woensdag 1 januari 2014

De vreemdeling


In de loop der jaren heb ik kans genoeg gehad om De vreemdeling (l'Etranger, 1942) van Albert Camus te lezen. Het is niet gebeurd. Dat het een goed boek is, blijkt uit de verschillende toplijsten waarin het is opgenomen. In 1999 kwam het op nummer 1 van de lijst in Le monde met beste boeken van de eeuw, gekozen door het Franse lezerspubliek. De Noorse boekenclubs en de Zweedse academie plaatsten het in 2002 in de lijst van honderd beste boeken uit de wereldliteratuur.

In plaats van het boek te lezen, had ik ook de films kunnen bekijken. Visconti verfilmde het in 1967 en Felix van Cleeff in 2011. Ook dat is niet gebeurd. Maar nu is er een verstripping van het boek, door Jacques Ferrandez.

Bij Camus denk ik altijd aan het existentialisme. Dat zal me ooit wel zo op school geleerd zijn. Getuige deze tekst had Camus nogal wat kritiek op het existentialisme. Hij zou beter tot het absurdisme gerekend kunnen worden.

In De vreemdeling, ook in de verstripping ervan, wordt in ieder geval de levenshouding van de hoofdpersoon duidelijk. Die hoofdpersoon is de in Algerije levende Meursault. In het begin van het boek krijgt hij te horen dat zijn moeder overleden is. Hij gaat naar haar begrafenis toe, maar toont geen emotie. De volgende dag begint hij een relatie met Marie, een vrouw op wie hij ooit verliefd was.

Als Marie aan Meursault vraagt of hij van haar houdt, zegt hij: 'Het betekent toch niks. Maar ik denk het niet.' Dat klinkt onverschillig en later in het boek blijkt ook dat anderen Meursault zien als onverschillig. Het is de vraag of hij dat is. Hij lijkt eerder de overtuiging te hebben dat het werkelijk niet uitmaakt welke keuzen je maakt in het leven.

Meursault gaat, met een vriend, Raymond Sintès, die zich min of meer opgedrongen heeft, naar het strand. Raymond wordt lastiggevallen door drie Arabieren. Een van hen trekt een mes en verwondt Sintès daarmee. Even later ontmoet Meursault de man met het mes. Door de warme zon is hij niet helemaal helder en als de Arabier een verdachte beweging maakt, waarbij het zonlicht schittert in het mes, schiet hij hem dood, met het pistool van Sintès. Daarna vuurt hij nog vier schoten op de Arabier af.

Meursault wordt gevangen genomen en berecht. Tijdens de rechtszaak blijkt niet de moord centraal te staan, maar Meursaults houding. Hij toont geen berouw, zoals hij geen verdriet toonde bij de dood van zijn moeder. Uiteindelijk wordt hij ter dood veroordeeld. In afwachting van zijn terechtstelling weigert hij geestelijke bijstand van een aalmoezenier.

De geestelijke komt toch bij hem in de cel, waar ze een heftig gesprek hebben. Hierin vertelt Meursault opnieuw dat het niet uitmaakt welke keuzen iemand maakt: '
Ik heb dit gedaan en niet dat gedaan! Ik heb dit leven geleid en geen ander! En wat dan nog? Niets, niets is belangrijk en ik weet waarom! En jij weet ook waarom dit leven zo absurd is! Wat doet de dood van anderen ertoe? De liefde van een moeder? Wat doet je god ertoe, de levens die we leiden, het lot dat we kiezen? Er is één lot dat mij kiest en samen met mij miljarden bevoorrechte mensen die het net als jij hun broeder noemen. (...) Iedereen is bevoorrecht! Ook alle anderen worden op een dag veroordeeld. Ook jij wordt veroordeeld! Wat maakt het uit of je terechtgesteld wordt omdat je een moord hebt gepleegd of niet hebt gehuild op de begrafenis van je moeder?! (...) Iedereen is bevoorrecht en iedereen is schuldig.
De stripvorm maakt het overtikken van de tekst lastig. Er worden alleen hoofdletters gebruikt en veel uitroeptekens en om niet bij elk ballonnetje een nieuwe alinea te beginnen, heb ik alles maar achter elkaar gezet.

Meursault ziet wel dat we verschillende keuzen maken en dat die gevolgen hebben, maar ten diepste maakt het niet uit. Er is een leven waartoe je veroordeeld bent of een waartoe je het voorrecht hebt.

In zijn cel denkt Meursault aan zijn moeder. Vlak voor haar dood moet ze zich bevrijd gevoeld hebben, klaar om alles opnieuw te beleven. Daarom had ook niemand het recht om te treuren om haar. Opgesloten, met de dood vlakbij, voelt ook Meursault zich klaar om alles over te doen. Hij is vrij, omdat hij geen hoop meer heeft.

De vreemdeling is een aangrijpend boek en de verstripping door Ferrandez is dat ook. Hij stelt zich bescheiden op, zoals ook iemand als Dick Matena dat doet: het boek moet zo goed mogelijk naar voren gebracht worden. Matena gebruikt in zijn strips zelfs de integrale tekst.

Fernandez tekent met inkt en kleurt in met waterverf. Op verschillende bladzijden is er één grote tekening, zonder kaders, die achter de andere plaatjes doorloopt. Vooral in het eerste deel zijn er veel lichte kleuren gebruikt, omdat steeds de zon schijnt. Dat geeft de indruk van een zekere lichtheid, die bedrieglijk is, want De vreemdeling is een ernstig boek.

Met zijn verstripping heeft Ferrandez De vreemdeling bereikbaar gemaakt voor een groter publiek. Ieder die het boek van Camus nog niet gelezen heeft, moet de verstripping maar kopen. Wie het boek wel gelezen heeft trouwens ook.

De vreemdeling. Naar de roman van Albert Camus
Scenario en tekeningen: Jacques Ferrandez
Uitgeverij: Blloan
hardcover, 136 blz. € 19,95 




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen