vrijdag 5 januari 2018

Lager onderwijs in Herveld, voorgeschiedenis


Herveld is maar een klein dorpje. Er is aardig wat gebouwd de laatste decennia en het dorpshart is vernieuwd, maar toch: een dorpje, wat borden met Herveld-Zuid en Herveld-Noord niet kunnen verhullen. Toen ik er opgroeide had het zo'n drieduizend inwoners. Dat is in ieder geval het getal dat ik toen hoorde, maar net als in de serie die ik schreef over mensen die langs de deur kwamen, wil ik ook hier benadrukken dat het geheugen een onbetrouwbaar instrument is en in dezen is mijn geheugen mijn enige bron.

In het Historisch en Geographisch Woordenboek van Servaas de Bruin uit 1869 wordt Herveld als volgt omschreven:
Herveld, of Harveld, dorp in de Over-Betuwe, prov. Gelderland, aan de Waal, 2 uren gaans bewesten Nijmegen; 900 inw.; leed veel door den watervloed van 1809. Waarschijnlijk het Castra Herculis op de kaart van Peutinger.
In mijn vorige bijdrage uitte ik mijn voornemen om te gaan schrijven over wat ik mij herinner van de lagere school. Ter voorbereiding daarop heb ik wat gegrasduind op internet over wat ik kon vinden over de voorgeschiedenis van die lagere school.

Herveld behoorde lang tot de gemeente Valburg. Tegenwoordig maakt Herveld deel uit van de gemeente Over-Betuwe, die grofweg bestaat uit de vroegere gemeenten Valburg, Heteren en Elst. Uit een lijst uit 1820 blijkt dat er binnen de gemeente Valburg openbare lagere scholen waren in Valburg, Herveld, Andelst, Oosterhout, Slijk-Ewijk en Homoet. Zetten zal in 1848 een lagere school krijgen. Deze en de volgende gegevens ontleen ik aan het Gelders Archief.

In de jaren zestig van de negentiende eeuw ontstaan de eerste christelijke scholen. In 1867 in Andelst, in 1872 in Zetten en in 1873 in Herveld. Op die laatste school was ik leerling van 1965 tot 1971. De school bestond in 1968 op vijf jaar na een eeuw. Er werd een schoollied geschreven, waarvan ik het eerste couplet nog kan zingen:
Vijfennegentig jaar geleden
werd alhier de school gesticht,
onder druk en tegenheden,
maar het oog op God gericht. 
Mijn moeder kent waarschijnlijk de overige coupletten nog. Ik kom daar in een volgende bijdrage op terug.

Toen ik in de hoogste klas van de lagere school zat, verhuisde de school van de Schoolstraat in Herveld-Zuid naar Herveld-Noord. De school, die in het dagelijks taalgebruik de christelijke school werd genoemd, kreeg toen ook een fraaie naam: Clara Frabriciusschool.

Openbare school

Als de christelijke scholen opgericht worden, loopt het aantal leerlingen aan de openbare scholen terug. De openbare scholen voor Zetten, Andelst en Herveld worden samengevoegd. In 1873 verrijst er aan de Jaffastraat 1 een nieuw schoolgebouw, Veldzicht. Het gebouw staat er nog.

Dat is niet meer exact het oorspronkelijke gebouw. In 1904 werd Veldzicht verbouwd. Daar was niet iedereen het mee eens. Toen de gemeenteraad het besluit tot verbouwing had genomen, maakte een groep Zettenaren bezwaar bij Gedeputeerde Staten. Dat is te lezen in de Arnhemsche Courant van 12 juni 1904. De inwoners van Zetten verzoeken Gedeputeerde Staten de goedkeuring aan het raadsbesluit te onthouden. Zij vinden dat er weer een openbare school in de kom van Zetten moet komen. Dan moet er maar een nieuwe openbare school gebouwd worden op de grens van Zetten en Andelst. De actie heeft geen resultaat. De verbouwing van Veldzicht gaat door.

Veldzicht. Beeld afkomstig van de site van de gemeente Overbetuwe


Rond de eeuwwisseling is H. Daniëls hoofd der openbare school. Hij is een actief man, die in besturen zit en lezingen houdt, ook op provinciaal niveau. In 1906 wordt hij gekozen als bestuurslid van de provinciale vereniging Gelderland van de Vereeniging van hoofden van scholen van Nederland. (Het Nieuws van den Dag, 31 december 1906).

 

Wat verdient een onderwijzer?

In Het nieuws van den dag van 15 mei 1900 worden sollicitanten opgeroepen voor een vacature aan de Openbare Lagere School in Herveld:


Een jaarwedde van 500 gulden dus. Het salaris van onderwijzers ging er in de loop der jaren wel op vooruit. In de Opregte Haarlemsche Courant van 7 november 1867 wordt een hulponderwijzer in Herveld nog een jaarwedde van 300 gulden in het vooruitzicht gesteld. Hij moet dan wel bevoegd zijn om les te geven in 'de fransche taal'.


Twee jaar later staat in dezelfde krant precies dezelfde advertentie. Het loon is ook gelijk gebleven. Niet op elke school verdiende je overigens hetzelfde. Wat geblader in kranten uit 1869 en 1870 levert veel vacatures op waarin hetzelfde loon geboden wordt als bij de school in Herveld, bijvoorbeeld in IJsselmuiden, Zieuwent (gemeente Lichtenvoorde), Haaksbergen, Leur, Rouveen, Loonopzand, Avereest, Woensdrecht, Scherpenzeel, Wolvega en Vinkega.

Een hulponderwijzer in Wadway, gemeente Wognum, verdient 100 gulden, maar heeft wel kost en inwoning. Je kunt 250 gulden verdienen als je hulponderwijzer wordt in Wijhe (buurtschap Wegterholt) of Bovenknijpe; een onderwijzer in Diepeveen verdient jaarlijks 270 gulden en in Kooten 275 gulden.

In Roelof-Arendsveen, Geertruidenberg, Echteld, Zeist, Dragten en Harderwijk kun je overigens 350 gulden verdienen en in Buiksloot krijg je bovendien 50 gulden emolumenten.  In Rosendaal, Noordbrabant, Leeuwarden en Asten verdien je 400 gulden. Bij die laatste vacature worden zeker ook sollicitanten opgeroepen die de rang van hoofdonderwijzer hebben. Ook in Zwartsluis kun je 400 gulden verdienen, maar dan moet je wel in bezit zijn van de akte voor hoofdonderwijzer.

Een hulponderwijzer aan de ULO verdient 450 gulden (Noord-Brabanter 2 januari 1869), als je tenminste een bewijs van goed zedelijk gedrag over kunt leggen.

 

Salaris hoofdonderwijzer

In de beloning van hoofdonderwijzers zijn er grote verschillen. Een hoofdonderwijzer in Oijen verdient 500 gulden, plus 60 gulden emolumenten, met vrije woning en tuin; in Den Dungen 550 gulden, ook met vrije woning en 'aanzienlijken tuin', maar zonder de emolumenten.

Een hoofdonderwijzer in Breda verdient 400 gulden, met vrije woning. Dat lijkt bescheiden, maar het hoofd krijgt ook nog eens tien gulden voor elke leerling boven de dertig (niet de leeftijd, maar het aantal). De school telt dan 240 leerlingen. Wat wil zeggen dat het hoofd 2100 gulden extra krijgt bij de huidige leerlingenpopulatie. Een ongekend hoog bedrag.

Een hoofdonderwijzer in Rosendaal, waar ze, gezien het salaris van een hulponderwijzer, niet slecht van betalen zijn, krijgt vijftien cent per maand per schoolgaand kind, maar hij heeft wel een jaarwedde van 1200 gulden, als hij tenminste Hoogduitsch kan geven.

In Herveld gaat de jaarwedde tussen 1867 en 1900 omhoog van 300 naar 500 gulden. In 1886 bedraagt het loon van een onderwijzer 400 gulden, getuige een advertentie voor een vacature voor twee onderwijzers in Oosterhout, in dezelfde gemeente.

Veel kranten kennen een rubriek met onderwijs- en kerknieuws, waarin gemeld wordt wie er waar als onderwijzer benoemd zijn. Er is een strikte scheiding tussen het christelijke en het openbare onderwijs. In 1904 wordt de heer De Blauw ontslagen bij de christelijke school in Mijdrecht, omdat hij heeft gesolliciteerd naar betrekking bij het openbaar onderwijs. Aan zo iemand kunnen de christelijke kinderen blijkbaar niet meer worden toevertrouwd. De Arnhemsche Courant van 5 juli 1904 bericht erover.

Rijksbijdrage

Het christelijk onderwijs in Herveld heeft zijn eigen geldproblemen. De christelijke school valt in 1902 nog onder de Nederduitsch Hervormde Kerk. De kerkvoogdij tekent bezwaar aan tegen het besluit van Gedeputeerde Staten op 18 maart 1902 om geen Rijksbijdrage te verstrekken over de laatste drie maanden van 1901. De school telde toen honderd leerlingen die leskregen van de hoofdonderwijzer en een hulponderwijzer. Volgens de richtlijnen hadden er naast het hoofd twee onderwijzers behoren te zijn bij dat aantal leerlingen.

Meer dan vier maanden was er een vacature geweest, maar blijkbaar was die pas vervuld vlak voor 1 oktober. Daarna had de Rijksbijdrage er dus moeten komen. Die bedroeg 175 gulden, waarvan je een onderwijzer gemakkelijk drie maanden lang kunt betalen. De kerkvoogdij kreeg overigens gelijk: voor de maanden waarover de school een subsidie vroeg, werd er aan de eisen voldaan. Het geld
kwam binnen. (Nederlandsche Staatscourant 9 augustus 1902)

Opheffing openbare school

In 1924 wordt J. Hogeweg benoemd tot hoofd van de christelijke lagere school (Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 27 juni 1924). Dan valt zo ongeveer het doek voor de openbare school. De gemeenteraad van Valburg besloot dat jaar tot opheffing van de openbare school, maar Gedeputeerde Staten gaan daarmee niet akkoord. De gemeenteraad gaat in beroep, lezen we in De Telegraaf van 9 september 1924. Heeft dat effect gehad? Ik kan het niet terugvinden.

De openbare lagere school was in 1923 in de publiciteit gekomen door het hoofd dat te veel affectie had betoond aan een onderwijzeres. Dat saillante verhaal vertel ik binnenkort. Mogelijk heeft de ophef invloed gehad op het aantal leerlingen of op het besluit van de gemeenteraad de openbare school op te heffen.

Toen ik schoolging, was er in ieder geval geen openbare school meer in Herveld. De rooms-katholieke Willibrordusschool stond in Herveld-Noord, bij de katholieke kerk. Die school staat er nog, maar nu in een nieuw gebouw. De protesteantse school stond aan de Schoolstraat in Herveld-Zuid, bij de Nederlandse Hervormde kerk. In het gebouw heeft, na de verhuizing van eind jaren zestig, nog enkele jaren een bedrijf gezeten dat fel oranje koffers maakte, getuige de restjes die wij als kinderen in de afvalcontainer vonden. Intussen staan er vier woningen en is er geen school meer in de Schoolstraat, zoals er ook geen kerk is te bekennen in de Kerkstraat.

Veldzicht werd op 10 november 1941 in gebruik genomen als Rijks Middelbare Landbouwwinterschool. In september 1944 hebben Engelse oorlogsvliegers zich schuilgehouden op de zolder.

Veldzicht, beeld van de site van gemeente Overbetuwe


Toen ik klaar was met de lagere school fietste ik nog wel eens langs Veldzicht als ik op weg was naar de mavo. Het gebouw zag er nog steeds als een schoolgebouw uit, maar mij was toen niet duidelijk wat er in gebeurde. Nu is er een antiekhandel gevestigd.

Naschrift

Herman Stevens maakte mij er terecht attent op dat voor een goed besef van de hoogte van het salaris van onderwijzers bekend zou moeten zijn wat men bij andere beroepen verdiende. Uit kranten uit 1869 haalde ik de volgende jaarsalarissen:



· een fatsoenlijke dienstmaagd, kunnende koken en werken, 60 gulden
· een dienstbode 65 gulden
· een bonne of kindermeid 100 gulden
· een vroedvrouw (Duiven) 100 gulden
· een vrouwelijke bediende voor de ziekenverpleging (Stads-Ziekenhuis Hoorn) 125 gulden plus kost en inwoning
· bij het gereformeerde Weeshuis in Haarlem een meisjesmoeder 140 gulden (plus kost, inwoning, bewassing en geneeskundige hulp). Een kindermoeder verdiende 120 gulden
· een geneesheer (Zevenhoven) 200 gulden
· een plantsoenwerker (Wageningen) 250 gulden
· een veldwachter (Oldenzaal) 202 gulden, benevens 30 gulden voor bovenkleding
· een Roomsch-katholiek geneeskundige, zijnde Doctor in de Medicijnen en bevoegd tot de uitoefening der Geneeskunst in haren geheelen omvang, 300 gulden
· een gemeente-geneesheer 300 gulden
· klerk ter secretarie (Brummen) 300 gulden
· een genees-, heel- en verloskundige (provincie Noord-Brabant) 350 gulden.
· een huisschilder 8 gulden per week en in de laatste twee maanden van het jaar 6 gulden per week: zo’n 400 gulden
· een klerk op de gemeentesecretarie (Hengelo, Overijssel) 400 gulden
· een directeur-boekhouder der gemeentelijke gasfabriek in Bolsward: 600 gulden
· in het Huis van Opsluiting en Tuchtiging te Leeuwarden een meesterknecht bij de Directie over den arbeid, ervaren in de fabricatie van laken- en wollen-stoffen 720 gulden per jaar
· de jaarwedde van gemeentesecretaris van Meppel werd verhoogd van 800 tot 1000 gulden verhoogd
· docenten aan de hbs: leraar scheikunde 1700 gulden, een leraar wiskunde (onderbouw) 1500 gulden.
· voor de avond-hbs: een leraar die zowel geschiedenis als de staatswetenschappen en het boekhouden onderwijst: 2000 gulden. Kan hij alleen overweg met de geschiedenis en de staatswetenschappen: 1800 gulden, alleen geschiedenis en boekhouden: 1600 gulden, alleen geschiedenis 1400 gulden, alleen staatswetenschappen 500 gulden en alleen boekhouden 300 gulden.
· Stedelijk gymnasium ’s-Hertogenbosch: rector 2000 gulden
. een conrector 1500 gulden Praeceptor aan het stedelijk gymnasium van Groningen 1600 gulden
· professoren van 4000 gulden tot 6000 gulden

Geen opmerkingen:

Een reactie posten