dichtbij is, 'stad' schept afstand. Van 'stadsen' moest men vroeger in het dorp niet veel hebben.

Dat dorpse, dat dichtbije, heeft Ede wel, voor mijn gevoel, maar ik vind dat dat meer iets voor de binnenwacht. Tegen elkaar mogen we zeggen dat we naar het dorp gaan, als we ons begeven naar de vertrouwde plekken. Voor de buitenwacht dient Ede een stad te zijn, die de schouders recht en de kin heft. We hebben een stadsomroeper en als het aan de Edese jongerenraad ligt krijgen we ook stadsrechten. En een stadsdichter natuurlijk. Ons dorp is groot geworden.

Foto bij het interview in Edese Post

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen