donderdag 10 april 2014

Door de waterspiegel (Tomas Lieske)


Alles kantelt noemde Tomas Lieske zijn vorige roman en dat was niet voor niets. De hoofdpersoon ontmoet zijn jongere ik en valt daardoor uiteen in twee personen: een belever en een herinneraar, die daardoor een herbelever is. Lieske brengt in die roman een lus in de tijd aan, waardoor die niet alleen maar lineair verloopt. Het is een ingreep waar ook K. Schippers zich wel eens van bediend heeft, bijvoorbeeld in Waar was je nou.

Ook in de nieuwe roman van Lieske, Door de waterspiegel, kantelt er heel wat. Tijd en plaats liggen niet vast, maar ook de personages niet. Zoals Alice in Through the looking glass door een spiegel stapt en in een andere wereld terechtkomt, stappen ook de personages van Lieske over van de ene wereld in de andere.

Eerst maar even in grote lijnen het verhaal, dat verteld word door een blinde oorlogsinvalide, die aangeeft dat hij sommige dingen verzint. Hij vertelt het verhaal van zichzelf en zijn gemene en liegende vader. Maar vooral ook het verhaal van de Nederlandse Sebastian Romeijn, die in Liechtenstein de Weense Eva Mertz ontmoet, in een landhuis waarin ook de Hongaar Antal Szabo is. Tussendoor vertelt hij nog het verhaal van de familie Starkow, waar een stokoude tante Roenie in huis is. De dertienjarige dochter, Eefje, blijkt zwanger.

Sebastian trouwt met Eva. Hij moet haar  alleen laten als hij naar Spanje gaat voor een groot project: de bouw van een stuwdam. Daarna zal de streek onder water gezet worden. Vlak voordat het werk van Sebastian is afgerond, is hij getuige van een verkrachting van een jong meisje, waarbij hij niet ingrijpt. Daarna raakt hij aan het zwerven door heel Europa; hij lijkt zijn leven niet meer in de hand te hebben.

Er zijn verschillende momenten waarop in dit boek de personen een ander leven in stappen. De Joodse Eva gaat in de oorlog met een kindertransport mee naar Zwitserland en dan begint van de ene dag op de andere een nieuw leven. Dat is nog te beredeneren. Veel wonderlijker is dat Sebastian in Liechtenstein door een geleiachtige wand stapt en in Leiden terechtkomt in een compleet andere tijd.

Voor op het boek staat de afbeelding van een mechanische zeemeermin. Eva schaft het automaatje aan als Sebastian in Spanje is. Op sommige momenten begint ze trekken van het zeemeerminnetje te vertonen, zeker als ze op zoek gaat naar Sebastian en van de stuwdam in het water duikt. Onder haar bevinden zich de verdronken dorpen en misschien is er in die onderwaterwereld wel leven. Lieske speelt niet alleen met het Aliceboek van Lewis Caroll, maar ook met De kleine zeemeermin. De kleine zeemeermin dringt vanuit de onderwaterwereld de bovenwereld binnen. Eva doet het omgekeerde.

Het ene personage lijkt over te kunnen gaan in het andere. De Hongaar wordt voor de verteller zijn onbetrouwbare vader. Sebastian en Antal Szabo wisselen ook van rol. Szabo is zowel een nazi als een redder en Eefje Starkow heeft trekken van de bijbelse Maria en Elizabeth: 'Eefje denkt dat het kind in haar schoot opspringt, maar daarvoor is de tijd nog niet gekomen.'

Soms maken personages hetzelfde mee: Antal komt aan bij het landhuis in Liechtenstein. Hij zegt tegen de oude mevrouw daar dat ze zijn zwerven maar moet zien als boetedoening. 'Ze raakte mijn gezicht aan  en zei dat ik een goed mens was.'

Maar ook Sebastian zwerft een groot deel van het boek en er wordt ook een verhaal verteld over iemand die over de bodem van het meer loopt, 'een volstrekt ongewone overlevende'. Later loopt hij de bodem van de Rijn af. Ook hij zegt dat het zwerven maar als boetedoening gezien moet worden. 'Hij hoopte dat er ooit iemand zou zeggen dat hij een goed mens was.'

Lieske heeft in Door de waterspiegel een spiegelpaleis opgetrokken, waar je steeds reflecties tegenkomt van dingen die je al eerder hebt gelezen, waar situaties op elkaar lijken, waar thema's herhaald worden. Wat betekent identiteit in die vloeibare wereld?

Sebastian heeft het idee dat hij tijdens zijn zwerftocht in verschillende personen uiteen is gevallen en dat hij daar niets aan kon doen. 'Het is een aaneenschakeling geweest van ziekte, toeval en pech.' Maar Antal zegt hem dat hij zelf beslissingen heeft genomen en dat die beslissingen zijn identiteit bepalen.

Hoe omslachtig ook, Sebastian blijft onderweg naar Eva. Hij wil in haar liefde geloven; die houdt hem bij elkaar. Ook Eva blijft in Sebastian geloven. Maar hoe zeker weten we dat eigenlijk? De verteller fantaseert soms maar wat. We weten niet wat er nu echt is en wat niet.

Over het vertellen van verhalen zegt de verteller, die zijn naam verzwijgt:
Ik vertel het verhaal door. Dat strekt tot troost, het vertellen van verhalen. Alle andere verrichtingen die wij nog kunnen doen of waarbij wij geholpen worden, zijn alleen maar bedoeld om in leven te blijven. Die verhalen maken het leven voor ons waardevol. Daar gaat het om. Wat moeten wij anders?
Voor het vertellen van verhalen is verbeelding nodig. We moeten door de waterspiegel stappen om in de verhaalwereld terecht te komen. Op de laatste pagina wordt over een rechercheur gezegd: 'Maar hij weet ook dat het gewone leven slechts een deel van het bestaan is'. Het is dan ook niet zinvol om 'het gewone leven' te scheiden van de verhalen; we hoeven ons hoofd niet te breken over wat er nu werkelijk gebeurd is en wat er fantasie is.

Werkelijk? Ook wat niet door de verteller is gefantaseerd, is natuurlijk wel door de schrijver bedacht. Als wij het boek openen, stappen wij door de waterspiegel en betreden de wonderlijke wereld van de verbeelding. Het benadrukken van het kunstmatige van een boek, doet terugdenken aan de jaren tachtig, aan de schrijvers rond het tijdschrift De Revisor. In bijvoorbeeld Letter en geest van Frans Kellendonk verandert aan het eind van het boek het personage Felix Mandaat in een punt, die niet achter de laatste zin is afgedrukt.

Mandaat is maar een personage, net zoals Sebastian, Eva en Antal Szabo dat zijn. Maar tegelijk leven ze en als we Door de waterspiegel gelezen hebben, zullen ze voortaan door ons leven lopen en zomaar op kunnen duiken op plaatsen waar we ze niet verwachten. Wie daar niet bang voor is, kan met een gerust hart door de waterspiegel stappen.

Tomas Lieske, Door de waterspiegel. Uitg. Querido, Amsterdam-Antwerpen 2014. 256 blz. € 18,99

Eerder schreef ik over Franklin en een kort stukje over Gran Café Boulevard.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen