donderdag 2 maart 2017

Piet Paaltjens in beeld (Marc Weikamp)


Er zijn maar weinig dichters uit de negentiende eeuw van wie we gedichten uit het hoofd kennen. Guido Gezelle natuurlijk, P.A. de Génestet wellicht, maar in ieder geval Piet Paaltjens. Jongeren zetten nog geregeld Snikken en grimlachjes op de boekenlijst. Niet alleen omdat ze de gedichten zo mooi vinden, maar ook omdat die toegankelijk zijn en omdat je in een uurtje zo'n bundel kunt lezen. Het gevolg is wel dat deze poëzie blijft leven onder het lezerspubliek.

Marc Weikamp besloot aan de slag te gaan met de gedichten van Paaltjens (François HaverSchmidt): hij verstripte ze. Of misschien is het beter om te zeggen dat hij ze zeer uitgebreid geïllustreerd heeft. De tekeningen zijn niet in plaats gekomen van de tekst; die is integraal te lezen.

Weikamp hanteert de oude spelling, maar zijn tekeningen hebben een moderne setting. Bij het bekende gedicht 'Aan Rika' zit Rika dus niet in een stoomtrein, maar in een trein zoals wij die vandaag kennen en in die trein zitten de mensen op hun mobieltjes te kijken.

Dat is een vondst: de gedichten van Piet Paaltjens zijn al oud (de eerste druk verscheen in 1867), maar ondanks de gedateerde spelling, doen ze door de tekeningen tegelijkertijd hedendaags aan. Daarmee heeft Weikamp wat toegevoegd aan de poëzie van HaverSchmidt.

Tekenen is natuurlijk ook interpreteren. En daarbij gaat er ook wel eens iets verloren. Neem nu dit gedicht ('Immortelle XLIX'):
Wel menigmaal zei de melkboer
Des morgens tot haar meid
'De stoep is weer nat.' Och, hij wist niet
Dat er 's nachts op die stoep was geschreid.
Nu, dat hij en de meid het niet wisten,
Dat was minder; - maar dat zij
Er hoegenaamd niets van vermoedde, 
Dat was wel hard voor mij.
In dit gedicht zijn er drie personages (behalve de ik-figuur): de melkboer, de meid en de niet nader  genoemde 'zij'. Laten we ervan uitgaan dat het een dame is op wie de 'ik' verliefd is. Blijkbaar heeft hij de hele nacht op haar stoep gehuild en wel zo erg, dat de stoep er de volgende ochtend nog nat van is. Dat is  vaker voorgekomen, want de melkboer zegt dat de stoep weer nat is. Maar alle tranen zijn voor niets vergoten, want de persoon voor wie de tranen gestort worden, vermoedt er hoegenaamd niets van.

Het lijkt erop dat Weikamp ons bij dit gedicht meer naar de tijd van zijn jeugd verplaatst dan naar het heden. De melkboer heeft een SRV-wagen, zoals die waarschijnlijk hier en daar nog wel rijden, maar de meid draagt een rekje met melkflessen die er tegenwoordig niet meer zijn.

De stoep heeft Weikamp geïnterpreteerd als 'trottoir'. Daardoor lijkt de stoep een toevallige plaats geworden, niet meer de stoep voor een bepaalde deur. In de tekeningen is er ook geen verwijzing meer naar de 'zij'. Dat vind ik een verlies.

Verder is er ook veel goed over de interpretatie te zeggen. Weikamp maakt bijvoorbeeld de overvloedigheid van de tranen duidelijk door ze als een regen over de bladzijden neer te laten dalen.

Wie door het boekje bladert, zal veel geslaagde verbeeldingen van gedichten zien. In het gedicht 'Het zwart Schiedam' heeft Weikamp voornamelijk grijzen gebruikt en donkere kleuren, waardoor er in het hele gedicht een 'steenkolennevel' lijkt te hangen. Ook drinkt de hoofdpersoon het hele gedicht door, waarbij hij soms vrolijk kijkt, maar soms ook meer in zichzelf gekeerd lijkt. Ook dat past goed bij de grijze, wat sombere sfeer die de kleuren oproepen. Aan het eind van het gedicht loopt 'de maker van dit dichtje' met hangende schouders het gedicht en ook dit boekje uit.

Op de titel, Piet Paaltjens in beeld, valt wel wat af te dingen. Strikt genomen gaat het boekje van Weikamp immers niet over Paaltjens, maar over zijn gedichten. De meeste gedichten heeft hij genomen uit Snikken en grimlachjes, maar hij heeft daarbij niet de oorspronkelijke volgorde aangehouden. Dat lijkt me geen bezwaar; dit is immers ook maar een beperkte keuze uit de bundel.

Wel ernstige bezwaren heb ik tegen de tekstbehandeling. De vraag is altijd of je de oorspronkelijke tekst letterlijk moet overnemen. Neem je de oude of de hedendaagse spelling. Mag je van een 'onafboenbre' 'onafboenbare' maken en van 'hartverovrend' 'hartveroverend' of van 'een eeuwige jonge meid' 'een eeuwig jonge meid'?

Het zal het plan geweest zijn van Weikamp om de tekst intact te laten, maar tijdens het lezen merk je al gauw vreemde dingen. In het eerste gedicht, 'Aan Betsy' lezen we 'Gij hield' en 'dronk ge', terwijl Paaltjens in de verleden tijd bij 'gij' altijd de toen gangbare spelling hanteerde: 'Gij hieldt' en 'dronkt ge'.

Dat is misschien nog geen doodzonde, maar Weikamp neemt ook storender fouten in de tekst op, die een deel van het gedicht onbegrijpelijk maken: 'Je wordt zoo bleek als de door!' moet natuurlijk zijn: 'zoo bleek als de dood'. Weikamp had kunnen weten dat hij fout zat, want de zin die erop rijmt eindigt met: 'Breng gauw een glas rood!'

'Immortelle XVI' bevat bij Weikamp de volgende zin: 'Ruik ik opnieuw die sigaren, / dan wordt is eenklaps zoo raar.' De zin is onbegrijpelijk. Er had moeten staan 'dan word ik eensklaps zoo raar'; een fout in drie opeenvolgende woorden dus.

Menigeen kent het gedicht 'De zelfmoordenaar' uit het hoofd. De tweede strofe daarvan begint met:
'Ha!' dus riep hij verwoed,
''k Heb een adder gebroed,
Nee, erger, een draak aan mij borst hier!'
 Maar bij Weikamp begint de strofe met: 'Harriot! dus riep hij verwoed'. Ook hier is de zin onbegrijpelijk geworden. Ook door de rare afwijking in het metrum is al duidelijk dat het woord 'Harriot' niet kan kloppen.

Juist bij de bekende gedichten vallen de afwijkingen meteen op. Bij 'Aan Rika' heeft de eerste regel van elke strofe tien lettergrepen. Bij de derde strofe is dat: 'Waarom ook hebt gij van dat blonde haar'. Weikamp laat 'ook' weg, waardoor het metrum niet meer klopt en de zin niet goed meer loopt.  In dit gedicht zijn nog drie andere fouten gemaakt.

Voor degenen die geïnteresseerd zijn in hoe de gedichten van Piet Paaltjens precies luiden, is er een uitstekende uitgave te vinden op internet, bezorgd door experts: Marita Mathijssen en Dick Welsink. Weikamp heeft als uitgangspunt een andere, corrupte tekst genomen. Die komt van het project Laurens Jz Coster. Bij de 'veelgestelde vragen' geeft men daar toe dat 'in dit stadium' kwantiteit de prioriteit heeft boven kwaliteit. Juist de afdeling met werk van Piet Paaltjens stikt van de ergerlijke fouten en Marc Weikamp heeft ze allemaal overgenomen.

Is hem dat kwalijk te nemen? Voor een groot deel wel. Ten eerste heeft hij niet de moeite genomen om te zoeken naar meer edities dan degene die hij gebruikt heeft. Ten tweede had hij door de onbegrijpelijk geworden zinnen al moeten snappen dat er echt iets mis was met zijn bron. En ten derde heeft hij ook bij het overschrijven van de teksten fouten gemaakt: 'tenoorstem' in plaats van 'tenorstem', 'intuschen' in plaats van 'intusschen', 'eerenwoord' in plaats van 'eerewoord'. Het gedicht 'Schiedam' gaf hij de titel 'Het zwart Schiedam', wat hij wellicht uit weer een andere bron heeft.

Dat is zonde. Piet Paaltjens in beeld is een sympathiek boekje, met daarin een fraaie combinatie van tekeningen en gedichten. Maar door de vele fouten is de tekst eigenlijk onbruikbaar. Bij de uitgeverijen zal het tegenwoordig ook wel armoe troef zijn. Blijkbaar is er ook daar niemand in dienst die de taak heeft de tekst nog eens kritisch na te kijken. Zo iemand had de auteur voor veel ellende kunnen behoeden.

Hopelijk is de eerste druk snel uitverkocht en komt er een tweede druk waarin de teksten wel correct zijn weergegeven. 

Marc Weikamp, Piet Paaltjens in beeld. Uitgeverij Syndikaat/Strip 2000. z.pl. 2016.
hardcover, 60 blz. € 14,95

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen