maandag 22 juli 2013

Michel van der Plas overleden (1927 - 2013)


Michel van der Plas (Ben Brinkel) is overleden. Ik las het net op de site van Het lied, waar ook een paar filmpjes zijn geplaatst van artiesten die werk van Van der Plas uitvoeren. Jan Beuving reageerde op Twitter: 'Voor haar', gezongen door Frans Halsema, is niet door Van der Plas geschreven; hij vertaalde het slechts. De komende dagen zullen we lezen hoeveel hij wel geschreven heeft. Dat is heel veel.

Het werk van Van der Plas leerde ik kennen toen ik het bundeltje Schuinschrift kocht. Dat verscheen in 1971, maar het zal wel 1975 of zo geweest zijn toen ik het aanschafte. Het was een slecht boek, in die zin dat het na een paar keer doorbladeren uit elkaar lag. Uiteindelijk heb ik het boekje zorgvuldig gesloopt, met een perforator gaatjes in elk blad geslagen en het hele pakketje opgeborgen in een ordner. Daar moet het nog zitten. Als ik het goed heb, samen met twee toernooiboeken over het Nederlands Kampioenschap schaken, die ook al zo gammel waren. Die ordner heb ik nog. In een doos. In theorie kan ik die opzoeken; in de praktijk komt het daar niet van.

In Schuinschrift stonden liedteksten van Van der Plas, maar ook teksten van conferences. Van die liedteksten herinner ik me 'Kees' en 'Zondagmiddag, Buitenveldert'. Ik vond ze mooi en maakte er, op mijn manier, melodieën op, zodat ik ze kon zingen. Voor zingen waren er altijd gelegenheden. Als ik onder koe zat, om te melken, bijvoorbeeld. Wanneer mijn melktempo eronder leed, zei mijn vader er iets van. Of als ik op de fiets zat. In ons dorp werd daar op den duur niet vreemd meer van opgekeken.

'Tearoom tango' kon ik op de originele manier zingen; ik had het wel eens gehoord op de radio. Bij de Arbeidsvitaminen misschien. En 'Frater Venantius' en 'De stalmeester', ook al van Van der Plas, kende ik ook van de radio. Frater Venantius, gespeeld door Wim Sonneveld, werd indertijd bijzonder populair en natuurlijk was er ook gemopper over, omdat Venantius ook het katholieke geloof op de hak nam.

Van dat geloof wist Van der Plas alles af. Hij had op het seminarie gezeten, waar hij stiekem gedichten schreef. Uiteindelijk verliet hij de priesteropleiding, maar hij bleef geïnteresseerd in het katholieke geloof. Tijdens het Tweede Vaticaans Concilie (1962 - 1965) was hij verslaggever voor de KRO. Door dat katholieke, heeft Van der Plas nooit tot de grachtengordel behoord en dat heeft er zeker voor gezorgd dat hij minder bekend geworden is. De uitvoerders van zijn teksten gingen meestal met de eer strijken.

Het bekendste voorbeeld van 'eerroof' is misschien dat van Godfried Bomans. Omdat Van der Plas in een bloemlezing niet weer een gedichtje van zichzelf wilde opnemen, zette hij onder een kwatrijn de naam van Godfried Bomans. Iedereen kent het:
Spleen
Ik zit mij voor het vensterglas
onnoemelijk te vervelen.
Ik wou dat ik twee hondjes was,
dan kon ik samen spelen.
Op de Wikipediapagina over 'spleen' staat onder het gedichtje 'Toegeschreven aan Godfried Bomans'. En zelfs in de beroemde bloemlezing Ik wou dat ik twee hondjes was (1982), samengesteld door Vic van der Reijt, gaan de credits naar Bomans.

Van der Plas kon geweldig humoristische gedichten schrijven. Een serie van die gedichten stond in de bloemlezing van Knuvelder, die wij als middelbare scholieren gebruikten. Het waren variaties op 'Twee emmertjes water halen' met daarbij een geestige parodie op Hiëronymus van Alphen, met als moraal:
Kinderen, wilt hieruit leren:
ook al hebt ge een gebrek,
gij kunt enkel koek verteren
als ge rent gelijk een gek.
Ook Gezelle parodieerde hij in die serie.

In 1980 kocht ik Paspoort, weer een verzamelbundel met van alles en nog wat. Daarin las ik ook serieuze gedichten van Michel van der Plas en ik vond ze, als twintigjarige, prachtig. Mijn geheugen is ongetwijfeld onbetrouwbaar, maar ik zie mezelf in het bed van mijn ouders liggen. Dan moet ik ziek geweest. Maar ik las natuurlijk wel, gedichten van Michel van der Plas. Dit bijvoorbeeld:
Nacht om ons heen. Ik hoor je ademhalen
als achter dun papier waar ik op schrijf
al wat ik van die zuchten kan vertalen:
Niet slapen; denk aan me; houd van me; blijf.
Mijn ogen lopen vol, mijn vingers beven.
Ik ben de enige van ons die ziet
wat daar diep in de nacht naast staat geschreven:
Nee; natuurlijk; ja ja; dat kan ik niet. 
Dank als ik eenmaal weg ben en je weet
wat ik je heb geantwoord met mijn adem:
denk niet: 's ochtends kuste hij mij en deed
alsof hij leefde en had mij al verraden.
Ik heb toch naar je geluisterd? en toen
deed ik toch alles wat een mens kan doen?
Het slot is minder sterk, zie ik nu, maar de kwatrijnen houden het nog altijd. Ook van een ander sonnet is het begin goed:
Wanneer twee mensen bij elkander slapen
hebben beiden het warm. De ademtocht
welft als een tent. Een hand, haastig gezocht,
groeit tegen nacht en stilte als een wapen.
Je zoekt de hand van je geliefde, omdat de nacht en de stilte je aanvliegen. Dat is een afhankelijk gebaar. Maar het werkt. Sterker nog: het is niet minder dan een wapen. Maar dan komt het begin de tweede strofe:
Maar dat ene doet men alleen gelegen.
Alleen gelegd.  
Verderop in het gedicht wordt het bed zo breed dat de geliefden elkaar niet meer kunnen bereiken en de kou doortrekt alles. Sterven doet men alleen:
O dat men leven moet naar deze dood,
dat twee mensen niet bij elkander sterven. 
Ik moet enige tijd geteerd hebben op deze gedichten en teksten van Michel van der Plas. Pas in 1984 kocht ik nog een bundel van hem, Dance for you, zijn debuut uit 1947. Dat moet aardige verkoopcijfers hebben gehad, want ik had de zesde druk. Van welk jaar die druk is, staat er niet in. In ieder geval was Ergenshuizen (1953) al verschenen.

In het debuut van Van der Plas worstelt hij nog wel met het geloof, of met het feit dat hij het seminarie verlaten heeft:
Waar zijt Gij, God die ik te vinden tracht?
Ik beuk de poorten Uwer zwijgzaamheid
met vloeken en gebeden, in de nacht
die om Uw ver nabijzijn ligt gespreid:
verbergt Gij u voor wie Uw stem verwacht?
vlucht gij voor hem die bitter om u schreit?
en laat gij dorsten die naar 't water smacht
van Uwe troost? Ach, wist ik waar Gij zijt - 
Beveel de engelen het lied te staken
dat heel de dag door Uw domeinen klinkt,
en luister even, als de stilte zinkt,
naar 't beuken op Uw poort: ik zal er waken
en wachten tot ik aan Uw kleed kan raken
en zeggen: red ons Heer, Uw volk verdrinkt. 
Aan het slot blijkt de ik namens een volk te spreken. Wellicht dat Van der Plas het gedicht in de oorlog schreef.

In 1994 verscheen De oevers bekennen kleur, de verzamelde gedichten van Michel van der Plas. Ik besprak het boek voor het tijdschrift Bloknoot (nr. 8, tweede jaargang, mei 1994). Het meest verrast was ik door de bundel Het ei van Columbus. Het is een omvangrijke bundel, die tachtig bladzijden in de verzamelde gedichten inneemt.

Van der Plas volgt het leven van Columbus en wisselt daarbij geregeld van perspectief, wat hij ook duidelijk maakt door de versvormen die hij gebruikt. Hoogtepunt is een gedicht van zeven bladzijden lang, 'De zeldzame brief'. Het is een gedicht over de lange brief die Columbus schreef aan koningin Isabella. De brief werd bekend als de 'lettera raissima' en is één lange klacht over alle teleurstellingen, gevaren en ellende die Columbus ondervond.

In 'De zeldzame brief' volgen we de inhoud van de brief, maar tegelijkertijd komen we te weten hoe Isabelle de brief leest. De twee lijnen vlecht Van der Plas knap door elkaar.

Van der Plas schreef vaak over zijn vader, al vanaf zijn eerste gedichten. De relatie was lastig, begrijp ik daaruit. Ondanks de lastige relatie is de verbinding gebleven. 'In memoriam patris' schreef hij voor het doodsprentje van zijn vader. Het gaat over een man die staat te biljarten en het eindigt met: 'Hij kan / niet tegen zijn verlies. Ik houd van hem.'

In God en omstreken (1988) komt de vader verschillende keren terug. Jezus is aan het woord en spreekt God aan. Maar misschien spreekt de dichter daardoor ook zijn eigen vader wel aan. Als de relatie met zijn eigen vader soms moeilijk was, wat voor gevolg had dat dan voor zijn geloof? God wordt immers ook aangesproken met 'Onze Vader'. Van der Plas zou nog een hele bundel aan zijn vader wijden: Vaderland (1991).

Vorig jaar werd Van der Plas 85 jaar. Ter gelegenheid daarvan zond RKK een documentaire uit, Michel van der Plas, schrijver in de schaduw. Dat mooie portret kun je hier terugzien. De interviewer vraagt of Van der Plas wel eens de balans opmaakt. Dat doet hij en dan overdenkt hij zijn zonden. Hij is nog steeds vervuld van schuldbesef.

Van der Plas is ook als biograaf bekend geworden, en daarbij is hij ook genomineerd voor grote prijzen. Die biografieën (van Gezelle bijvoorbeeld) heb ik niet gelezen. Op het stapeltje 'misschien voor de vakantie', dat groter is dan het stapeltje 'zeker voor de vakantie', ligt het boekje In de kou waarin hij met Godfried Bomans praat over het geloof. Misschien moet dat boekje maar een stapel opschuiven.

Van der Plas kon veel en daar had best wat meer aandacht voor mogen zijn. Het lijkt me niet meer dan logisch dat ik afsluit met een van zijn gedichten.

Wind
Vanmorgen is de grote wind gekomen
met een almachtige krachtige veeg
en heeft de laatste wolken meegenomen,
en heel de hemel is weer blauw en leeg.
Het is voorbij, jouw regen en het stromen
over mijn ziel. Al wat ik van je kreeg
is weer doodstil en brengt niets meer teweeg.
Je beeld is uitgewist, zelfs in mijn dromen.
Ik lig alleen en hoor de verre hanen.
Alleen de oude dingen zijn weer waar,
de kale uren en de arme wanen.
En toch, ik ben je kind nog, en de tranen
waarvoor ik vreesde zijn er maar een paar.
Dag vader, we zijn haast weer bij elkaar. 

Afbeelding: still uit de documentaire die de RKK vorig jaar vertoonde.

2 opmerkingen:

  1. Leuk s een blog van je te lezen. Met jouw passie voor gedichten heb je mij in de brugklas gevoelig gemaakt voor deze kunstvorm. Zo ben ik stellig overtuigd dat de docent het vak maakt. Jij doet dat met verve! Groet uit Utrecht

    BeantwoordenVerwijderen