In 1980, het jaar dat John Lennon werd vermoord, stopt Thomas met zijn middelbare school in plaats van aan zijn examenjaar te beginnen. Hij gaat werken in een supermarktje in Wageningen, Vendriks VéGé Voordeelmarkt. Daar overkomt hem iets onverklaarbaars.
Om die gebeurtenis en de nawerking ervan draait alles in de nieuwe roman van Rob van Essen, De grote schoonmaak.
Bij het begin van het boek bevindt Thomas zich in Engeland en dan is het intussen tien jaar na de gebeurtenis in de supermarkt. Hij heeft rondgelopen in een pak in de vorm van een grote bierfles en een vrouw heeft hem ondergekotst. De geur beschrijft Van Essen beeldend:
Er kwam een lauwe geur van af, eerder een walm dan een geur - de walm van een cafékelder waarin onlangs een paar vaten bier zijn leeggelopen en die daarna is getroffen door een vloedgolf die onderweg een wegrottende begraafplaats voor kleine huisdieren heeft meegenomen.
Hij vertelt aan een man op een bankje wat hem tien jaar daarvoor overkomen is. Dat ga ik navertellen en daarbij moet ik wel wat spoilen. Maar ik zal het mysterie van het einde van de roman intact laten.
Brixo
In de supermarkt waar Thomas werkte was er een promotiecampagne. Er liep een man rond in een pak in de vorm van een fles met het schoonmaakmiddel Brixo. Maar er overkomt de man een ongeluk, waardoor het pak scheurt en leegloopt. De man blijkt verdwenen. Of opgelost. Of nooit te hebben bestaan. Thomas ruimt samen met de supermarkteigenaar, Vendriks, het schoonmaakmiddel op. Intussen is alles veranderd.
Ons leven was voorbij. Dat wisten we nog niet, Vendriks en ik, toen we daar stapjes terug stonden te nemen, maar het was wel zo. Opeens bevonden we ons in een ander stadium, niet meer in het leven zelf maar in een epiloog, waarin we wanhopig op zoek gingen naar een verklaring voor het absurde en onbegrijpelijke wat we hadden meegemaakt, en toen die uitbleef, naar een manier om met die leegte om te gaan; eerst ieder voor zich, later met z'n tweeën.
Het is absurd wat Vendriks en Thomas hebben meegemaakt. Ze zullen er met niemand over kunnen praten. Dan zullen ze voor gek verklaard worden en anders zullen ze in ieder geval niet geloofd worden.
Leven met het absurde
Thomas probeert de rest van zijn leven in het reine te komen met deze absurde gebeurtenis. Eerst probeert hij er vorm aan te geven door middel van kunst, later roept hij de filosofie te hulp, maar het blijkt niet te werken. Misschien is de mens niet toegerust om te kunnen leven met het absurde, het onverklaarbare.
Want dat was het probleem: als ik ervan uitging dat wat ik had gezien echt gebeurd was, dan kon alles gebeuren. Dus verwachtte ik van alles. Een huis dat opeens in een fluitketel veranderde. Auto's die tegen je begonnen te praten. Mensen die voor je ogen oplosten.
In mijn jeugd, in de jaren zeventig, was er een televisieprogramma dat Waar gebeurd heette. Het werd gemaakt door Gied Jaspers en Paul Haenen. Mensen vertelden over dingen die waar gebeurd waren en die niemand wilde geloven. Het konden heel kleine dingetjes. Ik herinner me een mevrouw die een kopje liet vallen en dat was niet kapot; het stuiterde weer omhoog zodat ze he zo kon opvangen. Uitzenddata vind je hier. Daar deed het me in eerste instantie aan denken.
Maar Van Essen laat zien wat het absurde doet met je leven: het tast het fundament aan. Het logisch redeneren in oorzaak en gevolg volstaat niet meer: er zijn geen logische verklaringen. Het is niet alleen zo dat deze gebeurtenis niet 'klopt', maar misschien klopt het hele leven niet en heb je altijd in een waan geleefd.
Thomas blijft zoeken naar bevestiging. Dat het echt gebeurd is wat hij gezien heeft. Dat hij niet gek is. Hij moet wel accepteren wat er gebeurd is, maar dat kan hij eigenlijk niet. Bij zijn zoektocht komt hij Vendriks weer tegen en samen trekken ze naar Engeland, omdat ze daar een aanwijzing hopen aan te treffen.
Brixopolis
Ze komen met lotgenoten in contact en samen vormen ze een leefgroep. Maar ook daarin gebeurt iets onverklaarbaars. Dat wil ik niet gaan spoilen, maar wie door het boek bladert, ziet dat er delen zijn die zich afspelen in de verre toekomst, 2197, in Brixopolis.
Wat daar gebeurt, kan een verklaring zijn voor het boek dat de lezer op dat moment in handen heeft. Heeft Van Essen dat eigenlijk wel zelf geschreven? Maar het brengt Thomas misschien ook iets verder. Het inzicht dat je het absurde niet kunt verklaren, maar dat je er wel mee kunt omgaan door te handelen.
Door te handelen kan je alles overwinnen, zelf het onmogelijke kan je ermee overwinnen, door aan het werk te gaan, door het absurde te gebruiken voor wat er moet gebeuren.
Sinds De goede zoon (2018) verkent Van Essen wat er in de verbeelding mogelijk is. In die roman en in Ik kom hier nog op terug (2023) rekt hij de werkelijkheid op, kijkt hij in hoeverre hij de lezer mee kan nemen in het verhaal. Die werkwijze is verwant aan die van Tomas Lieske in boeken als Door de waterspiegel en De vrolijke verrijzenis van Arago, waarin mensen terechtkomen in parallelle werkelijkheden en in andere tijden. In dezelfde hoek plaats ik K. Schippers, met een boek als Waar was je nou?
Om het absurde goed uit te laten komen, moet je daartegenover veel vertrouwde werkelijkheid hebben. Dat doet Van Essen door nadrukkelijk locaties in Wageningen, Bennekom en Ede te noemen. Aangezien ik in Ede woon en lesgegeven heb aan de school die Thomas bezoekt is de herkenning voor mij heel leuk.
Op het Christelijk Streeklyceum (vaak afgekort tot Het Streek, wat later de officiële naam werd) was in de tijd dat ik er was (van 1988 tot 1999) nog De Streekbuis nog steeds de naam van de schoolkrant. De snackbar tegenover het politiebureau (nu: een restaurant dat lang Het oude politiebureau heeft geheten) zou ik ook zo kunnen aanwijzen. Dat hij de straat in Bennekom het Midden-Eng noemt, bevreemdt me weer. Ik noem die altijd de Midden-Eng, zoals ik ook spreek over de Wageningse Eng.
De VéGé in Wageningen kende ik niet, maar die heeft wel bestaan. De naam kwam van Verkoop Gemeenschap. In 1961 waren er 28.900 winkeliers bij aangesloten, lees ik in een bericht van Oud-Wageningen. De eigenaar in Wageningen heette van Berkel. Bij het bericht staan ook foto's, die ik je niet wil onthouden. Je ziet dan ook dat een supermarkt er in het verleden anders uitzag dan wat je je er tegenwoordig bij voorstelt. Zo waren er nog geen winkelwagentjes, maar wel al mandjes.
Van Essen zal het interieur van deze supermarkt niet precies zo terug hebben laten komen in de roman en de beelden die ik naderhand opgezocht heb, hebben de beelden die bij me opkwamen tijdens het lezen niet vervangen. Blijkbaar zijn die zo krachtig, dat die zich niet zomaar laten vervangen.
![]() |
| Kassa van VéGé in Wageningen |
Uit De grote schoonmaak blijkt een enorme lol in het vertellen en dat veroorzaakte bij mij weer leesplezier. Ondanks het mysterieuze is het een bijzonder helder verhaal, wat je gemakkelijk tot je neemt.
De titel slaat natuurlijk op de gebeurtenis in de supermarkt en op de schoonmaakklus die dat opleverde voor Vendriks en Thomas, maar ook op het idee dat er nog wat op te ruimen is in het leven van Thomas en uiteindelijk ook op de happening (of de show, of de cultus) in Brixopolis, waaraan Thomas het inzicht overhoudt dat de grote schoonmaak alleen maar kan geschieden als je inderdaad de handen uit de mouwen steekt, wat doet met datgene wat opgeruimd moet worden.
Misschien ben ik door De grote schoonmaak net iets minder verrast dan door Ik kom hier nog op terug, omdat er soortgelijke mechanismen onder het verhaal werkzaam zijn. Maar ik denk dat ik het wel spannender vind, dat ik nog meer door wilde lezen om te weten te komen wat er allemaal gebeurd was en nieuwsgierig was of er toch een aanwijzing zou zijn in Engeland en wat er te zien zou zijn op de foto's die van de man in het Brixopak genomen zijn.
De grote schoonmaak zal ongetwijfeld, net als de vorige romans van Van Essen terechtkomen in eindejaarslijstjes. In ieder geval zal ik het opnemen in mijn eigen lijstje. De goede zoon eindigde in het jaar dat ik het las in de top vijf en Ik kom hier nog op terug plaatste ik in 2024 zelfs bovenaan. Van Essen heeft een heerlijke roman geschreven. Speels, spannend, maar ook bezinnend: hoe ga je om met wat je niet kunt accepteren in je leven. Geschikt voor een groot publiek, lijkt mij.
Eerder schreef ik over andere boeken van Rob van Essen.
Naschrift
Rob van Essen reageerde op deze recensie. Hij schreef dat supermarkt die hij bedoelde, niet degene is waarvan ik foto's heb geplaatst. In Wageningen was dus nog een VéGé, in een klein winkelcentrum in een wederopbouwwijk.





Dag Teunis, mooi stuk, dank. De winkel in Wageningen waar ik werkte nadat ik van school ging (want dat deel van het boek is autobiografisch) was niet de VéGé die jij noemt; de winkel was onderdeel van een klein winkelcentrum in een wederopbouwwijk en heette Hendriks VéGé Voordeelmarkt. (Ik heb er Vendriks van gemaakt.) Ik ben er later nog wel eens naar op zoek gegaan, maar hij was onvindbaar, alsof hij nooit bestaan had. Googelend kwam ik bij dezelfde, oudere VéGé uit als jij. Maar dat was hem dus niet. Groet! Rob
BeantwoordenVerwijderenDank voor de aanvulling, Rob. Ik zal die in een naschrift vermelden.
VerwijderenLeuk stukje, Teunis, maar in 1980 waren er geen Vege winkels meer
BeantwoordenVerwijderenDie zijn in 1980 opgehouden te bestaan, voor zover ik weet. Maar in de roman bestaat de winkel dan nog.
Verwijderen