In een vorige bijdragen meldde ik al dat het lijkt alsof de boeken die ik lees op elkaar reageren. In In het oog van Marijke Schermer volgt Nicola Louis Kosta. Ze dringt zelfs in zijn huis als hij afwezig is (en ook als hij er wel is).
Net zoiets gebeurt in Raam, sleutel (2021) van Robbert Welagen. De schrijfster Karlijn Spichter doet het goed: ze zal zelfs haar televisiedebuut maken. Daarvoor komt Hanna haar thuis interviewen. Aan het eind van het gesprek legt Hanna een hand op de knie van Karlijn, die merkt dat haar dat wat doet, maar ze weet niet wat ze ermee moet. Ze loopt mee naar buiten na het interview.
Als ze terugkomt bij haar voordeur, blijkt die dichtgewaaid te zijn. Ze heeft haar sleutel en haar telefoon niet bij zich. Toch krijgt ze contact met haar vriend Arne, die zegt dat hij de sleutel wel zal brengen. Maar op weg naar huis verongelukt hij. De uitzending van het gesprek met Karlijn is op de dag van de begrafenis.
Het lukt Karlijn niet om te huilen om het verlies van Arne. Ze vraagt zich af of dat betekent dat ze hem niet mist. Het is ook verwarrend dat ze steeds aan Hanna moet denken. Net als in het boek van Schermer dringt Karlijn het huis van Hanna binnen. Een andere overeenkomst is dat de indringster een relatie begint met degene wiens/wier huis ze binnendringt.
Schuld
Karlijn vraagt zich af of ze schuld heeft aan het noodlottige ongeluk dat een einde maakte aan het leven van Arne. Als zij niet het raam open had gezet, was de deur niet dichtgewaaid. Ze gaat zich zelfs afvragen of Hanna medeschuldig is.
Intussen wordt de roman van Karlijn een succes. Ze zou eigenlijk flink aan de gang moeten voor de promotie van het boek, maar daar kan ze zich niet toe zetten.
In haar hoofd is ze bezig met de dag dat alles veranderde. Waarom zijn die dingen gebeurd? Lag wat er zou gebeuren al vast? Of had de loop van de dingen nog kunnen veranderen. Is het toeval dat er al een dode Arne voorkomt in Nooit meer slapen?
De volgende vrouw
Ter promotie van het boek heeft de uitgever een levensgrote Karlijn van karton laten maken. Er is ook een exemplaar in het huis van de schrijfster, alsof er een tweede Karlijn is. Misschien klopt dat wel. Als ze in haar ouderlijk huis geslapen heeft, denkt ze:
Ik vond mezelf terug in mijn tienerbed. Al is het woord mezelf niet juist gekozen. Iemand anders vond ik terug. Sindsdien ben ik haar gebleven. De vrouw erna. Ben ik haar nog steeds of is er inmiddels een volgende vrouw voor in de plaats gekomen? Uit hoeveel levens bestaat een mensenleven?
Karlijn bedenkt dat ze alles wat er gebeurd is zou kunnen verwerken tot een roman.
Ik zou de vrouw die ik de afgelopen tijd was geweest achterlaten in het verhaal. Ze zou een fictief personage worden. Daarna zou ik verder kunnen.
Gummen
Eerder schreef ik over Antoinette (2019) van Robbert Welagen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten