dinsdag 10 april 2012

Naar de overkant van de nacht



Nog nooit had ik iets van Jan van Mersbergen  gelezen. Maar nu heb ik zijn laatste boek, Naar de overkant van de nacht, gelezen en zijn debuut, De grasbijter, ligt op me te wachten. Er zijn veel goede boeken, maar sommige goede boeken steken boven de andere uit. Het laatste jaar had ik dat bijvoorbeeld met Bonita Avenue van Pieter Buwalda en met Grip van Stephan Enter, maar nu ook met Naar de overkant van de nacht. Het is een van de meest ontroerende boeken die ik sinds lange tijd gelezen heb. 

'Tijdens Vastelaovend ben je niet verkleed als iemand anders, tijdens Vastelaovend ben je eindelijk jezelf.' Dat is de openingszin van het boek. Het wordt gezegd door iemand die als pastoor verkleed is, door de ik-figuur, verkleed als veerman, compleet met pet, tas en kaartjes. Bij hem kunnen de mensen kaartjes kopen voor de overtocht naar de overkant van de nacht.

Ach, ik kom van tussen de grote rivieren en ben intussen opgeschoven tot boven de grote rivieren. Van carnaval weet ik dus niets. Veel zuipen door mensen met een fluitketel op hun hoofd of verkleed als winterpeen, dacht ik. Maar bij Van Mersbergen is de Vastelaovend een serieuze zaak. Natuurlijk, er wordt veel gedronken en er is veel dat je liederlijk zou kunnen noemen, maar de ik-figuur wordt ook geconfronteerd met zichzelf en met het leven dat hij leidt.

Wij, de lezers, zitten opgesloten binnen het hoofd van Ralf, de ik-figuur. We maken het mee hoe hij zich staande houdt in deze nacht en eigenlijk al zijn hele leven. Hij is een zoon van een binnenvaartschippersechtpaar, dat bijna nooit samen was. De een stond aan het roer de ander was ergens anders op het schip. Met zijn vader is hij bijvoorbeeld nog niet klaar.

En dan is er Sara, die als meisje van elf al verliefd op hem was, maar hij niet op haar, zoals hij tegen haar vriendinnetje zei, waarna hij Sara hoorde snikken achter de schutting. Na enkele decennia komt hij haar weer tegen in de supermarkt, met haar vier kinderen. Het is een moeilijk gezin en Sara redt het nauwelijks. Ralf trekt bij haar in, en doet zijn best.

Maar nu is hij in Venlo, in zijn veermannenpekske, dat later een kraanvogelpekske wordt en hij weet niet meer zeker wat hij nog wil.
'Ik ben al zo lang bij Sara en de kinderen, ik weet niet meer wat ik zocht, wat ik heb, wat ik verwacht. Ik ben er, maar toch ook niet. Alsof ik jaren op een stoel gezeten heb en nu ben opgestaan en de zitting nog voel aan mijn kont, warm en comfortabel, maar zonder steun.' 
De veerman en de kraanvogel, ze lijken maar een buitenkant, maar ze zijn ook symbolen. Bij de veerman is Charon natuurlijk niet ver weg en uiteindelijk wordt Ralf letterlijk de rivier over gezet, naar een nieuw leven of terug naar het oude, of naar het oude op een nieuwe manier. En dan die kraanvogel die zo ver moet vliegen.

Je kunt niet anders dan meeleven met deze Vastelaovendvierder, meevoelen met hem, meevieren en meelijden. Ik was helemaal beduusd van het boek. Echt heel goed! Lezen dus! Kopen! Weggeven! Er reclame voor maken!



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen