vrijdag 4 november 2016

Onbehagen (Bas Heijne)


In de 'filosofische pamfletserie' Nieuw licht wordt er een klassieke tekst/een klassiek werk met hedendaagse ogen bekeken. Wat heeft die tekst ons vandaag nog te zeggen? De serie start met het boekje Onbehagen; Nieuw licht op de beschaafde mens van Bas Heijne. Hij geeft een analyse van de tijd waarin we leven met op de achtergrond  Het onbehagen in de cultuur van Sigmund Freud.

Het wetenschappelijke werk van Freud is voor een groot deel achterhaald. Dat geeft Heijne ook toe. Maar volgens hem heeft Freud ons wel wat te bieden als filosoof. Hij gebruikt vooral drie principes van Freud: het lustprincipe, het realiteitsprincipe en de doodsdrift.

Het lustprincipe spreekt voor zich: een mens heeft behoeften, verlangens, lusten en die wil hij bevredigen. Het realiteitsprincipe stelt die bevrediging uit: als je een motor wilt kopen, moet je eerst sparen. Uit de doodsdrift zou de agressie te verklaren zijn die we om ons heen zien, de vernietigingsdrift.

Heijne begint midden in onze tijd: de aanslag op Charlie Hebdo, die hem, zoals veel Europeanen, geschokt heeft. Die schok is te verklaren door de tijd waarin velen van ons zijn opgegroeid. Heijne:
een tijd van vertrouwen en verwachtingen - verwachtingen over groei en gelijkheid, een almaar rationelere ordening van de wereld, geïnspireerd door de ideeën van de Verlichting, zoals die na de Tweede Wereldoorlog hun beslag kregen.
Heijne licht nog toe dat het niet om een diep doorvoelde heilsverwachting of ideologische overtuiging gaat, maar dat het een vanzelfsprekendheid was.

Daar herken ik wel iets in. In de jaren zeventig waren er de treinkapingen, de bezetting van een basisschool, activiteiten van de Rode Jeugd en de RAF en er werd door ons jongeren flink over gediscussieerd. Toch had je het idee dat het incidenten waren. Het maakte niet echt inbreuk op het gevoel van veiligheid. Op de radio hoorden we de berichten over Vietnam, dagelijks. Maar het had niet iets te maken met onze leefwereld.

De enige keer dat we oprecht geschokt waren, was in 1979, toen Rusland Afghanistan binnenviel. We hadden het idee dat Amerika dat niet over zijn kant zou laten gaan en dat dat ook gevolgen zou hebben voor ons. We vroegen ons af of dit het begin kon zijn van een Derde Wereldoorlog. Maar al binnen een dag bleek dat we rustig door konden leven.

De verwachting waarmee Heijne, en niet alleen hij, is opgegroeid strookt niet met sommige tendensen die, in ieder geval na 2001, steeds duidelijker in de maatschappij aanwezig zijn. Die tendensen konden een tijd lang door hen worden afgedaan als ontsporingen en er was dan ook niet echt behoefte om zich te verdiepen in de emoties die eraan ten grondslag liggen. Nationalisme, wij/zij-denken, anti-Europese gevoelens - die passen niet in het perspectief waarmee velen keken naar de wereld waarin ze leefden en naar de toekomst die ze tegemoet gingen. Ze werden gezien als incidenten.

Bij een verwachtingsvol leven past niet het onbehagen, dat intussen niet meer te ontkennen is. Er zijn immers veel boze en bange mensen. Heijne begint zijn essay niet voor niets met Charlie Hebdo, die de angst flink hebben aangewakkerd. Hij zegt daarover 'dat er iets stierf in mij, die winterse januaridag'. Hij vraagt zich af of er oprecht optimisme mogelijk is in een door pessimisme gekleurd wereldbeeld.

Aanslagen geven een gevoel van onveiligheid. Heijne laat zien dat de roep om veiligheid beantwoord wordt met een inperking van onze vrijheid, bijvoorbeeld doordat er steeds meer gegevens over ons verzameld worden.

Na 11 september 2001 werden er in Nederland in hoog tempo wetten aangenomen waarbij mogelijkheden om de gangen van mensen na te gaan en om verdachte personen op te pakken enorm vergroot werden. Ik herinner me dat die wetten bijna geruisloos door de Tweede Kamer werden aangenomen. Alleen Marijke Vos (Groen Links) maakte bezwaar, als mijn geheugen me niet bedriegt. Nog onlangs werd er een wet aangenomen die de AIVD en de MIVD grotere bevoegdheden geeft.

Leidend voor veel wetgeving zijn statistieken, onderzoeksgegevens. Heijne:
Het zijn cijfers en statistieken die maatgevend worden. Het individu ziet zijn burgerschap, zijn band met de samenleving, niet langer als een bewust proces waarbij hij zijn keuzes en opvattingen kenbaar kan maken en zodoende bijdragen aan het idee van gemeenschap. hij ziet zich steeds meer gereduceerd tot een te monitoren object, waarvan de toestand, het gedrag en de risico's samengevat kunnen worden in tabellen. Samen maken die tabellen uit hoe de samenleving naar hem kijkt. Hoe hij naar de samenleving kijkt, doet er minder toe. 
Dat is een terechte signalering door Heijne. Cijfers bepalen overigens niet alleen de houding van de overheid tegenover de onderdanen, maar ook die van de mensen tegenover hun omgeving. We zien dat terug  in bijvoorbeeld het omgaan met voedingsadviezen. Er zijn ouders die hun kinderen geen worst laten eten, omdat je daar kanker van krijgt. Ze verabsoluteren de cijfers, net als de mensen die producten wegdoen omdat ze over de datum zijn, zonder te vertrouwen op eigen reuk- en smaakvermogen of op het gezonde verstand.

Heijne signaleert nog een probleem bij het vooruitgangsdenken. De vooruitgang in de wetenschap geeft ons ook op een andere manier minder vrijheid:
Vooruitgang in de wetenschap gaat onmiskenbaar hand in hand met een reductie van de mens zelf. Die paradox kun je als volgt samenvatten: naarmate de wetenschap steeds dieper in onze levens en, vaak letterlijk, in onze lichamen doordringt om ons te genezen, te beschermen en zelfs te verbeteren (...) lijkt dat ons juist eerder minder dan meer vrijheid op te leveren. We worden steeds meer gewaar hoezeer we door onze biologie gedetermineerd zijn. 
Dat gevoel van onvrijheid is een vruchtbare bodem voor het populisme. Wie zich bedreigd voelt in een complexe wereld, is vatbaar voor eenvoudige 'oplossingen'. De Europese Unie had een gevoel van gemeenschap op kunnen roepen, maar veel mensen zien die als een bedreiging voor de eigen kleine gemeenschap. Ooit schreef ik een column over hoe de globalisering juist nostalgie naar een overzichtelijke wereld oproept en dat dat blijkt uit bijvoorbeeld de pagina's met foto's uit het verleden die op Facebook te vinden zijn.

Heijne zet het populisme niet weg als iets om op neer te kijken. Hij probeert het te begrijpen. Zo schrijft hij over Trump en de Trumpachtigen:
Trump en zijn politieke geestverwanten bedienen burgers die aan de ene kant gewend zijn om als consumenten benaderd te worden en geen geduld hebben voor de inspanning en gemeenschapszin die bijvoorbeeld klimaatverandering van hen vraagt - en aan de andere kant bevrijd willen worden van een onoverzichtelijke, hopeloos complexe wereld waarin experts de dienst uitmaken en die wordt bestuurd door een elite die pleitbezorger blijft van een wereldbeeld dat hun autonomie en vrijheid belooft, maar hen in wezen juist verweesd heeft gemaakt.
Dit alles legt een typische paradox van deze tijd bloot - verwende, ongeduldige individuen die hunkeren naar een verloren gemeenschap.
Hij brengt de gedachtegang in verband met de drie principes van Freud: het lustprincipe, het realiteitsprincipe en de doodsdrift (of vernietigingsdrift).
De tendens om een mens steeds meer los te zien van zijn omgeving, hem niet langer als een burger maar als en klant te zien, als object voor commerciële en politieke manipulatie, als louter optelsom van statistieken en tabellen, maakt de verbondenheid met zijn omgeving zwakker en versterkt het onbehagen. het roept het verlangen op naar een radicaal herstel van autonomie, de fantasie van een gesloten gemeenschap die zich niets van de buitenwereld meer hoeft aan te trekken. Al het onbehagen in de cultuur richt zich daarop.
Je wilt iets - dat is je lust. Maar hoe ga je daarmee om? Heijne:
Wie Freuds realiteitsprincipe erkent, zal die wereld willen hervormen. Wie het realiteitsprincipe ontkent, zal haar willen vernietigen. 
Dat laatste kan alleen door je buiten de wereld van de anderen te plaatsen. Door een wereld van 'zij' en een wereld van 'wij' te creëren. De sociale media staan bol van de woede op 'de hoge heren'. Vaak wordt zelfs gesuggereerd dat ze met opzet het land te gronde richten. De 'zij' is de elite, waar de boze mens zelf niet toe behoort. We krijgen dan foto's als die hiernaast. We kunnen dit afdoen als onderbuikgevoelens, maar laten we ervan uitgaan dat de angst en de woede reëel zijn. Vaak klinkt een agressieve oproep om een daad te stellen. Om iets te doen.

In Nederland is, op Facebook in ieder geval, onze premier vaak het symbool van de elite die geen goed meer kan doen. Naast onderstaande foto stond de volgende tekst:

Wij hebben geen zeggenschap over ons geld, land en leven. De politiek is corrupt en in handen van de 1% elite.
Iedereen die verantwoordelijk is voor misdaden tegen het volk moet voor een volkstribunaal komen. En om dat mogelijk te maken moeten we meer mensen wakker krijgen, dus roep ik iedereen op dit te zoveel mogelijk te delen.
De elite wordt gezien als een kleine groep. De rest is 'het volk' en dat volk moet zijn autonomie terug  zien te vinden. Zo worden de zaken in ieder geval voorgesteld.

Dankzij het essay van Heijne zien we dat het niet vreemd is dat mensen verontrust zijn. Hun reacties mogen grotesk lijken, het is niet vreemd dat, gezien de huidige ontwikkelingen, mensen het gevoel krijgen dat ze hun autonomie kwijt zijn. Voor een deel hebben ze daarin zelfs gelijk.

Het mooie van het essay van Heijne is dat het ons aan het denken zet over de maatschappij waarin we leven en over wat wij persoonlijk daarmee zouden moeten. Dat is iets waar we nog wel een tijdje op kunnen kauwen. We kunnen er niet van uitgaan dat onze redelijke, humanistische blik op de wereld ons automatisch gelijkgeeft en dat het een kwestie van tijd is voordat iedereen dat ziet. In het slot van Onbehagen formuleert Heijne dat als volgt:
Wanneer het humanisme te zeker van zichzelf wordt, wordt het onherroepelijk naïef - en ok hypocriet. De mens laat zich niet rationeel beheersen. Hoed je voor de overmoed van de rede, het idee dat de wereld zich een kant op laat sturen, dat beschaving een blijvende garantie is tegen menselijke agressie en vernietigingsdrang. Beschaving en verlichting roepen het onheil over zichzelf af zodra ze verblind worden voor tegenkrachten - van buitenaf maar ook van binnenuit.
Reken jezelf niet rijk, denk niet dat de mens het alleen af kan, leun niet lui achterover met het idee dat instituties de beschaving voor altijd waarborgen. Hoed je voor de barbaar in je omgeving. En voor de barbaar in jezelf.
Het is altijd goed als mensen aangezet worden tot nadenken. Er is al genoeg wat inspeelt op de emotie en op de impulsieve reactie. Bezinning is meer dan nodig. Onbehagen geeft daartoe een goede aanzet.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen