maandag 7 augustus 2017

Oorlog en terpentijn (Stefan Hertmans)


Er is altijd meer te lezen dan waar er tijd voor is. De stapel 'nog te lezen' en het dito lijstje, ze groeien alleen maar. Van Stefan Hertmans stond Oorlog en terpentijn al een tijdje op dat lijstje. Soms helpt wachten. Indertijd stond ook Naar Merelbeke (1994) erop, maar de drang om het te lezen verkruimelde in de loop der jaren. Deze keer had ik daar het geduld niet voor.

Over Oorlog en terpentijn is waarschijnlijk niets nieuws meer te vertellen. Het gaat terug op de aantekenschriften van de grootvader van Hertmans. Hij vocht in de Grote Oorlog. En hij schilderde. Die twee zaken verklaren de titel. Aan de hand van de schriften, de herinneringen van de schrijver en anderen en nader onderzoekswerk reconstrueert Hertmans het leven van zijn grootvader. Daarmee schetst hij natuurlijk ook het beeld van een tijd.

Omdat grootvader een schilder is, spelen schilderijen een belangrijke rol. Hertmans heeft zich dan ook niet beperkt tot het woord, maar daarnaast heeft hij afbeeldingen opgenomen. Schilderijen van grootvader, foto's van vroeger, maar ook recentere (bijvoorbeeld van het strikje van opa). Ik weet niet hoe de oorspronkelijke druk eruit heeft gezien, maar in de goedkope uitgave die ik gelezen heb (drieëntwintigste druk) zijn de afbeeldingen erg klein gehouden. Eigenlijk vind ik ze te klein. Ik ben dan ook een kniesoor.

Hertmans heeft een uitstekend boek geschreven, waarvan ik erg genoten heb. Terwijl ik dit tik, twijfel ik. Kun je genieten van een boek waarin zoveel ellende voorkomt? De hardheid, de zinloosheid en de smerigheid van de oorlog komt niet vaak zo dichtbij als in dit boek. Ik denk dat ik alleen bij Montyn (1982) van Dirk Ayelt Kooiman indertijd eenzelfde ervaring had.

De oorlog vormt de tweede afdeling van het boek, zo'n honderd bladzijden, blijkt, nu ik het natel. In mijn herinnering is dit deel veel uitgebreider, wat iets zegt over de indruk die het gemaakt heeft. Dat komt wellicht ook door de vorm. Het verhaal van grootvader wordt direct in de hij-vorm verteld, waardoor je grootvader als een soort 'ik' beleeft en je je gemakkelijk met hem identificeert.

In de eerste en de derde afdeling is de schrijver zelf nadrukkelijk als verteller aanwezig, wat iets meer afstand tot de grootvader geeft.  Grootvader komt ook daar zelf aan het woord, in de citaten uit de schriften, die cursief zijn afgedrukt.

In het eerste deel lezen we bijvoorbeeld hoe grootvader beseft dat hij moet gaan schilderen. Dat zal niet letterlijk in de schriften hebben gestaan. Maar Hertmans weet het mooi in te vullen. Grootvader is zijn neef wezen bezoeken die op de gelatinefabriek werkt. Dat is geen frisse omgeving. Grootvader heeft bijvoorbeeld een berg koppen van dode dieren zien liggen. Hij moet eraan terugdenken tijdens zijn werk in de ijzergieterij.
Het wordt hem, terwijl hij in de loeiende vuurmond in de ijzergieterij staart en de spatten als vuurvliegen om hem heen dansen, langzaam duidelijk dat er met de schok van de afschuw voor die apocalyptische stapel rottend vlees vol dode blikken iets is wakker geworden dat aan hem trekt, dat zeer doet, dat een nieuwe ruimte in hem opent - dat er voor het eerst een verlangen in hem is ontstaan dat groter lijkt dan hij zelf is. Het is het verlangen om te tekenen en te schilderen, en op het ogenblik dat hij zich daarvan bewust wordt, juist als hij opnieuw zo'n zware lepel met ziedend ijzer in zijn handen klemt, is het alsof hij door zijn knieën knikt.
Hertmans schrikt niet terug voor grote gebaren, hij durft fors aan te zetten en meestal gaat dat ook nog goed. Die knikkende knieën zijn misschien net iets te dramatisch, maar ik heb het tijdens het lezen allemaal geslikt.

Mooi vond ik ook de beschrijving van hoe grootvader aan het eind van zijn leven eens per week door zijn dochter in bad werd gedaan:
Soms wou hij daarbij zijn oude borsalino ophouden, want hij had het gevoel dat het tochtte, altijd en overal tochtte, zelfs op warme en windstille dagen, alsof er kieren in het leven zelf gekomen waren (...)
Bij die laatste toevoeging heb ik meteen mijn potlood gegrepen om een streepje in de marge te zetten.

Ook bij de sterfscène gaat de schrijver voluit. Zijn verbeelding kan hier zo'n beetje alles invullen. Hertmans stelt zich voor hoe grootvader een laatste droom had:
In zijn droom is hij ergens verstrikt geraakt in een grote heester, een heel fijn vertakte, een haast wegwaaiende struik met doornen. Als aangeschoten wild is hij erin blijven hangen, de armen en benen gespreid als een opengespalkt dier aan een ladder, en is hij opgehouden met ademen.
Er staan prachtige passages in over de grootvader, over het schilderen, over de familie (bijvoorbeeld over de overgrootvader, die ook schilderde) en ook over de oorlog, voor zover je dat prachtig mag noemen.

De hele tijd door weet Hertmans bovendien het verhaal gaande te houden. We weten al dat grootvader de oorlog zal overleven en toch ben je als lezer bang dat hij omkomt. Aan het eind zit er ook nog een plot in. Dan pas komen we te weten hoe het nu zat met het huwelijk van grootvader en er duikt ook nog een schilderij op dat veel onthult. Knap in elkaar gezet. Goed gedaan.

Mocht er toch nog iemand zijn die Oorlog en terpentijn niet gelezen heeft: hij leze het.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen