woensdag 22 augustus 2012

Pierre H. Dubois over Willem G. van Maanen in 1960

Willem G. van Maanen
foto: Hans Roest
Pierre H. Dubois was de grote recensent van het blad Het boek van nu. Natuurlijk, mensen als P.H. Ritter jr., Hans Andreus en Raymond Brulez mochten er ook zijn, maar deze keer, ergens in de tweede helft van 1960, opende het blad met de beschouwing van Dubois. Over Willem G. van Maanen. Diens laatste roman, Taal noch teken, was niet zo gunstig ontvangen. Men vond dat de bedoelingen van Van Maanen niet duidelijk waren en dat de beweegredenen van de personages 'vaag en mistig' waren.

Dubois is het met die constateringen eens, maar hij vindt niet dat ze iets zeggen over de kwaliteit van het boek. Dat het boek zoveel interpretaties toelaat, pleit volgens hem niet tegen het boek, omdat dat nu juist het onderwerp van het boek is. Het boek heet immers niet voor niets Taal noch teken. Het is overigens de vierde roman van Van Maanen. De drie voorgaande hebben
stuk voor stuk het bewijs [...] geleverd, niet alleen van het talent van de schrijver, maar bovendien van wat typisch zijn eigen, persoonlijke thema is, hetgeen in dit nieuwe boek weer blijkt.
Van Maanens boeken gaan, volgens Dubois, over droom en werkelijkheid.
Het belangrijkste in zijn werk is inderdaad de identificatie van het leven en de droom, het leven dus dat als droom wordt gezien en ervaren, wat tot gevolg heeft dat de sacrosancte 'werkelijkheid' irreëel wordt en omgekeerd dat wat als onwerkelijk, als 'gedroom' betiteld pleegt te worden in de realiteit de toon gaat aangeven, - met al de kortsluitingen van dien.
De hoofdpersoon van Taal noch teken, Kazan, is een toneelschrijver en een van de bijfiguren, Merle, is een toneelspeler. Dan zijn 'andere' werkelijkheden niet ver weg. In Van Maanens boek is uiteindelijk niet duidelijk wat werkelijkheid is en wat verbeelding.
De lezer die zich voor het personage interesseert, die zich in het boek heeft kunnen inleven, moet voor zichzelf nagaan wáár de breuk ligt tussen droom en werkelijkheid, in de eigen werkelijkheid van het wereldje dat Van Maanen in zijn boek heeft opgeroepen.
 Dubois bedoelt dat 'wereldje' niet pejoratief, maar hij vindt het
een merkwaardige microchaos [...], waarvan de symboliek griezelig spits en griezelig rijk en veelvuldig wordt, wanneer men erover begint na te denken. Er zijn weinig hedendaagse Nederlandse romans die met zo weinig middelen en een dergelijke vanzelfsprekendheid binnen het gegeven van hun eigen kader, zoveel aanknopingspunten bieden met het denken en zulke associatieve mogelijkheden bezitten met betrekking tot de symboliek van de werkelijkheid.
'Een van de weinge Nederlandse romans'. Dat is nogal wat. In 1960, waarin Harry Mulisch en Willem Frederik Hermans al geweldige romans hadden afgeleverd. Wellicht kan Van Maanen zich met hen meten. Dubois signaleert bij Van Maanen de invloed van Kafka, ook al zo'n grote naam.

Dubois blijft overigens kritisch. Al eerder schreef hij over Haasse dat ze talentvol was, maar dat haar roman Cider voor arme mensen 'niet overtuigend' was. Ook bij Van Maanen heeft hij wel aanmerkingen. Bij een van de bijfiguren signaleert Dubois iets geconstrueerds. Dat is volgens hem ook de zwakke kant van het schrijverschap van Van Maanen: 'de verleiding van zijn thematiek tot een te starre, een te weinig bewegende fictie.
Maar dat mag toch geen reden zijn om aan Taal noch teken de waardering en de bewondering te onthouden, waarop dit verhaal wegens de bijzondere kwaliteiten, die de gebreken ervan wezenlijk overtreffen, aanspraak mag maken.  
 Ik kan mij voorstellen dat Van Maanen blij geweest is met deze recensie. Toen hij dit stuk las, was hij veertig, nog niet op de helft van zijn leven. Meer dan driekwart van zijn oeuvre moest hij nog schrijven. Hij had nog een lange weg te gaan naar de vergetelheid.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen