donderdag 10 januari 2013

Dansen op de vulkaan



Van Floor de Goede had ik maar één boekje gelezen. Een verzameling stripjes, meestal over de ongemakken van Flo en zijn vriend Bas. Eerlijk gezegd deed het me niet veel. Tekeningetjes van jongens met grote hoofden, een beetje zoet soms. Ik schreef een signalerinkje en dat was het. 

Maar nu heeft De Goede een heuse beeldroman gemaakt, Dansen op de vulkaan, en het is nog een goed boek ook! Weer gaat het verhaal over Flo en Bas. In het eerste deel is Flo voor het eerst tien dagen van huis, met de luidruchtige Sander voor wie hij foto's maakt. Dat is wel heel erg wennen, zo lang zonder Bas. 

In het tweede deel duikt Tom op, een jongen van wie Bas en Flo beiden nogal gecharmeerd zijn. Het maakt hun relatie bepaald niet gemakkelijker. In deel 3 is Flo in Amerika, waar hij zich zonder Bas aardig amuseert. En dan is er ook nog een epiloog. 

Dansen op de vulkaan bevat geen schokkende gebeurtenissen, is niet spannend en er zijn nog wel meer dingen over te zeggen waarin het boek niet uitblinkt. Maar het blijft je wel bij. Juist de gewone dagelijkse dingetjes weet De Goede te treffen. Hij is subtiel; hij kan laten zien hoe de stemming tussen de personen is zonder dat hij daar veel woorden hoeft te gebruiken. Hij tekent een blik, een voet die verschuift, een houding die alles zegt. De Goede heeft weinig nodig om veel te zeggen. 

Ook als de relatie tussen Flo en Bas onder druk staat, houdt het verhaal een lichte toets, zodat je als lezer af en toe moet grinniken. Dat doet aan de ernst helemaal niets af. Ik heb ook erg genoten van de manier waarop Flo's reisgenoot Sander getekend is. Sander is een uitbundig snurker. Blijkbaar ervaart Flo dat snurken bijna als dierlijk. Sander is op die plaatjes dan ook getekend als een allerminst fraai dier. 

Dat Floor de Goede gewend is korte verhaaltjes te tekenen vind je ook in dit boek wel terug. De delen bestaan vaak uit vrij korte scénes. Dat geldt vooral voor het deel dat zich in Amerika afspeelt.  Het valt wel op, maar echt een bezwaar is het niet. 

De Goede heeft zich aan een wat dikker boek gewaagd en hij heeft laten zien dat hij dat wel aankan. Van mij mag hij meer romans gaan tekenen. 






zondag 6 januari 2013

Arzak



Vorig jaar overleed de striptekenaard Jean Giraud. Hij was de tekenaar van onder meer Blueberry, die ik leerde kennen in de jaren zeventig toen ik de Pep las. Dat het uiterlijk van Blueberry overeenkwam met dat van Jean Paul Belmondo wist ik toen nog niet.

Onder het pseudoniem Moebius tekende Giraud verhalen uit een heel andere wereld: die van de science fiction en de fantasy. Hij tekende vier verhalen onder de titel Arzach. Waar die naam op sloeg, was niet helemaal duidelijk. Heette de hoofdpersoon zo? Was dat de naam van het vogelachtige dier waarop hij zich voortbeweegt? Of heet de wereld zo waarin zij zij bevinden? We kregen geen antwoorden, omdat Arzach een woordloze strip was.

Aan het eind van zijn leven wilde Moebius nog een trilogie schrijven over de wachter Arzak. De naam is iets anders gespeld, maar het is ongetwijfeld hetzelfde personage. Verder dan deel 1 is de auteur niet gekomen. Op 10 maart 2012 overleed hij, 73 jaar oud.

Dat eerste deel is nu postuum verschenen. Mooi uitgegeven: fors formaat, glanzend papier en een aardig verhaal. Eigenlijk hou ik niet zo van science fiction, maar de eenzame held Arzak intrigeert. Hij neemt het op voor minderheden op de planeet en probeert uit te zoeken hoe het zit met een illegale handel in schedels. De kwestie zal nooit meer opgelost worden.




Door het grote formaat was het mij niet mogelijk om een complete pagina te scannen.

zaterdag 5 januari 2013

Naar de overkant van de nacht



Naar de overkant van de nacht van Jan van Mersbergen was een van de beste boeken die ik vorig jaar las. Dat noemde ik in mijn lijstje en hier schreef ik over het boek. Ook las ik De grasbijter. En zojuist heb ik Naar de overkant van de nacht herlezen. Het is nog steeds goed.

In april zit ik met wat schrijvers om een keukentafel. Ik zal met hen praten over het vak en ze willen graag huiswerk. Dat wordt dus het lezen van dit boek. Niet om ze te ontmoedigen, maar om te laten zien hoe schrijven ook kan.

Er zijn nog steeds mensen die Jan van Mersbergen niet kennen. Er zijn nog steeds mensen die dit boek niet gelezen hebben. En ik ben een van de mensen die andere boeken van Van Mersbergen (De macht over het stuur bijvoorbeeld) niet gelezen hebben. Die mensen doen zichzelf tekort.

Nog maar een keer: Naar de overkant van de nacht gaat over een man die Vasteloavend viert, verkleed als veerman. De afgelopen jaren heeft hij samengewoond met een vrouw die af en toe niet verder kan, omdat het leven zo zwaar is; met haar dochtertje van elf, dat eigenlijk weg wil; met haar zoontje, dat gek is van hijskranen; met haar doofblinde tweeling. Hij heeft gezorgd, gezwoegd, zich opgeofferd, gegeven, gegeven, gegeven. En hij weet niet meer of hij dat nog kan en nog wil. Daarvoor heeft hij Vasteloavend nodig. Hij moet door de nacht heen om te zien wat de morgen hem brengt.

Eigenlijk gebeurt er niet zoveel in deze roman. Je volgt Ralf op zijn tocht door de nacht. Maar alles in de nacht lijkt hem te doen denken aan wat er voor de nacht was. Bijvoorbeeld de tijd dat hij met zijn ouders op een zandschip voer. Of de dingen die gebeurden in het gezin waarvoor hij zorgt. Alles heeft met alles te maken. Of liever: Vasteloavend heeft met alles te maken.

Alleen een goed boek kun je herlezen zonder dat het in elkaar dondert. Na herlezing staat Naar de overkant van de nacht nog recht overeind. Ik kan het nog een keer lezen. En nog een keer. En nog.  

Al bestond het oeuvre van Van Mersbergen slechts uit dit ene boek, dan nog was de P.C. Hooftprijs daarvoor op zijn plaats.

vrijdag 4 januari 2013

Zomerwaanzin



Dav Guedin (1974) ging in de zomer van 1999 met geestelijk gehandicapten op vakantiekamp in een Noord-Franse badplaats. Een pretje werd het niet: eigenlijk was hij niet berekend op de mensen voor wie hij moest zorgen en de rest van de leiding was dat ook niet. Soms had hij het met de andere leidinggevenden overigens net zo moeilijk als met de gehandicapten.

Over dit vakantiekamp schreef Guedin een beeldroman, die getekend werd door Craoman (1982). Verder zijn er in dit boek portretten van de gehandicapten opgenomen, getekend door Dav Guedin. Die portretten behoren tot het beste van het boek. Ze zijn zeker niet geflatteerd, maar je merkt met welke aandacht ze gemaakt zijn.

Zomerwaanzin geeft een goed beeld van het vakantiekamp en van de moeilijkheden die Guedin ontmoet. Wel slaat hij zich er beter door dan de rest van de leiding. Daarover is hij wel een beetje zelfingenomen en dat is in het boek duidelijk merkbaar. Als het hem tijdens de vakantie een keer te veel wordt, komt dat dan ook als een verrassing.

Er staan details in het boek die afschuw wekken. Door die weerzin moest Guedin heen, maar hij krijgt dat voor elkaar.

Craoman roept met zijn pentekeningen goed de sfeer op. Hij tekent bij mensen het hoofd extreem groot, zodat ze automatisch iets karikaturaals krijgen. Toch is Zomerwaanzin een serieus boek gebleven. Na lezing ervan krijg je wel bewondering voor mensen in de zorg, die zich dagelijks wijden aan dit soort gehandicapten.






donderdag 3 januari 2013

Dit zijn de namen



Van Tommy Wieringa las ik, zoals iedereen, Joe Speedboot. Caesarion sloeg ik over; wel las ik het kleine boekje Portret van een heer. En zojuist heb ik de fraaie roman Dit zijn de namen gelezen.

Het verhaal zal intussen bekend zijn, ook bij degenen die het boek (nog) niet gelezen hebben. De recensies hebben erover verteld: in een grensstad in de steppe leeft Pontus Beg, hoofd van de plaatselijke politie. Het is een beetje behelpen in zijn leven: hij heeft een koude voet en een fluittoon in zijn oor. Een nacht in de maand beslaapt hij zijn huishoudster.

Op een dag komt er een haveloos groepje van de steppe. Broodmager, uitgeput. Ze blijken een afgehakt hoofd bij zich te dragen, dat ze vereren als ware het een godheid. Beg zet ze vast en verhoort hen.

Godsdienst interesseert Beg wel. Hij heeft ontdekt dat hij wellicht Joods is. Je zou ook kunnen zeggen dat hij ervoor heeft gekozen om Jood te zijn, om te passen in een traditie, om ergens bij te horen.

Dit zijn de namen is thematisch een rijke roman. Wieringa stelt vragen over religie, over wat religie voor mensen betekent, of een god de gelovigen bevoordeelt. Hij laat ook zien hoe mensen kiezen voor zichzelf. De jongen die met de haveloze groep meetrekt, haalt zijn schouders op als Beg hem vraagt naar het oude vrouwtje wier wintervoorraad de groep meegenomen heeft: 'Het was wij of zij, snap je.'

Het was de bedoeling van het groepje verlorenen om over de grens te raken. Sterker nog: ze dachten dat ze al over de grens waren, wat niet bleek te kloppen. Ze waren op zoek naar het beloofde land, zoals ooit het volk Israël. Ze zeulden een hoofd met zich mee, zoals Israël de beenderen van Jozef met zich meedroeg. Aan het eind van het boek laat Beg aan de jongen zien waar de grens is. Hij laat hem met een verrekijker over de grens kijken, zoals Mozes ooit het land van melk en honing mocht zien, al zou hij niet over de grens komen.

Wieringa laat de lezer heen en weer zwenken tussen de wereld van Pontus Beg en van de groep gelukzoekers. Beide werelden boeien. De gelukzoekers moeten zien te overleven. Ze weten dat ze van de anderen niets goeds te verwachten hebben. Ze kunnen alleen bij de groep horen zolang ze iets kunnen bijdragen. Wie te zwak is, is verloren. Maar ze hebben een doel en dat zullen ze blind voor ogen houden, al weten ze niet of ze het ooit bereiken.

Het leven van Pontus verandert als hij ontdekt dat hij misschien wel Joods is. Ineens krijgt hij er een context bij, een traditie, wellicht een geloof. Als politieman wentelt hij zich in het vuil van de wereld. Als hem gevraagd wordt hoe hij zich daarvan reinigt, antwoordt hij dat sommig vuil niet meer weggaat. Maar als hij het bad met levend water heeft gezien, waarin Joden ritueel gereinigd kunnen worden (mikwe) begint hij te hopen dat hij misschien wel gereinigd kan worden.

Dit zijn de namen stelt vragen over rein en onrein, over moraal, over traditie, over geloof. Die vragen blijven nog door je hoofd zingen als je het boek uit hebt. En verder blijven de beelden je bij, van de eindeloze steppe, van de hardheid van het bestaan, van de mensen voor wie overleven bijna boven hun macht ligt. Wieringa heeft een roman met allure geschreven. Verplichte kost.


woensdag 2 januari 2013

Schurkenbloed



In de strip Schurkenbloed vinden we, na de proloog, de hoofdpersoon terug in een uitzichtloze situatie:
Ze hadden hem daar neergelegd totdat hij zou sterven en de ziekendragers die in de gangen ronddoolden zijn lijk op hun karretje met rubberen wielen naar het mortuarium zouden brengen. Vervolgens waren ze hem vergeten.
De tekenaar, Jacques de Loustal, gebruikt een paginagrote tekening om ons de situatie te tonen: een kamer bij nacht, de patiënt aan het infuus, terwijl hij een sigaret rookt. Uit de proloog weten we dat het om iemand gaat die er niet voor terugschrikt anderen te doden. Nu lijkt zijn einde dichtbij.

De man, Louis, blijkt toch nog de kracht te vinden om het ziekenhuis te verlaten en af te rekenen met de groep waartoe hij behoort. Hij doet dat emotieloos, meedogenloos. De tekst (van Philippe Paringaux):
Hij doodde hen allemaal. De pistolen gingen in zijn handen als dolle honden tekeer en botsplinters vlogen door de rook heen in het rond. De koperen hulzen stuiterden op de vloer en de tweeling schreeuwde het uit van angst, terwijl het bloed van de schurken hun gele jurken bespatte. Zelfs toen zijn wapens leeg waren, ging Louis door met schieten.
Daarna gaat hij op zoek naar zijn dochter, van wie hij zich sinds haar geboorte niets heeft aangetrokken.

Paringaux vertelt het verhaal met kleine sprongetjes; alsof er af en toe bladzijden overgeslagen zijn. Het blijkt niet uit te maken, het verhaal is duidelijk genoeg. We volgen graag Louis, voor wie we zelfs enige sympathie op kunnen brengen. Emoties lijkt hij nauwelijks te hebben, maar hij zoekt  gedreven naar zijn dochter. Hij moet dus wel om haar geven.

Het verhaal ademt een sombere sfeer, die ook niet verdwijnt als Louis zijn dochter vindt. De tekeningen zijn vaak ook in donkere tinten. De personages zijn wat houterig, maar dat blijkt geen bezwaar: zowel de tekeningen als de tekst vertellen het verhaal effectief.

Schurkenbloed is een goede strip. Wie het album uit heeft, is toe aan een borrel.


dinsdag 1 januari 2013

Drogen

Gisteravond hoorde ik op tv Glennis Grace zingen. Ik had vaag wel eens van haar gehoord, maar ik wist eigenlijk niet wie ze was. Haar lied, 'Afscheid', werd ondertiteld en in die ondertitels ontdekte ik een merkwaardig zinnetje. Het heeft te maken met het woord 'drogen'.

'Drogen' betekent, volgens mij, 'droog worden' of 'droog maken':
Droog jij je haren altijd met een föhn? (droog maken)
Nee, het droogt wel in de wind (droog worden)
Bij de betekenis 'droog worden' wordt vanzelfsprekend geen onderwerp gebruikt (De was droogt al aardig). Drogen in de overgankelijke vorm komen we bijvoorbeeld tegen bij 'wasdroger', een apparaat dat was droogmaakt. En vroeger werden bij ons appeltjes gedroogd: soms op de kachel, maar mijn moeder gaf ze ook wel mee met een oom die op de steenoven werkte, zodat ze in de oven gedroogd konden worden.

Drogen gaat volgens mij vaak door warmte of door lucht/wind. Als ik zeg 'dat droogt wel weer' hoef ik er niets aan te doen. Er hoeft niet gewreven of zo te worden.

Als dat wel het geval is, spreken we van afdrogen: 'Zal ik je rug afdrogen?' 'Droog jij de kopjes af?' We kunnen afdrogen zelfs zonder lijdend voorwerp gebruiken: 'Ik droog wel af'. Afdrogen is ook in overdrachtelijke zin te gebruiken: 'Ajax werd met 7-0 afgedroogd door Vitesse'. Ik stel me daarbij voor dat iemand ruw met een handdoek wordt drooggewreven. Afdrogen gaat volgens mij altijd met een hulpmiddel: een handdoek, een theedoek.

Tegen deze achtergrond is het gebruik van 'droog' in de zin 'droog je tranen' een beetje vreemd. Tranen kunnen opdrogen ('mijn tranen zijn gedroogd'), maar hier wordt de overgankelijke vorm gebruikt (met een lijdend voorwerp dus) en dan zou de betekenis moeten zijn: 'maak je tranen droog'. En dan ook nog door warmte of wind, zonder geveeg of zo. Maar die betekenis heeft 'droog je tranen' helemaal niet. De tranen worden immers niet droog gemaakt, maar de wangen of de ogen.

Toch is de zin 'droog je tranen' voor mijn taalgevoel een prima zin en als ik tegen een kind zeg dat het zijn tranen moet drogen, kan het gewoon de tranen van zijn wangen vegen. De betekenis van 'drogen' is in deze zin dus anders dan in 'Zullen we dit boeket maar drogen?'

In het Engels komt 'dry your tears' ook wel voor, maar gebruikelijk is 'dry your eyes'. Google geeft voor de laatste zoekopdracht ongeveer tien keer zoveel hits als voor de eerste. Ook in het Duits geeft 'trockne deine Augen' meer zoekresultaten dan 'trockne deine Tränen', maar het verschil is minder groot dan in het Engels. Het drogen van de ogen komt bijna twee keer zovaak voor als het drogen van de tranen.

Tot zover is er nog niet veel aan de hand. Wij zeggen in het Nederlands 'droog je tranen' en 'droog' wordt daarin in een wat andere betekenis gebruikt dan we gewend zijn bij andere zinnen. Glennis Grace zingt echter niet 'droog je tranen', maar 'droog je tranen af' en dat is gewoon fout. Als je iets afdroogt, veeg je het vocht eraf. We kunnen de kopjes afdrogen, of iemand afdrogen, maar tranen niet. Je kunt namelijk het vocht niet van tranen af vegen.

Glennis Grace zingt met opzet 'droog je tranen af', zo bleek me na wat googlen. Ik ben tenminste geen gevallen tegengekomen waarin ze iets anders zong. Altijd als ze dit lied zingt, zingt ze het rare zinnetje. Hoe komt ze daaraan?

Eigenlijk ging ik ervan uit dat 'Afscheid' een tekst zou zijn van John Ewbank, vaste tekstschrijver van Marco Borsato. Hij schrijft teksten waar vaak iets niet aan klopt. In 'Afscheid' staat bijvoorbeeld ook nog de rare zin 'De koffers staan al buiten, de achterklep slaat dicht'. Wat heeft het voor zin dat je de koffers buiten zet, als je ze toch niet meeneemt?

Er is een site die inderdaad beweert dat Marco Borsato dit lied gezongen heeft. Of dat klopt, weet ik niet; ik weet bijna niets van Borsato af. Maar Google wijst me veel vaker het spoor naar Volumia! en Xander de Buisonjé. Maar zowel op de eerder genoemde site als op de sites die naar De Buisonjé verwijzen komt de zin 'droog je tranen af' niet voor! De Buisonjé zingt het correcte 'Veeg je tranen weg'. Dan zal 'droog je tranen af' wel een variant zijn die uit de pen van Glennis Grace zelf komt. In het hele lied schrijft ze maar één zinnetje zelf en dan is het nog fout ook.

In ieder geval kun je met raar Nederlands wel een hit scoren. Op het wereldwijde web vind ik dat het lied, in de uitvoering van Glennis Grace, op nummer 2 gekomen is in de Nederlandse Top 40 en  op nummer 1 in de Single Top 100. In 2011 en 2012 kwam het ook nog terecht in de Top 2000, op respectievelijk plaats 641 en 559.

Verder kwam ik erachter dat Glennis Grace ooit voor Nederland is uitgezonden naar het Eurovisie Songfestival. Ook nooit geweten. Een mens leert elke dag wat. Of Grace zoveel invloed heeft dat over een tijdje iedereen zijn tranen 'afdroogt' moeten we nog even afwachten.




Het bewuste zinnetje komt steeds voor tussen 3.00 en 3.30.