Sommige boeken zou ik wel willen lezen, maar ik kan ze ook best nog even laten liggen. En dat 'even' kan dan zomaar een maand of een paar maanden worden. Zo'n boek was Lysbeth (2023) van Marlies Medema. Het kwam uit bij uitgeverij Mozaïek en wat daar verschijnt, is nogal divers, is mijn indruk. Ik wist dan ook niet goed wat ik kon verwachten.
Eigenlijk had ik toch wel een soort literaire roman verwacht, maar heel literair is Lysbeth niet. Medema is wel een onderhoudend verteller, maar je hoeft verder als lezer niet zoveel te doen, omdat alles uitgelegd wordt. Al die uitleg stond me tijdens het lezen wel tegen.
De hoofdpersoon in de roman is iemand die ook in de werkelijkheid heeft bestaan, Lysbeth Philipsdochter de Bisschop (1566-1652). Het deel van haar leven waarover de roman gaat, speelt zich af aan het begin van de zeventiende eeuw, tijdens het Twaalfjarig bestand (1609 - 1621).
Arminianen
Tijdens dat bestand waren er theologische twisten, die uitliepen op politieke onenigheid. Aan de ene kant stonden de aanhangers van Arminius (arminianen, remonstranten, rekkelijken), aan de andere kant die van Gomarus (gomaristen, anti-remonstranten, preciezen). De man van Lysbeth, Rem Bisschop, was een bekende figuur in kringen van de remonstranten. Op 19 februari 1617 ontstond er een oploop bij het huis van Rem en Lysbeth. De oproerlingen drongen het huis binnen en plunderden het. De bewoners konden ternauwernood ontkomen.Dat komt allemaal terug in de roman, die een goed beeld geeft van hoe ver de acties tegen de remonstranten gingen. Dat had ik allemaal niet zo scherp op mijn netvlies staan. Natuurlijk wist ik dat de arrestatie en de dood van Johan van Oldenbarnevelt met deze controverse had te maken, maar dat het verhaal van Hugo de Groot en zijn ontsnapping in een boekenkist ook hieraan gerelateerd is, stond me niet meer bij. Blijkbaar heb ik dat als kind onthouden als een verhaal zonder verdere context.
Je snapt dat er genoeg spannende dingen gebeuren in het boek. Een plundering is heel bedreigend en Lysbeth liep daarbij zeker gevaar. Medema maakt ook duidelijk wat er allemaal speelt in het land en dat de controverse tussen remonstranten en contra-remonstranten een behoorlijk gewelddadige kant had. En natuurlijk een politieke kant. Maurits heeft er dankbaar gebruik van gemaakt.
We krijgen ook de voorgeschiedenis van Rem en Lysbeth. Ze hebben ooit in Koningsbergen (het huidige Kaliningrad) gewoond, waar Rem zakelijk succesvol was. Maar ze hebben daar ook persoonlijk leed ondervonden.
Meteen in het verhaal
Aan het begin van de roman zit je meteen goed in het verhaal:
Overal liggen scherven. De dakpannen zijn aan stukken gesmeten in de half gesmolten sneeuw. Het hout van de deur is versplinterd, alsof een leger mannen er met een bijl op heeft ingehakt. Ik doe een stap naar voren, voorbij een vrouw met een mottige bontstola en een mollige bakker met meel op zijn armen. Al dagen, weken, misschien wel maanden heb ik gevreesd dat er een ongeluk zou plaatsvinden, al wist ik niet precies hoe. Maar nu ik de feiten zie, kan ik het nauwelijks geloven.
Dit is vlak na de plundering. Hoe het zover heeft kunnen komen, wordt later verteld, maar je wilt wel weten wat er gebeurd is, dus zo'n begin zet je wel aan het lezen.
Dat wordt uit de doeken gedaan en daarna blijft er ook nog spanning in het verhaal. Rem is helemaal niet van plan om zich gedeisd houden, al brengt hij daarmee ook zijn eigen gezin in gevaar.
Historische setting, taal van nu
Een historisch verhaal moet aan de ene kant kloppen met de geschiedenis, aan de andere kant moet het nu ook goed te lezen zijn. Alleen al in het taalgebruik moet het de geschiedenis enigszins geweld aandoen. Die tweespalt is eigenlijk al aan de omslag te zien: een jonge vrouw met een kapsel dat ik eerder in het nu dan in de zeventiende eeuw plaats, maar ook met een kanten kraag die zeker historisch aandoet. Of Lysbeth qua karakter historisch verantwoord is en of de manier waarop zij denkt past bij een vrouw uit de zeventiende eeuw kan ik moeilijk beoordelen. Mocht ze wat moderner gemaakt zijn, dan lijkt me dat geen probleem. De historische illusie wordt er niet door verstoord.
Dat het taalgebruik hedendaags is, is alleen maar handig, maar je moet er niet door uit het verleden gehaald worden. Bij een boek als De heks van Limbricht van Susan Smit ging dat te vaak mis. Smit is wat dat betreft nogal aan het rommelen geweest.
Bij Medema is het beter gelukt om de lezer in het verleden te houden en toch vrij vlot te vertellen. Een woord als 'gefrustreerd' haalde mij wel naar het heden, omdat het begrip frustratie in die tijd domweg niet bestond. En soms begon ik te twijfelen. Er zullen in de zeventiende eeuw wel honden als huisdier gehouden zijn, maar werden ze ook aangelijnd? En van iemand van zestien zei je waarschijnlijk niet dat het nog maar een kind was. Maar misschien heeft Medema het allemaal uitgezocht en zouden verschillende dingen best mogelijk geweest zijn. Mijn indruk is dat ze behoorlijk in de studie van de historische setting gedoken is.
Al met al is Lysbeth zeker geloofwaardig en kun je goed meegaan in het verhaal, maar de overdaad aan uitleg (die vooral in de dialogen gegeven wordt) was wel iets waar ik echt doorheen moest. Maar misschien heb ik gewoon de verkeerde verwachtingen gehad. Na lezing had ik het idee dat er best het een en ander uit dit boek geschrapt had kunnen worden en dat je dan een goede roman overgehouden zou hebben. Voor de roman zoals die nu is, ben ik niet de goede lezer, maar ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die juist van deze boeken houden. Die hebben in Lysbeth een degelijke roman, die aardig leest.
Ik meen dat het een kennis was die aan de hand van dit boek de vraag stelde waarom veel vrouwelijk hoofdpersonen in historische romans, zo vaak hedendaagse feministische trekken hebben. Hier ook weer een 'sterke vrouw die voor haar rechten opkomt'.
BeantwoordenVerwijderen