donderdag 21 april 2022

De Slang en de Speer Boek 2 (Leeg-Huis)


Een klein jaar geleden schreef ik over Boek 1 van De Slang en de Speer, een mooi begin van een reeks waarvan het verhaal zich afspeelt in de wereld van de Azteken. Intussen is al een tijdje Boek 2 uit, Leeg-Huis. Als je aan dat deel begint, moet je er weer even in komen en met het oog daarop staat voorin een samenvatting het eerste boek. 

Het verhaal is ingewikkeld, maar als je erin zit, blijft het helder. Er worden mummies van meisjes gevonden en die lijken onheil aan te kondigen. Slang krijgt de opdracht om de zaak te onderzoeken. Parallel daaraan stuurt de Cozatl, lid van de Raad, Speer-Oog op pad. Deze Speer-Oog is degene met wie we meeleven. 

De twee speurders kennen elkaar uit het verleden: ze kregen beiden hun opleiding in het het Huis van het Volk. In het begin van boek 2 lijken we terug te zijn in die tijd: Speer-Oog vlucht door een maisveld, samen met Acacitli, de zus van Slang. Ineens verschijnt er een monster. Mogelijk is dat de Nagual, waarover in deel 1 al verhalen werden verteld. Het beest zou jonge meisjes ontvoeren. 

Het vluchtverhaal blijkt een droom te zijn, maar ook een droom kan waarheid bevatten en wellicht komen we op deze manier te weten wat er in het verleden is gebeurd. Je gaat als lezer meteen rechtop zitten. Speer-Oog heeft het idee dat de sleutel te vinden is in zijn herinneringen, maar in gedachten teruggaan is even lastig als pijnijk. 

Hoe hij zijn best ook doet, het lijkt wel of een deel van het geheugen van Speer-Oog ontoegankelijk is voor hem. Met de kruiden van een oude vrouw probeert hij toegang te krijgen tot wat hij vergeten lijkt. Zijn klasgenoot Leeg-Huis speelt een cruciale rol in die herinneringen. 

Slang probeert intussen informatie te krijgen van een meisje dat in shock lijkt te verkeren. Een deel van haar tanden en haar nagels zijn uitgerukt, zoals ook bij mummies gebeurt. 

In dit deel is er een confrontatie tussen Speer-Oog en Slang. Aan de ene kant zijn het elkaars tegenstanders,  maar ze hebben elkaar ook nodig. Ze moeten opschieten, want de dreiging lijkt dichterbij te komen. Het is de vraag of de Nagual, de zwerver, weer actief is, of dat de verdwijning van meisjes mensenwerk is. Cozatl vraagt zich af of er priesters uit zijn orde aan het moorden geslagen zijn. 

In dit tweede boek blijft de vaart mooi in het verhaal zitten en altijd is er spanning. Aan het eind loopt die spanning nog op, zodat je benieuwd bent naar wat er volgt. Boek 3, in voorbereiding, heet Vijf-Bloemen en aan het eind van Boek 2 wordt duidelijk dat zij de dochter is van Acacitli. Wordt zij bedreigd door de zwerver, zoals haar moeder in de droom van Speer-Oog?

Het verhaal van Hub zit zo goed in elkaar, dat je tijdens het lezen vaak vergeet om op de tekeningen te letten, laat staan op de inkleuring door Li. Maar wie het boek uit heeft, kan rustig nog eens terugbladeren om van de tekeningen en de kleuren te genieten. Heerlijk boek. 

Reeks: De Slang en de Speer
Boek 2: Leeg - Huis
Tekst en tekeningen: Hub
Inkleuring: Li
Uitgever: Silvester
's - Hertogenbosch 2022, 112 blz. € 29,95 (hardcover, stofomslag)


woensdag 20 april 2022

De nacht die mijn leven voorgoed veranderde (Lody van de Kamp)


Een deel van de Boekenweek is nog steeds verzuild: christenen hebben sinds 1977 hun eigen Actieboek. Over de geschiedenis daarvan heb ik eerder vrij uitgebreid geschreven. De kwaliteit van de actieboeken wisselt nogal en steeds weer komt Joke Verweerd terug als auteur, terwijl auteurs als Janne IJmker en Frans Willem Verbaas nog nooit aan de beurt geweest zijn. 

Aan het Actieboek van vorig jaar had ik weinig herinneringen en pas toen ik het opgezocht had, wist ik weer van wie het was: ach ja, Gewijde chaos van Annemarie van Heijningen - Steenbergen. Prettig leesbaar, trouwens, maar ook niet zoveel meer dan dat. 

Ronkende titel

Dit jaar heeft een rabbijn het christelijke geschenkboek geschreven: Lody van de Kamp. Hij blijkt al meer geschreven te hebben, maar dat heb ik steeds ongelezen gelaten. De titel ronkt nogal: De nacht die mijn leven voorgoed veranderde. Dat is weinig subtiel, zeker met dat 'voorgoed' erbij. En je kunt je ook afvragen of een nacht de oorzaak is van een beslissende verandering en of het niet had moeten zijn 'De nacht dat mijn leven veranderde' of 'De nacht waarin mijn leven veranderde'. Maar goed, laten we iemand niet te zwaar vallen om een titel, al staat die mij wel tegen.

Aan de afbeelding op de voorkant van het boekje is te zien dat we te maken hebben met een oorlogsverhaal: een jongetje in vrij nieuwe kampkleding. Er zijn natuurlijk al heel wat kampverhalen en ik vind het vreemd dat ik me afvraag of daar nog iets nieuws over te vertellen is, maar ik betrap me wel op de gedachte. Het aantal mensen dat herinneringen heeft aan de oorlog neemt af en het verhaal moet natuurlijk steeds verteld worden. Opdat wij niet vergeten. 

Van de Kamp vertelt het verhaal van Kasriël, die samen met zijn vader en zijn broers naar Auschwitz is gedeporteerd. Over de nacht waarnaar de titel verwijst, zal ik niet te veel vertellen, maar in ieder geval wordt Kasriël voor een dilemma geplaatst, waarin je eigenlijk geen goede keuze kunt maken. Hij luistert daarbij naar zijn vader, maar wat er die nacht gebeurd is, heeft zijn hele leven op hem gedrukt. Het aangrijpende van de scène weet Van de Kamp goed over te brengen. 

Na de oorlog

Kasriël overleeft de oorlog, maar de gebeurtenissen hebben hem veranderd. Als je zoveel gruwelijks hebt meegemaakt, is het lastig om te gaan met wat anderen normaal vinden. Sommigen van zijn medestudenten vinden het bijvoorbeeld eng om in een dood lichaam te snijden, maar Kas is vertrouwd met dode lichamen. 

Relaties onderhouden blijkt lastig en uiteindelijk trekt Kasriël van Amerika weer terug naar Europa, waarbij hij zijn familie achterlaat. Over de periode na de oorlog, over de doorwerking op iemands psyche, is in de Nederlandse literatuur, naar mijn indruk, nog niet zo heel veel geschreven. Het is daarom een belangwekkend gedeelte in het boek van Van de Kamp.

Kleindochter 

Na jaren komt Kasriëls kleindochter Mirjam haar grootvader opzoeken en aan haar vertelt hij zijn verhaal. Je merkt dat vooral aan het begin van de hoofdstukken als de 'vertelsituatie' geschetst wordt. Dat is in de jij-vorm gedaan en dat komt soms gekunsteld over. Er zijn passages als:

Vandaag ben je weer gekomen. Je zit weer op je stoel met je schrift voor je. Heb je wel geslapen, vraag ik. Je knikt en zegt dat het niet belangrijk is, dat voor mijn verhaal alles moet wijken. 

De jij-vorm suggereert dat hij dat aan Mirjam vertelt, maar haar hoeft hij niet te zeggen dat ze op haar stoel zit met haar schrift voor zich. Dat doet hij voor de lezer. Ik snap dat er een aanleiding moet zijn voor het verhaal, maar de inleidende stukjes vond ik steeds minder goed te pruimen. Ik vermoed dat er een elegantere oplossing te vinden was geweest. 

De nacht die mijn leven voorgoed veranderde schetst niet alleen een beeld van de gruwel van de oorlog, maar ook van de doorwerking daarvan in een heel leven. Dat grootvader en kleindochter na zoveel jaren met elkaar in gesprek gaan, is een lichtpuntje. Blijkbaar blijft er hoop. 

vrijdag 15 april 2022

Monterosso mon amour (Ilja Leonard Pfeijffer)



(Dit stukje had ik maandag al geschreven, maar ik moest er nog een keer doorheen. Een te vol hoofd belette me dat echter  meteen te doen. Er staat ook een stukje klaar over De slang en de speer, boek 2. Intussen heb ik het boekenweekessay ook gelezen en de strip Dominee De Heer, In den beginne...)


Het is Boekenweek! Het Boekenweekgeschenk is Monterosso mon amour, van Ilja Leonard Pfeijffer en het boekenweekessay (moet dat met een hoofdletter?) is geschreven door Marieke Lucas Rijneveld. 

Een Boekenweekgeschenk is voor een groot publiek en het is dus handig als het een beetje toegankelijk is. Tegelijkertijd dient het natuurlijk wel een goed boek te zijn. Dat laatste lukte helemaal niet bij in 2018 (Griet Op de Beeck) en eigenlijk ook niet in 2019 (Jan Siebelink) maar in 2020 (Annejet van der Zijl) en in 2021 (Hanna Bervoets) kwam de CPNB met geslaagde geschenkboekjes. 

Bibliotheekmoeder

Ook Monterosso mon amour is een goed boekje. Het beschrijft het verhaal van Carmen, medewerkster van de bibliotheek, die zichzelf wel eens bibliotheekmoeder noemt, al heeft ze nooit kinderen gekregen. Ze heeft haar leven lang meegereisd met haar man, diplomaat, die het nooit verder heeft kunnen brengen dan tweede man. 

In de Boekenweek komt Ilja Leonard Pfeijffer spreken in de bibliotheek. 
Hij is in vol ornaat gekomen, in een donker pak met krijtstreep, blinkende manchetknopen, barokke ringen, een stropdas die bij zijn sokken kleurt en een dasspeld met nepparelmoer. Hij ziet eruit als de directeur van de botsautootjes. 
Carmen was een klasgenootje van Pfeijffer en ze heeft zichzelf herkend in zijn autobiografische boek, waar ze, onder een andere naam, wordt opgevoerd als het mooiste meisje van de klas. 'Zij gaf schoolzwemmen zin.'

Eerste liefde

Pfeijffer spreekt onder meer over Monterosso en dat is de plaats waar Carmen haar eerste liefde beleefde en haar eerste zoen onder water kreeg, van Antonio. Zestien was ze en ze beloofde na de vakantie dat ze terug zou komen, maar dat heeft ze nooit gedaan. 

Ze wil dat nu alsnog doen en ze gaat een week naar Monterosso. Meteen wordt haar telefoon gestolen en dan breekt er ook nog een pandemie uit, zodat ze niet op de geplande tijd naar huis kan. Zal ze Antonio vinden? Ze trekt in bij Tiziana, die een B&B drijft en die wil wel meezoeken.

In Monterosso maakt Carmen kennis met Oronzo, een jongetje, dat door haar op een jaar of elf, twaalf geschat wordt. Verschillende keren lijkt die leeftijd niet te kloppen. Soms is het gedrag van Oronzo kinderlijker en als hij Carmen een keer uit het water trekt, lijkt hij ouder, want behoorlijk sterk. Carmen vervult een soort moederrol voor Oronzo, die bij zijn oma woont, maar die moet opgenomen worden in het ziekenhuis. 

Ouderschap speelt Monterosso mon amour verschillende keren een rol: Carmen heeft geen kinderen, Tiziana is moeder, maar heeft geen contact meer met haar dochter Giuliana en de ouders van Oronzo zijn overleden. Bij de ontknoping van het verhaal wordt het een en ander daarover uit de doeken gedaan. 

Verhalen vertellen

Behalve over ouderschap en over een eerste liefde gaat Monterosso mon amour ook over het vertellen van verhalen. Carmen heeft zo haar opvattingen over verhalen. Zo houdt ze niet van open eindes, die heeft ze in het werkelijke leven al genoeg, en ook niet van cliffhangers. Maar vlak voor de uitweiding hierover is er een cliffhanger, als Tiziana vertelt dat ze weet wie Antonio is. 

Ook zijn er verwijzingen naar literaire werken: De dood in Venetië, Liefde in tijden van cholera, het gedicht 'Tijd' van Vasalis, boeken van Pfeijffer en ik moest ook denken aan De tweede man van Doeschka Meijsing, maar waarschijnlijk is alleen de titel van toepassing. 

Als Boekenweekgeschenk lijkt me Monterosso mon amour zonder meer geslaagd: het zit goed in elkaar, het bevat een aardig verhaal en verwijst ook nog naar literatuur. Misschien is het aan het eind wel allemaal net te netjes afgehecht, maar ook dat is inhoudelijk te verklaren: Carmen houdt immers niet van een open einde en het slot is zeker met ironie geschreven, wat het wel te verteren maakt. 

Die ironie zit door het hele boek heen, bijvoorbeeld in de manier waarop Pfeijffer de schrijver Pfeijffer beschrijft. Allemaal heel aangenaam. Al mag Pfeijffer van mij binnenkort ook wel weer uitpakken met een dikke roman. 

Eerder schreef ik over andere romans van Ilja Leonard Pfeijffer:

vrijdag 8 april 2022

Lezen en schrijven in tijden van drukte

Deze week heb ik nog niets van me laten horen. Even een bericht tussendoor. 

De laatste maanden kwakkelen het lezen en het schrijven een beetje. Op dit moment ronden we op mijn school net een toetsweek af. Morgen nog een dag met inhaaltoetsen en daarna duurt het tot volgende week donderdag voordat er weer een nieuwe ronde toetsen aankomt. 

Intussen probeer ik in de avonduren wat te lezen, maar ik merk dat dat niet altijd gaat. Zo ben ik al een tijdje bezig in Wachter op de morgen van Machteld Siegmann. Dat boek heb ik bijna uit en ik vind het een aardig boek, al loop ik ook tegen enkele anachronismen aan. Maar heeft mijn manier van lezen invloed op mijn waardering voor het boek? Reken ik het boek dingen aan die veroorzaakt worden door mijn hortende manier van lezen? Het zou kunnen. 

Met schrijven ben ik achter. Misschien heb ik daarvoor nog meer rust in mijn hoofd nodig dan voor lezen. Het eerste boek dat op mijn lijstje staat is Boek 2 van De slang en de speer, een goede graphic novel. Maar tussen lezen en erover schrijven ligt wel behoorlijk wat tijd. Wat is er in de tussentijd weggezakt. Kan ik een boek op die manier wel recht doen? Ik moet misschien voorzichtig zijn in het uitspreken van
oordelen. 

Ik ga ervan uit dat ik volgende week weer flink aan het lezen kan en dat ik ook verder kan gaan met wegwerken van de schrijfachterstand. Wat lezen betreft: ik ga eens bedenken welk boek ik na dat van Siegmann zal gaan lezen: ik heb nog boeken van Jan van Mersbergen, Pieter Waterdrinker en Philip Huff liggen en ik wil ook het nieuwe boek van Chrétien Breukers aanvragen, alsmede dat van Peter van Beek. 

Ook op stripgebied ligt er veel moois te wachten, bijvoorbeeld De laatste reis van De Vrijheid een verhaal over Kapitein Rob, getekend door Fred de Heij, Bestemming: Canada, door diverse tekenaars, Dominee De Heer, van Margreet de Heer en naar deel 1 van De laatste draak ben ik ook wel nieuwsgierig. 

Het lijkt me goed om altijd meer te willen dan je kunt. Die wil heb ik nog volop. Binnenkort een bijdrage over De slang en de speer. 

woensdag 30 maart 2022

Hooiberg (Koos van Zomeren)




Nu er nog weinig echte hooibergen in Nederland te vinden zijn, kennen we de hooiberg vooral in spreekwoordelijke zin: de grote hoeveelheid, van gegevens bijvoorbeeld, waarin maar moeilijk iets kleins te klein vinden is. 

Koos van Zomeren noemde een van zijn boeken Hooiberg (2018), met als ondertitel Louter onvergetelijke bijzaken. Het boek is opgebouwd uit kleine stukjes, die los van elkaar gelezen kunnen worden, maar waarin wel sommige onderwerpen steeds terugkeren. In een van de eerste stukjes lezen we:
Als ik ik zeg, bedoel ik mijzelf, evenzeer een hooiberg die meent een man te zijn als een man die zich als hooiberg wenst voor te doen, alles bijeen een hoop teksten die, als uit het niets zijn ontstaan, kindertjes zonder verwekker, de wonderen zijn de wereld nog niet uit. 
Ik. 
Tenzij ik een ander aan het woord laat die ik zegt.
Ik weet niet of je over een hoofdpersoon kunt spreken, maar de persoon die geregeld terugkomt heet Hooiberg. Hij heeft wel trekken van de schrijver, zonder helemaal met hem samen te vallen. Hooiberg treedt overigens ook in gesprek met schrijvers uit het verleden zoals Max Frisch en Thomas Mann, zodat je hem zou kunnen zien als een soort Forrest Gump die overal opduikt. Maar misschien lijkt hij ook in dit geval erg op de schrijver. Als je leest, praat je eigenlijk ook met een ander. 

Verder is er nog Van der Kemp (Kemp) een soort pseudoniem van Hooiberg, die zich weer in verschillende gedaanten voordoet. Bijvoorbeeld als een docent die verschillende leerlingen zich op een verschillende manier herinneren. 

Verschillende stukjes bestaan uit observaties: bijvoorbeeld van hoe de jonge hond zich gedraagt. Er is een weergave van wat de verteller leest (onder het kopje 'Is genoteerd') en er zijn herinneringen aan ouders, die heel goed de ouders van de auteur zouden kunnen zijn. De vader wordt steeds gepresenteerd als de man die geen yoghurt kon zeggen; hij sprak dat woord uit als 'jokkert'.

Verder zijn er brieven, aan schrijvers, neem ik aan, gedichten, gesprekken tussen God en Jezus en herinneringen. Daar zit een beetje weemoed in, zoals ook in het boek Nog in morgens gemeten (2006), maar misschien is het mijn eigen weemoed die ik erin teruglees. 

In enkele stukjes meende ik, vreemd genoeg, de stem van Armando te herkennen, bijvoorbeeld in het volgende:
Deze vogel behoort tot een soort die al voor haar ontstaan is uitgestorven. Zo vlug gaat dat tegenwoordig. Schitterend dier trouwens. 
Vooral dat laatste zinnetje. Misschien staat Armando minder ver van Van Zomeren af dan ik altijd dacht. Een andere mogelijkheid is dat ze in mijn hoofd dichter naar elkaar toe gekropen zijn. Ook een oeuvre dat al afgesloten is, kan immers nog veranderen. 

Hooiberg is een merkwaardig boek, dat ik met heel veel plezier heb gelezen. Al die stukjes vormen in je hoofd natuurlijk ook weer een hooiberg. Tijdens het lezen probeerde ik lijn in de stukjes te ontdekken en er zijn ook wel lijnen te trekken, maar volgens mij werkt Hooiberg het best als je helemaal  niet met zo'n lijn bezig bent, maar gewoon elk stukje aandacht geeft, zonder heel erg op de omgeving te letten. Na verloop van tijd worden die stukjes dan weer een boek. 

Eerder schreef ik over andere boeken van Koos van Zomeren:

donderdag 24 maart 2022

Langzaam, zo snel als ik kan



Bijna twee weken geleden liet ik weten (zie hier) dat het even zou duren voor ik weer wat zou plaatsen op mijn weblog. Intussen is het nog steeds stil op Bunt Blogt en daarom steek ik mijn hoofd even om de hoek van de deur om te vertellen hoe het ermee is. 

De gezondheid is goed en de eerder genoemde drukte is achter de rug: column voorgelezen (maar hier niet geplaatst), lezing gehouden (maar dat is ook niet direct iets voor een blogpost) en intussen zijn er weer nieuwe drukten. Deze week loop ik bijvoorbeeld drie avonden lang te collecteren. Dat is trouwens prettig werk: je bent buiten en je hebt niets anders aan je hoofd dan het collecteren. 

Het is goed uitkijken, want op en bij huisdeuren is een keur aan bordjes en stickers aangebracht: wel huis-aan-huisbladen, maar geen ongeadresseerde post, geen verkopers aan de deur, geen geloofsovertuigers, geen collectes of die juist wel. En altijd overkomt het me dat ik op een avond toch ergens aanbel waar men van mijn aanbellen niet gediend is. Dan heb ik al gebeld voor ik het bordje heb gezien. 

Het lezen gaat intussen mondjesmaat (vanavond weer wat lezen in een niet al te dikke roman van Rinus Spruit) en het schrijven zal ook wel weer beginnen. Ik ben aantekeningen aan het maken over Hooiberg van Koos van Zomeren. 

Nu er nogal wat tijd zit tussen lezen en schrijven, kost het schrijven meer moeite, omdat niet alles meer vers in mijn geheugen zit. Maar het nakijken, bladeren, aantekeningen maken is ook wel prettig. Langzaam komt het boek bij me terug en krijg ik er grip op. Maar intussen heb ik zoveel aantekeningen dat ik dreig te verzanden in een bloedeloze analyse die het boek helemaal geen recht doet. 

Deze week wordt het nog niks en de komende drie weken heb ik ook nog de zaterdagen volgepland. Maar tussendoor kan ik wel wat doen en ik verwacht volgende week het stukje over Hooiberg te plaatsen. En daarna kunnen we wel weer door. 

Erg snel gaat het niet, maar soms is langzaam snel genoeg. Een mooie titel van Toon Tellegen is Langzaam, zo snel als ze konden. Daar moet ik nu en dan aan denken. Ik koester mijn tempo maar, al ligt het niet hoog. 

zondag 6 maart 2022

Vertraging

De laatste maand is er weinig gekomen van schrijven op mijn weblog. Eerst tobde ik met een jichtaanval die zelfs niet reageerde op twee kuren met prednison, daarna was het druk op mijn werk en toen het eindelijk vakantie was, werkte ik aan een lezing over Superduif van Esther Gerritsen. Daar kun je trouwens nog naar toe. Meer informatie vind je hier. 

Intussen heb ik wel het een en ander gelezen, hoewel wat minder dan gebruikelijk. Maar van schrijven is het nog niet gekomen. Binnenkort kun je bijdragen verwachten over Hooiberg (2018) van Koos van Zomeren,  Antoinette (2019) van Robbert Welagen, het tweede deel van De slang en de speer en twee delen van de integrale heruitgave van Jonathan Cartland. Op dit moment lees ik De verlossing van Jacob Smallegange van Rinus Spruit. 

Op de stapel liggen nog romans van Jan van Mersbergen, Philip Huff en Robert Vuijsje en er ligt altijd nog behoorlijk wat oudere romans van bijvoorbeeld Simon Vestdijk, Herman de Man en Een Groninger pastorie in de storm van J.A. Ader - Apels (de moeder van Bas Jan Ader). 

De komende twee weken blijft het nog druk, maar daarna hoop ik wat meer geregeld hier wat te publiceren. Hopelijk kun je nog even geduld opbrengen.