maandag 22 april 2013

De verrekijker



De verrekijker, het boekenweekgeschenk dat geschreven is door Kees van Kooten, zwierf al een paar weken rond in mijn huis, maar ik kwam er maar niet toe. De recensies waren zuinig met hun lof en wat scheutiger met hun kritiek. Dat nodigde ook al niet uit. Uiteindelijk heb ik het boekje toch maar gelezen.

Aan de bovenkant van de pagina's plaatste Van Kooten een literaire agenda (door hem 'Literagenda' genoemd). In de loop van het boek raakte hij blijkbaar de lol kwijt in het bijhouden van die agenda, want in de laatste maanden zijn er weken waarin niets genoteerd is.

In de agenda zijn ook de sterfdagen van zo'n twintig schrijvers opgenomen. Dat zijn bijna allemaal mannen. Alleen Hella Haasse en Annie M.G. Schmidt drongen door tot Van Kootens eregalerij van dode collega's. Geen Doeschka Meijsing, Patricia de Martelaere of Christine D'Haen, geen Marijke Höweler of Thea Beckman. Zij mogen vergeten worden.

Verder noemt Van Kooten de bekende namen: Claus, Hermans, Lucebert, Kopland, Komrij, Bernlef, Mulisch. Opmerkelijk is dat Reve en Wolkers ontbreken. Dat is des te vreemder, omdat Van Kooten bijvoorbeeld wel Karel Glastra van Loon, Jan Blokker, Kees Fens en Boudewijn Büch noemt, die toch niet de statuur van Wolkers en Reve hadden. Vinkenoog en Wilmink miste ik ook.

Het verhaal over De verrekijker viel me niet eens tegen. Intussen zal het wel bekend zijn dat het vertrekpunt de verrekijker is die Van Kootens vader gevorderd heeft. Enkele keren bedenkt Van Kooten hoe dat gegaan zou kunnen zijn. Op die momenten zijn wij als lezers getuige van de inbeslagname van de kijker. Dat zijn fraaie passages. Ook het verslag van Van Kootens speurtocht is aardig om te lezen.

Maar daar tussendoor krijgen we stukjes maatschappijkritiek. Steeds licht van toon en soms zelfs humoristisch, maar ik kon mij niet aan de indruk onttrekken dat ik het gemopper van een oude man zat te lezen, die vertelde dat het vroeger allemaal beter was. Toen hadden mensen nog een fraai handschrift, toen kon je nog aan iemands boekenkast zien wat hij voor iemand was en een typemachine is toch eigenlijk beter dan een computer. Ja, ja, maar Van Kooten weet niet meer dat je de wagen van die typemachine niet met de rechter- maar met de linkerhand terugschuift.

De woordspelinkjes (kleeftijd, verderkijker) zijn altijd al Van Kootens handelsmerk geweest. Hij noemt zichzelf 'dwangmatig woordspelig'. Vervelend, zo'n handicap, want die woordspelingen vervelen wel heel erg.

Had Van Kooten zich maar beperkt tot het verhaal over de verrekijker, sober opgeschreven. Dat zou een aardig boekje geweest zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen