Op 13 juli 1960 overleed Anna Blaman aan een hersenembolie. Ze was 55 jaar oud. Ze was toen een vooraanstaand schrijfster. Zo ontving ze in 1956 de P.C. Hooftprijs, die dat jaar voor het eerst werd uitgereikt voor een geheel oeuvre en niet voor een enkel boek.
![]() |
Het Rotterdamsch Parool 24 januari 1949 |
Kosta schrijft wat er gebeurt van zich af in een detectiveverhaal. De twee hoofdpersonen, detective King en de gifmengster Juliëtte, beginnen steeds meer weg te krijgen van Kosta en Alide.
Voor wie Eenzaam avontuur nu leest, zal het boek niet meer controversieel zijn, maar dat was het vlak na de oorlog wel. Ik las het boek ergens begin jaren tachtig en misschien zou ik het moeten gaan herlezen. Ik weet nog dat ik het een bijzonder knap boek vond, maar dat ik er niet door geraakt werd. Daardoor heb ik verder weinig tot niets van Blaman gelezen en eigenlijk had ik dat wel moeten doen.
Tribunaal
Bij het tribunaal was Albert Helman de aanklager, Johan van der Woude de verdediger. Je zou dit allemaal als een soort boekenweekgrap kunnen zien, maar het heeft op zijn minst een nare ondertoon. Dat signaleren sommige kranten uit die tijd trouwens ook. Ik plak hier een stukje van verslag bij, geknipt uit het Algemeen Dagblad van 9 februari 1949.
![]() |
Algemeen Dagblad, 9 februari 1949 |
In het verslag in Algemeen Dagblad werd het tribunaal verder nog een 'belachelijke vertoning' genoemd en het stuk eindigde met:
Voor Rotterdam is het te wensen, dat de stad voortaan van zittingen van dit tribunaal verschoond zal mogen blijven. Bepaalde onderdelen uit de dagvaarding had men zeker met gesloten deuren moeten behandelen. Wij kunnen ons dan ook niet aan de indruk onttrekken dat het geheel meer bedoeld is geweest al reclame voor de binnenkort te houden Boekenweek.
Maar toen Blaman stierf, was haar naam als literair auteur wel gevestigd. In 1963 verscheen het boekje Anna Blaman over zichzelf en anderen. Ik las het.
Er staan wat gedichten van haar in en veel korte stukken: essays, lezingen, toespraken. Een nogal bont geheel, dat samengesteld is 'in overleg met de zuster van de schrijfster, mevrouw J.C. Lührs-Vrugt en de heer Alfred Kossmann. In het twee bladzijden lange stukje 'Bij wijze van verantwoording', ondertekend door 'De uitgever', staat verder niet zoveel vermeldenswaards. Bij de inhoudsopgave staat achter elk stuk de bron vermeld.
De gedichten van Blaman kende ik eigenlijk niet en na lezing was ik er ook niet zo heel erg van onder de indruk. Het begin van het gedicht 'Winter' vind ik nog wel aardig: 'Ik ben gestorven zonder het te weten / want anders had ik me toch wel verzet'.
Eenzaam avontuur
Ze komt in de prozastukken nog een keer terug op Eenzaam avontuur in 'Het laatste woord over Eenzaam avontuur' dat gepubliceerd werd in 1954, in Maatstaf. Ze noemt daarin het lot van de roman, dat ze 'niet onbemazzeld' noemt.
En hiermee doel ik niet zijn grote aantal herdrukken en niet op de prijs van de gemeente Amsterdam. Ik bedoel dat het erkenning vond, liefde, waardering en begrip. Het werd natuurlijk ook vaak slecht begrepen en miskend en schandalig behandeld, maar wie overkomt dat niet!'
Ze komt ook terug op het boekentribunaal. Ze besloot pas niet te gaan nadat ze de aanklacht thuisgekregen had. Ze citeert er een alinea uit om de 'fijnzinnigheid' van de aanklager te laten zien:
Een reeks van verregaande tekortkomingen op litterair gebied, subsidiair grove en schuldige onkunde van het romanschrijversvak, subsidiair opzettelijke misleiding van het lezerspubliek.In een reportage van de Vara was te horen hoe het tribunaal verlopen was. Blaman ergerde zich niet alleen aan de aanklager, Albert Helman, die vooral de lachers op zijn hand kreeg 'met demagogische middelen die hem niet platvoers en laaghartig genoeg konden zijn', maar de verdediging was navenant en met het boek gebeurde 'wat je je alleen in een nachtmerrie kunt voorstellen. Het werd bespottelijk gemaakt, gehoond en uitgelachen.'
Dominicus
Ze noemt ook nog een criticus, dr. Dominicus, die het onfatsoen net zo ver drijft als de heren uit het tribunaal, maar die bovendien citaten totaal verkeerd interpreteert. Een voorbeeld: 'Ziedaar het grondthema. Meegaan in alle onzedelijkheid, smerigheid, vuiligheid, want verzet is onzin.'
Maar ook bij lof kun je je ongemakkelijk voelen:
Wat me dieper trof was de reden waarom de Commissie voor Schone Letteren unaniem een zekere weerstand had te overwinnen om me voor de Van der Hoogt-prijs voor te stellen. Zij sprak van 'op de spits gedreven eenzijdigheid.' en wenste voor de toekomst 'een bredere grondslag van leven' in mijn werk aan te treffen.
Het meisje Berthe staat in de roman misschien wel het dichtst bij Anna Blaman. Zij wordt verliefd op Alide. Voor dr. Dominicus was dat een aanleiding om Eenzaam avontuur 'een wanprodukt van zedelijke verrotting te noemen'. Volgens Dominicus eiste Blaman met dit personage voor de 'andere' liefde de plek op in het rozenprieel der liefde en ontzegde ze die plaats aan de 'normale' liefde. Blaman eindigt haar stuk als volgt:
Het is bijzonder intelligent gevonden, en bijzonder kies gezegd bovendien (wie oren heeft, die hore), maar het verlangen naar het monopolie op het rozenprieel der liefde was Berthe, voor zover ik haar gekend heb, volslagen vreemd. Haar liefdesverlangen betekende natuurlijk wel voor mij een onmogelijk te verwaarlozen aspect van het 'eenzame avontuur' dat voor elke figuur in dit boek de liefde bleek te zijn. Ik heb haar dus naar mijn beste weten beslist niet in dit boek gezet om middels haar een aanslag te plegen op het rozenprieel van de man-vrouw-liefde. Want als dat nu wel het geval zou zijn, dan vraag ik me toch af: Waarom heeft Kosta dan zulke bittere tranen geschreid toen zijn rozenprieel aan stukken ging?
Een helder stuk van Blaman, prettig leesbaar. Helder is ze eigenlijk altijd wel, maar sommige stukken zijn wat taaier, theoretischer, bijvoorbeeld dat over de noodzaak tot engagement of over wat 'schrijven' betekent of over erotiek in de literatuur.
Simone de Beauvoir
Blaman reageert verder op het winnen van de Prix de Goncourt door Simone de Beauvoir. Ze noemt haar 'een zeer begaafd schrijfster, al mist ze dan een bepaalde geladenheid in haar romans.' Ze is positief over de roman Les Mandarins en vindt dat de lezer 'zich dit boek niet mag laten ontgaan', maar ze is toch geneigd om te zeggen dat de prijs onverdiend is, omdat de schrijfster meer van thesen dan van eigen levensgevoel schrijft.
In 'Waar blijven de vrouwelijke genieeën?' verwijst ze ook naar De Beauvoir, naar Le Deuxième Sexe, waarin die beweert dat het genie vrijheid en strijd nodig heeft om tot bloei te kunnen komen. Hier is Blaman het 'volmaakt mee eens'.
Persoonlijk
In veel stukken begint Blaman met een persoonlijke noot. Bijvoorbeeld dat ze in een gezin waarmee ze geen bloedbanden heeft aan de kinderen wordt voorgesteld als 'tante Anna' of hoe ze haar mondaine tante Louise bewonderde. Die tante verlangde wel van haar dat zij zich anders kleedde, toen ze samen uitgingen. Dat bracht Blaman uiteindelijk tot een ferm besluit:
(...) op dat moment legde ik een dure eed af. Ik zweer, fluisterde ik mezelf toe, dat ik voor de rest van mijn leven zo zuiver en zo moedig mogelijk me zelf zal proberen te zijn... ook anderen zal ik nooit in de weg staan om op hun beurt zich zelf te zijn...
Zo'n eed is nog niet zo makkelijk na te komen:
Het bleek een enorme opgave te zijn, die lang niet op één avond volbracht was. Ik ben er nóg mee bezig. Het is, heb ik nu wel begrepen, een opgave voor heel het leven, tot aan de laatste ademtocht.
In Anna Blaman over zichzelf en anderen is ook nog een verhaal opgenomen ('Een hartsaangelegenheid') en het dankwoord voor de P.C. Hooftprijs, waarin ze fijntjes vermeldt dat een van de juryleden ooit kritisch over haar werk geschreven heeft.
Al met al is dit bundeltje (160 blz.) een beetje een allegaartje, maar er staan verschillende interessante stukken in en vaak is Blaman vrij persoonlijk en dat had ik nog niet eerder gelezen. Ik zou meer van haar moeten lezen. De romans en verhalen, maar misschien ook haar briefwisseling met Emmy van Lokhorst en Sonja Witstein en misschien moet ik Eenzaam avontuur gaan herlezen. Herinner me maar te zijner tijd aan dit voornemen.
Anna Blaman over zichzelf en anderen is ook te vinden in DBNL.
![]() |
Het Boekentribunaal. Het Rotterdamsch Parool 9 februari 1949 |
Geen opmerkingen:
Een reactie posten