dinsdag 15 augustus 2017

'Maar zo heb ik het geleerd!' (Wouter van Wingerden)


'De waarheid achter 50 taalkwesties' - zo luidt de ondertitel van het boekje 'Maar zo heb ik het geleerd!' van Wouter van Wingerden. Je vraagt je wel meteen af of die '50' dan niet 'vijftig' had moeten zijn. Maar die kwestie wordt niet behandeld.

Van Wingerden, een taalautoriteit, deed onderzoek naar wat de taalgebruikers acceptabel vinden en wat ze mooi vinden in bepaalde taalkwesties. Bij elke kwestie vergelijkt hij de uitkomst van dat onderzoek met wat de experts erover zeggen, hij legt uit hoe het volgens hem echt zit en op grond daarvan komt hij tot een advies.

Er blijken nogal wat schoolmeesterregels te bestaan: regels die onderwezen worden, maar die ingaan tegen ons taalgevoel en soms ook ingaan tegen de officiële regels. Van Wingerden adviseert om taalgebruikers niet meer volgens die regels te beoordelen.

Daarbij zijn er nogal wat waarvan een gemiddelde taalgebruiker zal zeggen, met opgetrokken wenkbrauwen: 'Maar zo heb ik het geleerd!'  De volgende zinnen kun je tegenwoordig zonder problemen gebruiken, volgens Van Wingerden: 'Ik heb hen iets beloofd'; 'De reizigers worden verzocht uit te stappen'; 'Een aantal mensen applaudisseren'; 'De man waarvan ik veel geleerd heb'; 'Het is glad omdat het geijzeld heeft'; 'Ik wens je een hele fijne vakantie'.

'Groter als' is nog steeds niet goed. 82 procent van de geënqueteerden merkt dat aan als fout. In het dialect waarin ik opgroeide zei iedereen 'grötter as'. Daardoor ga ik met dit soort constructies in de standaardtaal geregeld in de fout. De experts tillen aan deze fout overigens minder zwaar dan het gros van de taalgebruikers.

'Maar zo heb ik het geleerd! is een heerlijk boekje. Het is compact en helder en het gaat over zaken die iedereen herkent. Als frik werd ik erdoor verschillende keren op de vingers getikt, wat ik deemoedig heb ondergaan. Een enkele keer heb ik toch wijsneuzerig een streepje in de kantlijn gezet.

In de kwestie 'we/wij' schrijft Van Wingerden ook over het bezittelijk voornaamwoord: 'me boek' mag niet. 'Vind je mijn te nadrukkelijk, schrijf dan m'n', adviseert Van Wingerden, wat ik een vreemd advies vind. In een zin als 'Daar loopt mijn moeder' spreek je volgens mij het bezittelijk voornaamwoord niet anders uit dan in 'Daar loopt m'n moeder'. 

Bij de kwestie 'Is een gijzelaar dader of slachtoffer?' noemt Van Wingerden 'winnaar' en 'leraar' als voorbeeld: 'iemand die wint', 'iemand die leert'. De rij is gemakkelijk uit te breiden: 'moordenaar', 'lasteraar', 'onderhandelaar'. Ik heb zelfs al eens iemand het woord 'verliezaar' horen gebruiken. Maar we hebben ook 'martelaar', waarbij iemand niet martelt, maar gemarteld wordt. Tenminste, ik vermoed dat dat het oorspronkelijk betekend heeft. De persoon ondergaat in ieder geval de handeling en dat betekent dat 'gijzelaar' niet uniek is.

Bovendien heb ik enkele keren de woorden 'gegijzelden' en 'gijzelnemer' gehoord, die het misverstand omzeilen. Die woorden hadden wel even genoemd mogen worden, denk ik.

Een enkele keer geeft Van Wingerden een ongelukkig voorbeeld. Om te illustreren dat bij de woordgroep 'twee koppen koffie' zowel 'koppen' als 'koffie' de kern kan zijn geeft hij de zinnen 'Er staan twee koppen koffie op tafel' ('koppen' is kern) en 'Twee koppen koffie is genoeg' ('koffie' is de kern). Dat laatste voorbeeld is niet correct. We kunnen immers ook zeggen: 'Twee koppen suikerklontjes is genoeg' of 'Twee suikerklontjes is genoeg'.

De noten zijn niet opgenomen in het boekje. Daarvoor moet je naar een website. Misschien komt dat de leesbaarheid ten goede. Het betreft hier vaak de herkomst van de citaten die Van Wingerden ter illustratie geeft. Maar die informatie had waarschijnlijk ook in het onderschrift gekund. In plaats van 'Een krant hing er in 1952 zelfs een heel artikel aan op' had ook de exacte datum en de naam van de krant genoemd kunnen worden.

Soms wordt er in een onderschrift ineens een verregaande conclusie getrokken. In een berichtje met 'Een millioen menschen zullen' in de kop krijgt als onderschrift 'In 1926 was het meervoud veel gebruikelijker dan het enkelvoud'. Daar wordt geen onderbouwing voor gegeven.

Maar dat zijn kleinigheden, die ook niet helemaal recht doen aan het boekje. Van Wingerden is zeer overtuigend, juist door zijn helderheid, die ook blijkt uit zijn voorbeelden. Meningen die ik jarenlang heb aangehangen, heeft hij ernstig ondergraven. En dat is nog prettig ook.

Aan 'Maar zo heb ik het geleerd!' heb ik veel gehad. Ik ga nog een paar exemplaren aanschaffen om weg te geven.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen