zondag 22 april 2012

De Marokkaansche reis (Zwart en wit 10)


Eigenlijk wist ik niet goed wat ik moest verwachten van De Marokkaansche reis van C.F.  van Dam: de schrijver kende ik niet, het boek ook niet. Van de uitgever had ik wel gehoord, maar ik zou geen drie boeken kunnen noemen die erdoor uitgegeven zijn.

Al kwoekelend op het net kwam ik weing verder. DBNL kon mij over de auteur alleen vertellen dat hij in negentiende eeuw geboren was en in de twintigste gestorven. Naast het boek dat ik gelezen heb wordt alleen Fred Donders onder de Arabieren genoemd.

Bij De Marokkaansche reis vond ik verschillende jaartallen, waaronder 1933, dat ik ook op andere sites terugvond. Maar uitgeverij Gottmer werd pas in 1938 opgericht, voor zover ik weet. Het boek zou eerder uitgegeven kunnen zijn en later als herdruk door Gottmer op de markt gebracht.

Het verhaal vond ik niet zo heel boeiend. Het gaat over twee vriendjes, Peer en Fred. Die Fred is Fred Donders, die blijkbaar ook al naar de Arabieren is geweest. Nu mag hij met Peer en zijn vader naar Marokko. Veel wordt er verteld over de voorbereidingen en over de reis naar Marokko.

Illustratie van Is. van Mens
Als de jongens daar eenmaal zijn, maken ze verschillende uitstapjes. Dat is als verhaal niet zo boeiend, maar als je iets over Marokko wilt weten, krijg je nog aardig wat informatie. Aan het eind is het nog even spannend: een 'ontvoering', maar door ingrijpen van het Vreemdelingenlegioen wordt voorkomen dat die ernstige gevolgen heeft.

Ik ben het boek gaan lezen, omdat ik wel eens wilde weten hoe voor de Tweede Wereldoorlog Marokkanen beschreven werden in een Nederlands jeugdboek. Tegen racisme wordt al snel stelling genomen:
'Zoo'n autobus neemt wel veertig passagiers op... En dan moet je daaar eens goed op letten: naast den chauffeur zijn nog drie plaatsen, daar zitten Europeanen, evenals op de tweede bank; op de volgende banken de Arabieren... En op de achterste banken de Marokkaansche joden. Een echt schandelijke toestand om verschil te maken tusschen blank en bruin. Het is een verdwaasde wereld. Alsof die andere geen menschen zijn. De Europeanen, in dit geval de Franschen, maar de Amerikanen en Engelschen zijn nog erger, drukken de Arabieren achteruit. Het is kleinzielig en belachelijk, van die intelligente, zich zelf zoo superieur vindende Europeanen: die mochten toch eindelijk wel eens wijzer worden.
Fred was al in Tunis geweest, maar Marokko is heel anders, krijgt hij te horen:
De Arabieren in Tunis zijn veel vredelievender en, ik zou haast zeggen, schooner dan in in Marokko. Marokko is in het geheel een beetje viezer, het landschap woester en in Zuid-Marokko geven de opstandige Arabieren den Franschen zelfs handen vol werk.
De beschrijving van de mensen die Fred en Peer zien, zouden we tegenwoordig op zijn minst dubieus noemen Eerst ontmoeten ze 'Een neger, geheel opgebouwd van chocoladeflikken' en even verder wordt hij beschreven als 'de chocolade-reclame'.

De stoker van een stoomschip blijkt zwart te zijn. Voor het zware werk worden vaak 'negerkrachten' gebruikt legt de vader van Peer uit. Daarna volgt dit gesprek:
'Waarom negers... Zijn die dan te stom om andere vakken te leeren?'
'Neen, stom zijn ze zeker niet. Dat bewijzen de [woord weggevallen? T.B.] tegenwoordig wel. Er zijn heel wat gestudeerde negers, maar je moet niet vergeten dat de slavernij, toen de negers geen schijntje van een kans kregen om te leeren om of iets anders te doen dan de meester beval, nog niet zo heel lang geleden is afgeschaft.'
'Ik heb toch wel eens gelezen,'zei Fred, 'dat negers niet heel erg goochem zijn.'
'Sommigen zeker niet... Maar in elk geval zijn zij heel sterk... Trouwens, er zijn wel stomme blanken...
Prompt daaarna wordt er een verhaal verteld over 'negeronnoozelheid, - stomheid mag je het eigenlijk niet noemen'. Peers vader weet nog meer verhalen, maar die zal hij later vertellen. Dat doet hij dan ook, bijvoorbeeld over Sebastiaan, 'een neger als een knotwilg. Niettegenstaande zijn belangrijke functie kon hij nog maar geen wol en leer aan zijn voeten velen, en liep als alle negers in de plaats op bloote onderdanen.' Later wordt hij aangesproken door 'een even erdal-achtige broeder'. Voor de jonge lezertjes: Erdal is een schoensmeermerk.

Dat zwarte mensen sterker zijn dan witte, komt ook nog een keer terug in het boek: 'Zijn patient was in een rustigen slaap geraakt: zoo'n sterk negerlijf kon wel tegen een beetje bloedverlies.'

Over het algemeen komen de Arabieren er wel wat beter van af. Als er een Arabier beschuldigd wordt, keurt de vader van Peer dat af: 'Maar er zal wel weer iets niet geheel in orde zijn, en dan krijgt maar direct een Arabier de schuld'. Fred zegt daarop: 'Het is een schande'. Wel wordt een Arabische gids een 'bruine boon' genoemd.

En hoe gaan Arabieren met vrouwen om?
Maar achter het paard liep, zich vasthouden[d] aan den staart, een Arabische vrouw te sjokken door het zand. Haar gezicht was met een sluier bedekt.
'Ja, mijn jongen, aan zulke dingen moet je je niet ergeren. Dit is bij sommige Arabieren de gewoonte, de vrouw is niet in tel... Dan zal je nog wel erger dingen zien...'
Let op de nuance: sommige Arabieren.

De Marokkaansche reis zal wel bedoeld zijn om de jonge lezers te informeren over een land en een cultuur die zij niet kennen. Het zou me niet verbazen als C.F. van Dam zelf in Marokko is geweest. Hij vertelt erover met enige humor, van tijd tot tijd en hij zal ook niet de bedoeling hebben gehad om Marokkanen negatief te schetsen.

Op verschillende plaatsen in het boek worden Arabieren nadrukkelijk verdedigd. Zwarte mensen zijn bijvoorbaat sterk en hun uiterlijk wordt weinig vleiend beschrevend. Ongetwijfeld is dat humoristisch bedoeld.

De Marokkaansche reis zal niet meer herdrukt boeken. Niet alleen is het verhaal domweg niet goed genoeg, maar de manier waarop de niet-Europeanen van tijd tot tijd beschreven worden, lijkt me dubieus.

Illustratie Is. van Mens







Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen