vrijdag 7 september 2018

Washandje



Soms lijkt de tijd sneller te gaan ikzelf. Alsof de trein waarin ik zit, sneller gaat dan de coupé waarin ik me bevind. Ik dommel wat, kijk naar buiten en zie het landschap verglijden. En dan kijk ik om me heen en constateer dat mijn coupé is verschoven. Ik bevind me in dezelfde trein, maar enkele compartimenten verder naar achteren. Ik weet dat dat steeds zal gebeuren en dat ooit de trein door zal rijden zonder mij.

Alles verandert voortdurend, al valt dat niet steeds op. Je verandert immers mee. Maar in sommige dingen verander je niet. Ik zie het aan mijn moeder die nog steeds 'gulden' zegt als ze 'euro' bedoelt en die nog steeds geld overmaakt met overschrijvingskaarten. Nu ik dit opschrijf denk ik aan de ponskaarten die ik al bijna vergeten was en hoe gemakkelijk ik die achter me gelaten heb. Overgaan naar internetbankieren ging al minder gemakkelijk, maar ook over die drempel ben ik gestapt.

Zoals mijn moeder nooit over de drempel naar de computer gestapt is, zullen er ook voor mij steeds hogere drempels verschijnen. Sommige zal ik niet nemen.

Er zijn nu al zaken waarin ik niet meeveranderd ben, waar ik vastgehouden heb aan het bekende, terwijl veel anderen dat al hebben losgelaten. Ik heb nog steeds een katoenen zakdoek in mijn broekzak. Ik draag sokken die tot over mijn enkels reiken. Ik strik mijn veters. En ik gebruik een washandje.

Washandje

Er zijn nog steeds washandjes te koop, zie ik in bijvoorbeeld de Wibra, maar ik geloof niet dat iemand van de generatie van mijn kinderen zoiets gebruikt. Waarom eigenlijk niet? Ook in hotels worden tegenwoordig geen washandjes meer verstrekt.

Tot nu toe nam ik zelf een washandje mee naar het hotel. Een oud, dat ik na afloop achter kon laten in de prullenbak. Maar deze zomer vergat ik dat. Ik moest me wassen op de manier waarop anderen dat doen. Nou ja, de manier waarvan ik aannam dat anderen die gebruikten: blupje douchegel op je hand en wrijven. Het beviel me niet: niet alleen heeft een washandje een soort schrobeffect dat een hand niet heeft, maar ik moest ook veel meer douchegel gebruiken.

Misschien deed ik iets verkeerd en kunnen anderen zich wel helemaal wassen met een hoeveelheid ter grootte van een euromunt, maar mij lukte het niet. Als echter ook anderen een paar keer de fles moeten hanteren, waarom hoor ik dan nooit iemand die met het milieu begaan is daartegen protesteren? Waarom zouden we zoveel meer van dit soort middelen ter lichaamsreiniging gebruiken dan nodig is? Waarom zouden we toestaan dat er zoveel meer ongetwijfeld onprettig spul in ons afvoerwater terechtkomt?

Scheren

Ik zal wel teergevoelig zijn op dat punt, hoor. Ik herinner me nog dat ik ronduit geschokt was toen ik Hans Sibbel (Lebbis) in een van zijn conferences hoorde zeggen dat hij zich stond te scheren onder de douche. Ik had hem ingeschat als iemand die begaan was met de planeet (laat ik het meteen maar groot maken), zodat hij dus zuinig zou omspringen met water. Scheren terwijl je de kraan laat lopen? Ik was onthutst.

Misschien onterecht. Misschien draait Lebbis de kraan dicht als hij scheert. Maar misschien ook is dit wel de manier waarop bijna iedereen zich scheert. Ik ben baarddrager uit gemakzucht, dus ik heb lange tijd niet gelet op de scheerpraktijk. Mijn vader schoor zich tweemaal in de week: op woensdag en op zaterdag. Met een krabbertje, dat hij afspoelde in een rood bekertje met kokend water. Gezeten voor de scheerkist, het tweede cadeau dat hij ooit van mijn moeder kreeg. Het eerste was een leren hoesje voor zijn rijbewijs.  De spiegel van de scheerkist was al lang gesneuveld, pa had een klein spiegeltje, dat hij op de spiegelhouder klemde.

Dat is de coupé waarmee ik door de tijd gereisd ben. Ik let even niet op, kijk om me heen en alles is veranderd. Iedereen is doorgegaan en ik ben op mijn plaats gebleven. Of in ieder geval veel langzamer doorgegaan.

Rationaliteit

Weer even naar het washandje. Mensen mogen zich wassen hoe ze willen. Geen probleem. Maar als er iets verandert, wil ik graag de rationaliteit achter die verandering begrijpen, en die ontgaat me hier. Je wast je niet beter zonder washandje en je gebruikt ook nog eens meer  douchegel. Goed, je hebt geen washandje meer nodig, maar ik weet niet of ik dat een voordeel vind.

Nu ik erover nadenk, is het eigenlijk helemaal niet logisch dat ik indertijd afgestapt ben van het stukje zeep, waar je maanden mee kon doen. Wanneer heb ik dat besloten? Er zijn nergens meer zeepbakjes, terwijl er nog wel luxe zeepwinkels zijn. Vreemd.

Er zijn meer veranderingen die ik niet (of maar half) meegemaakt heb, omdat ik de rationaliteit er niet van inzag. Het zal al wel enkele decennia geleden zijn, toen jongeren ineens hun veters niet meer vastmaakten. Het leek me erg onpraktisch. Wat loopt er nou lekkerder dan schoenen met flink aangesnoerde veters?

Sportschoenen

Misschien was het dezelfde tijd dat mensen ineens sportkleding en sportschoenen gingen dragen, ook als ze niet aan het sporten waren. Ik weet dat ik tegenwoordig 'sneakers' moet zeggen, maar heb nog steeds de neiging (niet om te zeggen, maar wel om te denken), als ik met iemand in gesprek kom met sportschoenen met een opzichtig logo en felle kleuren (ja, ik vind ze ook heel lelijk): 'Lekker gegymd?'

Ik geloof dat ik zo zoiets ook las in Remington van Bert Natter. Daar betrof het een bejaarde vader. Ja, ja, ook ik word bejaard of ben het al. Mij zullen ze niet zien op sportschoenen of zelfs maar op schoenen met witte zolen. En ik knoop mijn veters dicht.

Kleren met gaten en scheuren - ook zoiets onpraktisch. Ik heb een moeder die vroeger mijn overalls keurig lapte als er scheuren in zaten. Zij kon dat heel goed. Andere moeders naaiden gewoon een lap over het gat heen, mijn moeder zette een nieuw stuk in de broek, van naad tot naad. Voor zo'n broek hoefde je je niet schamen. Ze zou vinden dat ik 'vur schaand' liep met een gescheurde broek. Misschien vind ik dat stiekem nog steeds en misschien wel uit loyaliteit met mijn moeder.

Katoenen zakdoek

Dat mensen geen katoenen zakdoek meer gebruiken, snap ik weer wel. Eigenlijk is het niet hygiënisch om je snot te bewaren. En als je echt zwaar verkouden bent, red je het niet met zo'n stoffen lap en gaan er pakjes vol zakdoekjes doorheen. Ik weet ook niet of al die papieren zakdoekjes zoveel slechter voor het milieu zijn dan het uitwassen van een zakdoek. Er is vast wel iemand die mij dat kan vertellen.

Mijn vader had vroeger een rode zakdoek. Een boerenzakdoek, denk ik. Hij hield die veel te lang in zijn broekzak. Hij zal hem niet alleen gehad hebben om zijn neus te snuiten, maar ook om zijn zweet af te vegen. Zijn werk vergde nogal wat lichamelijke inspanning. Soms had ik als kind dringend een zakdoek nodig en dan vroeg ik of ik de zijne mocht gebruiken. 'Zakdoekje stink, jongen,' zei hij dan, terwijl hij mij zijn muffe zakdoek aanreikte. Dat vond ik toen geen probleem. Mijn moeder zal wel op hem gefoeterd hebben dat hij niet vaker een schone zakdoek pakte. Trouwens: het woord 'foeteren' gebruikt ook bijna niemand meer.

Achter in de trein

Daar zit ik dan achter in de trein. Ik heb nog een vaste telefoonverbinding, lees nog een papieren krant, weiger om ook maar het kleinste restje eten weg te gooien, let ook bij berichten op WhatsApp op leestekens en hoofdletters, draag sokken die je kunt optrekken (en dat zijn zelfs van tijd tot tijd gebreide sokken), heb nog een leren schooltas, die al meer dan twintig jaar meegaat en gebruik bijna nooit mijn BlueTooth koptelefoon, omdat ik tijden bezig ben om de verbinding te leggen.

'En je laat niet voor twintig euro eten bezorgen als je geen zin hebt om te koken,' vult mijn dochter aan. Het idee dat je wel eens geen zin kunt hebben om te koken komt al niet in mij op.

Straks komt de conducteur, die hoofdschuddend mijn kaartje bekijkt. Misschien schaam ik mij dan. Misschien kan ik glimlachend berusten en uitstappen als de trein me te snel gaat. Dan wandel ik nog even langs het spoor om te genieten van de paardenbloemen, de wilgen, de merels. Al die dingen die al eeuwenlang hetzelfde zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten