woensdag 6 mei 2026

Overgave op commando (Nadia de Vries)

 
Schelvis groeit op aan de kust, in een dorp van tweeduizend zielen. Nou ja, in de zomer zijn er vijfhonderd extra. 'Deze mensen bezaten een huisje op ons strand, ze beschikten over dure honden en vakantiedagen.' Zo is er een 'wij' en een 'zij', de dorpelingen en de toeristen. 

Dat is de setting in het eerste deel van de kleine roman Overgave op commando van Nadia de Vries. Veel mensen in het dorp werken in de staalfabriek, of in een van de plaatselijke distributiecentra. 

Het is geen lieflijke wereld waarin Schelvis opgroeit. 
We groeiden op met episodes van banaal geweld. Dan vloog er weer een vaas tegen de wand, of veranderde een vuist een meubelstuk in schroothout. 

Niet onbeschadigd blijven

Wat doet dat met iemand die in zo'n omgeving opgroeit? Die leert dat de wereld hard is, dat succes niet verzekerd is, dat het leven niet maakbaar is. De dorpskinderen reageren anders dan de stadskinderen die moeten huilen als een golf een zandkasteel overspoelt. 

Maar wij, de kinderen die aan het strand geboren waren, wisten beter en huilden nooit. Wij accepteerden dat de grote golf soms voor onze toren kwam. Dat we niet onbeschadigd zouden blijven. We verzorgden onze knieschijven niet wanneer we vielen en begonnen jong met roken, om alvast aan het verval te wennen. Tegen de tijd dat we vijftien waren, waren we oud en wijs, en zij die dat niet waren, waren overleden. 

Schelvis gaat naar een speciale school en trekt later op met een vriendengroep: Jeremy, Duncan en Celine. Het doet een beetje denken aan  het kleine groepje leeftijdsgenoten in Het smelt van Lize Spit en het groepje jongeren in Wij van Elvis Peeters. Ook deze jongeren gaan over grenzen en ook over elkaars grenzen, op een gewelddadige manier. 

Dat gebeurt ook in Overgave op commando. Schelvis probeert bij Jeremy in de gunst te komen en gedraagt zich zo dat die hopelijk door Jeremy gezien wordt. Dat zal zich uiteindelijk tegen Schelvis keren. 

Schelvis probeert erg bij de groep te horen en dat lukt niet. Als het fout gelopen is:
Ik zag niets en ik hoorde niets. Al kruipend bedacht ik dat er geen 'wij' meer was waarop ik aanspraak kon maken. Vanaf nu was ik alleen, echt alleen, en de zwelger in mij vond dat zowel begeerlijk als tragisch. 
Schelvis verzet zich niet tegen het lot, maar aanvaardt het als een gegeven. Zonder veel illusies lijkt het en toch is Schelvis iemand die niet opgeeft, maar doorgaat. Schelvis verlaat het dorp en gaat naar de stad, niet wetend of die zich daar kan redden. 

De hemel en de zee


Overgave op commando is verdeeld in twee delen: I 'Aan mijn voeten, de zee' en II 'Boven mijn hoofd, de oneindigheid'. Aan het eind van het eerste deel ontmoet Schelvis op een duintop een man die Schelvis door een telescoop laat kijken. 

Waar ik ook keek, door het kijkgat of erbuiten, ik werd omringd door kolossale dingen. De hemel en de zee: ze konden me wel degelijk opslokken, als ze daar zin in hadden, ze konden me alles laten doen wat ze wilden. In het grote plaatje van alles was ik piepklein, vrijwel niets. Ik kon er niet aan ontsnappen. 

Dat is voor mij ontroerend aan Schelvis: klein zijn, besef hebben van de kleinheid en de machteloosheid, maar wel gewoon doorgaan en er het beste van maken. Zoals alle dorpelingen misschien wel doen. 

In de stad

Ook in de stad heeft Schelvis het niet gemakkelijk. Onderdak blijkt alleen te verkrijgen bij een oudere man die er wel wat voor terugverlangt, maar ook dat ondergaat Schelvis. Er volgt een baantje op een terras waar Schelvis wel de grens trekt en uiteindelijk komt onze held terecht in een woongroep, waar men strikte opvattingen heeft. Als duidelijk wordt dat Schelvis schoonmaakwerkzaamheden in een slachterij verricht, voltrekt zich iets soortgelijks als met de vriendengroep in de slachterij. Schelvis moet het maar ondergaan: overgave op commando. 

Ik gebruikte net het woord 'held'. Dat komt in zo'n beetje elke hoofdstuktitel van deze roman voor. Een voorbeeld: 

Onze held leert de charme van levensgevaar. Romantiseert het niet. Verandert wel voorgoed. 

Het doet me, behalve aan het begin van De avonden van Gerard Reve natuurlijk, denken aan wat er boven hoofdstukken in romans uit de negentiende eeuw staat als aanduiding van de inhoud. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij  Ferdinand Huyck van Jacob van Lennep. Ook hier een voorbeeld:

Waarin onze held voor de tweede reis op denzelfden dag gevaar loopt van zijn hart te verliezen.

Kijk, dat ben ik!

Ik kan dat 'held' (net als bij Reve) niet anders dan ironisch lezen. Je kunt niet eens zeggen dat Schelvis zich redt, maar ook niet dat die eronderdoor gaat. Het boek eindigt met een werkelijke schelvis in welks oog Schelvis zichzelf weerspiegeld ziet.

In het oog van de dode vis zag ik mijzelf weerspiegeld. Mijn wang was grotesk, mijn gezicht was onmenselijk. In het vlies van het oog glinsterde ik. Ik was onmiskenbaar en groot. En ik dacht: Kijk, dat ben ik!

Dat cursief gedrukte 'Kijk, dat ben ik!' heeft toch de indruk van een overwinning of op zijn minst van zelfbewustzijn. Niet meer de neiging om zich te conformeren aan de omgeving, om ergens bij te horen, maar het besef zelf iemand te zijn. 

Overgave op commando is een bevreemdend boek. Het verhaal heeft realistische kanten, maar het vergroot ook dingen uit, vertekent ze, zodat de getekende wereld ook iets onwerkelijks heeft. Bij mij riep dat associaties op met televisieseries van Dennis Potter als Pennies from heaven en Lipstick on you collar

Dat Schelvis alles maar lijkt te accepteren wat er gebeurt, zorgt ervoor dat de lezer dat ook maar moet doen en dat die daardoor bevreemd naar zichzelf kijkt: accepteer dat zomaar, een wereld waarin mensen zo over elkaars grenzen gaan? Blijkbaar. 

Fijn pennetje

Het is een intrigerend boek, geschreven met een fijn pennetje. Tijdens het lezen geniet je niet alleen van het verhaal, maar ook van hoe het verteld wordt en steeds zijn er zinnen die oplichten. Een enkel voorbeeld:

Haar g was zo hard dat je er een brood mee kon snijden. 

Genieten van het verhaal is misschien niet goed gezegd, omdat er ook veel verteld wordt dat in een andere vorm eerder afschuw opgeroepen zou hebben. En toch kan ik niet anders zeggen dan dat ik genoten heb van Overgave op commando. Het werk van Nadia de Vries moet ik maar eens in de gaten houden. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten