maandag 25 augustus 2014

Nooit meer donker (Trudi Blom)


Soms komen er boeken op je weg die anders zijn dan de literatuur die je gewoonlijk leest. De afgelopen jaren waren dat bijvoorbeeld een obscuur boek met herinneringen van een huisarts of een kinderboek met een titel die nu nooit meer mogelijk zou zijn: De wonderlijke reizen van Meelmuts en Roetkop. Zo'n boek is ook Nooit meer donker van Trudi Blom

Bij de boekhandel zal het niet bij de literatuur staan, maar in de afdeling 'romans'. Uit die afdeling lees ik eigenlijk nooit boeken, maar dit boek trok me toch. Achterop karakteriseert de uitgever het als 'een realistisch inkijkje in een reformatorisch gezin.' Daar wilde ik wel meer van weten. In het verleden ben ik nog wel eens teleurgesteld, bijvoorbeeld door het flodderwerkje Zwarte dauw van Rachel Visscher. Maar het boek van Blom is gepubliceerd bij de orthodox christelijke uitgever De Banier. Ik neem aan dat het een boek 'van binnenuit' is. 

Tijdens het lezen van Nooit meer donker heb ik mij de hele tijd af zitten vragen wanneer het zich afspeelt. Het verhaal geeft eigenlijk nauwelijks aanwijzingen. Kern is een gezin met vijf kinderen,van wie er bij het begin van de roman drie al getrouwd en dus het huis uit zijn. Bijna het hele boek speelt zich af in huiskamers (en soms in het ziekenhuis, want een van de kinderen, Joost, is chronisch ziek). Wat daarbuiten gebeurt, komen we niet te weten.

Mensen komen thuis van hun werk, maar wat ze op de werkdag gedaan hebben, wordt niet getoond. Een enkele keer wordt het beroep genoemd, maar niet altijd. Er wordt af en toe een krant gelezen, er kijkt eens iemand naar het journaal, maar nooit wordt verteld wat er in de wereld gebeurt. Alles wat buiten het gezinsleven staat, lijkt er niet toe te doen. 

Natuurlijk zijn er wel kleine dingetjes die helpen bij de datering: mobieltjes en computers komen niet voor, artsen zitten niet achter een monitor, maar schrijven hun bevindingen in een dossier. De meeste telefoons zitten nog aan een snoer vast, al hebben ze al wel druktoetsen. Sommige mensen hebben een vaatwasser, sommige mensen hebben een auto, maar ze maken veel gebruik van de fiets. De dienstplicht is nog niet afgeschaft.

Mavo en havo bestaan al, dus het moet na 1968 zijn, maar de huishoudschool wordt nog wel genoemd. Die bestond niet meer in de jaren zeventig en daarna, maar in de volksmond waarschijnlijk nog wel. Ik gokte erop dat Nooit meer donker zich begin jaren tachtig afspeelt.

Hadden tv's toen een afstandsbediening? In het boek worden videobanden genoemd, dus veel vroeger dan 1980 zal het allemaal niet geweest zijn. Maar het taalgebruik klopt niet altijd met de beschreven tijd. Sommige uitdrukkingen zou ik na het jaar 2000 plaatsen. Het vragende 'Oké ...?, dat ook bedenkingen impliceert; 'hij fokte zich te veel op'; 'flippen'; bezoek begroeten met 'Hoi hoi'; 'dat trok hij niet'; iets een plaats geven; de reactie 'Wat jij wilt'. 

Pas toen ik het boek uit had, zag ik op het schutblad (niet op het titelblad) de titel met daaronder 'Familieroman uit de jaren negentig'. Maar, zoals gezegd, veel van de tijdgeest is niets te merken in het boek en niemand lijkt zich iets aan te trekken van bijvoorbeeld de Golfoorlog of de oorlog in Joegoslavië.

Literair kun je Nooit meer donker niet noemen. Daarvoor is het te expliciet: alles wordt uitgelegd. De schrijfster wisselt soms verschillende keren op een bladzijde van perspectief, zodat we in alle hoofden kunnen kijken. Ik denk dat het boek interessanter was geweest als binnen een hoofdstuk het perspectief bij één personage gelegd zou zijn, zodat het gedrag en de woorden van de anderen nog wat te raden overlaten wat betreft de intenties. Nu hoef je als lezer eigenlijk geen werk te doen: de schrijfster kauwt het allemaal voor. 

Dat valt meteen al op. Op de eerste drie bladzijden staan er negen woorden met een accent of een cursivering. Dat doet Van-de-Hulst-achtig aan. Ook wordt er in dialogen vaak bij verteld hoe iemand iets zegt: 'zei Lize spits'; 'mopperde Erik goedig'; 'vroeg Joost scherp'; 'zei Pim gepikeerd'; 'viel ze er ongeduldig middenin', 'spotte Elsbeth'. Als dialogen goed geschreven zijn, heb je dit soort aanwijzingen niet nodig. Blom brengt overigens wel variatie aan en op den duur stoorde het mij niet meer zo erg. 

Naar de titel wordt verschillende keren verwezen, steeds als het over bekering gaat. Geloof staat centraal in het boek. We leven mee het gezin Oudshoorn. De kinderen uit dit gezin zijn godsdienstig opgevoed: Lize heeft afstand genomen van het geloof, aan de zieke Joost, merk je aanvankelijk niet zoveel, Erik lijkt het geloof niet zo serieus te nemen, maar hij verandert nogal in de loop van het verhaal; over Irene lees je niet veel wat het geloof betreft en Elsbeth zit vol vragen: wat is waar en wat niet? 

Om dit gezin heen zijn gezinnen die het gezin Oudshoorn of te 'licht' of te 'zwaar' vinden. Het gaat daarbij om de 'toe-eigening van het heil': mag je het geloof zomaar aannemen of moet er eerst een grote verandering plaatsgevonden hebben? De personages hebben daarover een mening en discussiëren er ook met elkaar over. Het is duidelijk dat Trudi Blom vooral over dit onderwerp een boek wilde schrijven. Ik vrees dat de lezers die niet opgegroeid zijn op het reformatorische erf niet zullen snappen, dat verschillen die op het eerste oog klein zijn, voor sommige personages bijna onoverkomelijk zijn. Maar de doelgroep van De Banier weet ongetwijfeld de nuances te onderscheiden. 

Verder besteedt Blom aandacht aan ziekte: Joost, die aan de ziekte van Crohn lijdt en Irene, die in een psychiatrisch ziekenhuis terechtkomt. Haar wanen komen wel erg plotseling op en de verbetering die er tijdelijk optreedt verraste me ook nogal. Irene heeft een minderwaardigheidscomplex. Tegenover haar staat Elsbeth, die aan het eind van het boek zegt dat ze het te hoog in haar bol heeft gehad. 

Nooit meer donker is een dikke roman, van meer dan 450 bladzijden. Het boek eindigt bij het huwelijk van de zieke Joost. Veel verhaallijnen hangen er dan nog los bij. Ik had het idee dat het boek ook dunner had kunnen zijn of twee keer zo dik; een plot is er eigenlijk niet. Blijkbaar heeft de schrijfster zich daar minder om bekommerd.

Blom krijgt het voor elkaar om elk personage een eigen karakter mee te geven, ondanks dat het er aardig wat zijn. Sommige bijfiguren blijven schetsmatig of zijn typetjes.De belangrijkste personen zijn beter uitgewerkt, maar het zijn wel allemaal deugende mensen. Voor iedereen kun je begrip opbrengen, iedereen heeft wel iets redelijks. Daar kreeg ik wel een beetje jeuk van. Daardoor wordt het boek braver dan nodig was, en ook minder interessant. 

Nooit meer donker zal niet als literatuur bedoeld zijn en als 'roman' kan ik het boek niet goed beoordelen, aangezien ik dit soort romans eigenlijk nooit lees. In zijn soort lijkt het me niet slecht. Blom heeft een zekere helderheid in haar manier van vertellen, die aangenaam is. De dialogen zijn redelijk en de scènes worden op tijd afgekapt, zodat het boek tempo blijft houden. Er zijn geen snelle ontwikkelingen, nauwelijks spannende gebeurtenissen en toch blijf je er als lezer bij. Dat is dus allemaal heel behoorlijk. Nooit meer donker lijkt me in zijn genre wel geslaagd.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen