donderdag 26 januari 2012

Rijm rondom




(In 2010 schreef ik voor cultureel café Dante onderstaande column, die op de Nationale Gedichtendag werd uitgesproken)


Het is vandaag nationale gedichtendag en dat heb ik geweten. Overal, maar dan ook werkelijk overal om mij heen werd er gerijmd.

Het begon vanochtend al toen ik mijn lief voorzichtig wekte. Het was nog wel vroeg, maar de ochtendstond heeft goud in de mond. Ze bromde: Alleen voor beschuit kom ik eruit, wat ik me kan voorstellen, want ze lag heerlijk te slapen. Zoals je weet: echt slapen doe je pas op een goede matras en die hebben we. We zeggen dan ook elke avond tegen elkaar: Retteketet, we gaan naar bed. Wat we in dat bed doen of tegen elkaar zeggen, laat ik onvermeld, want wat in ’t bedde wordt besproken, dient met de lakens toegeloken. Maar ik kan u verzekeren: twee die slapen onder dezelfde deken, hebben vaak dezelfde streken, dus het is bij ons niet vaak blijf van mijn lijf.

Maar goed, mijn lief kwam dus uit bed, waar de beschuit al klaar stond, evenals het eitje, want een ei hoort erbij en eenmaal per etmaal een eimaal. Ik schonk de melk in, want melk is goed voor elk, en we schonken nog een paar keer in, gedachtig het advies Drink per man daags driekwart kan. Het was eerlijk gezegd een vorstelijk ontbijt en ik hoor u al jaloers mompelen: het geluk begunstigt menig gek, terwijl wijzen kwijnen van gebrek.

Om u nog jaloerser te maken vertel ik erbij dat ik vanochtend ook nog vrij had. Wel moest ik boodschappen doen, dus ik stapte, net als Pietje Pelle op mijn Gazelle. Eigenlijk ben ik toe aan een Daewoo, maar ik durf met die kredietcrisis nog geen nieuwe auto te kopen. Het kost allemaal al genoeg, vooral de hypotheek die ik afgesloten heb bij de hypotheker. Jazeker, de hypotheker. 

Op mijn fietsje dus naar de supermarkt. Ik trapte flink door. De tijd gaat snel, gebruik hem wel, maar ik fietste ook weer niet overdreven hard: haastige spoed is zelden goed. Boodschappen doen is niet mijn lievelingsbezigheid, maar ieder huisje heeft zijn kruisje, dus ik zeurde er niet over. Mijn vriendin zou intussen de was doen. Ze klaagde over hoe ze dat toch aan moest pakken, want ik had overal wasgoed laten slingeren. Alles wat je ziet: hup, in de Indesit, zei ik haar.

Bij de supermarkt schreeuwden de aanbiedingen mij al toe: twee halen, een betalen! Vraag niet hoe het kan, maar profiteer ervan! Nu ben ik wel eens met zo’n aanbieding thuisgekomen, maar dat was iets wat net niet op het lijstje stond en daar kreeg ik flink voor op mijn kop. Ik liep de aanbiedingsbakken dus voorbij: een ezel stoot zich in ’t gemeen niet tweemaal aan dezelfde steen. En, mijn lief heeft gelijk, we hebben ook lang niet alles nodig. Overdaad schaadt. 

Dus ik hield me aan het lijstje: Duyvis, voor als er een fuif is, wc-papier (koning, keizer, admiraal, Popla kennen ze allemaal), appels (zonder plekje, want één rotte appel in de mand maakt al het gave fruit tot schand), een paar rollen snoep en als je voor pret bent, kies je Redband en de rest van wat mij opgegeven was. 

Afrekenen gaat bij onze supermarkt vrij snel: 3 in de rij, kassa erbij. Ik moest € 49, 95 betalen. Wat wil je, vroeg ik aan het kassameisje, 50 pop of een envelop? Maar ze reageerde niet. Ze mocht die vijf cent van mij houden, maar dat hoefde ook al niet. Nou ja, wie het kleine eert, is het grote niet weerd. Geld dat stom is, maakt recht wat krom is, zeggen mensen wel eens, maar dat gaat blijkbaar alleen op voor het grote geld. 

Ik had een behoorlijk zware tas, en dat fietste niet lekker. Toen er plotseling een kind overstak, kon ik het dan ook niet ontwijken. Het jongetje klaagde over een zeer been, maar ik had geen medelijden met hem: boontje komt om zijn loontje. Toen ik zag dat het been een wat rare hoek maakte, heb ik toch maar even gebeld. 112, daar red je levens mee. Ik heb het jongetje mijn kaartje gegeven en gezegd: Reaal regelt het allemaal. Toen hij nog mopperde voegde ik hem toe: Ben je boos? Pluk een roos. Zet hem op je hoed, dan ben je morgen weer goed. Toen moest hij toch glimlachen. Ja, wie goed doet, goed ontmoet.

Bij het tuinhek groette mijn buurvrouw mij schalks, en ik groette haar netjes terug: eer is teer. Ze is nog maar dertig en ze is weduwe. Ik heb vaak het idee dat ze toenadering zoekt, maar ik hou haar op een afstand. Mijn opa zei altijd: Wie een leverworst eet of een weduwe trouwt, weet niet wat een ander erin heeft gedouwd, dus het blijft uitkijken. 

Ik liep snel door, zette de fiets in de schuur en schoof aan tafel bij mijn lief, die de koffie al klaar had. Oost west, thuis best. 

En wie na vandaag het leven nog ongerijmd durft te noemen, verklaar ik voor gek.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen