De naam van Ida Vos (1931 - 20006) kende ik en ik wist dat ze jeugdboeken over de oorlog had geschreven. Het was een vaag besef. Nooit had ik iets van haar gelezen, nooit echt iets over haar gelezen. Ik denk dat ik pas geïnteresseerd raakte na het lezen van Onbevrijd gevoel van Ellen Krol, een bundeling van essays over hoe de tijd net na de oorlog terugkomt in de literatuur: hoe ging men om met Joodse Nederlanders die de oorlog overleefd hadden. Daarin noemt ze ook Ida Vos.
Vlak na het lezen van dat boek vond ik Wie niet weg is wordt gezien (1981) van Ida Vos in een kringloop en ik kocht het. Het lag nog een tijdje op een stapel, maar ik heb het nu toch gelezen. Ik moest me wel echt zetten tot het lezen, naar dat heeft te maken met de vormgeving van het boek: alle letters zijn vetgedrukt. Erg lelijk, vind ik, maar toen ik aan het lezen was, had ik er gek genoeg geen last meer van.
Het boek is duidelijk bedoeld voor kinderen. Bij Auschwitz staat er bijvoorbeeld een voetnoot: 'concentratiekamp in Polen', de ondergrondse krijgt de uitleg 'verzetsbeweging' en Führer is het Duitse woord voor leider en zo werd Hitler vaak genoemd. De aanname is dat het publiek niets weet over de oorlog en waarschijnlijk is dat terecht.
Hoofdpersoon in het boek is Rachel Hartog. Voor haar stond Ida Vos zelf model. Achter in het boek legt ze uit dat ze de gebeurtenissen zo nauwkeurig mogelijk heeft weergegeven, maar dat ze de onderduikadressen beperkt heeft tot vier, om het voor de lezer behapbaar te maken.
De anderen
Het verhaal begint al voor de oorlog. Als er een vriendinnetje bij Rachel komt spelen, ziet ze daar Hebreeuwse boeken. Daarna komt ze nooit meer: ze mag geen jodenboeken lezen. Het laat zien dat joden blijkbaar gezien werden als de anderen en dat er Nederlanders waren die daar duidelijk niets mee te maken wilden hebben. Dat gevoel bleek er na de oorlog nog steeds te zijn.
Al voor de inval van de Duitsers is er een oefening met het verduisteren van de ramen van woningen. Dat was me onbekend. Dat het in de oorlog gebeurde, wist ik wel. Rachel registreert het vooral, net als de meeste dingen die in de oorlog gebeuren. Ze lijkt veel dingen te accepteren, omdat die nu eenmaal zo zijn.
In het boek werkt dat heel goed. Het is niet Rachel die ontzet is over wat er gebeurt, maar de lezer. En je ziet vooral hoe de oorlog doorwerkt in de gewone dagelijkse dingen. Bij het verstoppertje spelen, verbergen de kinderen zich in het park, want daar mag Rachel niet komen.
Zij kan niet meer meedoen. Verstoppertje spelen mag ze niet van de moffen. Alleen niet-joodse kinderen mogen dat.
Boodschappen doen mag alleen maar tussen drie en vijf, op een bankje zitten is verboden, net als zwemmen.
Nieuwe namen
Uiteindelijk moeten Rachel, haar ouders en haar zusje Esther onderduiken. Ze krijgen nieuwe namen. Maar als ze een poëziealbum op haar verjaardag krijgt, schrijft ze er voorin:
Dit album is van mijZolang ik hoop te levenRachel is mijn naamDoor mijn ouders mij gegeven.Hartog is mijn van,Mijn vaderlijke stam,Groningen is ...'Ria, in godsnaam. Wat doe je? Laat dat!'Moeder staat achter haar. Ze trekt het album van de tafel. Ze begint de eerste bladzij eruit te scheuren.'Niet doen mamma!' roept ze. 'Niet scheuren!'Moeder scheurt toch.'Laat dat mamma!'Met twee vuisten slaat ze tegen mamma's hoofd. Ze schreeuwt, ze huilt. Ze wil niet meer stil zijn, nooit meer. Ze voelt dat moeder haar op schoot trekt. Ze voelt dat moeder haar kusjes geeft en lieve woordjes in haar oor fluistert.'Kindje kindje wat wil je toch? vraagt moeder.'Niks,' snikt ze. 'Niks, alleen maar Ria Hartog zijn.'
Getraumatiseerd
Vanuit de kamer hoort ze de harde stem van oma: 'Verdomme. Laat dat toch! Je bent niet meer in het kamp. We zijn terug in Holland. Hier hoef je geen beschimmeld brood meer te eten.'
Tante Jetje, die het kamp overleefd heeft, komt na de oorlog mensen tegen die haar naar andere mensen vragen, die in de oorlog vermoord zijn. Ze heeft geen zin dat elke keer te vertellen en breekt het gesprek af, waarop ene mevrouw Van Dalen zegt: 'Weer één te weinig vergast. Kale kakmadam.'
Dat was, als ik het mij goed herinner, een passage die Ellen Krol citeerde. Er wordt slechts weergegeven wat er gebeurde en daarom is het zo schokkend.
![]() |
| Het Parool 1 april 1980 |
Krantenberichten
Achter in het boek wordt verteld dat er 100.000 Nederlandse Joden in de oorlog vermoord zijn en dan volgt er een lange lijst van mensen uit het boek die de oorlog niet hebben overleefd.
Toen Ida Vos in 1981 Wie niet weg is wordt gezien publiceerde had ze al drie dichtbundels op haar naam staan: 35 tranen (1976), Schiereiland (1979) en Miniaturen. 35 tranen is een gedichtenbundel over de kinderen in haar klas. Slechts vier van hen overleefden de oorlog, onder wie Ida.
Het kinderboek Wie niet weg is wordt gezien verscheen in het najaar van 1981. Het eerste exemplaar werd in het Anne Frankhuis overhandigd aan haar onderduikouders, Oom Jaap en tante Nel de Lange. Ida zat bij hen in Venhuizen (in de buurt van Hoorn) een deel van de oorlog ondergedoken.
Het boek wordt genoemd en gerecenseerd, vaak in combinatie met andere boeken. Alle besprekingen zijn positief, maar meestal is de omvang ervan beperkt. Blijkbaar werd er niet uitgebreid geschreven over jeugdliteratuur in die tijd. Alleen in het Nieuw Israëlitisch Weekblad van 29 januari 1982 wordt een groot artikel aan het boek besteed.
Wie niet weg is wordt gezien was het prozadebuut van Ida Vos. Daarna zou ze nog verschillende boeken schrijven, waaronder Anna is er nog (1986) en Witte zwanen zwarte zwanen (1992).
![]() |
| Overhandiging van het eerste exemplaar (Nieuwsblad van het Noorden 27 november 1981) |



Geen opmerkingen:
Een reactie posten