zondag 27 april 2014

Chrétien Breukers en de paus


In Een zoon van Limburg wijdt Chrétien Breukers een kort hoofdstuk ('Rooms', blz. 55-57) aan wat hij gelezen heeft in de Katholieke Encyclopedie. Ik heb er wat 'hm's' bij in de kantlijn geschreven. Laten we even naar dat hoofdstuk bladeren.

Breukers begint met dit citaat:
Alleen het geloof vormt de weg waarop de mens te weten komt hoe hij verlost kan worden uit zonde en dood. De rede staat machteloos als ze geconfronteerd wordt met de diepste vragen en verlangens van de mens. Daarvoor is de goddelijke openbaring vereist.
Dat betekent dat Breukers aan het lezen was op de encyclopediepagina over Geloof en rede. Op het citaat lijkt me nogal wat af te dingen. Bij elk van de drie zinnen zou je 'Hoezo?' kunnen vragen. Breukers gaat alleen in op het woord 'diepste': volgens hem zijn er wel vragen en verlangens, maar is er geen diepte: 'Er is alleen maar oppervlakte, en dat is al meer dan genoeg.'

Daarover verschil ik met hem van mening. Ik denk dat er verschil is tussen 'ik zou nu wel een neut lusten' en het verlangen naar bevrijding door iemand die zucht onder terreur. Het een is een verlangen naar wat ik maar iets kleins noem, het ander naar iets groots. Als die neut nog even niet beschikbaar is, is dat minder erg dan dat de onderdrukking nog lang duurt.

Er zijn verlangens die op hun fiets voorbijkomen en die je zo vergeten bent als je even afgeleid wordt en er zijn verlangens die een leven kunnen beheersen. Dan leg ik 'diepste verlangens' uit als 'wezenlijkste verlangens'.

Er is ook een andere uitleg mogelijk. Er zijn verlangens aan de oppervlakte, in die zin dat ze voor iedereen zichtbaar zijn. Er zijn ook verlangens die iemand diep in zich verborgen houdt. Dat zal de Encyclopedie niet bedoelen. Ik noem het alleen maar omdat ik het nog niet zo gek vind dat er gesproken wordt over 'de diepste vragen en verlangens'.

Maar eigenlijk wilde ik het over iets anders hebben. Ik citeer Breukers die de Encyclopedie citeert:
Op dezelfde encyclopediepagina lees ik: 'Johannes Paulus II doceert in zijn encycliek [Fides et ratio, 1998] dat filosofie noodzakelijk blijft in het oprecht zoeken naar zin. Met spijt stelt hij vast dat sommige wijsgerige stromingen de mens op een dwaalspoor brengen: "Sommige filosofen hebben de zoektocht naar waarheid opgegeven. Het enige doel van hun wijsgerige activiteit is een subjectieve zekerheid of een bepaalde zin die in pragmatisch opzicht nuttig blijkt te zijn. Dat soort denken verduistert de ware waardigheid van de rede. Want die is dan niet meer toegerust om kennis te verwerven van de waarheid en het absolute te zoeken"'.
Meteen na dit citaat reageert Breukers met: 'Wat deze paus deed, is geformuleerd in een mooie katholiek lus, niet minder dan schokkend.' Breukers zegt niet voor wie dit schokkend is. Voor de gemiddelde katholiek? Ik denk dat hij bedoelt: voor hemzelf. Dan is wat in de rest van de alinea volgt de uitleg waarom hij het schokkend vindt wat de paus beweert.
Ik kan dan weliswaar niet geloven, maar ik vertrouw soms wel op de wetenschap, op de 'subjectieve zekerheid' die kan worden gecontroleerd en desnoods verworpen. De paus gebruikt 'filosofie' als vlag op zijn modderschuit, het is zonde dat ik het zeg, en hij eist ook nog eens dat die filosofie in dienst staat van het geloof, van God.'
 Dat vind ík nou weer schokkend. Niet het feit dat Breukers het opneemt voor de wetenschap, maar wel het feit dat hij zo slecht leest. Dat ben ik niet van hem gewend. In bijvoorbeeld Het eerste gedicht staan mooie voorbeelden van hoe nauwkeurig Breukers kan lezen. Een enkele keer heb ik ook bij dat boek de indruk dat Breukers een voor de hand liggende interpretatie mist. Bijvoorbeeld waar hij een God in een gedicht van Geert van Istendael leest, terwijl het logischer zou zijn om de 'hij' te zien als een ladder. Het betreffende gedicht heette niet voor niets 'Ladder'.

In zijn reactie op de uitlating van Paus JPII verbindt Breukers 'subjectieve zekerheid' met 'wetenschap'. Waar haalt hij dat vandaan? Op de pagina over 'Geloof en rede' neemt de paus het juist op voor de wetenschap. Van hem wordt bijvoorbeeld geciteerd: 'Nieuwe kennis brengt ons tot de erkenning dat de evolutietheorie meer is dan een hypothese.'

De paus verzet zich (althans in dit citaat) niet tegen de wetenschap, maar tegen de postmoderne opvatting dat er geen objectieve waarheid is. Ik citeer nog maar een keer:
Sommige filosofen hebben de zoektocht naar waarheid opgegeven. Het enige doel van hun wijsgerige activiteit is een subjectieve zekerheid of een bepaalde zin die in pragmatisch opzicht nuttig blijkt te zijn.
Volgens hen is er geen absolute waarheid; iedereen heeft zijn persoonlijke waarheid. Het heeft dus geen zin om te kijken wat nu 'echt' waar is, maar we moeten ons richten op hoe we om kunnen gaan met wat wij als waarheid ervaren, wat 'in pragmatisch opzicht nuttig blijkt te zijn'.

Ook de wetenschap kampt met het probleem dat het lastig is om absolute uitspraken te doen. We kunnen de werkelijkheid observeren, maar beïnvloeden die al doordat we ze observeren. Dat gezegd hebbende, kan ik ik toch niet anders zien dat dat juist de wetenschap nogal ver verwijderd is van een subjectieve zekerheid. Wetenschap probeert juist tot 'harde' resultaten te komen.

Het lijkt me dat de paus zich daar positief over uitlaat. Blijkens het citaat dat Breukers geeft, wil de paus dat kennis van de waarheid verworven wordt en dat het absolute gezocht wordt.

Die filosofie waarover de paus het heeft, wordt hier volgens mij juist als tegenhanger van het geloof geposteerd. In Fides et ratio neemt de paus zowel stelling tegen het rationalisme als tegen het fideïsme. Kortweg zegt de paus: niet alleen het geloof, niet alleen de rede.

Ik lees het citaat dan ook als volgt: Naast geloof blijft filosofie noodzakelijk in het oprecht zoeken naar zin. Dat zou schokkend kunnen zijn voor de katholiek die altijd het Sola fide heeft aangehangen, maar ik kan mij niet voorstellen dat Breukers dat het schokkende vindt.

Intussen bevind ik mij in een lastige positie. Ik geef hier weer wat een paus volgens mij bedoelt, terwijl ik de paus helemaal niet wil verdedigen. De hoezo's die ik hierboven noemde, kan de paus niet wegnemen; hij heeft ze juist opgeroepen. Ik wil nog wel erkennen dat er meer is dan alleen de rede, maar dat er goddelijke openbaring nodig is wanneer we worden geconfronteerd met de diepste vragen en verlangens, ontken ik. Dat is mijn 'subjectieve zekerheid'.

Aan de andere kant zit ik ook helemaal niet te springen om Breukers aan te vallen, die met een zoon van Limburg een mooi boek geschreven heeft. Maar het hoofdstukje 'Rooms' acht ik dubieus.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over de 'hm' die ik noteerde bij deze observatie van Breukers:
Daarnaast wil de mens boeten, almaar boeten. Ook als er geen sprake is van schuld, en er is nooit sprake van schuld.
 Van zichzelf zegt Breukers dat hij geen aanleg heeft voor schuldgevoel. Hoe komt hij dan op het idee dat 'de mens' altijd wil boeten? Ik vraag mij af of de mens wel zo boetvaardig is. En is er nooit sprake van schuld? Misschien moet ik, in navolging van Breukers zo'n uitspraak 'schokkend' noemen. Wat moeten we met ons rechtssysteem als schuld niet bestaat?

Goed, dat laat ik nu verder maar zitten. We hoeven niet roomser te zijn dan de paus.


Meer over Breukers:
Over Een zoon van Limburg.
Over Naar een einde waar niemand ons bijstaat
Over Het eerste gedicht

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen