dinsdag 24 april 2012

Henk Knol - Gedicht over Ede

In Ede woekert het dichterdom. Op de verkiezingsavond hoorde ik iemand fluisteren dat er wel tachtig dichters  meegedongen zouden hebben naar de functie van stadsdichter en dat dus negentig procent al niet eens mocht meedoen op de bewuste avond. Voor zover ik weet, klopt dat verhaal niet, maar laten we dat vooral niet controleren; het verhaal is mooi genoeg.

En dan te weten dat verschillende gerenommeerde dichters niet eens aan de verkiezing hebben meegedaan. Uit met de wichelroede gevonden bronnen weet ik dat er geen inzending was Hilbrand Rozema, geen sollicitatiegedicht van Mart van der Hiele, niets van Henk Knol. Zij zullen hun redenen gehad hebben en laten we die respecteren.

Die reden zal niet geweest dat ze Ede een te min onderwerp vonden om over te schrijven. Kijk maar eens wat Henk Knol schreef over de sloop van de Luynhorstflats:


Reconstructie van een grafheuvel, ± 2000 na Chr.
                    
                       Bij de sloop van de Luynhorstflats in Ede, december 2011


Een stalen schaar heeft hier een rechthoek uit de lucht
gesneden. Aders van stroomdraad, leidingen en buizen
zijn gestript, maar lang niet alle sporen van bewoning
bleken uitgewist. Je blijft een ingeknipte leegte zien

van luchtkamers met klam behang, gesausd in waterige grijzen,
en geur van etenswaar: stamppot, vermoedelijk aangebrand,
en een tajine met gekruide kip en vijgen. Nog ruikt de lucht
beslapen boven de aangestampte deklaag van geel zand.

We vonden zeldzaam oude resten: een latexemmer, rode scherven
van tegels uit het trappenhuis, de wikkel van een pakje zware shag,
een maandverbandje. De bomen waren op die plek een winter lang

beslagen met witsel van vergruisd beton: grafheuvel die kort daarna
voor hergebruik al moet zijn afgegraven, als granulaat voor asfalt
op een vierbaansweg. Daar liep het spoor dood en we vonden weinig later.

Henk Knol



Daar wou ik maar niets meer aan toevoegen.

Foto gepikt van PEK

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen