vrijdag 21 februari 2014

Gedundrukt (Simon Carmiggelt)


In 1980 werd ik leraar Nederlands op een mavo. Omdat er maar een beperkt aantal uren beschikbaar was, kreeg ik er wat 'taakuren' bij. In die uren werkte ik in de schoolbibliotheek. Een van de boeken die dat jaar werd opgenomen in de bibliotheek, was De avond valt, van Simon Carmiggelt. Ik herinner me nog de afbeelding op de voorkant: een vrouw die van een ladder tuimelt.

Indertijd heb ik het boekje niet gelezen, zoals ik veel van Carmiggelt ongelezen heb gelaten. Ik geloof dat ik wel een bundeltje kroegverhalen heb gelezen en ook wel eens wat losse verhalen. Veel meer zal het niet geweest zijn.

Voor mijn gevoel had Carmiggelt in zijn genre maar van één schrijver concurrentie: Godfried Bomans. Die was in 1980 al lang overleden, maar in de jaren tachtig kwamen er veel goedkope herdrukken van zijn werk uit. Ik heb al die deeltjes gekocht en gelezen. Ze zitten nog in een doos, ergens op mijn zolder.

Bomans en Carmiggelt werden in de literatuurgeschiedenissen die ik doorneusde altijd in hetzelfde paragraafje behandeld. Waarom las ik Bomans wel en Carmiggelt niet? Verdelen deze schrijvers de lezers in twee kampen, zoals voetballiefhebbers voor Ajax of voor Feyenoord kunnen zijn maar niet voor allebei? Ik weet het niet.

Misschien is het toeval. Misschien las ik Bomans omdat zijn werk nu eenmaal eerder op mijn pad kwam dan dat van Carmiggelt. Als middelbare scholier kocht ik ooit de Prisma-uitgave Pieter Bas en ik genoot ervan. Wellicht dat ik daardoor eerder naar Bomans gegrepen heb dan naar Carmiggelt.

De achterstand die ik opliep in het lezen van Carmiggelt heb ik later nooit meer ingehaald. Wel heb ik alle gedichten van Carmiggelt later (toen ik zo'n jaar of achttien was) gelezen. Een vriend van me had nu eenmaal die bundel.

Wij hadden geen tv, dus ik heb Carmiggelt ook nooit zijn Kronkels voor zien lezen. Wel heb ik hem een enkele keer op de radio gehoord. En ik kende natuurlijk zijn stukjes die 'gedaan' werden door Wim Sonneveld of Ko van Dijk. Ik had het idee dat die Carmiggelt best goede verhaaltjes schreef, maar ik las ze niet.

Maar toen ik een tijdje terug het mooie boekje Gedundrukt in de plaatselijke bladenzaak/boekhandel zag liggen, kon ik het toch niet ongekocht laten. Het boekje, gebonden, dundruk, leeslint, krantenkolombreed, ziet er prachtig uit.  Ik nam het mee en las de verhalen, elke keer een paar.

In aardig wat van de verhalen komt de oorlog om de hoek kijken. Ik was al wijd en breed volwassen toen ik me realiseerde dat de oorlog nog geen vijftien jaar voorbij was toen ik geboren werd. Nu vind ik vijftien jaar een korte tijd. De muziek uit 2000 vind ik recente muziek, terwijl mijn kinderen de muziek van vijf jaar geleden al oud vinden.

Het is dus niet zo vreemd dat de oorlog zo aanwezig is in de verhalen van Carmiggelt. Is dat representatief voor zijn werk, of zijn er, om welke reden dan ook, toevallig veel verhalen gekozen die in de oorlog spelen of waarin de herinnering aan de oorlog even opduikt? Een kenner van het werk van Carmiggelt zou het kunnen vertellen.

Er komen in de honderd verhalen in Gedundrukt ook nogal wat dominante vrouwen voor. Vergeleken met die vrouwen zijn de meeste mannen in het boekje maar sukkels. Wat zegt dat over Carmiggelt? Of zegt het iets over mij dat mij dat opvalt?

Niet alle verhalen spraken mij even veel aan, maar veel verhalen heb ik met plezier gelezen. Meestal heeft Carmiggelt maar tweeënhalve pagina nodig om een verhaal 'rond' te maken en altijd heb je het idee dat het verhaal precies lang genoeg is.

Soms heeft het verhaal een plot, vaak niet. Veel verhalen zijn portretten van mensen, mensen die de verteller toevallig ontmoet, bij een viskraam bijvoorbeeld. Niet altijd hebben ze iets opmerkelijks te vertellen, maar Carmiggelt heeft ze zo scherp geobserveerd, dat je al na enkele zinnen een beeld van ze hebt. Hij neemt ze serieus en tegelijkertijd kan hij er ironisch bij glimlachen, zodat de lezer ook moet glimlachen.

In de meeste verhalen is de schrijver zelf aanwezig. Soms als een 'ik', soms als een 'wij'. Soms neemt hij deel aan het gesprek, maar vaak ook niet. Dan ziet (en hoort) hij het alleen maar om zich heen gebeuren. Een handvol verhalen heeft een hoofdpersoon waarmee de schrijver niets te maken lijkt te hebben. Het verhaal is in de hij-vorm verteld en de verteller is, zelfs als getuige, afwezig.

Arnon Grunberg prees in een Volkskrantstukje Carmiggelt nogal. Mij viel juist op dat Carmiggelt, zeker in de eerste helft van het boekje, nogal eens de neiging heeft tot aanstellerij. Hij moet het dan zo nodig 'bijzonder' zeggen. Als het over een cocktailparty gaat, noemt hij dat 'deze verticale ontspanning'. Maar eigenlijk vergeef je dat Carmiggelt wel, omdat je toch door wilt lezen en wilt weten hoe het afloopt.

De verhalen doen niet gedateerd aan, maar ze zijn geschreven in een stijl die je tegenwoordig niet meer leest. Zo houdt Carmiggelt ervan bepalingen tussen het lidwoord en het zelfstandig naamwoord in te proppen: 'het soortelijk gewicht der andere in de coupé aanwezige karakters'; 'een in 'n enorm plastic vlies gehuld mens'; 'de toenmaals zo elegante pofbroeken'; 'een door merg en been dringend, diep gemarteld schreeuwen'. Dat zijn constructies die je niet vaak meer leest en zeker niet meer hoort.

Ze vielen me op, maar stoorden me niet. Verder was er veel waar ik zeer van genoot. Carmiggelt kan in één zin een persoon typeren en veel van zijn vergelijkingen zijn raak. Toch merk je dat de tijd al langzaam het proza aan het inhalen is. Carmiggelt schrijft bijvoorbeeld over de meisjes achter de paktafels van de grote winkels. Die zijn er niet meer. 'Ze hebben van die leuke, dunne borduurvingertjes waarmee ze de papiertjes en de touwtjes en de plakzegeltjes om je opruimingskoopjes heen frutselen', schrijft hij. Ach ja, touwtjes. Het zal de tijd van voor het plakband zijn. En wanneer zie je iemand nog borduren? Wat denkt iemand over vijftig jaar bij 'borduurvingertjes'?

Het is goed dat Carmiggelts werk weer onder de mensen is. Eigenlijk is het vreemd dat hij een tijdje helemaal weg geweest is. Ik hoorde of las dat het boek van Renate Rubinstein over hun geheime relatie verfilmd gaat worden. Ik heb veel van Rubinstein gelezen en haar werk bewonder ik zeer, maar juist dat boek vond ik niks. Met te weinig afstand geschreven en ook niet interessant.

De film zal wel wat publiciteit opleveren. Hopelijk komt er dan nog een bloemlezing uit het werk van Carmiggelt, of een bloemlezinkje uit. Veel verhalen kunnen nog wel eventjes mee.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen