dinsdag 1 februari 2022

Telemachus in het dorp (Marnix Gijsen)


Dit jaar wil ik wat meer oude literatuur gaan lezen. Dat deed ik de afgelopen jaren ook wel van tijd tot tijd. Ik schreef bijvoorbeeld over Frans CoenenLodewijk MulderCyriel BuysseDen ouden heer Smits  en ook over een roman van Wolkers uit 1963. Maar dit jaar wil ik proberen wil ik proberen om elke maand ook iets ouds te lezen. Laten we zeggen van minimaal vijftig jaar geleden. 

Er is veel wat ik nog wil lezen en ik weet dat het er niet altijd van zal komen, maar misschien helpt het dat ik aankondig dat ik weer eens in een roman van Vestdijk wil en duiken van C.C.S. Crone heb ik nog nooit wat gelezen, wat toch eigenlijk ook een keer moet. Verder ligt er nog een boek van Frans Coenen klaar en al jaren staat Waarheid en dromen van Jonathan in mijn kast. Tot meer dan bladeren ben ik niet gekomen. Zo kan ik nog van alles uit mijn boekenkast halen. 

Deze keer Telemachus in het dorp van Marnix Gijsen, een boek uit 1948. Gijsen had toen al heel wat publicaties op zijn naam staan, voornamelijk over literatuur. Fictie had hij nog niet zoveel geschreven. Alleen Het boek van Joachim van Babylon (1947). Zijn beroemdste roman, Klaaglied om Agnes zal in 1951 verschijnen. 

Afrekening

Telemachus was de zoon van Odysseus. Na diens terugkeer zouden ze samen de vrijers die om de hand van Penelope kwamen een kopje kleiner maken. Met die geschiedenis in het achterhoofd zou je het boek van Gijsen kunnen zien als een afrekening met de mensen in het dorp. 

Dat dorp is Blaren. Meteen na zijn geboorte werd de ik-figuur hier ondergebracht, omdat zijn moeder ziek was. Hij leefde er drie jaar bij een voedster. Verder woonde er veel familie van vaderskant: zijn grootmoeder en drie ooms. Die ooms, Louis (pastoor), Felix (gemeentesecretaris) en Leander (de hoofdonderwijzer), maken de dienst uit in het dorp. Op zondag bezocht het gezin van de hoofdpersoon die familieleden.

De pastoor blijft in het verhaal een beetje op afstand, maar de andere twee krijgen ruim aandacht. Op Felix is van alles aan te merken. Zo verrijkt hij zichzelf door percelen grond te kopen, daar een weg door te plannen en dan zichzelf een fors bedrag uit te keren. Bovendien raken dienstmeisjes bij hem zwanger, waarna ze discreet weggemoffeld worden in een huwelijk met een jongen die niets met de zwangerschap van doen heeft. 

Oom Leander

Oom Leander is tiranniek in de klas en zwaar katholiek. Wel geniet hij aanzien in het dorp, zelfs bij degenen die onder hem te lijden hebben gehad. Op een gegeven moment organiseert hij een reis naar Lourdes, die fataal afloopt. De trein krijgt op de terugweg een ongeluk, waarbij doden vallen. 

De hoofdpersoon is intussen ouder geworden. Hij brengt zijn vakantie door in Lourdes. In de bossen loopt hij naakt rond, om zo dicht mogelijk bij de klassieken te komen. Hij heeft een exemplaar bij zich van Les avontures de Télémaque  (1699) van Fénélon. Ook dat is een verwijzing naar de titel. 

Hij is op een leeftijd (middelbare scholier, neem ik aan) dat hij goed in de gaten heeft wat er in het dorp omgaat. Het lijkt een rustig dorp, maar er woelt van alles. 

Philip van Lierde had het eens, in een lyrische bui, vergeleken bij een doorzichtige vijfer, waarin de vissen traag en vreedzaam rondzwommen in regelmatige cirkelgang. Het vergde mij heel mijn jeugd, eer ik begreep, dat er meer haaien en octopussen in dit stille water huisden, dan ik er later zag zwemmen rond de koraalriffen van de tropische eilanden. Maar toen was het voor mij reeds te laat. 

Trauma

Die laatste zin klinkt nogal dramatisch en dat kenmerkt de hoofdpersoon. Hij lijkt zwaar getraumatiseerd door het dorp. Aan het eind van het boek spreekt hij over 'de donkere engelen van Blaren, de mensen die ik in het begin van mijn leven had ontmoet en die mij allen diep hadden gewond of zacht gekneusd.'

De hoofdpersoon heeft wel nare dingen meegemaakt: zo was hij betrokken bij een treinongeluk (maar raakte niet gewond) en was hij getuige van de dood van zijn ooms. Maar hij is niet het slachtoffer van de mensen in Blaren. Toch zegt hij dat de schimmen uit zijn jeugd hem zijn hele leven hebben achtervolgd en hij spreekt over zijn bittere en onrustige jeugd.

Dat komt op mij over als aanstellerig en dat heb ik dan ook tegen deze korte roman. De beschrijving van de personages is goed en het dorp zie je helemaal voor je. Maar het klagerige van de hoofdpersoon, het belangrijk maken van zijn eigen leven, het gezochte slachtofferschap - die walm kan ik maar lastig verdragen. Het aanstellerige zit eigenlijk al in de titel. 

Het drama zit soms in dingen die terloops vermeld worden, zoals dat grootmoeder vijf broers en zussen heeft verloren in een tyfusepidemie en dat van haar tien kinderen er nog maar twee in leven zijn (oom Felix is niet een zoon, maar een schoonzoon van grootje). Het zijn maar losse zinnetjes, maar toch snap je meteen dat iemand daardoor getekend is. Dat werkt veel beter dan het zelfbeklag van de verteller.

Ironie

Verder is Telemachus in het dorp best een aardig boek. Gijsen vertelt vrij sober maar is ook trefzeker in de beschrijvingen en de ik-figuur kan van tijd tot tijd met ironie de dorpsgemeenschap bekijken. Op een gegeven moment komt er een prediker. Over zijn preek:

Ik moest echter mee naar den groten prediker, die met de grove borstel, zo zei hij, de vunze zielen zou afschuren. Het viel mij op, dat hij vooraf altijd zichzelf overtuigd verklaarde, dat al de aanwezige gelovigen brave zielen waren, maar dat vergat hij blijkbaar in het vuur van zijn rede, want eens dat hij zijn vlucht genomen had, kreeg men de indruk, dat hij voor het uitschot dat mensheid sprak. 

Complexe personages

De beschrijving van de personages is uitstekend. De ooms zijn complexe figuren en ze hebben zeker niet de onverdeelde sympathie van de hoofdpersoon, maar ze hebben hem wel mede bepaald. Aan het eind van het boek zegt hij daarover:

Geen van beiden was een groot man, maar geen mens die ik gekend heb in mijn lang zwerversbestaan, heeft op mij ooit een dieperen indruk gemaakt dan deze twee. Van mijn oom Louis, de pastoor, wil ik liefst niet spreken. Hij was droog en streng als een dogma en menselijk heeft hij mij nooit beroerd. 

Telemachus in het dorp is een mooie schets van een  gesloten dorpsgemeenschap, waarin de verteller een buitenstaander is. 'Ik ben een stadskind' is de openingszin van het boek. Die verteller zat mij soms in de weg, maar de rest van het boek intrigeerde mij wel. Als ik een roman als Goed en kwaad (1950), De kat in de boom (1953) of Terwille van Leentje (1957) tegenkom, neem ik die mee naar huis. 

2 opmerkingen:

  1. Hoi Teunis, ik heb van Marnix Gijsen "Klaaglied om Agnes" gelezen voor de lijst van de middelbare school. Ik kan mij er niets meer van herinneren, behalve dat ik er helemaal niets aan vond. Ik vond de meeste boeken die ik voor mijn lijst voor Nederlands las helemaal niets, met uitzondering van een boek van Hermans en eentje van Maarten (of heette hij toen Maartje?) 't Hart.
    Pas geruime tijd na de middelbare school ontdekte ik dat er in de Nederlandstalige literatuur ook nog boeken geschreven zijn die mij wel aanspreken. Groetjes, Erik

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Op het moment dat je moet lezen, wordt het lezen al minder aangenaam, vrees ik. Ik heb Klaaglied om Agnes ook op de middelbare school gelezen, maar ik heb er wel goede herinneringen aan. Mooi dat je later ook boeken bent tegengekomen die je wel aanspreken.

    BeantwoordenVerwijderen