vrijdag 14 september 2018

Spochtig (Woorden die je weinig hoort 10)


Onlangs, op 11 september, werd Marente de Moor geïnterviewd in het radioprogramma Nooit meer slapen. Het is hier terug te luisteren. De aanleiding was haar nieuwe roman Foon, al kwam die in het gesprek slechts zijdelings ter sprake. Op een gegeven moment vertelde De Moor dat haar vader haar soms woorden leerde 'die helemaal niet bestaan'. Als voorbeeld gaf ze 'spochtig' als in  'een spochtig keldertje'.

Ze gebruikte het woord ooit in een manuscript, maar haar redacteur kon het niet terugvinden in Van Dale. Volgens De Moor was de betekenis ervan duidelijk en daarom bleef het woord staan.

Mij komt 'spochtig' niet onbekend voor. Mijn moeder kon zeggen dat de spullen op de vliering lagen 'te verspochten'. Maar dat 'spochtig', 'verspochten' en 'verspocht' weinig voorkomen, dat klopt wel. Ik heb ze de laatste jaren nauwelijks nog gehoord.

WNT

Het woord 'spochtig' komt niet voor in het Woordenboek der Nederlandsche Taal, maar wel het woord 'spocht', met de betekenis 'Door vocht veroorzaakte donkere stippen in geweven stoffen, papier enz.'  Als bewijsplaats wordt een citaat gegeven uit de Haagsche Post (1918): 'De zwarte stipjes in uw wit goed, het z.g. spocht of het weer, kunt u verwijderen'.

Ook 'verspochten'  wordt genoemd, met als betekenis 'Door vochtigheid uitslaan, weervlekken krijgen of beschimmelen; door vochtigheid vergaan, bederven, verrotten. Inz. van hout of houten voorwerpen en van geweven stoffen (zie hier). Het oudste citaat met 'verspochten' stamt uit 1805: 'Beukenhout verspogt zeer spoedig in de aarde, en de palen van hetzelve duren slegts een paar jaren.'

Tussen de citaten treffen we er ook een aan van Nicolaas Beets (uit 1890):
De Kennisboom, waarom de Slang haar bochten Geslingerd had, toen zij den Mensch bedroog, Moest op Gods wenk verschrompelen en verspochten, Zoo laag gedaald, als eenmaal schoon en hoog.
 En een voorbeeld uit de streektaal, Uddel 1890:
De boerin is aan 't verzonnen, als ze boven- of onderkleeren, die weinig of niet gedragen worden …, op een mooien dag in de zon hangt of legt. Dan geet er de moffe lucht af, en 't goed verspocht ook nie, weet i?

Kranten

Dat zijn twee citaten uit 1890. Rond die tijd vinden we ook de oudste citaten in kranten. Er zijn enkele tientallen vindplaatsen. Niet heel veel misschien, maar toch te veel om de spochtwoorden zeldzaam te noemen.

Enkele voorbeelden.

In de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 26 januari 1883 staat een artikel over het oud-provinciaal archief, waar de tand des tijds enkele pakken papier heeft weggenomen,
(...) of waren deze door vocht zoo verspocht, dat zij bij aanraking tot stof uiteenvielen.

 In de Middelburgsche Courant van 7 juli 1907 staat een geruststellend artikel. Zo erg is het nu ook weer niet met de invloed van vocht:
Brandhout, willekeurig neergeworpen in een niet te vochtigen kelder, zal, wanneer het voor één of twee winters moet dienen, daardoor nog niet verspochten of voor het doel onbruikbaar worden.
In de Arnhemsche Courant van 1926 schrijft iemand over de handelwijze van het Openluchtmuseum:
Arnhemsche Courant, 11 november 1926
In de rubriek 'Brieven uit de hoofdstad' schrijft Joannes Mirator in de Leeuwarder Courant 1933 over De Zeedijk:
Leeuwarder Courant 10 juni 1933

Een advertentie in de Provinciale Overijsselsche en Zwolse Courant van 14 augustus 1942.
Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant, 14 augustus 1942

In het Dagblad van het Oosten (Almelo's Dagblad) van 5 mei 1944 staat een verslag van de rechtszaak waarin de Reutumsche hamsteraar voor de economische rechter moet komen. Een getuige beschrijft hoe de chaos was op de zolder van de hamsteraar:
Manchesterbroeken, jasjes enz. waren geheel verspocht, de muizen hadden aan de overhemden gevreten, de zeep was uitgeslagen, evenals de chocolade, waarvan een deel reeds was bedorven.

Na de oorlog

Op al die vindplekken heeft 'spocht' te maken met het aangetast worden door vocht. Kleding, behang, huizen. Ik heb een stel oude vindplaatsen gekozen, maar ook na de oorlog komt het woord nog geregeld voor. Vooral in Het Vrije Volk, als daar weer eens gewag wordt gemaakt van barre woonomstandigheden, komen we de spochtwoorden geregeld tegen.

In Het Vrije Volk van 8 november 1973 treffen we bijvoorbeeld de volgende passage aan:

In de loop der jaren wordt 'spocht' minder bekend. In Trouw wordt er verschillende keren aandacht aan besteed door J.G.A. Thijs. Hij komt tot de conclusie dat 'spochtig' en 'verspochten' vooral bekend zijn in het oosten des lands (Gelderland en Overijssel) en in Het Gooi.

Thijs

Op 4 december 1982 schrijft Thijs in zijn rubriek naar aanleiding van een lezersvraag. De lezer is het woord 'verspochten' tegengekomen en vraagt zich af of het nog tot de actieve woordenschat behoort. In een volgende bijdrage (18 december 1982) komt Thijs erop terug. Hij signaleert dan dat het woord ook door watersporters wordt gebruikt.

Ruim vijf jaar later (maart 1988) neemt Thijs de draad op in het artikel Verspochten in het Gooi. Hij kwam het woord 'spochtig' tegen in de roman En joeg de vossen door het staande koren van Jan Siebelink. De titel geeft hij overigens niet helemaal goed weer. Ook signaleert hij het in Siebelinks verhalenbundel Nachtschade  en in de roman De Zeevlam van Hermine de Graaf ('de verspochte bekleding' in een leegstaand hotel en 'een verspocht vloerkleed').

Thijs noemt ook een predikant, die zegt dat hij ergens nog 'een verspocht diploma' van de hogere landbouwschool heeft. Verder geeft hij citaten van J.K. van Eerbeek ('een verspochte hoedendoos', 'dat verspochte stroo'). Weer noemt hij de regio's waarin het woord vooral voorkomt, om te besluiten met het advies om zuinig te zijn op deze mooie woorden.

Op 10 september 1988 schrijft Thijs een vierde keer over 'verspochten'. Hij vermeldt de reactie van een echtpaar uit Amersfoort. Voor hen is 'verspochten' een gewoon woord, dat ook figuurlijk gebruikt kan worden. Van een krasse bejaarde kun je zeggen dat hij nog lang niet verspocht is.

Het feit dat 'verspochten' en 'spochtig' aandacht krijgen, duidt er al op dat de woorden niet meer voor iedereen vanzelf spreken. Maar in het 'wetenschappogram' waarvan de uitslag op 11 juni 1988 in De Telegraaf staat, had men toch ook ergens 'verspochten' in moeten vullen.

Literatuur

Thijs noemde al enkele schrijvers die het woord 'spochtig'/'verspochten' gebruiken. Jan Siebelink gebruikt het zeer geregeld. Behalve in de door Thijs genoemde boeken trof ik het aan in Laatste schooldag:
Water dat eerst langs zijn eigen lichaam is gegaan en zó geurstoffen heeft opgenomen. De vermaarde ‘geurserenade’. Dan daalden we dieper af. Bobby hield ineens zijn pas in. Vlak boven het bruin van spochtig houtafval en rottend blad stond een weergaloos mooie bloem: het venusschoentje.
Siebelink gebruikt het ook in een stuk in de Volkskrant (26 oktober 1991), onder de titel 'Ik prefereer stilstaand water boven stromend':
Het mos is hier veerkrachtig, spochtig en diepgroen.
In dit geval betekent 'spochtig' waarschijnlijk eerder 'vochtrijk' dan 'door vocht aangetast'.

Ook in een vrij recente roman (Voorland, 2016) van Octavie Wolters komt 'spochtig' voor:
Het was de vol oranje gloed over de oude slingerboom aan de rand van het dorp, bij het bos met de zalen, grote open plekken omlijst door eiken. Eekhoorntjesbrood op de omgevallen stammen, vliegenzwammen tussen de goudgele deken van afgevallen bladeren met nu en dan een onverwacht laagje rijp op de spinnenwebben aan de afgebladderde rode spijlen van het ijzeren bruggetje over de beek. Met dor en krakend bruin dat zich langzaam en ongemerkt onderop een weg vrat, vocht dat ongemerkt in de kieren van de huizen en de schuren verdween, neersloeg en verschimmelde in de verste hoeken, spochtig en grijs. 

Internet

Journalisten en schrijvers zijn professionals op het gebied van de taal. Maar hoe staat het met de gemiddelde internetgebruiker? Die gebruikt 'spochtig' vaker dan ik verwachtte. Bijvoorbeeld in een reactie op Booking.com. Het Beach Hotel (Oman Muscat) beviel maar niks:
Een slecht onderhouden hotel en smerige kamer, roestig en spochtig.
Ben gaf slechts een 4,2 als cijfer.

Ook in een reactie op een autocamping aan het Lipnomeer komt het woord 'spochtig' voor:
Sanitair is zoals het een Tsjechische camping betaamt: spochtig, geen douchedeurtjes maar wel gemoedelijk.
In dit soort conversaties lijkt 'spochtig' niet ongebruikelijk. Iemand op het camperforum vindt de toiletruimte van zijn camper spochtig en op het Viva-forum vertelt Meepie dat ze de automatjes in de zon laat drogen, omdat ze wat spochtig zijn geworden. Dan reageert ene Zoebie wel met: 'Haha Meep. Spochtig. Leuk woord.'

Een professionele aanpakker van vochtoverlast is de loodgieter. De loodgieter in Deurne weet dan ook wat spochtig betekent. We lezen op zijn site:
Een lekkage resulteert in wateroverlast, een vochtig (en spochtig) huis, schimmels en met grote regelmaat tot een overheersende rioollucht.

Op een forum vraagt een antiquaar of hij het woord 'spochtig' mag gebruiken als synoniem van 'weersvlekkig'. En op marktplaats trof ik matrassen aan, 'een beetje spochtig op plekken'.

Een Friese dichter, Edwin de Groot, vertaalt een gedicht in het Nederlands. Een strofe:
Ik keek er bijkans achteloos overheen
het kalme wiegen van een pluim gebroken wit
te midden van spochtig gevallen blad
Aan 'bijkans' besteedde ik eerder aandacht.

Hierboven kwam al een keer 'spochtig' voor bij een persoon. Dat gebeurt ook in de groep nl.politiek. Frog 3 plaatst een mail van Karin Spaink. Dakduvel reageert daarop met:
mojje die bagger van da spochtig wicht nou werkelijk hier neer pleure?
Tilly reageert:
Zeg, dat spochtig wicht heeft meer guts in haar hele kapotte lijf dan jij ooit in het puntje van je dierbare delen zult kunnen voelen, geestelijk wangedrocht...

Vergeetwoord?

Van tijd tot tijd komen woorden als 'spocht', 'spochtig' en 'verspochten' nog wel voor. Ik dacht dat deze woorden zo ongeveer verdwenen zouden zijn, maar ze duiken hier en daar nog op. Bij het grote publiek zijn ze niet bekend. Zelfs een schrijver, Marente de Moor, denkt dat 'spochtig' geen officieel woord is.

Hopelijk blijven er mensen bestaan die zich van tijd tot tijd een van deze woorden in een gesprek, al dan niet op internet, laten ontvallen. Ik gun ze een levendiger bestaan dan in spochtige woordenboeken. 

2 opmerkingen: