vrijdag 28 februari 2014

Olympische gedachte


Ooit werd er gesproken over de Olympische gedachte. Wie diep in zijn geheugen graaft, kan zich misschien herinneren wat dat ook alweer was: meedoen is belangrijker dan winnen. De Olympische Spelen hadden tot doel de volkeren te verbroederen. Als ze elkaar nu maar zouden ontmoeten bij een gezellig evenement als een sportwedstrijd, dan zouden ze elkaar vanzelf in de armen vallen. Het waren wedstrijden, dus er moest ook wel een winnaar zijn, maar eigenlijk ging het daar niet om: meedoen was belangrijker dan winnen.

Laten we er even van uitgaan dat die gedachte nog steeds geldt. Dan zijn de sporters dus al tevreden als ze zich geplaatst hebben. Ze kunnen naar Sochi om daar vriendschap te sluiten met buitenlandse collega’s. En passant nemen ze deel aan de wedstrijden.

Voor de kijker is dat minder leuk; die wil toch een beetje strijd zien. Om ervoor te zorgen dat de sporters zich niet alleen maar bezighouden met knuffelen en gezamenlijk biertjes hijsen, heeft NOC*NSF dan ook bonusjes beschikbaar gesteld voor de winnaars: als je goud haalt, krijg je € 30.000, als je zilver haalt € 22.500 en brons levert € 15.000 op. Het is niet veel, wanneer je het vergelijkt met wat er te verdienen is in de Formule 1 of het WK voetbal, maar in die sporten dokken de sponsors nogal wat, terwijl op de Spelen de belastingbetalers de portemonnee moeten trekken.

Misschien mag ik dan ook voorzichtig aannemen dat de schaatsers, bobsleeërs en snowboarders niet meegegaan zijn voor het geld en wie weet vonden zij het vooral fijn dat ze erbij waren.

In de media ging het echter vooral over het winnen. Elke dag konden we in de krant zien hoe hoog Nederland nu weer stond op medailleranglijst, waar overigens vooral de gouden medailles telden. Zilver en brons werden alleen gebruikt om af te ronden, als er twee landen evenveel goud hadden.

Toch heeft die Olympische gedachte wel iets verfrissends: het zou bijvoorbeeld de verkiezingscampagnes grotendeels overbodig maken. Je hoeft alleen maar te laten weten dat je meedoet en dat je daar blij mee bent. Winnen? Ach, daar gaat het niet om. Maurice de Hond zou ineens werkloos zijn, maar voor de politici zou het een stuk meer ontspannen zijn. Ze komen bij elkaar in het plaatselijke Heineken House (of hier in Ede misschien de Riedelhal) en slaan elkaar op de schouders. Het komende jaar gaan ze er samen iets moois van maken.

Voor de kiezers wordt het ook een stuk gemakkelijker. Als het niet meer uitmaakt wie wint, maakt het ook niet meer uit op wie je stemt. Je kunt met een blinddoek voor en een dartpijltje in je hand je keuze bepalen. Ongetwijfeld bent u al weken bezig met het doorvlooien van alle partijprogramma’s. Dat zal dan niet meer nodig zijn.

Als de Olympische gedachte Nederland gaat beheersen, zijn we misschien ook eindelijk eens af van de neiging om alles te vertalen in economie. Wat iemand vindt, wat hij droomt, waar hij voor staat – het is op dit moment allemaal niet belangrijk. De vraag is alleen of het betaalbaar is en of het economische groei oplevert.

Daarom vond ik het prettig dat Arie Slob zich deze week uitsprak over het strafbaar stellen van illegalen. Er kwam in zijn verhaal geen enkel bedrag voor, er werd niet gesproken over economische haalbaarheid of over bezuinigen. De man had gewoon een moreel oordeel, hij stond ergens voor. Zoals de PvdA, generaties terug.

Iemand die in ieder geval vond dat deelnemen belangrijker was dan winnen, was Leo Vroman. Hij wist dat je je in het leven niet bezig hoeft te houden met winnen, omdat je uiteindelijk altijd van de dood verliest. Erg is dat niet. Deelnemen aan het leven is immers belangrijker dan winnen.

Vroman was dan ook voornamelijk nieuwsgierig naar het leven, naar het grote systeem waar zijn cellen deel van uitmaakten. En ook naar wat er zou gebeuren als hij uiteindelijk zou stoppen met ademhalen.

In zijn laatste bundel, Die vleugels, vertelt hij hoe hij het daarover had, met zijn geliefde Tineke:

Hoewel we niet echt verlangen
naar, of zelf geloven
in eeuwig, zei T. gisterennacht:
Zullen we in bomen hangen?
Ik zei: ondersteboven?
Als kalongs, maar in witte vacht
of een soort van verenhemd,
de wit geveerde vlerken
tegen de borst geklemd?

We zullen het wel merken.

Ik stel voor om Leo Vroman postuum een gouden medaille toe te kennen, voor het levenslang uitdragen van de Olympische gedachte.

Bij de foto: Kees Kuiphof leest bovenstaande column voor bij Cultureel Café Dante. Foto: Edwin Nieuwstraten.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten