donderdag 11 januari 2024

Twee meisjes en ik (A.H. Nijhoff)


In 1931 verscheen de roman Twee meisjes en ik van A.H. Nijhoff. De auteur was Netty Nijhoff-Wind,  echtgenote van Martinus Nijhoff.  Aan de naam kon je niet zien dat ze een vrouwelijke auteur was. Dat zou later vaker gebeuren, bij bijvoorbeeld Andreas Burnier en M. Februari. 

Sommige recensenten wisten wie A.H. Nijhoff was, andere duidelijk niet:

Delftsche Courant, 27 april 1931

De verteller in de roman is een man die Bill genoemd wordt. Aanvankelijk dacht ik met een vrouw van doen te hebben, mede door het 'zwempak', maar al gauw blijkt het een mannelijke arts te zijn, 28 jaar oud, die vijf jaar een relatie heeft gehad met Emily. Als die uit dreigt te lopen op een huwelijk, verlaat hij haar en vlucht naar het Engelse Cornwall. 

Juan en Ann

Daar ontmoet hij twee meisjes: Juana, die Juan genoemd wil worden, is dertien jaar oud en ze tobt met haar gezondheid. Ze staat onder streng toezicht van een 'nurse'. En Ann, ongeveer even oud, de jongste dochter van een man die 'de kolonel' genoemd wordt, hoewel hij dat eigenlijk (nog) niet is. Ze heeft twee oudere zussen, Francis en Rosy. 

Bill sluit vriendschap met de kinderen en gaat verschillende keren met hen op pad. De meisjes zijn elkaars tegenpolen: Ann is beweeglijk, slordig, extravert en Juan is meer beschouwend, in zichzelf gekeerd. 

Het hotelletje waar Bill verblijft, wordt gerund door een 'landlady'. Op een dag arriveert haar zoon, Cyril, een begaafd pianist, die nogal slordig omspringt met zijn talent. Hij komt uit Frankrijk, samen met zijn vriend Jérôme, en spreekt verschillende keren af met Francis. 

Een nieuwe ethiek

Jérôme heeft een gesprek met Bill over kunst. In de nieuwe muziek en de nieuwe beeldende kunst wordt er afgerekend met traditionele vormen. Jérôme ziet dat als een opstand tegen het lijden van de mensheid. De nieuwe esthetiek zal volgens hem leiden tot een nieuwe ethiek. 

Waarom het verlangen naar een leven na de dood? Moet de mens niet veeleer beseffen, dat zijn geluk hier ligt in dit korte leven, waarin zijn handen creëren kunnen? Is deze jachtige kunstmatige wereld die hij zich op aarde geconstrueerd heeft niet een meer reëel paradijs dan de luchtkastelen van de religie?

Wat de functie van de uitweiding van Jérôme is, is niet zo duidelijk. Misschien zijn alle personen in dit boek wel bezig hun eigen geluk te creëren, maar dat blijkt nog lastig genoeg. 

Dagboek

Het eerste deel van het boek is geschreven als dagboek van Bill. Aan het eind van de zomer gaat iedereen weer naar Nederland. Bill besluit zijn dagboek met:

Ik ben nu weer even alleen en zonder vrienden, net zoals ik hier aankwam. Maar het lijkt mij alsof ik een mensenleven ouder geworden ben. Ik weet niet of ik geestelijk gewonnen heb en wat de toekomst mij zal brengen. Maar ik ben teruggekomen tot de eenvoudige realiteit van het leven en dat is het enige waaraan ik mij vasthouden wil. 

Ook in het tweede deel is Bill de verteller, maar dat schrijft hij achteraf, bijna twintig jaar later, als er al van alles gebeurd is. Ann heeft dan bijvoorbeeld al twee kinderen. 

Na de zomer wordt Bill huisarts in Mook. Ann en Juan gaan naar dezelfde school voor voortgezet onderwijs. Hij verliest hen niet helemaal uit het oog. In Groesbeek, niet ver van Mook, is er een landhuis dat behoort tot de familie van Juan. Daar zal hij de beide meisjes nog geregeld zien. 

Abortus

Als Ann een jaar of achttien is, blijkt ze een relatie te hebben met Cyril. Ze zal van hem ook een kind krijgen. Het valt allemaal niet mee: Cyril is verslaafd aan drugs en op een gegeven moment kan Ann het niet aan dat ze weer zwanger van hem is. Bill aborteert de vrucht. 

In zijn familie speelt er overigens ook nog wat: zijn broer Eduard gaat trouwen. Maar eigenlijk houdt hij van iemand anders: van de tweede vrouw van zijn vader. 

Vrolijk wordt het allemaal niet. Bill maakt het van een afstandje mee. Soms is hij duidelijk de vaderlijke figuur, die dingen moet regelen, de oudere vriend. Maar niet altijd. In de proloog, de 'Opdracht' karakteriseert hij het driemanschap als volgt:

Wij waren eenvoudig een bond van drie, twee meisjes en een oudere man, de toeschouwer die zichzelf verloren heeft in het voorwerp van zijn belangstelling. Er is geen naam te vinden, noch een verklaring voor onze vriendschap. Een kleine vonk alleen, gloeiend achter onze ogen, een sotto voce, vibrerend in onze stem als wij met elkaar spraken, getuigde van een verstandhouding tussen ons drieën, de verstandhouding van bondgenoten of misschien ook van medeplichtigen. 

Bill verliest zich inderdaad een enkele keer in het voorwerp van zijn belangstelling. Hij zoent Ann als ze zich huilend op hem werpt. Nog weer later belanden ze samen in bed in wat hij omschrijft als een 'orgie van hartstocht'. Dat wordt in bedekte termen aangeduid. 

Ann en Cyril

In de loop der jaren staat het huwelijk van Ann en Jérôme behoorlijk onder druk en ze verlaat hem, zonder echt van hem los te komen. Ann zegt tegen Bill:

Ik weet wel dat Juan en jij veel meer waard zijn dan Cyril. Cyril is ijdel en kinderachtig. Maar dat is het juist, Bill. Ik ben ook niets. Met Cyril doet het er niet toe of ik domheden zeg. Hij verwacht niets van me. En met jullie heb ik altijd het gevoel alsof jullie hopen dat ik een of andere dag een ernstig mens worden zal. En dat word ik toch nooit...

Eigenlijk gaat het hele tweede deel over de verhouding van de drie hoofdpersonen en daar cirkelen nog wat personages omheen, van wie Cyril het belangrijkst is. Hoe die verhouding wisselt is niet zo makkelijk aan te geven of te duiden, omdat voor de personen zelf ook niet altijd duidelijk is wat er leeft bij henzelf en bij anderen. Daardoor blijft het boek boeiend. 

Ik las Twee meisjes en ik in de herdruk van 2018. Dat is van nog niet zo lang geleden, maar indertijd is mij het boek helemaal ontgaan. Ergens op zolder moet in een doos nog een vroegere druk opgeborgen zitten. Gekocht, maar nooit gelezen. 

Gedeelten in het Frans

Tijdens het lezen doet de roman niet aan als een boek van bijna honderd jaar geleden. Het is lekker fris gebleven. Oorspronkelijk zaten er grote lappen tekst in het Frans in. Die zijn intussen vertaald. Vooral Albert Helman stoorde zich daar indertijd aan. 

De Groene Amsterdammer, 20 augustus 1931

Hij merkt nog wel wat positiefs op over de roman, maar hij is toch voornamelijk negatief. Dat 'niet netjes' is een moreel oordeel. Bij Helman geeft het niet de doorslag en dat is bij de meeste recensenten net zo. Een enkeling heeft het boek wel tegen de borst gestuit. Het duidelijkst is Henri Borel in Het Vaderland van 30 augustus 1931. 

'n Ellendige viezerik

Over de titel merkt hij op: 
Twee meisjes en ik  - maar er behoort nog 'n ellendige viezerik van 'n jongen man bij, die als vierde in den titel verzwegen is.
Blijkbaar deed het boek hem wel wat:
Het Vaderland, 30 augustus 1931

Stijl

Over het algemeen was de ontvangst positief tot zeer positief, in de recensies die ik gezien heb. Maurits Uyldert was kritisch over de stijl van Nijhoff in een bespreking in het Algemeen Handelsblad
Algemeen Handelsblad, 24 oktober 1931

Ook hij noemt nog wel een positief punt 'niet zonder psychologisch inzicht', maar als hij de balans opmaakt, weegt de in zijn ogen gebrekkige stijl zwaarder. Ook noemt hij het zwemen naar banaliteit. 

Algemeen Handelsblad, 24 oktober 1931

Positieve recensies

Het talent van de schrijfster wordt door veel recensenten opgemerkt. Twee meisjes en ik valt op tussen de andere boeken. In de Deli Courant bespreekt 'v.d. T.' de roman. Hij begint zijn bespreking als volgt:
Deli Courant, 6 mei 1931

Nog een voorbeeld van een positieve bespreking is die in de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 24 september 1931. 

Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant, 24 september 1931

Er waren -het is maar een greep- ook positieve besprekingen in het Rotterdamsch Nieuwsblad van 8 juni 1931 en in het Twentsch Dagblad Tubantia en de Enschedesche Courant van 12 augustus 1931, door W.L.M.E. van Leeuwen. 

Positiever dan verwacht

Ik had verwacht dat men meer geschokt gereageerd zou hebben op de inhoud van de roman. Weliswaar is Nijhoff meestal niet expliciet, maar er komen drugsgebruik en een abortus in voor. Er worden toespelingen gemaakt op een lesbische verhouding, er is een Fransman met zijn jongere vriend en de verteller geeft zich enkele keren over aan zijn hartstocht bij een nog wel heel jonge vrouw. Er zijn recensenten die erover beginnen, maar het is toch een minderheid. Tenminste bij de recensies die ik zag. 

Dat er genoeg kritiek was, vertelt Andreas Oosthoek in een uitgebreid en verhelderend nawoord, verlucht met foto's. 

In de jaren zeventig en negentig van de vorige eeuw waren er ook al herdrukken van Twee meisjes en ik en in 2018 was er dus weer eentje, bij uitgeverij Cossee. Het is een uitstekende heruitgave, van een goede roman. Die had gemakkelijk een klassieker kunnen worden, maar eigenlijk hoor ik er nooit iemand over. Dat is jammer. Zo'n goed boek zouden veel meer mensen moeten lezen. Kom je het ooit tegen, koop het dan!

2 opmerkingen:

  1. Haar naam komt enkel nog voor in het bon mot van Roland Holst: wie Wind naait zal Storm oogsten (Storm was de schuilnaam van Nijhoffs zoon).

    BeantwoordenVerwijderen