dinsdag 25 oktober 2011

Gran Café Boulevard


Het is een vreemde gedachte: twee jaar geleden had ik nog bijna niets van Tomas Lieske gelezen. Een paar gedichten, dat was het wel. Intussen heb ik twee novellen (Mijn soevereine liefde uit 2005 en Een ijzersterke jeugd uit 2008) van Lieske gelezen, een roman (Alles kantelt, uit 2010) en een dichtbundel (Stripping en andere sterke verhalen uit 2002). En nu dus ook de roman Gran Café Boulevard uit 2003.
Het zal niet het laatste boek van Tomas Lieske zijn dat ik lees.

Voor mij behoort Lieske tot de top van de hedendaagse Nederlandse schrijvers. Hij neemt zijn lezers mee naar andere plaatsen en andere tijden, schrijft in een fraaie stijl, kan een boek degelijk in elkaar zetten en dat ook nog met een schijnbaar gemak.

In dit boek komt bijvoorbeeld een vervalser voor. Als lezer heb je het idee dat Lieske alles van vervalsingen weet. Achteloos strooit hij met details, alsof ze vanzelf spreken. Hij schrijft net zo gemakkelijk over een vervallen boerderij in Zuid-Holland als over een grand café in Bilbao.

Lieske is een vakman, zoals je er niet zoveel tegenkomt in de literatuur. Niet alleen zijn zijn boeken technisch goed, maar ze hebben ook iets bedwelmends. Ze zuigen je de wereld van het boek binnen en dat laat je graag gebeuren. Ik moet ook Dünya (2007) en Franklin (2000) maar eens gaan lezen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen