donderdag 24 januari 2019

Column: Honderd jaar radio

Wij zeiden het vroeger vaak genoeg: Hallo, hallo, wie stinkt er zo? Het mannetje van de radio!

2019 is een jubileumjaar. Misschien is het u ontgaan, maar honderd jaar geleden was de eerste radio-uitzending ter wereld te beluisteren, verzorgd door ingenieur Hanso Idzerda, een Nederlander. In het begin zag men er niet veel in: radio, dat zou nooit wat worden.

Maar de radio leefde door en groeide, en in mijn jeugd was die alomtegenwoordig. Er was natuurlijk al tv, maar dat wereldse ding kwam ons christelijke gezin niet binnen. Nou ja, af en toe mocht ik bij de buren naar Swiebertje kijken.

De radio werd bij ons thuis dagelijks beluisterd. Om de mededelingen voor land- en tuinbouw te horen en de waterstanden, als de koeien al in de uiterwaarden liepen en het water alsnog steeg. Maar mijn vader was ook een fan van Biels en Co, een radiostrip, met Ko van Dijk. En later zou hij altijd naar het begin van Met het oog op morgenluisteren, voordat hij in bed stapte. Soms werd het gezin om de radio verenigd voor een hoorspel.

De kinderen luisterden naar Kleutertje luister, waarin presentatrice Lily Petersen ons begroette met: ‘Hallo kindertjes uit het hele land!’ We probeerden te antwoorden op vragen in kwissen als Centenkwestie en Hersengymastiek en we zongen mee met de Boertjes van buut’n.

Ik vrees dat de radio mij behoorlijk bepaald heeft. Natuurlijk luisterde ik als puber naar de zeezenders, waarbij ik vaak Radio Mi Amigo opzocht. Toen in 1974 Veronica en Noordzee moesten stoppen, vertrok Mi Amigo naar Spanje en ging door met de uitzendingen. Nog steeds word ik week als ik het middengolfgeluid terughoor.

En dan de radioreclames uit die tijd! Ik weet nog precies waarom het jongetje bij Japie z’n moeder ging eten: Japie z’n moeder heeft lekker King Corn. Het was verpakt brood: het enige wat je weggooit, is de verpakking.

Witte Reus waste een berg en kostte een beetje, Persil had twee witmakers, als je Supra opendeed, kwam het aroma je tegemoet en met Danclan kon je in dertig seconden je kunstgebit schoonmaken. Bona was de enige margarine in een kuipje en die was dus altijd smeerbaar: Bona mee, in de arreslee, door de sneeuw. California soep, die was pas lekker en iedereen was in zijn sas met Badedas.

Mijn moeder citeerde wel eens reclames die waarschijnlijk nog ouder zijn, zoals
Al kon ik je hartje niet winnen,
toch blijf ik je altijd beminnen,
want van jou, lieve schat,
heb ik zegels gehad
van de Vivo en dus ben ik binnen.

Zelf zing ik in een uitgelaten bui nog wel eens over de goudhaantjes van Herman Kramer en ook:
Eén, twee, drie, je proeft het zo:
het is ijs van Caraco.
Mexicaantje, oranje hoed,
Caraco-ijs, geweldig goed.

Er was nog geen cultureel café, maar er was de radio en de radio is weer helemaal terug, in die zin dat er steeds meer naar podcasts geluisterd wordt. Iedereen is tegenwoordig zijn eigen radiomaker.

Laten we daarom het jubileumjaar vieren door radioherinneringen te delen. ‘Mag ik Paul Vlaanderen van jou, dan krijg je van mij Sprong in het heelal’en wie zingt er mee met ‘Cha cha cha, wat zullen we eten?’

En misschien moeten we enkele radiotradities in ere herstellen. ’s Morgens vroeg het hanengekraai van de VARA, af en toe het gebimbam van de Big Ben en om twaalf uur springt iedereen in de houding, want dan wordt het Wilhelmus gespeeld.

En daarna is het stil. De radio zwijgt, de televisie is al lang op het testbeeld gesprongen en wij gaan met een hoofd vol herinneringen naar bed.


Column voorgelezen bij Cultureel café Dante.

Eerder schreef ik over de podcast Hallo, hier Hilversum!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten