zondag 7 juli 2013

Het instituut



Vincent Bijlo ken ik vooral als radiopresentator van Holland Doc Radio. Ik weet dat hij ook cabaretier is, maar ik heb nooit een show van hem gezien en hij is schrijver, maar ik ken slechts één titel van hem, Het instituut, een boek dat wel gedeeltelijk autobiografisch zal zijn; de hoofdpersoon is een blinde jongen.

Aangezien ik volgende week examens af moet nemen op zo'n instituut, leek het me raadzaam dat Bijloboek maar eens te lezen. Grote kans dat examenkandidaten het op hun lijst hebben staan.

Het instituut is een aardig boek, vooral doordat het inkijk geeft in een wereld die ik niet kende. De hoofdpersoon, Otto Iking, leeft intern op een instituut voor blinde kinderen in Bussum. Otto woont in huisje De Vink. In het begin van het boek worden de andere  bewoners uitgebreid voorgesteld. De meesten komen in de rest van het boek trouwens niet meer voor.

Er zijn eigenlijk maar twee andere bewoners van De Vink die er in het boek toe doen: Harm en Edwin. Harm is wordt een 'superblinde' genoemd. Hij is op zijn tweede blind geworden en heeft daardoor, volgens hemzelf, een voordeel. Otto en hij zijn vrienden.

Edwin is de kwaaie pier in het boek. Hij heeft bij zijn geboorte met zijn hoofd klem gezeten, waardoor hij door het personeel ontzien wordt. Hij ziet nog een klein beetje. Het blijken twee voordelen voor hem te zijn: hij schopt blinden tegen de schenen en rent dan hard weg, zonder dat hij gecorrigeerd of bestraft wordt.

Qua karaktertekening is Het instituut niet zo interessant. Het is al snel duidelijk hoe de verhoudingen liggen en daar komt niet zo heel veel verandering in. De verhouding tussen Harm en Otto is wel boeiend: ze zijn vrienden, maar ook concurrenten. Als Harm zijn kunstogen kwijt is, blijken ze bij Otto in het kastje te liggen. Die geeft Edwin de schuld. Of die ook schuld heeft, blijft in het midden.

Blind zijn is vanzelfsprekend in dit boek en dat is ook het aardige ervan. De jongens ondernemen dingen die een ziende auteur ze waarschijnlijk niet had toegedacht. Zo pakt Otto de brommer van een van de begeleiders en rijdt er een eindje op.

Bij zijn ouders thuis is er voor Otto weinig gezelligheid. Zijn moeder is alcoholiste en zijn vader kiest uiteindelijk voor zijn carrière in Amerika. Ook Otto maakt een beginnetje met wat een carrière kan worden: hij mag voor de AVRO een radioprogramma voor jongeren presenteren.

Het instituut is niet een geweldig boek, maar je leest het zonder je te vervelen. Ik kan me voorstellen dat het op middelbare scholen nog wel een tijdje mee zal gaan. Het heeft jongeren als belangrijkste personages en het is toegankelijk: een vrij eenvoudige stijl, chronologische opbouw. Ik gok erop dat ik deze week vragen over het boek moet stellen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen