zondag 23 februari 2014

Leo Vroman (1915 - 2014) overleden


Gisteren meldde het journaal dat Leo Vroman overleden was. Hij was 98 jaar oud en dan is overlijden misschien niet echt een verrassing, maar het nieuws overviel mij toch. Misschien omdat ik een tijdje terug mij verdiept had in zijn meest recente, omvangrijke bundel, Die vleugels. Ik schreef daarover: hier en hier. In die bundel staan zeer vitale gedichten, zo vol adem dat je als lezer nog even niet aan de dood moet denken.

De dichter deed dat wel en daar schreef hij uitgebreid over. Bijvoorbeeld dat hij er niets aan kon doen dat hij nieuwsgierig was hoe dat zou zijn als dode en waar hij dan zou zijn.

Tegen de avond
2
Hoewel we niet echt verlangen
naar, of zelfs geloven
in eeuwig, zei T gisterennacht:
Zullen we in bomen hangen?
Ik zei: Ondersteboven?
Als kalongs, maar in witte vacht
of een soort van verenhemd,
de wit geveerde vlerken
tegen de borst geklemd?
We zullen het wel merken.
In een ander gedicht schrijft hij: 'wordt het niet langzaamaan tijd / dat ik word opgehaald?'

Vroman schreef al voordat ik geboren was. Toen ik op de middelbare school zat, was hij al opgenomen in de literatuurgeschiedenis. In de bloemlezing die wij moesten aanschaffen stond hij met minstens twee gedichten: 'Jeldican en het woord' en het overbekende 'Voor wie dit leest', dat ik hier niet hoef te citeren, omdat iedereen het kent.

Later zou ik als docent het gedicht in verschillende schooljaren voorleggen aan mijn leerlingen. Misschien was Vroman het gedicht op den duur een beetje zat. Hij noemde het 'dat huilvers' in het gedicht 'Voor wie dit kent' (opgenomen in Fractaal, 1986). Daarin wees hij ook nog eens naar de slotzin van 'Voor wie dit leest', waarin de lezer, die het hele gedicht met  'u' is aangesproken verandert in een 'je': 'ik heb je zo lief'.

Voor wie dit kent
Ik zou mijn hand wel uit dat huilvers willen beuren
om het stil en schriftelijk te verscheuren
want acht ik ben zo arrogant geweest
voor wie dat las en zelfs voor wie dit leest.
Sinds die slotzin (al of niet beroemd)
Heb ik geen mens meer u genoemd
omdat ook jij mij zoveel nader bent
dat ik op straat graag door je word herkend.
Lees dit dus als een soort van envelop
en lach, en roep 'Hoe kan dat nu?
Hier staat uitsluitend buitenop,
gedrukt nog wel: Dit is Alleen voor U'
De bundel blijk ik niet (meer?) in bezit te hebben. Mocht ik fouten in de interpunctie hebben gemaakt, dan word ik graag gecorrigeerd.

Nadat ik het diploma voor de middelbare school had behaald, hoorde ik pas weer over Vroman. Iemand die een paar kamers verderop zat in het internaat waar ik toen verbleef, had een boekje met het gedicht 'Vrede', dat al net zo beroemd was als 'Voor wie dit leest'. Ik kende het alleen niet.

Tussen mijn zestiende en nu heb ik geregeld bundels van Vroman uit de bibliotheek gehaald of gekocht. Een van de bundels die ik kocht, was 126 gedichten, verschenen in 1965. Ik kocht hem jaren later, tweedehands. Zo leerde ik al Vromans klassiekers kennen en dat zijn er heel wat. 'Mens' bijvoorbeeld, dat begint met:
Mens is een zachte machine,
een buigbaar zuiltje met gaatjes,
propvol tengere draadjes
en slangetjes die dienen
voor niets dan tederheid
en om warmer te zijn dan lucht.
Ook dat gedicht heb ik in de jaren tachtig door mijn leerlingen laten lezen. Ik liet ze ook kijken naar een videoclip van het gedicht, in een serie van vier tv-programma's over poëzie, waarvan de naam mij niet meer te binnen wil schieten. Ze werden gepresenteerd door de Frisse jongens, Titus Tiel Groenestege en Bavo Galema.

Onverwacht kwam ik Vroman tegen in Een beetje oorlog van Rob Nieuwenhuis. Daarin beschrijft Nieuwenhuis hoe hij zijn tijd doorbracht in een kamp in Nederlands-Indië. In dat kamp was ook iemand die druk bezig was de insecten te bestuderen. Dat was Leo Vroman.

Vroman woonde na de oorlog niet in Nederland, maar was jarenlang prominent aanwezig in de Nederlandse poëzie. Ik heb niet alles gekocht en/of gelezen, maar wel Fractaal (1987), Dierbare ondeelbaarheid (1989) en Psalmen en andere gedichten (1995).

Ik kreeg die laatste bundel van drie stagières, aan het einde van hun stage. Dat was een mooie keuze. Ik herinner me nog de sensatie van het lezen van die 'psalmen' die allemaal gericht waren aan Systeem.
Psalm XIV
Systeem! Verschoon het misverstand
waarbinnen ik moet blijven,
maar... Heeft ook U een buitenkant?
Dat wil ik zo graag weten want
ik heb een troostgedreven hand
om U zacht mee te wrijven.
Daarbij zal ik Uw hoeder zijn en
Uw Vader en Uw Moeder.
Dan wordt Gij zo geheel de mijne
dat ik ten slotte zelfs Uw kleine
billetjes bepoeder.
Ik zwijg, ik zie U al verdwijnen
zonder een zweem van aangezicht:
geen huid glanst en geen ogen schijnen,
niet in mijn droom, niet in mijn brein en
niet in dit gedicht.
Onlangs kwam er een dikke bundel uit van Vroman, Die vleugels. Ik noemde de bundel al hierboven. De bundel bevat gedichten die Vroman, als een soort dagboek, schreef tussen 8 maart 2011 en 28 juni 2012. Ik neem aan dat de dichter op die datum niet gestopt is met schrijven. Het zou dus zomaar kunnen dat er nog zo'n dikke bundel aankomt.

Ook die zal ik weer met enthousiasme lezen, maar ook treuriger, omdat de dichter niet meer leeft. En iedereen zal nu aan Tineke denken, met wie Vroman zo lang zo innig leefde. Een beeld van het echtpaar is terug te zien in 'Soms duurt liefde eeuwig', een documentaire van Ike Bertels. Hieronder een fragment.

De hele documentaire vind je hier. Op tv was die te zien op 10 juni 2009.

Vroman is er niet meer, al zal hij in onze gedachten er nog een tijdje zijn. Zijn gedichten zijn onvergankelijk.



In Die vleugels zijn verschillende gedichten over Gouda opgenomen. Een ervan leest Vroman voor op bovenstaand filmpje.

De foto bovenaan is beschikbaar gesteld door uitgeverij Querido. Fotograaf: Keke Keukelaar.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen