dinsdag 25 september 2012

Als iemand ooit mijn botjes vindt



Jaap Robben en Benjamin Leroy maakten ooit twee boeken samen: Zullen we een bos beginnen? en De Zuurtjes. Nu is daar een derde boek bij gekomen: Als iemand ooit mijn botjes vindt.

Het boek ziet er fleurig uit. De tekeningen van Benjamin Leroy, in potlood en waterverf, zijn werkelijk heerlijk: grappig, ontroerend soms, speels. Doordat er veel lichte kleuren zijn gebruikt, maken de tekeningen vaak een wat vrolijke indruk, ook als ze dat eigenlijk niet zijn. De aterling is bijvoorbeeld een naar dier dat zelfs het gedicht op die bladzijde probeert te bederven. Maar door het kleurgebruik schrikt het getekende dier niet af.

De bundel wemelt overigens van vreemde dieren. Robben koos woorden die niet zo heel veel meer gebruikt worden (ulevel, ponjaard, oelewapper, labbekak, falie, schuiertje) en deed alsof het namen van dieren zijn. Hij komt daarmee in de buurt van de gorgelrijmen van C. Buddingh’ (wiffelklaasje, domoorworm, blauwbilgorgel).

De titel van de bundel komt uit het gedicht over de kwukel, die van zichzelf zegt dat hij geen bijzonder beest is, maar die zich troost met de gedachte dat hij dat na zijn dood misschien alsnog wordt: ‘Misschien moet ik maar hopen/dat een mensenhand na duizend jaar/een paar botjes van me vindt en zegt:/’Ik weet niet wat het is geweest,/maar dit was zo te zien/een heel bijzonder beest.’

De gedichten zullen door kinderen zeker gewaardeerd worden: ze zijn goed te begrijpen en houden toch iets geheimzinnigs. Wel draait Robben te vaak een eind aan een gedicht door het slot met ‘Dus’ te beginnen en aan sommige zinnen had hij best nog wat mogen schaven (‘Soms valt er weleens iemand flauw’).

Daartegenover staat dat er ook prachtige strofen te vinden zijn in deze bundel. Bijvoorbeeld: ‘Over het vel/van elk geraamte/bouwde men een huis/van schaamte’.

Het fraaist is misschien wel het bescheiden gedichtje over het dodijntje. Het staat heel toepasselijk op twee bijna lege pagina’s.

Dodijntje


Er wacht een kuiltje
in de schaduw
van de heg.


Voordat ik haar daar leg,
hou ik haar stijve lijfje
dicht tegen me aan.


Het was een dag
om weg te vliegen
en dat heeft ze ook gedaan.






Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen