dinsdag 25 april 2023

Moon 1: Kogel voor een kruisridder (Johan Vandevelde / Stephan Louwes)


We schrijven 2323, de huidige wereld is nog wel herkenbaar. Zo staat de Eiffeltoren er nog, maar de stad heet Perris. Verder zijn er robots en er is ook de mogelijkheid om in de tijd te reizen. 

Een eigenzinnige drieling is vaak op zichzelf aangewezen, omdat de ouders blijkbaar druk zijn. De kinderen, Emily, Cleo en Axel komen erachter dat hun ouders niet een saai baantje hebben als ambtenaren op het Ministerium voor Technische Controle en Attestatie, zoals ze zeggen, maar dat ze gevaarlijk werk doen. Ze besluiten hun ouders te volgen. 

Die ouders, Rik De Ridder en Lynn Moon, hebben soms een klus op te knappen in een andere tijd. Bijvoorbeeld in de tijd van de kruisvaarders. Na afloop wissen ze de geheugens van de mensen met wie ze te maken hebben gehad, zodat die zich hen niet kunnen herinneren. 

Dat is de situatie in de strip Moon, waarvan het eerste deel, Kogel voor een kruisridder is verschenen. Er gebeurt wel van alles, maar toch heb je het idee dat het alleen maar voorspel is en dat het echte verhaal nog moet beginnen. 

Het tempo komt als vrij laag over, waarschijnlijk mede door het perspectief. Als lezer weet je al lang wat er met de ouders aan de hand is, maar de kinderen moeten dat nog uitzoeken. Waar ze achter zullen komen is dan geen verrassing meer, alleen de manier waarop. De scenarist, Johan Vandevelde, houdt van de dialogen en soms zitten daar grapjes in, maar vaak vertragen ze en is het te veel geklets tussendoor. Er had best wat in gekapt mogen worden en de snelheid had in ieder geval omhoog gemoeten. 

Af en toe zit er een vreemde zin in de tekst, zoals: 'Met dit wapen zijn uw soldaten, doch in de minderheid, onoverwinnelijk.' 'Doch' betekent 'maar' en als je dat invult, merk je hoe vreemd de zin loopt. Er wordt bedoeld: 'ondanks dat ze inde minderheid zijn. Het Latijn van de kruisvaarders laat ook te wensen open. 'Deus volt!!' brult er een, in plaats van 'Deus vult!'

De tekeningen van Stephan Louwes zijn wisselend van kwaliteit. De openingspagina is mooi gedaan: een blik op de stad, introductie van Rik en Lynn, mooie schaduwwerking en de lezer heeft vragen, waardoor hij of zij verder wil lezen.

Verderop zijn er soms uitglijders: de binnenkant van een metro die veel te breed is, verhoudingen die niet kloppen, veel te dramatische schaduwpartijen, niet overtuigende vechtscènes. . De tekeningen zijn in zwart, wit en grijs en dat is vaak wel goed gedaan; je mist de kleur niet. Het lijntje waarmee Louwes tekent is vrij dun en niet zo strak. In de lijnvoering zelf zit niet zo veel expressie. Daar had naar mijn smaak wat meer kracht van mogen uitgaan. 

Achter in dit deel is een dossiertje opgenomen, met een karakterisering van de personages en enkele schetsen in potlood plus een geïnkte tekening. Dat is een mooi extraatje.  

Kogel voor een kruisvaarder heeft me nog niet overtuigd. Misschien dat het verhaal in volgende delen meer op gang komt. Ik wacht nog even af. 

Serie: Moon
Deel 1: Kogel voor een kruisridder
Tekst: Johan Vandevelde
Tekeningen: Stephan Louwes
UItgever: MENLU
2023, 72 blz.






maandag 24 april 2023

Niets dat hier hemelt (Tomas Lieske)



Het werk van Tomas Lieske heeft mij nog nooit teleurgesteld. Ik vermoed dat ik het voor het eerst las in 2010, toen de roman Alles kantelt verscheen: een man ontmoet een jongetje van acht jaar oud en komt erachter dat hij het zelf is, als kind. Zoiets had ik nog niet eerder gelezen. Ik heb in de jaren erna het boek verschillende keren cadeau gedaan. 

Lieske lijkt een realistisch schrijver, maar hij respecteert niet de grenzen van de werkelijkheid. Dat blijkt bijvoorbeeld in Door de waterspiegel (2014) en het sterkst in misschien wel zijn beste roman De vrolijke verrijzenis van Arago (2018). Het is een wonderschoon boek, waarin een meisje in coma raakt en dan terechtkomt in een andere tijd, 1923. 

Gehucht

Waar je belandt in een roman van Lieske is moeilijk te voorspellen: hij zwerft in de tijd en van de ene plaats in Europa naar de andere. In zijn nieuwste roman, Niets dat hier hemelt, zijn we waarschijnlijk in Nederland. Het dorpje waar alles zich afspeelt is niet meer dan een gehucht, met de naam De Veensche Ecken. Het dorp telt iets minder dan dertig woningen en is gelegen bij een moerasachtig veengebied. 

De hoofdpersoon is Benjamin Visator, een jaar of tien oud in het grootste deel van het verhaal. Zijn moeder is overleden, zijn vader Abel werkt bij het spooroplos. Oma woont in een klein huisje dat met een gang verbonden is aan het huis van Abel en Benjamin. Het is 1927 als oma er komt wonen. 

Abel heeft een bijzonder verleden. Zo is hij ooit opgeslokt door een walvis, die hem, als Jona weer heeft uitgespuugd. Abel en Benjamin zouden Joods kunnen zijn, al blijft dat een beetje in het midden. 

Hitlerjugend

Bij het dorp staat een kasteeltje of misschien is het een landhuis. Het heeft lang leeg gestaan, maar dan komt er een familie met veel kinderen wonen, de familie Boonervliet, Het deed me denken aan het begin van De engelenmaker van Stefan Brijs, waar het doktershuis lang leeg heeft gestaan. Victor Hoppe, de zoon van de vroegere dokter gaat er wonen, samen met een drieling. Het lijkt alsof er een nieuwe fase voor het dorp aanbreekt. 

De vijf zoons uit het nieuwe gezin gaan de omgeving en het veen verkennen. Ze worden getekend als onaangename figuren. Ze lijken een soort plaatselijke afdeling van de Hitlerjugend te vormen, waarbij de oudste zoon, Benedikt zichzelf tot Boonerführer bestempelt. 

De vijf jongens vinden in het veen een veenlijk: een man te paard. Ze willen het tweetal uitgraven, waarbij ze goed moeten stutten om te voorkomen dat de twee in elkaar zakken. Benjamin ontdekt waarmee ze bezig zijn. 

Een vrijgevochten meisje

Rosa Stoltz is vier jaar ouder dan Benjamin. Samen hebben ze contact met de jongens van Boonervliet en hun vader. Rosa is een vrijgevochten meisje, dat zoveel mogelijk haar eigen gang gaat. 

Qua setting doet Niets dat hier hemelt wel denken aan de novelle Een ijzersterke jeugd (2009), dezelfde tijd, een kleine gemeenschap, een vrijgevochten meisje, mensen van buiten die in het dorp komen, de sfeer van dreiging. Als ik het mij tenminste goed herinner. Rosa is wel te vergelijken met Augustine uit deze novelle, denk ik. 

Er gebeuren wonderlijke dingen in De Veensche Ecken: bij de Visitators komt zomaar een paard aanlopen en er verschijnt een blauwe vrachtwagen, die Abel fataal zal worden. Later verschijnen er nog meer vrachtwagens. Ze hebben wellicht iets te maken met de Boonervliets. 

Dreiging

Mensen van buitenaf komen in het dorp en dan gaan er dingen aan het schuiven. Ze lijken zich niets aan te trekken van het dorp, bepalen hun eigen regels, respecteren het verleden van het dorp niet. Er gaat veel dreiging van hen uit. Die dreiging was er in het verleden ook al wel. Benjamin zag de grote vis die zijn vader opslokte als de Leviathan, het kwaad, maar hij begint zich te realiseren dat het kwaad wel eens van een heel andere kant kan komen. 

Op de 'protchrist' school, heeft Benjamin verschillende keren het boek Genesis moeten overschrijven, wat me nogal een klus lijkt. De taal van de Bijbel fladdert soms door het hoofd van Benjamin. Zinnen als 'En het zaad zal de poort zijner vijanden erfelijk bezitten.' Hij ervaart dat als troostrijk en zeker als zijn vader op de bandoneon speelt, voelt hij zich gelukkig. 

Benjamin voelt de liefdevolle nabijheid van zijn vader, maar de naam Abel geeft misschien al aan dat vader het niet tot het eind zal redden. Hij zal het eerste slachtoffer van de vrachtwagens worden. Daarna zal Benjamin zich alleen moeten redden, maar daar heeft vader hem al op voorbereid. 
Mijn vader vertelde hoe trekvogels altijd de weg vinden en ik begreep dat hij me wilde leren hoe ik me al trekkend en glibberend door het leven kon slaan. Hij legde uit hoe de nachtvliegers op de sterrenhemel koersen en dagvliegers op de baan van de zon, dat er vogels zijn die magneten gebruiken en vogels die vertrouwen op de polarisatie van zonlicht en dat er vogels zijn die kusten kunnen ruiken. Ik weet zeker dat hij over zijn liefde voor mij sprak. 

Ruimte voor de lezer

Er wordt veel open gelaten in Niets dat hier hemelt. Zo breekt er in het huis van Boonervliet een ziekte uit, die misschien te maken heeft met het veenlijk, maar die gaat weer over. Benjamin tekent als kind heel veel paarden en later komt er een paard aanlopen, maar niemand weet waarvandaan. Het vreemde verhaal van de walvis, een labyrint voor het landhuis, de dreigende vrachtwagens. Al die dingen hebben iets met elkaar te maken, maar Lieske legt het niet uit. 

Misschien maakt het dorp mee, wat later het land zou meemaken: een invasie, vreemdelingen die de macht overnemen en hun wetten voorschrijven. Bijna alles zou een metafoor kunnen zijn. Al zijn het maar de kippen die rondlopen:
Nu weet ik dat kippen voor ons onverstaanbaar praten, maar ik ben er zeker van dat ze onderling hun gevoelens en jaloezie en pogingen om hogerop te komen heel goed duidelijk kunnen maken met dat huwelijkse gekakel en binnensmonds uitjouwen van elkaar en elkaar in ongunstig daglicht plaatsen. Het is een gemeenschap van na-ijver en hoge en lage posities en mogelijkheid om te stijgen en te tuimelen, die zich niets aantrekt van ons mensen, die om ze heen lopen en de veer- en pluimpakken proberen te vermijden.  
Vader Boonervliet wordt vergeleken met een haan in plaagstand en daar moet je voor uitkijken. Uit dit citaat blijkt ook wel hoe fraai Lieske schrijft. Zijn zinnen zijn werkelijk een genot. 

Paard en ruiter

De paard en de ruiter in het veen komen steeds weer terug. Je zou kunnen zeggen dat door het uitgraven ervan de dood wordt bevrijd, maar Benjamin heeft ook een bijzondere relatie met paarden. Achter op de roman staat al wat er met Benjamin gebeurt en dat is wel een spoiler, maar het is ook weer niet heel erg, omdat het boek van Lieske niet draait om de gebeurtenissen, maar meer om de sfeer, de taal, de dreiging. 

Het boek lijkt me losser gecomponeerd dan bijvoorbeeld De vrolijke verrijzenis van Arago, en misschien is dat zo, maar misschien liggen de verbindingen meer verborgen. Eigenlijk doet het er niet toe. Het is weer mooi geschreven, met liefde voor de natuur (het veen) en de muziek, maar ook met een gevoel van benauwing dat steeds sterker wordt. Maar het dorp is de plek waar Benjamin thuishoort, hoe moeilijk het allemaal ook wordt. 

Aards

De titel verwijst naar het motto, van Gerrit Kouwenaar:
Trager de wespen, schaarser de dazen
groenvliegen grijzer, engelen gene, niets 
dat hier hemelt, alles brandt lager
Er zijn geen engelen, hier op aarde moet het gebeuren, Niets dat hier hemelt is dan ook een heel aards boek. Als je het uit hebt, blijft de geur van het veen nog lang hangen. 

Eerder schreef ik over de volgende boeken van Tomas Lieske:
Franklin 2000

zondag 23 april 2023

De kuil (Erik Kriek)



Werk van Erik Kriek is altijd duidelijk van hem en niet van iemand anders: zijn tekeningen hebben iets weg van houtsneden, met duidelijke schaduwpartijen. Hij kleurt ze in met weinig steunkleuren, trekt geen kaders om de tekeningen en laat ook het achtergrondwit meedoen, in ieder geval in de gezichten. Hij houdt van duistere verhalen. Bij zijn verstripping van H.P. Lovecraft en van vijf murderballads (de links vind je hieronder), zijn het verhalen die hij gekozen heeft, bij De Balling schreef hij het verhaal zelf. 

Ook De Kuil is een verhaal van eigen hand. Het gaat om een echtpaar, Sara en Huub, dat een kind verloren is door een auto-ongeluk. De vrouw, die kunstenares is, heeft sinds die tijd niet meer geschilderd, hoewel ze op het punt staat internationaal door te breken. Ze gaan verhuizen naar een eenzaam huis op de Veluwe, midden in de bossen. 

De setting deed mij denken aan de film Antichrist (2009) van Lars von Trier: ook een echtpaar dat een kind verloor, ook de bossen, ook een duister verhaal. Een heftige film, zoals meer werk van Von Trier.

De kuil begint meteen: er is geen titelpagina, het verhaal start zonder aankondiging: storm in het bos. Een van de bomen waait om, waardoor er en kuil vol zwart water ontstaat. Op de boomstammen eromheen staan vreemde tekens. Huub ziet ze als een 'soort van Blair Witch Graffiti'. 

Op de derde pagina, als we kunnen lezen dat de personages aan het praten zijn, maar als we ze nog niet gezien hebben, komen we bij de titel, tussen twee grote tekeningen in. We kijken dan van bovenaf op de auto waarmee ze naar het het oude huis rijden. Ook dat is een beeld dat filmisch aandoet. Het verhaal gaat meteen verder. 

Dagboeken

In het huis worden oude dagboeken gevonden, voor een deel in een vreemde taal. Ze verwijzen naar de tekens in het bos. Sara is erdoor geïntrigeerd. Er lijkt iets wakker te worden in haar. Ze wil ook weer gaan schilderen en stopt met het nemen van de medicijnen. 

In ieder geval herbergt het bos iets duisters. Er is ook een (dementerende?) oude vrouw die het echtpaar waarschuwt en er zijn tekenen dat de werkelijkheidsbeleving van Sara verandert. Gaat ze 's nachts het bed uit of droomt ze dat alleen maar? En ze praat met hun overleden zoon. Is die er alleen in haar verbeelding? Ook vanwege de plot stel ik de vragen liever dan dat ik ze beantwoord. 

Duistere krachten, drijfveren die je zelf niet kunt duiden, werkelijkheden die je niet rationeel kunt volgen - dat is wel de wereld zoals Kriek die graag schept. Huub lijkt redelijk en hij is druk met zijn werk (hij is architect) maar aan het eind van het boek wordt de mogelijkheid opengelaten dat ook hij door het duistere is aangeraakt. 

Woeste wereld

Niet voor niets speelt alles zich af in het bos, in de ongeordende wereld, waar de natuur zijn gang kan gaan. Al in het Middelnederlandse verhaal Van den vos Reynaerde is er een tegenstelling tussen de geordende wereld en de woestenij waarin Reynaert zijn wegen heeft, 'crom ende menichfoude'. Bruun de Beer begeeft zich in het rijk van Reynaert, waar geen weg recht is, en het loopt dus slecht met hem af. Zo lijkt het hier ook te gaan: het bos is de plek van de duisternis. Wie zich daar ophoudt, wordt daarin getrokken. Apparaten weigeren dienst en op je verstand lijk je niet meer te kunnen vertrouwen. 

De kuil is een intrigerend verhaal, waarin het kwaad dichtbij komt. Er zijn krachten die groter zijn dan de personages beseffen en ze werken door de generaties heen. Ook oudoom Hendrik heeft zijn geschiedenis. De mens heeft te dealen met de doem van de plaats, maar ook met die van de tijd. 

Op het eerste gezicht is de werkelijkheid vertrouwd, met verhuizers, klusjes, bezoek van goede vrienden, maar je beseft dat er daarnaast iets groters, iets duisterders is. Het is een sfeer die ook in een serie als Stranger things hangt. 

Ruimte voor de lezer

Gelukkig legt Kriek niet uit hoe het allemaal precies zit. Hij duidt aan, laat zien dat dingen met elkaar te maken hebben, maar hij laat veel open en dat past bij de thematiek. Net als de personages moet ook de lezer niet helemaal weten waar hij aan toe is. Net als onder het bos, woelt er van alles onder het boek. 

Zo'n verhaal is wel aan mij besteed: het blijft nog wat naknagen als je het boek gelezen hebt en als je er nog eens doorheen bladert, valt weer op dat de tekeningen gewoon goed zijn, dat de informatie goed gedoseerd is, dat de inkleuring werkt, dat de letter (door Frits Jonker) precies goed is. Alleen dat Huub en Sara ook nog Kuylder heten is me net te flauw. Maar er staat zoveel goed tegenover, dat ik daarover niet wil zeuren. 

Gewoon kopen, lezen, genieten. Herlezen. Nog een keer bladeren. Je hebt het nog lang niet uit. 

Titel: De Kuil
Tekst en tekeningen: Erik Kriek
Uitgever: Scratch Books
Amsterdam 2023, 132 blz. 29,95 euro (hardcover, linnen rug)

Eerder schreef ik over:




vrijdag 21 april 2023

Waarheid en Droomen (Jonathan)

Johannes Petrus Hasebroek (1812 - 1896) was ooit een bekend schrijver en Waarheid en Droomen was ooit een bekend boek, maar ik vermoed dat niet veel mensen zijn werk nog lezen. Dat is jammer. 

Waarschijnlijk las ik voor het eerst over Hasebroek in de jaren tachtig, toen ik vrij ongericht werk van een aantal dominee-dichters kocht. Ik las toen natuurlijk C.E. van Koetsveld en P. de Genestet, maar ook J.J.L ten Kate, Bernard ter Haar en Eliza Laurillard. En ik las het boekje De kring van Heiloo, dat uitkwam ter gelegenheid van een expositie. Ik zou eens naar de oudheidkamer in Heiloo moeten gaan. Het gebouw waarin die gevestigd is, is de pastorie waarin Hasebroek woonde. 

Hasebroek had contact met veel letterkundigen: Beets, Potgieter, Kneppelhout, Bosboom-Toussaint, Hofdijk. Correspondentie is gedeeltelijk bewaard. Ik hou erg van de negentiende eeuw. Daarom heb ik ook zo genoten van de biografie van Jacob van Lennep. Acht jaar lang heb ik in Doorwerth gewoond, vlak bij Oosterbeek, waar de sporen van veel schilders uit die tijd te vinden zijn, maar ook van bijvoorbeeld Kneppelhout en Van Lennep. Eerder schreef ik over Gerard Bilders, die jong gestorven is. Hij was niet alleen een goed schilder, maar hij schreef ook goed. 

Tiende druk

Waarheid en Droomen verscheen in 1840. De uitgave die ik las is de tiende druk, mogelijk van na zijn dood. Op DBNL is de negende druk te raadplegen, uit 1896. In 1891 verscheen de achtste druk. Het boek bestond toen al meer dan vijftig jaar, maar blijkbaar was er nog steeds belangstelling voor. 

Aan het eind van het boek blikt Hasebroek terug op een halve eeuw Waarheid en Droomen, in 'Losse bladen uit de geschiedenis van het boek', zoals ook Beets deed na vijftig jaar Camera Obscura. Hasebroek vertelt daarin onder meer over ontmoetingen met lezers. Al in 1840 doet de verteller zich voor als een bejaarde en bedaagde heer. Maar de schrijver was toen nog geen dertig. Misschien sluit hij aan bij veel vertellers in spectatoriale tijdschriften, waarin de beschouwer zich vaak een vergelijkbare status aanmat. Een lezer die Hasebroek ontmoette verwachtte 'een bedaagden, bedaarden oud-vrijer' te zien, maar zag 'een jeugdigen borst, een jonkman niet veel meer dan een kwarteeuw oud.'

Leesbaar?

Is Waarheid en Droomen nu nog goed leesbaar? Ik vind van wel, al heb ik het wel vrij langzaam tot mij genomen. De stukken die erin opgenomen zijn, zijn meestal zo'n bladzij of veertig lang, dus je kunt er eentje van lezen en dan over een tijdje verdergaan met het volgende. Zo heb ik het gedaan. 

Soms is het tempo laag, wat wel eens prettig is, maar een andere keer vond ik dat het wel op mocht schieten en hadden de stukken meer doelgericht mogen zijn. Je krijgt wel een goed idee van de dingen die Hasebroek bezighielden. 

Hij begint met twee stukken over de Opregte Haarlemmer Courant. Het lijkt alsof hij door de krant bladert en dan wat mijmert bij de dingen die hij leest. Zijn sociale bewogenheid valt op. Hij heeft een groot hart en vraagt aandacht voor mensen die het minder getroffen hebben. Armenhulp werd door veel kerken serieus ter hand genomen en veel dominees zijn indertijd sociaal heel actief geweest. Ik kom nog geregeld in de Vluchtheuvelkerk in Zetten, van dominee O.G. Heldring. Een van zijn eerste daden was het bouwen van een bierbrouwerij, omdat de mensen in de Betuwe zelf hun drank stookten en dat was geen best spul. Drinken doen ze toch, laat ze dan iets goeds drinken, zal hij gedacht hebben. 

Ook Heldring schreef. Ik ga binnenkort zijn Leven en arbeid lezen, met daarin onder andere verhalen in dialect. 

Hasebroek maakt zijn stukken persoonlijk, waardoor hij wel wat wegheeft van een blogger. Natuurlijk zullen mensen zijn werk gelezen hebben vanwege zijn boodschap en zijn stijl, maar waarschijnlijk ook vanwege zijn persoon, die in het boek steeds Jonathan heet. Dat we een rechtstreekse blik in het leven van Hasebroek krijgen, klopt natuurlijk niet helemaal. Hij doet alsof het allemaal non-fictie is, maar heeft zich een bejaard alter ego aangemeten en hij vertelt verder (in zijn terugblik) dat hij de klok waarover hij schrijft helemaal niet bezit. Voor een deel is het dus fictie. 

Willem II

Sommige stukken zijn later toegevoegd, in de afdeling 'Verspreide stukken van Jonathan'. Zij waren nog niet opgenomen in de eerste druk. Verscheidene stukken gaan over het koningshuis, bijvoorbeeld 'De koning komt'. Hasebroek stond toen als predikant in Breda. Met heel veel warmte en bewondering vertelt de schrijver over koning Willem II. Hij heeft nog onder hem gediend tijdens de Tiendaagse Veldtocht.

Zie! wat ik bij die herinnering gevoelde, kan niemand beseffen dan hij, die met mij de wapens in dien veldtocht droeg. Wie Willem II niet als veldheer gezien heeft, heeft hem slechts ten halve gezien. 

Hij heeft dan ook niet het idee dat hij zijn vorst zal zien, maar zijn oude veldheer, die hem eigenhandig een 'gedenkkruis' opgespeld heeft. Jonathan geeft een lange lofzang op Willem II. Een gedeelte:

(...) mijn Veldheer! wiens vaan ik gevolgd, wiens wachtwoord ik gesproken, wiens "Voorwaarts!" ik gehoorzaamd heb; mijn Veldheer, die mij in den den strijd en uit den strijd geleid heeft en aan wien ik het, onder God, te danken heb, dat ik op het veld van eer mijn jong leven niet gelaten, maar daaruit een luttel schoone herinneringen voor mijn ouden dag medegebracht heb (...).

In 1881 zal Hasebroek drie gedichten schrijven onder de titel 'Na vijftig jaren, (1831 - 1881). Een dichterlijk klaverblad ter herinnering aan mijn krijgsjaar. In het eerste groet zijn wapenbroeder, de Oud-Jagers van Leiden, in het tweede en derde komt het metalen gedenkkruis uitgebreid aan de orde. De gedichten werden opgenomen in Vesper. Poëzie in den avond des levens (1887). De bundel werd opgedragen aan de nagedachtenis van Truitje Bosboom-Toussaint.

Lijsters eten

Terug naar Waarheid en Droomen. De bossen werden ter gelegenheid van het bezoek van de koning aan Breda geplunderd, want de stad moest versierd worden met groen en lijsterbessen. 

De lijsterbessen verloren er al hun trossen bij; want lijsterbessen tusschen eikenbladeren, wat kan men schooner hebben? Er bleef geen besje over om meê te lijsteren: van daar zeker, dat ik dit jaar nog geen lijster geproefd heb.

Dat had Jonathan niet voor niets geschreven. Meteen was er een lezer die hem lijsters en vinken liet bezorgen, lezen we in de terugblik van Hasebroek.  Die vogels werden blijkbaar in die tijd gegeten. Dat had ik mij gerealiseerd. 

Dat is ook het leuke van Waarheid en Droomen: we leren niet alleen Hasebroek, maar ook zijn tijd kennen. En Hasebroek schrijft over van alles: over het Sint-Nicolaasfeest (waarbij hij oproept de armen niet te vergeten), over zijn klok (en natuurlijk het besef van de tijdelijkheid van alles), over een overleden vriend die hij nog voor diens dood bezocht heeft, over een portret dat er van hem gemaakt is, over zijn bibliotheek. 

Levensverwachting

Dat de levensverwachting toen anders was dan nu blijkt soms uit opmerkingen die zijdelings gemaakt worden. Een vrouw 'van ruim dertig jaren', zouden wij nu, denk ik, een jonge vrouw noemen. Hasebroek schrijft dat zij weliswaar al ruim dertig is, 'evenwel mocht zij nog met het volste recht een schoonheid heten.'

In het ontroerende 'Het legaat' schrijft hij over zijn vriend Rob. Het stuk begint met:

Mijn arme vriend Rob, hij is dood!

De goede jongen! Of hij stervend nog tegen den dood zal gelachen hebben, gelijk altijd zeide dat hij doen zou? Zeker, vriend Hein! gij zijt een ijzegrim, als gij er niets van gevoeld hebt, toen gij dezen eerlijken, trouwen knaap den hals braakt. Zulk graan krijgt gij zelden onder uw zeis. Mijn arme vriend Rob, hij is dood!

Rob had hem nog geschreven dat de dood naderde en vroeg Jonathan hem te bezoeken:

Jonathan, ik lig er voor; de magere man heeft mijn vet al beet, en zal nu aan de beenders gaan. Kom mij nog eens zien, als gij kunt. Ik wil den Dood al mijn vrienden presenteeren; dan kan hij van nijd vergaan, dat hij er zoo veel niet heeft.

Perioden van zeven jaar

In het stuk dat Hasebroek schrijft, verdeelt hij het leven in perioden van zeven jaar. Ik licht er enkele uit:

49-56. Men vangt aan zich terug te trekken. Men ziet zijn vrienden sterven en begint naar rust te verlangen. Men bedankt voor alle lastposten en houdt alleen de winstgevende aan.

 Mooi ook om het woord lastpost zo letterlijk gebruikt te zien. 

56-63. Men ziet in 't geheel geen menschen meer; men wandelt veel en gaat trouw te kerk; men wordt hypochonder en neemt een lijfmedicus aan. 

63-70. Men begint zich gereed te maken voor de afreis. De rekening-courant wordt opgemaakt, de overbodige lading over boord geworpen en stichtelijke artikels ingenomen. 

70-77. Men sterft, natuurlijk als men niet eerder gestorven is. 

Verder gaat het niet. Blijkbaar bereikten niet veel mensen de leeftijd van de zeer sterken, volgens Psalm 90. Het stuk eindigt zoals het begon: 'Mijn goed vriend Rob, hij is dood!'

Nederlandsche typen

Aan het eind van het boek zijn ook nog twaalf 'Nederlandsche typen' opgenomen, portretten typische Nederlanders, zoals de straatjongen, het melkmeisje, de schoorsteenveger, de Rotterdamse zakkendrager en de dorpsschoolmeester. Het deed me wel wat denken aan de verhalen van Justus van Maurik (1846 - 1904), maar die maakt er meer een verhaal van, terwijl Hasebroek altijd zelf aanwezig is, al is het maar in de blik die hij heeft op mensen die hij beschrijft. 

Waarheid en droomen werd als een belangrijk werk van Hasebroek gezien. Toen hij overleden was, schreef Nicolaas Beets een gedicht waarin hij hem in de slotregel Jonathan noemt. In het gedicht schrijft hij niet alleen over het ziek zijn van Hasebroek, maar ook: 'Aan u, de heerlijkheid bij God, /Aan mij, u na te staren.' Hierbij moest ik aan het Egidiuslied denken. 

Ik ben blij dat ik dit boek van J.P. Hasebroek gelezen heb en ik ben ervan overtuigd dat er nog heel veel moois uit de negentiende eeuw is dat ik nog niet ken. Ik wil ook hedendaagse literatuur lezen en ook strips, maar ik zal wat stelselmatiger oude literatuur gaan lezen. 

Eerder schreef ik over:
Den ouden heer Smits, Clementine
Lodewijk Mulder, De kiesvereeniging van Stellendijk

donderdag 20 april 2023

Salomons oordeel (Robert Vuijsje)



Nu ik het nakijk, blijkt Alleen maar nette mensen, het debuut van Robert Vuijsje, al verschenen te zijn in 2008. De tijd vliegt. Voor mijn gevoel was het minder lang geleden. De opvolger, Beste vriend (2012) is een beetje aan mijn voorbij gegaan. Salomons oordeel, de derde roman, uit 2019, merkte ik wel op. Ik hoorde een interview met Vuijsje en wilde daarna het boek wel lezen, maar het kwam er niet van. Een tijd terug (een half jaar?) kocht ik het boek alsnog en belandde het op de stapel. Maar nu heb ik het gelezen. 

De hoofdpersoon is Max, een man van Joodse afkomst. Zijn vrouw is de Surinaamse Alissa. Samen hebben ze een zoon, Salomon. 

Dunne verhaallijn 

Het verhaallijntje in het heden is heel erg dun: Salomon wordt opgepakt, omdat hij beschuldigd wordt van verkrachting. Aan het eind van het boek weten we of hij het wel of niet gedaan heeft, maar in de loop van de roman zakt het gegeven geregeld naar de achtergrond. Vreemd genoeg is het niet cruciaal voor het verhaal. 

Eigenlijk gaat het hele boek over identiteit. In de Tweede Wereldoorlog zijn veel Joodse mensen weggevoerd en omgebracht. Sinds die tijd heeft Max niet meer het gevoel dat hij een witte Nederlander is, maar waar hoort hij dan wel bij? Hij is heel erg gespitst op racisme. Alissa vindt vaak dat hij moeilijk doet en er niet zo zwaar aan moet tillen. 

Als bijvoorbeeld tijdens de zwangerschap een arts het woord vooral tot Max richt en niet tot Alissa, is dat voor Max een teken. Alissa is een vrouw en zij is van kleur. Dat zal volgens hem meegespeeld hebben. Volgens Alissa voelde zij zich ook helemaal niet goed en was het logisch dat de arts Max aansprak. Maar Alissa krijgt op haar werk ook te maken met ongelijkheid en die heeft dan wel degelijk met haar afkomst te maken. 

Slavernijverleden

Max komt in contact met een groep mensen die activistisch aandacht vragen voor racisme in Nederland, maar het lijkt een wedstrijdje in slachtofferschap te worden. Het slavernijverleden gaat dan de concurrentie aan met de holocaust. Max snapt niet wat die twee met elkaar te maken hebben en wordt daardoor zelf verdacht. Hij wordt zelfs uit de groep gezet. 

De gesprekken zijn spits en lezen prettig. Steeds weer wordt wat iemand zegt tegen hem of haar gebruikt en gesprekspartners komen in onmogelijke posities. Het regent stromanargumenten en mensen komen in hoeken terecht waar ze niet willen zijn. Mensen redeneren vanuit hun eigen positie en verdedigen zich door anderen aan te vallen. En altijd weer gaat het over identiteit. De groep waar je bij hoort bepaalt je, maar wat als je niet weet wat nu eigenlijk je thuisgroep is? Bovendien moet je je in een andere omgeving weer opnieuw positioneren en verklaren. 

Als Max bijvoorbeeld bij Alissa thuis is, heeft hij een andere positie dan wanneer hij in zijn eigen gezin is. Alissa lijkt daar wat minder moeite mee te hebben. Als ze thuiskomen bij de ouders van een vriendinnetje van Salomon voelen ze zich beiden vreemden. Die passage doet denken aan die uit Alleen maar nette mensen waarin de 'nette mensen' op bezoek komen bij een Surinaams gezin, met een veel te dure fles drank. 

Salomon

Bij  Salomon speelt het kiezen wie je bent ook. Hij heeft een Joodse vader en een moeder van kleur, die beiden zijn ouders zijn, maar het lijkt soms ook alsof hij moet kiezen en daarbij lopen de conflicten soms hoog op. Zo maakt hij zijn vader een keer uit voor 'kankerjood'. Hij gebruikt constant straattaal (die zijn ouders dan weer niet mogen gebruiken) en heeft vrienden bij wie zijn ouders vraagtekens hebben. 

Als Salomon opgepakt is, komt ook de relatie tussen Max en Alissa onder druk te staan. Alissa wil niet geloven dat haar zoon werkelijk een dader is, Max laat dat meer open. Uiteindelijk is het Salomon die met beide ouders spreekt en uitlegt hoe het bij hem zit. Hij wil eigenlijk helemaal niet kiezen:
Ik wilde spelen, maar van jou moest ik denken over wat ik was. Of jij en ik hetzelfde waren en wat het verschil was tussen jou en mama. Waarom moest dat? Jullie waren mijn papa en mama. 
Salomons oordeel is een roman met een interessante problematiek en ook een boek met veel goede scènes, maar dat betekent niet dat het een goede roman is geworden. De losse passages zijn goed, maar ik mis het verhaal dat me voortstuwt. Het onderwerp lijkt belangrijker dan de roman zelf, waardoor het boek, ondanks de lichte toon, toch zwaar geworden is. Hoewel er meer getoond dan gepreekt wordt, wordt het onderwerp wel erg onder onze neus gewreven. Daar is het belangrijk genoeg voor, maar ik ging tijdens het lezen het verhaal steeds meer missen. 


woensdag 19 april 2023

De kronieken van Roodhaar: De parasiet van Danakill (Robbert Damen / Romano Molenaar)

De strip Storm kent iedereen intussen wel, vermoed ik. Die gaat dan ook al decennia mee: het eerste album verscheen in 1978. Naast Storm vinden we altijd Roodhaar en later voegde ook Nomad zich bij het duo. Intussen is de strip zo populair dat er ook spin-offs zijn verschenen. Een daarvan is De kronieken van Roodhaar

Ik las ergens dat deze verhalen zich afspelen in de tijd voordat Roodhaar Storm ontmoette. Of dat klopt, weet ik niet. Ik heb het vermoeden dat Roodhaar in het begin andere kleding droeg, een soort dierenhuid. Ze draagt nu een pakje dat veel bloot laat, wat een zwaardvechtster wel kwetsbaar maakt, lijkt me. 

Maar goed in dit deel van De kronieken van Roodhaar, het zevende, De parasiet van Danakill, begint heel vredig. Roodhaar helpt mee met de oogst van wiergraan. Dat doet ze met het grote, hertachtige dier de schimmert, waaraan ze zeer gehecht is. 

Blinde sjamaan

De boer staat onder invloed van een blinde vrouwelijke sjamaan, Sesotho, die visioenen heeft gekregen over de nadering van Danakillers. Die blijken ook inderdaad te komen, maar Sesotho heeft dat zelf geregeld. Danakillers blijken grote, sprinkhaanachtige wezens te zijn. Ze richten een slachting aan en roven al het wiergraan. Roodhaar wordt gevangengenomen, de schimmert verliest het leven. 

Roodhaar is vast van plan de schimmert te wreken en Sesotho ten val te brengen. Dat gebeurt natuurlijk, maar haar situatie is geregeld precair. 

Scenario

Het scenario van Robbert Damen zit goed in elkaar. De wereld van de Danakillers is goed uitgedacht, de missie van Roodhaar lijkt ondoenlijk, al krijgt ze wel hulp van de kleine man Fernado, die ook nog een appeltje met Sesotho te schillen heeft. 

Door het gevaar dat er voortdurend is, blijft het verhaal spannend. De wereld van de Danakillers kent veel inventieve hindernissen zoals de muur van Inferno (een vuurmuur op zee) en een zoutlabyrint. En het pantser van de Danakillers blijkt Roodhaar te kunnen helpen. Voor op het album staat ze dan ook afgebeeld vermomd als Danakiller. 

Bij een reeks wil je een soort doorgaande lijn hebben, maar elk album moet ook wel een min of meer afgerond verhaal zijn. Op het laatste plaatje zien we Roodhaar en Fernado. Mogelijk trekt hij verder met haar. Sesotho is verslagen en waarschijnlijk dood, maar het zou zomaar kunnen dat ze zich toch op een wonderlijke manier nog gered heeft en in een volgend deel weer opduikt. 

Tekeningen en inkleuring

De tekeningen van Romano Molenaar doen intussen vertrouwd aan. De inkleuring is vrij hard. Dat geeft wel een soort helderheid, maar soms maken ze een pagina ook massief. De inkleuring van de lucht is vaak fraai gedaan overigens, zeker als een persoon afsteekt tegen die lucht. En er zijn pagina's die het juist van de inkleuring moeten hebben. Daar komt de heftigheid van de gebeurtenissen juist door de inkleuring goed uit. 

Bij nauwkeurige beschouwing zijn er bij de tekeningen misschien wat muggen te ziften. De verhouding qua lengte tussen Roodhaar en Fernado is niet overal gelijk. En gezichten zijn niet altijd even breed. Sesotho blijkt op bladzijde 13 een breder gezicht te hebben dan op bijvoorbeeld bladzijde 27 en bij Roodhaar is het gezicht op bladzijde 14 aan de brede kant. In een vechtscène op pagina 29 lijkt Roodhaar ineens ouder, volwassener. Het is overigens een uitstekende tekening, waarin ze meer ruigheid meekrijgt dan in andere tekeningen. 

Spannend verhaal

Maar, zoals gezegd, dat zal wel muggenzifterij zijn. De parasiet van Danakill is een spannend verhaal, met veel spectaculaire scènes. Vooral in de passages met veel vuur of veel water kan de inkleurder zich uitleven. 

De sleet lijkt nog bepaald niet op de verhalen van Roodhaar te zitten. Ze kan nog heel wat avonturen mee. 

Reeks: Storm
Subreeks: De kronieken van Roodhaar
Scenario: Robbert Damen
Tekeningen: Romano Molenaar
Inkleuring: Digikore
Uitgeverij: L
Oosterhout, 2022; 48 blz. 9,95 euro (softcover)




dinsdag 18 april 2023

De Maanblaffers (Marten Toonder)


De meeste verhalen over Olivier B. Bommel en Tom Poes heb ik wel gelezen. De liefde zal begonnen zijn in mijn jeugd, toen de ballonstrips achter op de Revue of de Revu stonden. Het blad zal in de jaren zestig waarschijnlijk nog geen Nieuwe Revu geheten hebben. Ik herinner me verhalen als De tik van Joost en De jakkerjekker

Later schafte ik de 'echte' verhalen aan, stroken met tekst eronder en die las ik met graagte, ik schafte Bommelspulletjes aan (klok, mok, schort, pennenbak, koffiebus) en vorig jaar, toen ik afscheid nam van mijn toenmalige school, kreeg ik zelfs een gloednieuwe pennenbak van Bommel van een leerling. Toen er  hoorspelen werden gemaakt van meer dan zeventig verhalen beluisterde ik ze allemaal. 

Nepnieuws

Na verloop van tijd zakken die verhalen weer een beetje weg en dan kun je ze met nieuwe ogen lezen. Zo kocht ik een tijdje terug een uitgave van De Maanblaffers waar voorop vermeld was Nepnieuwseditie. Het boekje opent met een voorwoord van Huib Modderkolk. 

De Maanblaffers verscheen in 1967 als krantenstrip, maar het verhaal is nog steeds akelig actueel. Eerst maar even het verhaal. 

Bommel heeft een oude autotoeter cadeau gedaan aan Wammes Waggel, die er plezier mee gaat maken, maar daar is de politie niet van gediend. Agent Kloppers grijpt hardhandig in met de gummiknuppel. Het is duidelijk dat het gezag onredelijk optreedt. Later zal de politie zelfs inhakken op een groepje schoolkinderen. 


Ook Bommel krijgt te maken met het gezag. Ambtenaar eerste klasse Dorknoper vertelt hem dat hij zijn schuurtje moet afbreken, omdat het zonder vergunning gebouwd is. 'Dit is een vrij land, maar de de vrijheid moet in ordelijke banen worden geleid,' zegt Dorknoper. 

Daarna ontwaart Bommel de kruidenier Grootgrut met zijn driewieler, waarop hij een spandoek met 'Free' heeft aangebracht, omdat hij een aanbieding heeft: bij de aankoop ter waarde van tien florijnen krijgt de klant een pak grutsprits cadeau. 'Free' doet denken aan vrijheid, maar zo vrij voelt Bommel zich niet: 'Eerst wordt mijn toeter onderdrukt en dan mijn schuur!' Hij valt het voertuig van Grootgrut aan. 

Sociale Ontwaak Partij

Er volgt veel gedoe, Bommel wordt tijdelijk in hechtenis genomen, en dan doemt er een wonderlijke figuur op die zegt dat we moeten oppassen voor de Maanblaffers. Ze zijn onder ons en bekleden zelfs belangrijke posities. Let op hun driftgraad. De figuur is lid van de Sociale Ontwaak Partij. 


In de loop van het verhaal doemen er steeds meer van deze figuren en binnen de kortste keren gaat het verhaal van de Maanblaffers rond. Huib Modderkolk vergelijkt de figuren met Twittertrollen die complottheorieën verspreiden.  De verhalen blijven vaag. Zo weet niemand wat een Maanblaffer is. Maar wel dat je vooral moet letten op mensen met grote voeten en rood haar. 

Media

Het hele stadje Rommeldam komt in de ban van de mogelijke Maanblaffers, zeker als de Sociale Ontwaak Partij een stem krijgt in de krant. De overheid wordt ongerust en zegt tegen de politie dat die moet ingrijpen, wat er eigenlijk op neerkomt dat de SOP de vrije hand krijgt: zodra die iemand als verdacht aanmerkt, wordt die opgepakt. 

Binnen de kortste keren verdenkt iedereen iedereen en de gevangenissen puilen uit. De officiële wetenschap (professor Prlwytzkofski) distantieert zich van de onzin, waardoor hij de vraag krijgt of hij zelf geen Maanblaffer is. Drs. Zielknijper is belast met het testen van de gevangenen, al weet hij niet goed hoe dat moet. 

De verhalen over de Maanblaffers worden intussen extremer: het zijn wezens van buiten in ieder geval: uit een ander land of misschien zelfs wel van een andere planeet. Kwade genius achter alles blijkt professor Sickbock, die lang ondergronds heeft gewerkt, maar die nu bovengronds komt. 

Doorprikken van het complot

Ook Bommel komt onder invloed van de SOP, maar als men juffrouw Doddel dreigt te beschuldigen grijpt hij in. Het is waarschijnlijk niet de ratio die bij Bommel de grens trekt, maar het gevoel. Hij heeft veel sympathie voor Doddeltje en daarom kan hij niet geloven dat zij een Maanblaffer is. Maar als deze beschuldiging niet klopt, kloppen misschien alle beschuldigingen niet. Uiteindelijk komt alles goed. Tom Poes en Olivier Bommel prikken het complot door en de rust keert weer. 

De Maanblaffers is nog steeds actueel. Het laat zien hoe nepnieuws werkt. Eerst worden er beschuldigingen geuit, die zich verspreiden via de media en die daarna een soort waarheid worden. Omdat de Maanblaffers ook op hoge posities zouden zitten, zijn het de 'gewone' mensen die zich bedreigd voelen. Mensen die niet eigen zijn (uit een ander land of van een andere planeet) zijn verdacht. 

En alles begint met persoonlijke onvrede. Dat is de voedingsbodem. De burger is ontevreden, heeft de indruk dat velen tegen hem zijn en concludeert dat er wel een vreemde macht aan het werk moet zijn. 

De wetenschap is verdeeld. De officiële wetenschap laat het onwetenschappelijke van de theorieën zien, maar wordt dan meteen geplaatst in het vijandelijke kamp. Drs. Zielknijper probeert er het beste van te maken, maar heeft gebrek aan kennis en professor Sickboek is kwaadaardig en heeft niet het heil van de mensheid op het oog. 

Insluiting en uitsluiting

Uiteindelijk gaat het over insluiting en uitsluiting en die uitsluiting wordt steeds duidelijker. Zo wordt er geen melk meer geleverd aan mensen die geen lid zijn van de SOP. De leden zijn duidelijk te herkennen, door hun uniform, dat ze overigens wel zelf moeten bekostigen. Maar ook als je bij de partij bent, kun je er nog steeds van beschuldigd worden dat je een maanblaffer bent. De puurheid die de partijleden nastreven gaat ver en eigenlijk is niemand zeker van zijn eigen positie. Je kunt immers zomaar beschuldigd worden. 

Het is een enge wereld en uiteindelijk heeft alles zich ten goede gekeerd, maar je hebt het idee dat het ook anders had kunnen lopen en dat se SOP uiteindelijk aan de macht gekomen was. Huib Modderkolk geeft als vergelijking het verhaal dat er een pedofielennetwerk zou bestaan, een verhaal dat door veel mensen werd geloofd en dat leidde tot bloemen leggen op een begraafplaats in Bodegraven. Daar is trouwens wel ingegrepen en de mensen achter het onzinnige verhaal zijn intussen gearresteerd en veroordeeld. 

Vreemd genoeg is er geen rechterlijke macht in Rommeldam. Mensen worden beschuldigd en opgepakt en na onderzoek mogen ze al dan niet vrij. Een uitspraak van de rechter komt er niet aan te pas. 

Gelukkig hebben we in Nederland een onafhankelijke rechterlijke macht, al wordt hun status ondergraven door politici die spreken over 'activistische rechters'. Dat tast het beeld van onafhankelijkheid aan en dat lijkt me gevaarlijk. In Nederland kennen we geen politieke benoemingen van rechters en ook dat lijkt me een goede zaak. 

Er zullen altijd mensen zijn die blaffen naar de maan, maar misschien moeten we ons daar niet al te veel van aantrekken. Laten we koesteren wat we hebben. 

(Door scanproblemen heb ik enkele afbeeldingen van internet moeten plukken. Excuses voor de kwaliteit)