vrijdag 10 januari 2014

Die vleugels


De laatste weken heb ik zoveel gelezen in de nieuwe dichtbundel van Leo Vroman, dat ik eigenlijk een nieuw, net exemplaar zou moeten kopen om in de kast te zetten, want het huidige begint verfomfaaid te raken. Zo vaak is het meegereisd in mijn tas, in een linnen tasje, op de bank van mijn auto. Het zal waarschijnlijk nog wel een tijdje met mij mee gaan en de gedichten zullen zeker nog een tijd bij mij zijn.

Die vleugels is een dikke bundel: 160 bladzijden gedichten, geschreven tussen begin maart 2011 en eind juni 2012. Vroman (bijna 99 jaar oud) heeft een enorme productie, van zo'n beetje een gedicht per drie dagen. Hij schrijft daarover: 'ik lijd sinds een paar jaar geleden / aan een ernstige lekkage. // Niet van urine of water / maar van gedicht na gedicht.'

Die gedichten zijn zoals we dat van Vroman gewend zijn: rijmend, met een losjes gehanteerd metrum; meestal licht van toon; scherpzinnig;  beschouwend; humoristisch. Meestal kijkt hij naar zichzelf en zijn eigen leven en vraagt zich af hoe alles daar precies werkt.

Maar soms is de buitenwereld zo nadrukkelijk aanwezig, dat de dichter er niet omheen kan. In de periode die Die vleugels beslaat, vond bijvoorbeeld de zeebeving in Japan plaats, en de moordpartij op het Noorse eiland Utoya. Vroman schrijft er ontroerende gedichten over, waarin hij zijn verdriet en zijn woede over die gebeurtenissen toont. Op 5 juni 2012 schrijft Vroman:
Nog hoeveel 
Lieve Aarde vol verdriet
om kinderhoofdjes ingedeukt
en moeders daarna stukgeneukt!
En al die doden ken ik niet 
behalve hoe mijn hoofd nog ziet
of met gesloten ogen hoort
van weer een volk uitgemoord,
maar al die doden ken ik niet. 
In een schijnheilig kleed gehuld
leeft een Monster dat nog smult
van het bloed dat men vergiet 
en ik blijf altijd nog vervuld
met mijn oud gevoel van schuld: 
al die doden ben ik niet
De dichter beseft dat er steeds weer mensen doodgemaakt worden en hij voelt zich schuldig omdat hij blijft doorleven. Het gedicht over Utoya begint met een beschrijving van wat Anders Brevik, 'één christelijke gek', deed. Vroman beschrijft de dood van één jonge vrouw, tot in detail. Blijkbaar komt dat afschuwelijke beeld bij hem op, waarna hij uitroept:
Help mij!
Lieverd, niet zo telkens weer
elke nacht worden doorkloofd
en weer verstommen
Jezus zij geloofd
en zo gestorven wezen
Jezus godverdomme
zij geprezen
PS
Is er een God, in godsnaam laat
dan die lieve God verdommen
alle kogels en alle bommen
naar een hel die niet bestaat.
Dat zijn heftige gedichten. Ze vallen op tussen de andere, waarin heftige emoties veel minder voorkomen. In het gedicht 'Gewoon zomaar' schrijft Vroman dat hij 'geen rechtstreekse opwinding' meer wil veroorzaken door woorden.

In veel gedichten is Vroman dan ook kalm, ook als hij het heeft over zijn hoge leeftijd, zijn naderende einde en de vragen over wat er na dat einde zal zijn. Hij lijkt nieuwsgierig te zijn naar hoe dat allemaal zal gaan. Maar er zijn ook dagen dat hij zich anders voelt. Dan schrijft hij over de dagen: 'ik voel / ze versnellen / en mij koel / omknellen / en de jaren, de jaren / die wurgen mij tot bedaren.'

Meestal is het voorbijgaan van de tijd niet angstwekkend. De dichter kijkt om zich heen en ademt het leven in. Er is zoveel te zien en te horen om van te genieten. Soms beseft hij ineens hoe snel die tijd gaat:
De klokken willen niet stil
staan en wekelijks worden wij zwakker.
Zo meteen spring ik op en gil
Liefste! Word wakker! Word wakker!
Onze tijd glipt naast ons voorbij!
Kus nu nog gezond
Kiss me! Kus mij
met die warme mond.
Vaak voelt hij zich wel senang in deze levensfase, die hij karakteriseert als: 'veilig weggedoken / in de schaduw des doods.'

Die vleugels laat zich lezen als een dagboek. Maar wel een dagboek uit vooral goede gedichten. Bij heel wat regels heb ik streepjes gezet, omdat ik ze nogmaals en nogmaals wil lezen. Wie deze gedichten leest, kijkt en denkt mee met een speelse en scherpzinnige dichter en dat is heel aangenaam.

Er zit veel liefde in de bundel. Voor Vromans geliefde Tineke natuurlijk, maar ook voor het leven, voor de werkelijkheid. Hij schrijft: 'zo kostbaar is mij nog altijd / deze lieve werkelijkheid.' Die liefde is zo groot dat ze ook het heelal omvat: 'Wat ik het meeste liefheb is / dit volledige heelal.'

Als Vromans hand na juni 2012 niet stilgevallen is, zullen er nog meer bundels komen, met heel veel gedichten. Ik zal ze weer even gretig lezen als deze en ik zal genieten van de vitale en rijke geest en heerlijke gedichten die dat oplevert.

(Binnenkort verschijnt er ook een recensie op leesliter.nl)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen